Miskend talent..

Vorige week had ik het over een wat minder door ’s mensentong bejubeld natuurfenomeen, de roek en ook vandaag breek ik graag een lans voor een zeer ondergewaardeerde lentebode, die onlangs weer in grote getale is opgedoken; de  Paardenbloem.

Hoewel we met elkaar flink ons best doen om er van verlost te raken omdat we ‘m niet kunnen uitstaan in onze cultuurtuintjes, word ik elk voorjaar weer vrolijk van de met gele spikkels bezaaide landerijen.

’ T is misschien geen bijzonderheid. Eentje die we meestal al snel onnadenkend als lastig onkruid wegschoffelen, maar wat is het op de keper beschouwd toch een interessante beauty. Van oudsher gebruikt als middeltje tegen van alles en nog wat, maar vooral als urine-afdrijvend geneesmiddel.

Wist je dat we er tot in de 60-er jaren geen formele Nederlandse naam voor hadden?

In het noorden bekend als hondenbloem (Groningen), werd hij in het zuiden uitgemaakt voor pissebloem en in Vlaanderen sprak men van bedde-zeekers. Ja toe maar ! Of kwam dat gewoon door de Franse benaming; ‘pissenlit’ ?

Nee dan liever de Engelsen. Die maken er het meer welluidende ‘Dandelion’ van.

Hoewel, dat klinkt misschien ook wel weer als een soort krakende vloek.

In elk geval, kozen de geleerde heren botanici hier uiteindelijk dan maar voor de wat simpele en minder gracieus aandoende benaming van Paardenbloem.

Hoe dan ook ik ga elk voorjaar graag even voor deze vorm van miskend talent op de knieën !

Aan het eind van de middag wandel ik nog even met ons jongste prinsesje door de voor haar manshoge paardenbloemen voor het huis. Opa kan het dan niet laten om haar even te laten poseren en samen zwaaien we enthousiast naar de voortrazende machinist, maar die lijkt geen oog te hebben voor ons én het goudgele natuurschoon.

O ja..  wil je eens zien hoe wonderlijk mooi en knap zo’n geel bloeiertje in elkaar zit en zich in een paar uren transformeert tot de elfen-achtige verschijning van zo’n pluizenbol vol minuscule zaad-parachuutjes? Zoek dan hiernaast in het archief het korte filmpje op dat ik hiervan eens heb gemaakt. Je vindt het onder de titel ‘Groeikracht’ in de blogs van de maand mei 2022.

Roeken-loos?

Gisteren vernam ik dat nijvere lieden van gemeentewege in de weer waren met het verstoren van Roekenkolonies. Dit dan bij wijze van beheer waarbij er alleen mag worden ingegrepen als er sprake is van ernstige overlast. Bijvoorbeeld als er een grote kolonie te dicht bij de woningen zit en er veel meldingen van overlast binnenkomen. Volgens de info-site van de gemeente worden ze dan verjaagd naar zogenaamde beheerlocaties buiten de dorpen. Of de vogels daar dan ook mondelinge aanwijzingen over de exact beoogde bestemming bij ontvangen wordt niet duidelijk gemaakt.

De meeste mensen houden niet zo van roeken en andere kraaiachtigen en voor de foto hieronder moest ik ook even diep in mijn archief duiken, want ook voor mij zijn het geen fotografische lekkerbekjes.

Tja, het is inderdaad niet meteen moeders mooiste vergeleken met het elegante voorkomen van ander zingend gevederte. Ook al doet hun zwaar en nasaal gekras dat alle andere vogelgeluiden overstemt, menig natuurliefhebber de handen vertwijfeld naar het hoofd grijpen, ze horen er toch bij én ze worden wel degelijk tot de echte zangvogels gerekend.

En met hun – voor ons gevoel – onheilspellend gekras doen ze precies hetzelfde wat alle andere zogenaamde lieftallige zangertjes óók doen.  En van die aardige voorjaarszangers lust ik wel pap op fotografisch gebied …

De  ‘vriendelijke’ tjiftjaf..

de’ vrolijk roepende’ vink..

de ‘gezellige schetterende’ rietzanger

en het ‘ leuk ratelende’ winterkoninkje

In onze menselijke verbeelding doen ze – al naar gelang onze levensbeschouwing – niets anders dan ‘de goede God loven’ of  ‘het heerlijke voorjaar bezingen’, maar in werkelijkheid roepen ze allemaal zo ongeveer hetzelfde tegen hun soortgenoten, namelijk een soort van “ wáág het eens hier in de buurt te komen “ of ‘ opzouten joh! “

Nou ja in het geval van de roek zal het dan eerder neerkomen op iets van  ‘opkrassen jij ‘     

Och grut…

Mét de entree van de zomertijd kunnen we nu ook na het avondeten weer buiten wat aanrommelen of een lente-kuiertje maken. Heerlijk!

Vanavond stapte ik dan ook weer eens voor een kort loopje het bruggetje over, waarbij ik de ondergaande zon boven Westeremden frontaal op me gericht kreeg en het zachte strijklicht de nét uitgebotte takjes in een betoverende goudglans schilderde..

Fantastisch dat ze weer feestelijk zijn komen uitlopen, al die takken vol frêle olijfgroene lenteverrassingen. Nog steeds gedeeltelijk verpakt, maar het kunstzinnig gevormd geschenkje piept er al herkenbaar tussen uit. 

Een Merel liet aarzelend de eerste strofes horen van het lied waarop ie de hele winter heeft zitten oefenen en in de kastanje  boven mijn hoofd brengt een Tjiftjaf mij met zijn onophoudelijk repeterend riedeltje bij de vraag waarom hij eigenlijk Tjiftjaf heet en geen Tjaftjif..  Wat hoor je eigenlijk eerst? Een Tjaf of een Tjif?

Raar is dat met die klanknamen bij bepaalde soorten vogels. Zou een Grutto niet evengoed een Och Grut kunnen heten ( hoor maar .. ochgruttochgruttochgrut..) Wie bepaalt dit soort dingen eigenlijk. Is daar wel inspraak aan te pas gekomen? Kijk, bij een Koekkoek is de vraag niet aan de orde, maar hoe zit dat met de Kiewiet? Waarom geen Wietkie?? Zijn wij daarover geraadpleegd? Enfin, ik laat u maar even weten met welke diepzinnige levensvragen ik deze avond op de laan liep te worstelen. 

Vanochtend, tja vanochtend was het mooi, maar koud !!  Het had in de nacht licht gevroren..

Sommige dappere voorjaarsbloemetjes, zoals de tussen het bermgras opgekomen madeliefjes waren nog bedekt door een knisperende laag ijsfondant. En hoewel ik wist dat het óók met hen best goed ging komen op deze zonovergoten voorjaarsdag, kreeg ik bij de aanblik van dat stijfbevroren wilde bloemengrut, gevangen in een ijzingwekkend soort schoonheid, bijna medelijden..

Verbeeldde ik het me nou, of hoorde ik daar in de verte opeens die ene weidevogel?

“ Ochgruttóchgruttóchgrut..”

Salamánder-nog-an-toe…

Tijdens mijn dagelijkse loopje over het Storkster Pad viel mijn oog vanochtend op een donkere spatachtige vlek midden op het fietspad dat bij nadere beschouwing een plat gereden watersalamandertje bleek te zijn. Tot mijn verbazing trof ik een stukje verderop nóg twee dode exemplaren op het betonweggetje naast de sloot aan. Oók in even groteske houdingen geplet onder een aanstormend fiets- of brommerwiel.

De meesten onder ons hebben vast wel van de paddentrek gehoord, maar veel minder mensen zijn bekend met de trek van de salamander. Salamanders zijn zowel land- als waterdiertjes en ze brengen de koude seizoenen door in winterslaap op het land ergens onder een hoopje bladeren of een steen. Halverwege maart komen ze met zijn allen weer tevoorschijn om in slootjes, vijvers en plassen naar een partner te zoeken om zich onder water voort te planten.   

Iedere lente verheug ik me er op om die prachtige wezentjes héél even in de hand te mogen houden wanneer er tijdens de schoonmaak van de vijver altijd wel weer een paar tussen de overtollige waterpest op de wal liggen te spartelen. Vooral het mannetje in bruidegoms-outfit is een kleurrijke eye-catcher.

Ik geef dan graag toe aan mijn hardnekkige neiging om dit soort indrukken fotografisch te bewaren en laat ze – heel tijdelijk – poseren voor de foto in een speciaal klaar gezet waterbakje en dan mogen  ze – hup – de vijver weer in..

 

Tja, maar dit kereltje heeft ’t net niet gered.. hij had zich er nog zó op verheugd en had het ook bijna gehaald. Hij moest op dat vroege uur alleen nog even over dat éne stukje 40 cm smalle betonpad waarachter het lokkende water wachtte en toen …werd het opeens voor altijd donker. 

Salamánder-nog-an-toe!

Toch nog snij …

Dan is ’t bijna half maart en nét wanneer we, na de zoveelste bloedeloze winter op rij, uit beginnen te zien naar de eerste vitamine D brengende zonuren, viel gisteren dan toch de eerste sneeuw! Bij het openen van de gordijnen is dat toch altijd wel een enigszins feestelijk plaatje..

Het zijn slechts een of twee centimetertjes die het zeer tijdelijk wit maken en ik moet er als de kippen bij te zijn om het fotografisch enigszins uit te buiten.  Want zo’n tuinvogelfoto wordt vaak een stuk leuker wanneer er een decoratief laagje sneeuw op het bijbehorend zit-takje is neergedwarreld

Ik heb de opstelling helemaal klaar staan wanneer het vlokwerk zijn attractief versierwerk heeft verricht en dan is het alleen nog maar wachten op de komst van een hongerige mees of roodborst. Maar dát is dan weer gek! Terwijl je zou verwachten dat na de koude ochtendstart en ’n fikse sneeuwbui de vogels zich in grote getale hongerig op het aangeboden voer zullen storten, is er op dat moment geen beest te bekennen. Het duurt maar en het duurt maar..en omdat de temperatuur al weer rap stijgt verandert het aanvankelijk nog lieftallige reepje poedersneeuw langzaam maar zeker in een druipend drablaagje..

Nét wanneer ik overweeg om er de brui maar aan te geven, komt eindelijk maar toch een Pimpelmeesje éven precies daar zitten waar ik ‘m had gedacht. Maar dan is het écht mooie er al weer van af. Nou ja..ik laat ‘m toch maar even zien.

Om je een indruk te geven van hoe het er in mijn beleving wél uit hoort te zien toon ik dan hieronder maar in twee vogelfoto’s die ik jaren geleden (toen het nog wel eens wilde winteren) heb weten te maken..

Het is dan wel weer leuk dat er gisteravond  opnieuw een centimetertje of twee kleffe plaksneeuw viel waardoor er met de oudste van de twee kleine logees die we dit weekend over de vloer hebben nog nét drie ouderwetse sneeuwpoppen konden worden gecreëerd voorstellende een wat onthutst de wereld in ziende opa, een met haar kneedwerk kennelijk tevreden oma en een met het oog op het eindresultaat wat zuinigjes wegkijkende Luka.

Nou, al met al is het toch best wel een opgewekt trio dat daar staat. Maar gezien de nu behoorlijk oplopende kwikstanden zullen we er morgen wel belabberd bij liggen   

Terschelling..

In de afgelopen week verbleven we een paar dagen op het prachtige Terschelling, waar we mochten genieten van het frisse, maar mooie weer op dat heerlijke eiland vol natuurgeneugten.

Natuurlijk hadden wij afgelopen maandag ook al onze poriën wijd open staan om dat alom bejubelde Noorderlicht nu eens goed in ons op te nemen maar we waren al vroeg op en rond negen uur ’s avonds liggen we enigszins moe-gefietst en uitgeteld op de bank en zien er een beetje tegenop om via onbekende en donkere bospaadjes het enkele kilometers verderop gelegen Noordzeestrand te moeten bereiken. Bovendien is het flink koud en staat er een harde tegenwind. Ongeveer een kwartier voordat het spektakel zou moeten aanvangen hink ik nog volop op twee gedachten, maar als we de gordijnen openen blijkt er een enorme wolkenband over het eiland te zijn geschoven die ons zicht op het natuurfenomeen definitief gaat ontnemen.

Opgelucht zak ik  weer onderuit op de zachte kussens. “Wat jammer nou!” 

Enfin, om een lang verhaal maar weer eens flink in te korten, we hebben – al rondfietsend en –wandelend méér dan genoeg andere fantastische panorama’s mogen bewonderen waarbij ik hieronder de plaatjes de gaatjes maar weer eens laat vullen…

Drijfzorgen..

Vanmorgen verloopt mijn ochtendwandeling in een dichte nevel waarin een waterig zonnetje vruchteloze pogingen doet om deze op te lossen.  Alle geluiden zijn gedempt. Alleen de misthoorn van de trein Groningen-Delfzijl scheurt de relatieve stilte tijdelijk aan barrels, maar na een paar tellen keert de serene sfeer weer terug en zijn het nog de ijle roepjes van een vlucht Kolganzen boven mijn hoofd die kort mijn aandacht trekken.

In de beslotenheid van deze kleine wereld waarin alle contouren zijn vervaagd en licht, lucht en water  geluidloos ineenvloeien, hinken mijn gedachten afwisselend op het spoor tussen een soort vredige contemplatie in het hier en nu en een vaag soort onrust over dan en daar …

Net wandel ik nog onder indruk van de landelijke schoonheid, de kalmte, de sereniteit in relatieve geborgenheid en vrede. Maar opeens is het weg, dat  alles-is-wel gevoel.

Was het dat droefgeestige geluid van de Arriva-misthoorn? De donkere gedaante van het uit de nevels opdoemende gevaar? Opeens zijn er gedachten aan wat allemaal zomaar mis gaat of kan gaan, zorgen over geliefden. De kwetsbaarheid van het bestaan..

Zucht…

Mijn blik glijdt over het vrijwel rimpelloze water en er dwarrelen flarden van een ooit zelfgeschreven gedicht naar boven..

Schermusselingen …

Al wekenlang wordt  de voederplank frequent bezocht door een flinke zwerm huis- en ringmussen. De laatste groep is iets ondervertegenwoordigd maar de wat kleinere ringmusjes ( die met een chocoladebruin petje) laten zich niet onbetuigd bij de schermutselingen rondom het aangeboden voer. Tot voor kort aasden ze vooral op het aangeboden strooizaad maar de in de afgelopen dagen kregen ze ook smaak aan de pindakaas, waarop vooral mezen en roodborsten dol zijn.

Ten behoeve van  een vogelfoto-shoot heb ik het potje maar eens pontificaal rechtop op de plank geplaatst om te zien of er enkele leuke actiefoto’s zouden kunnen ontstaan tijdens de onderlinge twist rondom de favoriete zit-hap-plek, namelijk op de rand van het potje..

En jawel hoor, dat projectje lukte! Onderstaand toon ik een paar plaatjes waarop snavels, klauwtjes en vleugels worden gebruikt om de concurrentie te lijf te gaan. 

Het is dan even een tumult van jewelste waarbij ik het dan grappig vind om te zien hoe de Roodborst  – een beetje sneaky – de boel vanuit een struik op een afstandje zit te bekijken en zodra er zich een rustig momentje voordoet zijn kans waarneemt om er daarna schielijk met zo’n lekker hapje vandoor te gaan om dat dan ergens in een hoekje van de tuin rustig naar binnen te werken.

Terug uit Zweden ..

We zijn al weer een paar daagjes terug en nog steeds een beetje onder de indruk van het Zweedse Jämtland. Precies zoals ik had gehoopt was het daar zo’n prachtig witte sprookjeswereld. Betoverend witte Narnia-bossen, uitgestrekte meren vol besneeuwde ijsvloeren, diep ingepakte ossenbloed-rode huisjes, goudvinken in wintertuinen en dat alles bij diepvriestemperaturen vergezeld van flinke sneeuwbuien die het toch al dikke pak nog eens flink deden groeien.

Bovendien had ons vakantiehuisje een ontzettend lieve, meewerkende eigenaar die ons voorzag van alle benodigde tips en mij zelfs op zijn sneeuwscooter het meer op bracht om met hem te gaan ijsvissen. Wat een beleving! We vingen weliswaar niets en mijn opnamen mislukten maar dat mocht de pret niet drukken, evenmin als het feit dat het Noorderlicht zich niet aan ons wilde vertonen ondanks dat we in een van de spaarzame heldere nachten, een vol uur bij – 16 C op een ijsvlakte er reikhalzend en blauwbekkend naar hebben uitgekeken.

Maar er was zoveel méér om van te genieten, zoveel waaraan onze ogen zich mochten bezatten en waar we dankbaar op terugzien.

Omdat woorden toch al weer gauw te kort schieten heb ik van de gemaakte foto’s en video’s een compilatiefilmpje van amper drie minuten gemaakt dat naar mijn idee toch wel een aardig indruk geeft van hetgeen we daar hebben mogen aanschouwen.

Ik hoop dat jullie er op deze manier ook een beetje van mee mogen genieten..

Op naar Zweden ..

Van natuurfotgrafie kwam het er in de afgelopen tijd niet of nauwelijks , vooral vanwege het  sombere, kletsnatte, druilerige en onstuimige weertype dat amper goed fotolicht oplevert. Mede daardoor laat ik hier nog even een paar tuinvogel-schilderwerkjes zien die ik vorige maand uit de tubes wist te persen.

Maar het fotografeergebeuren gaat straks helemaal goedkomen, want wij hopen om vanaf morgen een weekje naar Midden-Zweden te gaan, in de buurt van Östersund in Jämtland waar het momenteel heerlijk winters is met diepvriestemperaturen boven een dik pak sneeuw.

Dat zal zeker wel wat fijne natuurplaatjes opleveren, waarbij de hoop er op gericht is om ook het Noorderlicht nu eens vast te kunnen leggen, maar daarbij zijn we  sterk afhankelijk van het al of niet aanwezig zijn van bewolking die – zoals het er nu naar uitziet – daar dan wel overheersend zal zijn, maar we zullen zien!    

Maak de stap…

Ik ervaar het als een groot voorrecht om door middel van dit blog – inmiddels al zo’n 17 jaar lang-  mijn Krijnsels-overpeinsels in woord en beeld met honderden lezers te mogen delen en hoop dat ook weer het komend jaar in vrede en gezondheid te mogen doen.

Het is eveneens een goed moment om ieder hartelijk te danken voor de talloze leuke en lieve reacties die ik zo vaak op mijn ontboezemingen ontvang.  Ook al reageer ik zelden of nooit direct terug, wees ervan overtuigd dat ze me goed doen en zeer stimulerend werken!

Nog éven en we stappen weer over die onzichtbare drempel van het oude en het nieuwe jaar. Het zijn niet alleen de oliebollen die ons op dat bijzondere moment soms zo zwaar op de maag liggen maar méér nog  die verwarrende knoop aan gevoelens van dankbaarheid, zorg én hoop over alles wat het voorbijgaande jaar bracht en het onbekende 2023 zal gaan brengen.

Maar sámen maken we ook nu weer een stap !

Onderstaande foto zou – met een beetje gevoel voor symboliek – die sfeer van kwetsbaarheid en verwachting wel kunnen duiden denk ik, zonder dat ik er verder al teveel woorden aan besteed.

Vree? …

Wat ’k die wil wensen dizze doagen:

Das nait  allain om Vree zelst vroagen

Moar das doe deur dien aigen leven

Zien Bosschop handen en vouten gaist geven;

Gain  ‘taand om taand’of‘kwoad mit kwoad’

In ploats van ’t oordail  komt genoad !

© Krijn

Matige vorst…

Zo! Vanochtend noteer ik de eerste flinke nachtvorst die met – 5,5 C er meteen lekker inbakt! Omdat er weinig wind staat en de zon nét boven de kim is komen te staan heerst er een heerlijk winters sfeertje waarbij het wit bevroren landschap talloze foto-motieven oplevert. Zeker op macro-gebied vragen dan oneindig veel details van wit bepoederde grassen en blaadjes om mijn aandacht, maar ik houd me vanmorgen eerst maar eens in want gewoon wandelend genieten van verre  horizonten en een fraai kleurende winterhemel is ook fijn.

Nou ja uiteindelijk schiet ik dan natuurlijk wel een paar herinnerings-plaatjes want dit soort weertypes hebben we hier maar zelden..

Ja, ja..dat kennen we…

Met de datum van 1 december op de kalender is het nu toch wel een stukje kouder geworden, maar van echt winterse omstandigheden lijkt – voorlopig althans – nog geen sprake. Hoewel velen vanwege de hoge energieprijzen mij begrijpelijkerwijs daarin niet zullen volgen hoop ik persoonlijk toch wel op een periode met sneeuw en schaatsijs. Dat is misschien ook wel een soort tic en staat haaks op mijn lichamelijke constitutie. Ik geloof dat ik het hier al eens eerder heb vermeld, maar ik ben een koukleum van heb ik jou daar. Bij binnentemperaturen waar huisgenoten zich kennelijk al behaaglijk bij voelen, loop ik nog rillend door de kamer met wit weggetrokken, ijskoude vingers. Klappertandend verstrengel ik me alvast met de naar mijn smaak te langzaam opgloeiende houtkachel om mijn koude botten aan de oplaaiende vuurgloed te kunnen doen warmen. Diverse lagen aan onderkleding, wintermutsen en grijze geitenwollen bedsokken, ze dienen allemaal als doel om mijn lichaamstemperatuur op een enigszins aangenaam peil te houden. Het is een familiekwaaltje geloof ik.

Maar desondanks, in deze tijd van het jaar kan ’t me buiten niet hard genoeg vriezen of sneeuwen. Gék ben ik op ouderwetse winters en daar liggen vooral nostalgische herinneringen uit vervlogen jaren aan ten grondslag.  In mijn beleving bestonden de winterperioden in mijn jeugd dan ook louter uit eindeloze vakantieweken vol ijs- en sneeuwpret op en rond het Damsterdiep. Enorm dikke, zwarte ijsvloeren en metershoge sneeuwduinen waren schering en inslag en het vroor altijd stenen uit de grond. 

Allemaal overdreven sentiment natuurlijk. Maar wat was het altijd een genoegen om mijn kinderen  met die onzinnige overdrijvingen te kunnen overtroeven, wanneer ze klaagden over kouwe handjes en loopneuzen.  “ Koud? Hoe kom je er bij , vroeger toen papa klein was, toen was het pas koud!”    

En met gezonde achterdocht luisterden ze – aanvankelijk nog met open mond – naar mijn gloedvol betoog over de winter uit ‘ik weet-niet-meer-precies’, toen het zo ontzettend aan het vriezen was ( iets van – 20 C  of zo)  dat ik als kleine jongen wel eens even wilde proeven aan het wit uitgeslagen metaal van de Ten Poster brug hoe koud het eigenlijk was en mijn tong daarbij onmiddellijk en onverbiddelijk aan de ijzeren brugleuning vast vroor.  Te hoop gelopen behulpzame omstanders kwamen vergeefs met bakjes warm water aanlopen want het vocht bevroor vóórdat het zijn verlossend werk kon verrichten.

Ook mijn kleinkinderen bij wie ik deze hachelijke situatie graag nog eens in geuren en kleuren te berde breng, willen dit gedeelte van de geschiedenis nog wel enigszins voor waarheid door laten gaan. Maar wanneer ik daarna wijs op de spoedige komst van de brandweer die met een grote ijzerzaag het gedeelte van de brugleuning mét mijn daaraan muurvast gekleefd tongetje behoedzaam moest doorzagen zie ik aan hun ogen hoe de twijfel toe slaat.  Pas als ik vervolgens vertel hoe ik thuis, met een aan mijn tong hangend stuk ijzerwerk, voor de gloeiend hete kolenkachel minutenlang moest wachten vóórdat de boel een beetje was ontdooid en dat het allemaal ‘aldergloependst’ veel pijn deed, wordt er weer eens smalend gereageerd.  ”Ja, ja opa dat kennen we”. 

En ik besef dat de lijst van (klein-) kinderen aan wie ik deze traumatische geschiedenis nog niet beeldend uit de doeken heb mogen doen inmiddels sterk is ingekort tot een stuk of drie op aanwas. Want ik hoor dan dat de anderen het verhaal al vele malen eerder van me hebben gehoord, maar dat er volgens zeggen steeds nieuwe  – ongelooflijk- spannende elementen aan worden toegevoegd.

Nou ja, ’t is ook al lang geleden en ik word ook een dagje (k)ouder.

In elk geval heb ik dus toch best weer trek in besneeuwde landschappen en bijbehorende diepvriestemperaturen en bij wijze van voorpret schilderde ik in de afgelopen dagen alvast een paar winterse kerstkaartjes met vlokken als sneeuwballen!…      

Wajang ..

Het is  momenteel een waar genoegen om vanaf mijn bureaustoel het dagelijks gebeuren rond de voederplank (sinds kort uitgebreid met een drink- en baddertafel)  te mogen aanschouwen. 

Okay, echte zeldzaamheden op vogelgebied trek ik niet aan maar het is gezelligheid troef met een gevarieerd en bont aanbod aan merels, spechten, vinken, meesjes, heggen-, huis- en ringmussen.

Ik raak er nu eenmaal nooit op uitgekeken en wordt ook steeds weer vrolijk van dat fel vlammende buikje van de roodborst die altijd op een beetje sneaky-achtige wijze uit het niets lijkt op te duiken om geruisloos en behendig zijn graantje mee te meepikken.

Ik fotografeerde hem in de afgelopen jaren al in talloze poses en in verschillende omstandigheden. Zittend, vliegend, badderend en zelfs als een Wajang-poppetje in silhouetvorm en het leek me leuk om zijn fotogeniek voorkomen tot uitdrukking te laten komen door daarvan hier een viertal voorbeelden te laten zien.

Van beren en kabouters …

Het is al weer een flinke tijd geleden dat ik op Zaterdag voor het overgrote deel van de dag de tijd nam voor  ‘me-time-dingetjes’; wat aanrommelen, met vogels en camera in de weer, beetje schilderen, een solo-wandeling op Ekenstein etc. Vandaag trakteerde ik mij daar maar weer eens op. Het voelt inderdaad een beetje alsof ik op deze dag mijzelf een paar snipperuren heb verleend want sinds onze pre-pensionering blijken we – naast onze gezamenlijke uitstapjes-  de handen meer dan vol te hebben aan de uitvoering van tal van uitgestelde klusprojecten en de invulling van de vaste oppasdagen. Zeker dat laatste is een heerlijk soort verantwoordelijkheid waarbij sinds enige tijd ook de allerjongste nazaten in baby-vorm wekelijks aan ons zijn toevertrouwd en dat betekent naast het nijver heen en weer drentelen met krijs-dempende flesjes, spenen en schone luiers ook het ondergaan van die zalige momenten waarop we de eerste Pruthappen aan Pepijn en Julia mogen toedienen. Die worden met binnenwaarts gerichte blik eerst zorgvuldig op de tong gewikt en gewogen, waarna het merendeel in vloeibare vorm wordt uitgespuugd om door henzelf ter hand te worden genomen voor nadere expertise. Na uitgebreide bestudering en kennelijk tóch goedgekeurd, wordt daarna eigenhandig getracht om het toch wel smakelijk gevonden drabje alsnog in de daarvoor bestemde opening te schuiven maar omdat het motorisch gezien nog niet helemaal gesmeerd loopt wordt het ergens tussen slab en kruin natuurlijk een enorme kliederboel , maar dat geeft allemaal niks!      

   

Allerjongste kleinzoon Pepijn bevindt zich duidelijk in een nog wat contemplatieve fase waarin hij ons en de grote wereld om hem heen vanuit de maxi-cosi met zijn grote blauwe kijkers oplettend, soms verwonderd, maar doorgaans welwillend beschouwt waarbij hij ruiterlijk met brede glimlachjes strooit en regelmatig van die hart-smeltende ‘kirren en kraaitjes’ de wereld inzendt, tenminste zolang hem tijdig zijn nat en droog worden aangeboden. Want anders is het wél meteen hommeles!

Zijn enkele maanden oudere nicht Julia is al weer ietsjes verder in haar ontwikkeling. Tijdens het door ons aangeheven lied waarin we ons weer luidkeels verbazen over dat mirakel van die twee broodsmerende beren en we dat onverklaarbare feit nog eens beklemtonen met het  “ ‘t was een wonder bóven wonder”,   vult ze ons verwachtingsvol uitgeroepen ‘hi-hi-hi’ na enkele tellen sinds kort steevast aan met een heel hoog stemmetje ‘há-há-há’.  Tsjonge, we stonden erbij en we keken er naar.

Maar de echte dijenkletser-op-schoot wordt toch gevormd door het sukkelige gedrag van Kabouter Spillebeen die maar weer es heen en weer zat te wippen op die toch al zo kwetsbare Paddenstoel.

Het blijkens natuurwetten onmogelijke ‘krakken ’ en ‘zuchten’ van de zwam zit ze als een op haar paard geklemde mini-jockey, dan ook een beetje gespannen uit, want haar wachten is vooral op de apotheose van het onvermijdelijke ‘hoepla in de lucht’. Omhóóg gaan dan alvast haar armpjes waarna deze even later met rug en beentjes een U-bocht vormend, ver boven mijn hoofd zijn uitgestrekt en ze geluidloos maar breed lachend op me neerziet..   Ach..wat gaat er allemaal om in zo’n kind? Ik heb de indruk dat ze er verrukt over is maar het zou ook maar zo kunnen dat ze haar goedhartige medewerking weer verleent omdat opa er nu eenmaal zo’n lol in heeft.  

Sperwer in bad …

Gisteren bracht ik weer eens een dag door in een fotohut in de buurt van de de Lemelerberg en dat is altijd een feestje! Met name omdat ik daar als plattelands-Groninger kans maak op vogelsoorten die ik hier niet tegenkom. Aangetrokken door een grote vijver en een handje vol vogelvoer miegelde het in de ochtend van de kleine vliegensvlugge rakkers die ik zo graag portretteer. Naast de ook bij ons veelvuldig voorkomende roodborsten, vinken en meesjes komt er gelukkig ook af en toe een typische bosvogel zoals de Kuifmees langs en ik ben blij met de pose die hij heel kort voor me aanneemt op de top van een kleine vliegden.

Maar tegen twaalf uur wordt het opeen stil en komt er geen zangvogel meer langs. Het is niet alleen een lange lunchpauze of zo , ook om half twee heerst er nog steeds een opmerkelijke stilte. Er is iets aan de hand..

En ergens weet ik wat de mogelijke reden is…er zou best eens een sperwer in de buurt kunnen zijn !

Sperwers worden daar vaak gezien en gefotografeerd, maar het is altijd maar afwachten of je als fotograaf het geluk ten deel valt om ze voor de lens te krijgen en dan is ‘geduldig zijn’ een belangrijke deugd die eigenlijk niet  bij me past, behalve als het om vogelfotografie gaat.  

Traag gaan de uren voorbij zonder dat er ook maar het geringste gebeurt en omdat de voorgaande nacht door een kleinkinderen-logeerpartij extra was ingekort worden de oogleden zwaar en raak ik ietwat  doezelig..

Maar plotseling knalt de adrenaline door mijn aderen, want opeens staat er een prachtige Sperwervrouw voor me, midden in de bosvijver!

En dan is het zaak om met bonzend hart en ingehouden adem, behoedzaam scherpstellend en alsmaar inkaderend, die foto’s te maken die je zo graag wilt zien.

Wan zo’n beest neemt – vóórdat ie in gaat badderen-   tientallen seconden met die alles doordringende blik de omgeving in zich op en is bij het zien of horen van de geringste vorm van onraad weer verdwenen. De uit de opening gestoken lens vormt kennelijk nauwelijks een aandachtspunt maar vooral de lucht wordt nadrukkelijk in de gaten gehouden..

Maar gelukkig ziet ze het wel zitten en stapt verder de vijver in om te toiletteren waarbij ze mooi plaats neemt voor de achtergrond van enkele oplichtende herfstblaadjes die de opnames naar mijn smaak nét dat beetje extra cachet geven.

Dan is ’t uit met de pret en is ze in een ‘zoef’ weer in het bos verdwenen.

Maar, ik heb goede hoop dat het mannetje straks ook nog even langs wil komen en wacht en wacht en wacht…  Het blijft weer een dik uur doodstil aan de rand van dit stukje heideveld, niets beweegt en er hangt een voelbare spanning in de lucht.

Opeens zweeft er een donkere schim over het toneel en ik zie dat dezelfde sperwervrouw is teruggekeerd en iets verderop plaats neemt op een grote tak en met vorsende blik de omgeving in zich opneemt.

Kennelijk was ze nog niet uit getoiletteerd, want ze zeilt linea recta  weer naar de vijver en landt pardoes en wel heel dichtbij dit keer voor me in het water.

Iets verstopt achter een grote mosstronk begint ze opnieuw te spetteren en omdat ik nu ook de filmfunctie op de camera heb ingeschakeld kan ik dit heerlijk tafereel eveneens in bewegend beeld vastleggen.

Na 3 minuten ‘zo in mijn sas met badedas’ heeft ze er genoeg van en zeilt naar een door de zon beschenen boomstronk waar ze de grote gebandeerde vlerken spreidt en haar staartveren uitwaaiert om in al haar schoonheid te kunnen opdrogen. 

Tsjonge…dát biedt echt de kans op een bonus van nóg eens een paar fijne gedragsplaten en wanneer de vogel na een korte tijd uiteindelijk afzwaait keer ook ik weer huiswaarts, maar wél met een schat aan onvergetelijke natuur-herinneringen in de pocket.  Tijdens de terugreis kan ik me dan alvast  verkneukelen in de wetenschap dat ik die indrukken binnenkort ook weer met alle lezers van mijn blog mag delen.

Veel plezier met het lezen, het zien van de foto’s en het bekijken van het (korte) filmpje.

Aquarel-leren…

Een tijd geleden had ik al gewag gemaakt van mijn voornemen om me eens op het aquarelleren toe te leggen en ik heb me in de afgelopen weken inderdaad met pogingen in deze richting bezig gehouden. Ook had ik toegezegd om er op terug te komen wanneer ik het idee had dat het er een beetje op begon te lijken en dat laatste is zover, met nadruk op een béétje.

Want het schilderen in aquarel is een lastige techniek die ik maar moeilijk onder de knie blijk te krijgen. Dat heeft vooral te maken met het feit dat alle schilderijtjes die ik in mijn bestaan uit mijn penseel placht te doen vloeien, tot nu toe in acryltechniek uit de verf kwamen en dat ligt me gewoon beter.

Aquarelleren vraagt een volkomen andere aanpak, omdat je hierbij – precies andersom – van licht naar donker moet werken en transparantie in pastelkleuren de basis vormen en de eerlijkheid gebied me te zeggen dat me dat nog niet meevalt.

Maar ik had mijn zinnen er nu eenmaal op gezet en het was de bedoeling om na enkele oefen-opzetjes toch te starten met het maken van landschapsportretten van dat weidse Groninger landschap en bijpassende verre dorpsgezichten waar ik altijd zo van smul.  Ik wilde hierbij een paar werkjes maken waarin ieder schilderij een heel eigen sfeer uitademt en dat in weer een totaal andere entourage.

Helemaal tevreden ben ik niet, maar toch stel ik ze maar in ‘Krijnsels’ ten toon, gewoon omdat ik het leuk vind om mijn ontwikkelingen in deze met jullie te delen.

Allereerst een kijkje in de vroege ochtend over een nog uitwasemend Hoeksmeer waarboven zojuist de zon is op gegaan…

En dan een blik op de molen van Garsthuizen op een gouden namiddag in September…

Waarna een ochtendtoneel van een enigszins uit de hand gelopen vurige wolkenhemel boven de kim van Zeerijp..

Om te eindigen met een beschaduwd voorjaarstafereel van een enigszins bibberig dorpsaanzicht van Godlinze..

Enfin.. van het schilderen op zich, heb ik absoluut wel de smaak weer te pakken maar wat me momenteel bezig houdt is de vraag of ik door zal gaan met aquarel-leren of dat ik toch terug zal grijpen op het vertrouwde acrylverf, waarin ik naar mijn gevoel een stuk trefzekerder werk.

Ik hou je op de hoogte !

Drie keer van ’t zelfde..

Het aan het Storkster fietspad gelegen stenen  bruggetje over het Westeremder Maar is een van mijn favoriete mijmerplaatsen. Je hebt er aan weerszijden een fijn vergezicht over de landerijen en op mijn dagelijkse wandeling neem ik daar altijd even tijd om al dat mooie om me heen in me op te nemen. De eerlijkheid gebied wel te zeggen dat het plekje sinds een grondige renovatie van overheidswege er niet echt idyllischer op is geworden. De aanvankelijk fraaie stenen boogbrug heeft plaats gemaakt voor een fantasieloos betonwerk voorzien van saai-grauwe brugleuningen en de lommerrijke meidoornbomen die het geheel aanvankelijk sierlijk plachten te omzomen moesten natuurlijk ook hoognodig opgeruimd worden.

Zucht..wat is dat toch altijd met die overijverige planologische diensten?

Maar goed, zoals gezegd ..het is en blijft een fijn punt om eens even goed dat prachtige Groninger landschap in je op te nemen en elke dag kleurt daar het licht weer anders. Het is daarom goed om altijd een camera bij de hand te hebben, een gewoonte die ik me al jarenlang eigen heb gemaakt.

Ik wilde dat vandaag eens laten zien.  Je kunt er namelijk op, zeg maar dinsdag een foto nemen van honderd in ’t dozijn, waarbij de wat fletse lucht en de ingehouden kleuren zo’n  opname nauwelijks cachet geven.

Keer de volgende dag op precies dezelfde plek terug en neem  vanuit precies eender perspectief dan een heerlijke foto omdat nu sprake is van een veel intenser kleurengamma omdat de hemel prachtig kleurt boven flonkerend water en een sprankelend  boeket vol vroege herfsttinten.

Maar berg je toestel nooit te gauw op..

Want wanneer je even goed kijkt, wat bukt en dat beparelde webbetje tussen de brugleuning ontdekt, heb je direct daarna weer de mogelijkheid om alles opnieuw te fotograferen maar dan door de mazen van een ragfijn stukje natuurgesponnen vitrage…

Ik zeg het vaker…voor wie het wil zien !

Mussengang…

Tsja… ‘Mussengang’, hoe kom ik daar nu bij ?

Op de ene of andere manier schoot de naam van een klein straatje in de Groninger binnenstad me te binnen bij de aanblik van een grote zwerm huismussen die samen met wat ringmussen, mezen en een paartje tortelduiven bezit heeft genomen van mijn voedertafel.

Met de o zo vertrouwde Huismus gaat het helemaal niet goed in ons land. Door onze overijverige aandacht voor allerlei isolatiemateriaal waarmee we zorgvuldig de kieren en gaten in onze daken dichtstoppen, is in de laatste decennia meteen ook een afname van meer dan 50 % van het aantal broedgevallen van het huismussenvolk  geconstateerd. Tsjonge!

Ik ben dan ook best blij met zo’n groep luidruchtige kwetteraars in de tuin, waarbij ik maar voor lief neem dat ze het overgrote deel van het voor mezen, roodborsten en vinken bedoelde strooivoer opschrokken. Het is gewoon een gezellige aanblik om ze dwarrelend stuk voor stuk te zien invliegen, schranzen en bonje maken om bij ieder vermeend onraad met zijn allen in een razendsnelle ‘roets’ schrikkerig, maar tijdelijk, de plaat weer te poetsen.   

Ik maakte van die ‘mussengang’  wat filmopnamen waarin ook tortels en meesjes figureren en monteerde de beelden in de vorm van een anderhalf minuut durende videoclip waarin we samen éven kunnen genieten van het in alle rust bekijken van de acrobatische capriolen van deze ‘gewone jongens’ onder het tuinvogelvolk.