Op Insta…

Het is zover…

Ook ik ben gezwicht en sta met mijn plaatjes op Instagram.

Meerdere mensen hadden me al vaker geattendeerd op de mogelijkheid om via dat medium mijn foto’s wat meer ‘wereldkundig’ te maken.

Daar heb ik nogal tegen aan gehikt, omdat ik me dan weer in een andere vorm van ‘social media’ moest verdiepen en ik ben al niet zo digitaal aangelegd. Maar het moet gezegd, ik bereik op deze manier wel veel meer mensen met mijn werk en omdat ik nu eenmaal de schoonheid van de schepping via mijn foto’s ook erg graag met anderen deel, heb ik toegegeven aan die exhibitionistische impuls, vandaar…

Op Instagram hoop ik met een zekere regelmaat selecties te laten zien van al die uiteenlopende natuuronderwerpen die ik in de afgelopen 15 jaar in digitale vorm heb mogen vastleggen.

Ik hoop uiteraard dat veel van de vaste lezers van ‘Pronkjewailtjes’ die daarnaast ook op Instagram kijken of posten, er veel plezier aan zullen beleven.

Om de eerste series te bekijken, klik op

https://www.instagram.com/krijn_dijkema/?hl=nl

En voor allen die niks met Insta hebben…

Op deze plek blijf ik gewoon trouw aan de huidige opzet van mijn blog, met meer op de actualiteit gerichte foto’s én bijbehorende babbelteksten die ik zo graag mag schrijven.

Dus tot een volgende ‘Pronkjewailtjes’

Doorbraak..

Zowel de meteorologische als de astronomische herfst hebben inmiddels hun intrede gedaan, maar net als gisteren was ook vandaag daar nog niet veel aan te merken. Tenminste wanneer je louter op de temperaturen afgaat, want die doen nog steeds heerlijk zomers aan.

Maar september geeft altijd al genoeg signalen af dat de bakens binnenkort toch echt weer verzet gaan worden. 

Het is het gefilterde licht. Het vocht in de lucht. De naar dieprood verkleurende bessenpracht. De eerste zwerm hoog overtrekkende trekvogels. Nou ja, dat soort onmiskenbare tekenen van een op kousenvoeten aansluipend najaar.

Ik heb vanochtend vroeg de wekker maar weer eens gezet, omdat de onder een heldere hemel sterk afkoelende nacht de belofte in zich droeg van een schitterende zonsopgang.

En, toegegeven,  de ochtenstond heeft uiteindelijk ook daadwerkelijk het spreekwoordelijke goud tussen de kiezen, maar ze houdt ze nogal lang op elkaar voordat ze haar blinkende lach aan ons wil tonen.

Want, jongens wat zit het eerst nog pótdicht van de mist. Ik zie bij het naar buiten gaan dan ook bijna geen hand voor ogen waardoor ik eerst een gebiedje moet opzoeken waarin het zicht zodanig is dat de zonsopkomst fotografisch was vast te leggen.

Dat blijkt uiteindelijk in de buurt van Eenum zo te zijn, waardoor ik dit sfeerrijke wierde-dorpje zodanig kan vastleggen als ik me ongeveer had voorgesteld.

Ik rijd dan nog even door naar het Damsterdiep bij Wirdum, dat in dit soort omstandigheden vaak van die heerlijk verstilde droombeelden kan opleveren en gelukkig weet de zon ook daar door zware nevel heen te breken..

In het roerloze, donkere water, waarop het geluid van meerkoeten-kefjes zich mengt met het vrolijk gekout van fietsende schoolkinderen, wordt ze weer eens prachtig weerkaatst en krijg ik het soort beelden voorgeschoteld waarop ik me altijd weer intens kan verheugen.

Dat ik ze vervolgens, ook weer met jullie mag delen, geeft altijd een bijzonder cachet aan deze natuurbeleving!   

Boeren of burlen…

Omdat ik gistermiddag voor mijn werk ergens midden in het land moest zijn ( nee, ik bleek gelukkig géén  Corona te hebben , dank u !) , voegde ik het nuttige bij het aangename en knoopte er aan het eind van de dag een paar uurtjes op de Hoge Veluwe aan vast. Het is wel duidelijk dat de echte bronst nog niet goed op gang gekomen is, want het was wel erg rustig wat de edelherten betrof.

Dat gold overigens niet voor wat betreft de hoeveelheid belangstellende wildfotografen die zich al weer in grote getale langs de Wildbaanweg hadden opgesteld.
Toegegeven, ook ik heb flink geïnvesteerd in kwalitatief goed spul maar sjonge ..wanneer je die enorme hoeveelheid aan – vaak – peperdure toestellen en lenzen zo eens beziet, staat het nog niet zo slecht met de koopkracht in het gemiddelde Hollandse huishouden.

Enfin..  de fotografeerbare hindes die ten tonele verschenen bleven zich op vrij grote afstand  weliswaar bevallig maar vrij ongeïnteresseerd gedragen en van wild burlende en vechtende geweidragers was al helemaal geen sprake.

Wel kwam er nog even één mannetje kortdurend ten tonele, die zijn damesgezelschap slechts lomig inspecteerde met het aplomb van zo’n vadsige haremsultan die al láng op al zijn vrouwen is uitgekeken.

Toen hij dan toch eindelijk de machtige kop even ophief om iets te doen wat op het echte burlen zou gaan lijken ratelden links en rechts van mij de geheugenkaartjes vol  in al die camera’s en werden van exact dezelfde pose hónderden en hónderden  opnames gemaakt.

Het is dat je ’t niet hoort, maar het was dan ook niet meer dan een soort rochelend geboer  dat ie produceerde. Alsof hij zich hélemaal nergens druk om maakte.

Daar zal hij nog wel eens op terug moeten komen, want heel in de verte hoorde je de jonge, viriele concurrenten al enthousiast loeien. Hun tijd komt nog wel!

Om hier toch nog een indruk te geven van hoe het er uit ziet wanneer die elegante en indrukwekkende wezens een stuk dichterbij komen, toon ik hieronder een paar foto’s van enkele jaren geleden gemaakte opnames op exact dezelfde plek.

Dát was nog eens burlen!

Snif…

Ik zit momenteel sniffend en hoestend achter de PC. 

Ik weet eigenlijk wel zeker dat het slechts om een verkoudheid gaat maar voor de zekerheid zal ik maandag toch zo’n  wattenstaaf-test moeten ondergaan en me – tot aan de uitslag – in sociaal opzicht wat moeten beperken.

Al met al  wordt mij hierdoor wel  een gepland  uitwaai- en fotografeer-weekend op een van de eilanden volledig door de verstopte neus geboord. Snif..

Enfin, dat houden we dan te goed en als ‘lekkermakers’ diste ik uit mijn archieven maar wat sfeerfoto’s op die ik ooit maakte op en rond Schiermonnikoog en die ik hier dan ook maar even de revue laat passeren.






Fotohut Breebaart Polder ..

Sinds een paar maanden is er in de aan de Dollard gelegen Punt van Reide, speciaal voor vogelfotografen een prachtige hut aangelegd, vanwaar je op ooghoogte schitterende fotokansen krijgt op allerlei steltlopers en eenden. Het is enorm gewild en je moet er vroeg bij zijn om ‘m te reserveren, maar afgelopen zaterdag mocht ik er eindelijk met broer Jaap een dagje in doorbrengen.
Het weer was wat aan de wisselvallige kant, zodat het wat lastig belichten was maar het is een hele belevenis om daar stilletjes en ongezien te mogen genieten van die ranke én o zo schuwe waadvogeltjes. Hun typisch voedselzoekgedrag, dat altijd alerte oogje, de trillende geluidjes ( ja ik hoor nog wel wát) en het zomaar zonder verklaarbare oorzaak het luchtruim kiezen om even later weer voor ons in het water te landen. Wij kregen er geen genoeg van. Er waren gelukkig wel wat leuke soorten voor de hut aanwezig en ik laat het vandaag maar weer eens bij het showen van een kleine greep uit de opgenomen beelden, die onze indrukken feitelijk het beste weergeven.

Voor hen die graag willen weten hoe ze precies heten, heb ik de namen er even bij genoemd.

Watersnip

Kleine Plevier ( juveniel)
Kemphen
Kluut

Oeverloper

Bliksems!..

Na een lange vergadering , zit ik afgelopen donderdagavond laat, zo rond een uur of half twaalf nog met een glaasje rood samen met Janneke op ons terras te genieten van de nog zeer zwoele zomertemperatuur die deze zomernacht niet onder de twintig graden lijkt te zullen uitkomen.

Juist wanneer we besluiten om toch maar de klamme echtelijke sponde op te zoeken, zien we hoe de sky-line boven de stad voortdurend oplicht door een kennelijk in de verte langstrekkend onweer. Aanvankelijk neem ik het voor kennisgeving aan en maak aanstalten om ‘toch moar op ber te goan’, maar dan zien we hoe de weerlichtflitsen toenemen, hoe fel de hemel kortstondig wordt verlicht en hoe indrukwekkend dat er eigenlijk uitziet.

Bijzonder is ook dat het feitelijk helemaal windstil is en dat we ook geen enkel gerommel horen. 

In die immense stilte staan we ons te vergapen aan een enorm natuurspektakel dat zich geruisloos in een onheilspellende gedaante op grote afstand aan ons vertoont. Wij zien die enorme donderbui die zich in het verre elders absoluut in al zijn gramschap zal uitstorten, zich heel langzaam van zuidwest naar noordwest verplaatsen waarbij de zwoelheid, het uitblijven van wind en geluid en de felle bliksemontladingen voor een mysterieuze, dreigende sfeer zorgen die zowel ontzag als bewondering inboezemt.

Ik besluit om de camera op statief te zetten en ondanks het feit dat ik geen ervaring heb met fotograferen in een stikdonkere nacht probeer ik met behulp van allerlei instellingen die sluitersnelheden en belichting regelen, er toch maar een fotografische indruk van te maken.

Het bewust werken met een trage camera-sluiter, brengt met zich mee dat je bliksemsporen op de foto kunt zien én wat dan ook leuk is? Te weten dat er over een paar minuten de trein naar Groningen langs komt zoeven, zodat je – wanneer je op het juiste moment reageert – de lichten daarvan als een felgele slang tegen die stikdonkere omgeving kunt laten afbeelden. 

Uiteindelijk drijft de bui – nog steeds geluidloos – langzaam steeds verder noordwaarts, zodat hij langzaam uit ons zicht verdwijnt en ik dan toch maar naar binnen ga. Daarna nog snel even kijken of het wat geworden is met die opnamen en ondanks dat  mijn verwachtingen op dit punt niet erg hoog gespannen zijn , valt het me alleszins mee. Ze geven in elk geval goed de dynamiek en sfeer weer en dat was de bedoeling!

Dat er op dat moment inderdaad aan de waddenkust sprake is geweest van behoorlijk noodweer met bijbehorende schade, horen we de volgende dag via de regionale pers.

Hoeszwaalfkes..

Jammer genoeg hebben de Huiszwaluwen dit jaar geen serieuze  poging ondernomen om onder de overkapping van mijn woning hun kunstig klei-nestje te maken.  In het voorjaar heb ik daarom de camera op statief bij een ander huis in de buurt geplaats om de bekvecht-ruzies bij het bezetten van de nestplaatsen te kunnen filmen, maar mijn hoofddoel – later in juni- was om videopnamen te kunnen maken van het verzamelen van het bouwmateriaal in de vorm van natte klei in en rond de bijna opgedroogde plasjes op de laan achter het spoor.

Doordat de zon er in die dagen ook al langdurig op losbrandde moest ik er dagelijks een emmers slootwater bij gooien om de boel ‘klaimsig’ genoeg te houden. Maar de ranke vogels stelden het zeker op prijs en kwamen regelmatig langs om hun snebjes vol te stoppen met drabbig klei. ’s Morgens voor dag en dauw zat ik daarom soms al midden op de laan om beelden van invliegende zwaluwen te maken.  Ik zag wel dat zo’n silhouet van een zittende vent midden op het pad,  voor diverse joggers en honden-uitlaat-mensen reden gaf om de pas eerst wat in te houden, maar dichterbij gekomen werd ik als fotograaf herkend en vielen mij wel vriendelijke knikjes ten deel.

Om ook  mooie filmopnamen vanuit kikkerperspectief te kunnen maken heb ik later een kleine camera in de rand van de plas gezet.  Daarmee nam ik wel een behoorlijk risico want het was wel een aparte ervaring  om met de afstandsbediening in de aanslag op gepaste afstand in het gras naast de kurkdroge kleilaan te zitten om bij nadering van boeren met tractoren hen als een opspringende verkeersregelaar tijdig om het dure toestel te leiden. Ik zal al die opgetrokken wenkbrauwen en niet begrijpende ogen niet  gauw vergeten, maar ze tikten uiteindelijk gelukkig aan hun pet in plaats van aan het voorhoofd en manoeuvreerden er allemaal behoedzaam langs, waardoor  ik er een aantal mooie slowmotion-beelden aan over kon houden.

Kort geleden heb ik nog een enkel shot van een voerende oudervogel gemaakt én een opname van het moment dat twee vliegvlugge jongen de grote sprong naar buiten maken.

Enfin, ik heb al die opgenomen momenten uit het zwierende leven van deze prachtige luchtklievers voor jullie weer even in een anderhalf minuut durende mini-clip gemonteerd.

Veel kijkplezier!

Silhouetjes…

Met deze  eindeloos lijkende serie zonnige, warme dagen wordt ik keer op keer getrakteerd op panorama’s  vol fraaie zonsondergangen boven de verre dorpskom van Westeremden.

De verrassing zit hem niet zozeer in die ‘sundown’ op zich, maar meer in welke vorm en kleur die zich zal manifesteren. Dat verschilt per dag en is erg afhankelijk van het al of niet aanwezig zijn van wolkenpartijen én de mate van luchtvochtigheid.

Wanneer de luchtvochtigheidsgraad hoog is zakt de zon als een enorme zachtrode luchtballon achter de horizon en is deze relatief laag, dan verdwijnt ie als een gloeiende,  geelgouden bal achter de einder.

Graag mag ik in zo’n situatie tegen het vallen van de avond met de camera langs de slootberm scharrelen om te proberen een op een hoge halm rustend insect te vinden en die dan op de foto als een silhouet te laten afsteken tegen de dalende zon.  Gisteravond nam ik ook weer eens die gelegenheid te baat, doordat ik tijdig een kleine motvlinder op een kamille-bloem zag zitten en daar meteen een goede foto-kans in zag.

Dat is nog best een lastig karweitje want niet alleen mag het hoofdonderwerp niet wegvliegen, ook de zon moet goed in beeld komen en wanneer je deze met de macrostand opneemt, zie je ‘m letterlijk in je zoekerbeeld wegzakken en moet je bliksemsnel compositie, scherpte en instellingen bepalen.  Enfin, dat levert dan wél een heel fijn sfeerplaatje op.

Hieronder toon ik ook nog even twee voorbeelden van eerder gemaakte soortgelijke insecten-opnamen in drogere lucht, waarbij er hier geen sprake is van een bloedrode ondergang, maar waar  op het moment van het verdwijnen van de zon de vlinder of  libelle héél kort in één vlammende samenballing, scherp wordt afgetekend tegen de snel verdonkerende hemel.

Voor wie het wil zien….

Kieken kieken…

Wat is het fijn wanneer er allerlei mensen met je meedenken en zeker de landeigenaren, vriendelijke boeren, die dag in dag uit bezig zijn in het veld of rond hun erf  waarop zich zoveel natuurleven afspeelt  dat voor de gemiddelde burger onzichtbaar blijft !

Zo werd ik vlak voor onze vakantie getipt dat er bij een boerderij in Wirdum een nest jonge kerkuilen op uitvliegen stond en of ik daar nog fotografische belangstelling voor had.

Zéker wel, maar ja ik stond op het punt van vertrekken en de vliegrijpe uilskuikens zouden echt niet nog een dag of veertien op mijn terugkomst wachten zodat ik die kans helaas voorbij heb moeten laten gaan.

Wat was het dan een verrassing dat ik bij thuiskomst, tijdens een wandeling op het laantje werd aangesproken door buurman-boer Jur Huizinga.

Tijdens het combinen  was er een nest Bruine Kiekendieven op zijn graanakker ontdekt en men had daarvoor keurig een klein stukje tarwe laten staan, zodat het nest met de al vrij grote jongen gespaard konden blijven.

Of ik misschien…” Natuurlijk! Graag zelfs! “

Maar dat moet dan wel met beleid gebeuren , want te veel verstoring moet worden voorkomen.

Nadat ik me er van heb vergewist dat de oudervogels uit het zicht waren, ben ik behoedzaam maar de nestplaats gelopen om te kunnen vaststellen dat er twee al vrij grote jongen, waarvan de één al wel een maatje groter was dan de ander, én een dood kuiken in het nest aanwezig waren.

Jammer genoeg is het me ondanks verschillende ‘aanzitten’ niet gelukt de voedering door de oudervogels te kunnen vastleggen.  Ze waren opvallend langdurig afwezig en ik zag ze doorgaans alleen maar ergens in de lucht aan de horizon schommelen.

Om toch een intiem soort inkijkje in het nestleven te krijgen, heb ik als een soort ‘spy-cam’ heel voorzichtig een klein cameraatje ter grootte van een lucifersdoosje in de rand van de nestkom geplaatst om daarna weer snel de plaat te poetsen. Het blijft toch altijd een gok of daar iets van gaat lukken. Met name ook omdat de accu het na twee uren opgeeft en je geen idee hebt wat er wel of niet zal worden vastgelegd.

Wanneer ik de volgende dag de action-cam weer ophaal ben ik dan ook niet meteen ál te enthousiast want de talloze beelden die ik bij andere gelegenheden hier op deze manier mee opnam vertoonden vaak alleen maar loze lucht, gras, bladeren of een glimp van een silhouet van het vaag zichtbare hoofdonderwerp.

Maar surprise!  Soms zit het mee!

De camera heeft precies op het goede tijdstip zijn werk gedaan en toont ons in twee minuten een huiselijk portretje van een uiterst nieuwsgierig  Kiekendiefjong dat plotseling een vreemd grijs-glimmend dingetje in het nest ontdekt en dat dapper happend en snappend gaat onderzoeken. Ondertussen hangt  ook een van de oudervogels  kort boven het nest ,waardoor we meteen ook zien en horen hoe het jong piepend en vleugel-klapperend daar op reageert. Tot slot richt hij de aandacht weer volop op het cameraatje en mept deze uiteindelijk helemaal ondersteboven zodat de rest van de opgenomen beelden alleen maar meer uit close-ups van stro, gras en modderkluiten bestaat.

Maar deze beelden zijn binnen!

Ik heb besloten om ze meteen  ook verder maar met rust te laten en niet meer onnodige stress te veroorzaken, zodat ze verder ongestoord hun laatste dagen als roofvogelkuiken in en rond het graaneilandje kunnen doorbrengen om straks te kunnen uitvliegen om net als hun ouders in die typisch schommelende Kiekendief-vlucht  hun eindeloze rondjes ‘muizen en mollen-zoeken’ boven de  Groningse graan- en bietenakkers te kunnen maken.

Grüss Gott !

Zo!

Weer terug, van een dikke twee en halve week vakantie die we grotendeels in de Oostenrijkse bergwereld en later in Midden-Duitsland doorbrachten. Wel enigszins aangepast aan de virus-situatie waardoor we dit keer géén camping maar een Almhütte hadden geboekt.

Het was een voor onze begrippen vrij actieve kuitenbijt-vakantie, waarbij wij naast de benenwagen ook onze (niet aangedreven) fietsen weer flink hebben ingezet. Dat laatste was goed te doen omdat we hadden gekozen voor een gebied met redelijk vlakke fietsroutes, namelijk het Murtal bij Murau in Stiermarken.

Naast het boffen met overwegend mooi weer, viel ons ook het geluk ten deel om weer eens van prachtige bergpanorama’s  en de typische alpenflora en -fauna te mogen genieten. Het toetje werd gevormd door  op de route terug een paar dagen te blijven plakken in het Duitse Frankenland, in een prachtig fietsgebied in het Main- en Taubertal, geflankeerd door wijnhellingen en gestoffeerd door  van die dromerig romantische  ‘In de Soete Suikerbol’-dorpjes.

Enfin, dat leverde uiteraard weer méér dan genoeg foto-motieven op. 

Zoveel, dat ik dit keer volsta met het simpelweg tonen van een flink aantal gemaakte plaatjes, zo summier mogelijk aangevuld met een enkel aanvullend praatje, want het liefst laat ik de beelden spreken.    

Het stadje Murau

Een typische bewoner van naaldbossen die wij in ons land maar zelden zien komt hier veelvuldig voor…de Notenkraker.

Bij een van de vele watervallen was een paar Gote Gele Kwikstaarten actief bezig met het voeren van hun ergens verstopte jongen..

In een vijvertje ontdekte ik enkele exemplaren van een bij ons zeer zeldzame paddensoort, de Geelbuikvuurpad. Ik heb ééntje daarvan heel even in een met water gevulde glazen pot laten zwemmen om die prachtig getekende onderzijde te kunnen tonen.

De laatste dagen brachten we, als gezegd enkele uur rijden hogerop door in Ochsenfurt en haar schitterende omgeving…

Fijn om te mogen eindigen met die lieve standaardgroet die uiteraard in Oostenrijk veelvuldig, maar tot mijn verrassing ook in midden Duitsland soms nog werd gebezigd..

Spiegelbeeld ..

Spiegelbeeld vertel eens even , ben ik heus zo oud als jij?

Voor wie ‘m nog kent.. dat melancholische 60-er jaren liedje, waarmee tieneridool Willeke Alberti  destijds de nationale hitladders beklom…

Het waren niet zozeer nostalgische mijmeringen  die deze  tekst bij me naar boven deden drijven, maar de soms volmaakt  symmetrisch gevormde  beelden die mij deze week letterlijk werden voorgespiegeld.

Bij het zitten in een Drentse  fotohut aan de rand van een kunstmatig aangelegde bosvijver kwamen talloze zangvogels een drankje  nemen of begaven zich uitgebreid in bad, waardoor ze mij de mogelijkheid boden om hen samen met hun in het water gereflecteerde kleuren en vormen vaak dubbelzijdig te portretteren.

U ziet achtereenvolgens de weerkaatsende contouren van de vink, koolmees, goudvink, roodborst, zanglijster, heggenmus en appelvink.

En o ja, bij wijze van bonus begaf zich aan het eind van de dag óók nog even een jonge bunzing – als een onzekere Narcissus – naar de waterkant, maar zijn zelfbeeld viel hem kennelijk erg tegen, want hij gaf me precies één seconde voordat hij hoofdschuddend het toneel verliet..

Maar dat was nét genoeg!   

   

Murmel-de-murmel…

Het heeft nogal lang geduurd voordat ik het heb moeten toegeven..

Ik ben de laatste jaren wat dovig geworden.  Mijn beide flappers, hoewel groot van omvang, geven het omgevingsgeluid niet meer zo goed door als ik graag zou willen. Tot grote hilariteit van mijn gezinsleden kwam ik daar ooit achter op een verjaarspartijtje, waarbij opa zich hardop afvroeg waarom de zojuist  als presentje gegeven brandweerauto –  waarmee mijn kleinzoon op dat moment ingespannen bezig was om een denkbeeldige brand te blussen –  door de fabrikant  nou niet van zo’n  fijne ‘tuut-a-tuut-a’ was voorzien.  Tjonge, je had dat homerisch gelach moeten horen nadat  ik er fijntjes op werd geattendeerd dat die sirene er wel degelijk op zat en voor alle  andere aanwezigen kennelijk ook hoorbaar werkend.

In de afgelopen week werd ik weer eens met mijn neus op de feiten van deze beperking gewezen.

Ik heb namelijk een voornemen dat ik al een tijdje had, eindelijk ten uitvoer gebracht door in mijn vijver een zogenaamde ‘kabbelstronk’ aan te brengen.  Ik wilde altijd al graag wat beweging in het water en daarnaast ook een wat betere badderplek voor de tuinvogels. Er werd dus door mij een vijverpompje met ‘bird-bath’ geïnstalleerd.

Nou houd ik persoonlijk niet zo van dat monotoon vijverpomp-geplons en bovendien moest het geheel naar mijn idee de indruk geven van zo’n verrassend intiem kabbel-plekje dat je soms zomaar aan de waterkant aantreft.  Ik heb daarvoor een oude verweerde tak uitgehold, mos en plantjes er omheen gedrapeerd , het pompje er op aangesloten en met een schaal en stenen daarnaast een vogelbadje gemaakt, zoals ik me dat ongeveer had voorgesteld.

Enfin, na diverse misluksels, haper-dingen en herprobeersels (de lezer kent mij), was het dan eindelijk zover. Qua uitstraling, functionaliteit en geluidsproductie was alles naar mijn wens en ik nam na de installatie vergenoegd plaats op het op enkele meters van de vijver verwijderde vlonder-terras teneinde me in mijn verbeelding  te kunnen laven aan de liefelijke klanken van een idyllisch murmelend bosbeekje

“ Is dat  ding oet?” ‘Ik heur niks..” Joa, hai dut ’t wel, ‘t woater lopt ja ! ”  Nee hè..!! 

Dat zei ik allemaal luidkeels en vertwijfeld tegen mijzelf, want ik zie het water stromen maar hoor er geen barst van, waarna  ik  door mijn geliefde er vriendelijk smalend op werd gewezen dat het klatergeluidje er toch écht heel mooi doorkomt op het terras.

Nou ja, als het héél , héél stil is en ik mijn oren spits, lijkt het alsof ik  misschien toch ook wel iets in die richting meen te horen, maar om écht van het fijne gemurmel te kunnen genieten ben ik genoodzaakt om zo’n beetje óp de  vijverrand plaats te nemen.

Ach..wat zou het!

Ik ben er zeer tevreden mee en mét mij ook enkele tuin- en vijverbewoners die zich tijdens de afgelopen warme dagen al heel snel kwamen melden aan dat heerlijk frisse kabbelstroompje.

Met plezier laat ik – middels een twee- minuten-video –  ook jullie even meegenieten van de aanblik daarvan en gelukkig hebben we allemaal ergens zo’n schuifje bij het beeldscherm zodat ook het geluid naar eigen behoeven is in te regelen.   

Gelieve daarvoor niet bij mij aan te kloppen!

Slijmerds! …

Gistermiddag miezerde het zo’n beetje aan één stuk door en wanneer ik aan het eind van de dag tijdens een kortdurend intermezzo waarin de bewolking heel even breekt, de druipnatte tuin inloop zie ik wat men met de uitdrukking  ‘het is slakkenweer’ bedoelt.  Overal kruipen ze rond.  Als half afgekloofde dropstaven liggen de naaktlakken zich rond  te wentelen in het neergeplensde hemelvocht waarvan ze, om te kunnen overleven en voortplanten,  grotendeels afhankelijk zijn en hoewel ik de slak eigenlijk een erg interessante beestje vind , kan hun aanblik me maar zelden bekoren.

Dat zal de meesten wel zo vergaan, maar een uitzondering hierop vormt voor mij wél de Huisjesslak (Cepaea nemoralis).

In het natte, nadruppelende bloem- en struikgewas ontdek ik vrij snel een paar kleine, actieve exemplaren dat naar hun aard de tijd neemt  om ‘easy-going’ hun slijmerige sporen te trekken.

Het zijn bij nadere beschouwing toch best heel mooi en intrigerende wezentjes met hun doorschijnende lichaam, het fraai gekleurde huisje en de ‘ogen op steeltjes’, waarmee het overigens niet echt kan zien , maar waarschijnlijk alleen maar licht en donker waarneemt.

Door het ontbreken van wind en hun natuurlijke, als onverschillig aandoende, traagheid is er nauwelijks risico van bewegingsonscherpte en kan ik rustig op hem of haar scherpstellen.

‘Hem of haar’ omdat ze nu eenmaal tweeslachtig ( hemafrodiet) zijn en dat betekent dat elke slak een ander van dezelfde soort kan bevruchten, omdat ieder van hen zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen bezit.

Ikzelf kan ze met de beste wil van de wereld niet ontdekken, ik begrijp het allemaal niet maar het zál ongetwijfeld. Ik begrijp zovéél niet.

Van mij mogen ze hun intieme dingetjes op hun geheel eigen wijze verrichten, zich ongeslachtelijk voorplanten en tegoed doen aan het plantmateriaal,  zolang ze mijn Hosta’s maar een beetje met rust laten.

Overigens, ik heb ooit een filmpje gezien van twee van zulke parende, van natuurlijk glijmiddel gebruikmakende slijmerds en geloof me, van dit type geslachtsverkeer zal ik nooit, maar dan ook nooit één opname laten zien want dáár wil je écht niet een poos naar kijken. Interessant of niet, er zíjn grenzen …Bah!

En ….héél, héél, héél langdradig allemaal!

Mei-zoentjes…

Al eens eerder maakte ik op deze plek gewag van het feit dat ik over een vrij groot gazon beschik, dat eigenlijk die naam niet waardig is. Het schijnt nog niet eens zo heel vele jaren geleden door een hovenier te zijn aangelegd en of het aan het diens gebrek aan vakmanschap heeft gelegen of aan de belabberde verzorging nadien van de voormalig eigenaar, ik weet het niet maar het is meer een soort wild weitje geworden, waarin woekerend mos alsmaar meer de overhand krijgt en talloze bloemetjessoorten er na ieder maaibeurt weer een bonte lappendeken van weten te maken. Eigenlijk vind ik dat helemaal niet erg.  Tuurlijk, het zou allemaal eens grondig gerenoveerd moeten worden, geverticuteerd of opnieuw ingezaaid. 

Máár dit heeft toch ook wel wat hoor…

Ik tel in de gauwigheid toch gauw een tiental verschillende bloemsoorten, waaronder 3 klaversoorten, havikskruid, hondsdraf, drie-kleurig viooltje, boterbloem, weegbree en heel, héél veel madelief!

Gistermorgen was het weer zover, er moest gemaaid worden en dan heb ik, bij het aanschouwen van dat fleurig tuintapijt  toch altijd even dat gevoel van ….jammer zeg!  Het is dat ik aan de ene kant een nette, onderhouden aanblik rondom huis en haard wel op prijs stel ( ‘ik wil gain proat hebben’), maar anderzijds; wat geurt, kleurt en gonst het toch prachtig in mijn bloemenweide.

Talloze honingbijtjes en pyamawespen patrouilleren zoemend over de volop bloeiende ‘botterbloumkes’,  en tussen de madeliefstengels wemelt het van klein leven.

En dan sta ik daar,  zomaar met het startkoord van de machine al in de aanslag, om dreunend en stampend, in ruim één uur korte metten van ongeveer anderhalf centimeter maaihoogte te maken met alles wat daar groeit en bloeit.

Weet je wat, ’t is zaterdag.

Ik heb alle tijd en haal eerst de foto-tas te voorschijn om even later op de knieën te breken en met mijn neus laag bij de grond nog éven fotografisch te genieten van al dat moois dat ik zo meteen wreed met flitsende messen ga kortwieken.

Nou ja..die bijen maken wel dat ze wegkomen en ik weet dat wanneer ik vandaag heb gemaaid, mórgen al weer de eerste madelieven dapper de witte kopjes zullen opsteken, want als er één soort vastberadenheid en veerkracht toont dan is het zeker de ‘Bellis perenis’, ook wel mei-zoentje genaamd.

En van mij mógen ze hoor! Oók in mijn ‘gazon’ !

Van regen en een haan….

Hè, hè…de zo gewenste regen is eindelijk weer gevallen, zelfs aardig wat millimeters zag ik en dat biedt zeker enig soelaas voor de dorstende akkers en landerijen.

Maar om eerlijk te zijn krijg ik niet gauw genoeg van blauwe luchten en heerlijk zomers aandoende temperaturen en kijk ik alweer reikhalzend uit naar nieuwe zonovergoten dagen.

Toch is het altijd weer fijn om te zien hoe de natuur herademt en opfrist en wanneer ik tijdens een wandeling wordt overvallen door een mals juni-buitje bedenk ik me hoe dynamisch, uitgebalanceerd, onvoorspelbaar én onvoorstelbaar ingewikkeld  al die meteorologische processen die zich daar boven onze hoofden afspelen eigenlijk in elkaar zitten. De één ziet het als een product van een groot chemisch toeval, waar wij dan – éven toevallig – zelf ook deel van uitmaken. Ik persoonlijk beschouw het als één groot scheppingswonder, waarin de mens een verantwoordelijke plek heeft gekregen. Hoe dan ook, levend vanuit een atheïstische, agnostische óf creationistische opvatting,  wie zich écht verdiept in de materie van lucht, wind en water en hoe dat in een uiterst gecompliceerd en delicaat proces het totale leven op aarde beïnvloedt, staat zich al gauw met open mond van verbazing te vergapen aan en te verbazen over dat raadselachtige ‘perpetuum mobile’ dat wij simpelweg ‘het weer’ noemen. 

Wie zijn wij dan wel, als mens?

Dat was ook God’s uitdagende en imposante wedervraag op Job die  Hem ter verantwoording durfde roepen… 

 (uit :  Job 38)

Heeft de regen een vader?

Wie verwekt de dauwdruppels?

Wie is de moeder van het ijs?

Wie brengt de rijp voort die uit de hemel valt?

Hoe komt het dat het water hard wordt als steen

en de zee een ijsvlakte wordt?

Kun jij de Plejaden intomen

of de ketting rond de Orion verbreken?

Kun jij de Regensterren op tijd laten opkomen

en de Grote en Kleine Beer temmen?

Ken jij de wetten van het heelal

en bepaal jij hun werking op aarde?

Kun jij bevelen roepen naar de wolken,

zodat een watervloed zich over je uitstort?

Kun jij de bliksem op weg sturen,

is hij aan jou gehoorzaam?

Wie geeft de ibis in wanneer de Nijl gaat stijgen

en wie laat de haan weten wanneer de regen komt?

Enfin, tijdens deze momenten van innerlijke reflectie en bezinning, wordt mijn oog getrokken door een roestrode vlek vlak naast me op het groene aardappelland en in een flits maakt de meditatieve geest een draai van 180 graden en verspringt  mijn aandacht naar één en al concentratie op een ander soort haan die samen met zijn hennetje zich tussen het lover ophoudt en die niet van plan is om zich heel veel van me te gaan aantrekken.

Dat komt mooi uit en in één soepele beweging haal ik behoedzaam als in een vertraagde cowboyfilm de camera uit mijn spreekwoordelijke holster, doe een paar stappen in hun richting en leg zorgvuldig mikkend op ze aan.

Ze zijn wel wat wandelaars gewend hier, worden er niet heet of koud van en terwijl het eerste hemelwater langzaam maar gestaag op de smachtende aarde valt, maak ik van hen allebei een soort staatsieportret..

Omdat ie zich kennelijk toch niet helemáál op zijn gemak voelt,  verplaatst meneer zich uiteindelijk  – zonder dat hij me ook maar een moment uit het oog verliest – met de doelgerichte maar ingetogen tred van een generaal die ’t zekere voor het onzekere verkiest maar ook zijn waardigheid onder geen beding wil verliezen,  naar een op wat meer afstand gelegen en voor hem acceptabel veilige plek.

Daar richt ie zich dan nog eens even goed hoog op zijn fazantentenen om zich vervolgens onder de aanhef van een schor  ‘kók-ekók-ekók   een paar tellen op zijn goudveren borst te roffelen.

Zou hij inmiddels weten of er nog méér regen komt? 

Koolmezendrukte…

Een paar mezenkastjes in de tuin staat vrijwel altijd garant voor één of meer broedsuccessen en levert altijd weer zo’n aardig kijkspel op.

Ik plaats ze graag met het zicht er op vanuit de huiskamer en in dit geval van een voederend koolmezenpaar, heb ik óók maar weer eens de camera enkele dagen gericht gehouden op de driftig aan- en afvliegende ouders.  Ik heb – om hen wat tegemoet te komen-  zelfs speciaal een bakje met meelwormen in de buurt van het nestje geplaatst.  Eigenlijk was het óók mijn bedoeling om het uitvliegen van de doorgaans langdurig voor het vlieggat zittende jongen te filmen, maar om eerlijk te zijn mislukte  juist dat laatste gedeelte grotendeels.  Want terwijl ik nog bezig ben om de camera in te stellen en het statief te plaatsen,  zie ik opeens hoe  het één na het andere jong de kop uit het gat steekt en vrijwel zonder aarzeling –  als in een soort vierling-spoedbevalling –  het kastje uittuimelt en het luchtruim kiest. Alleen de allerlaatste bleef me nog éven de tijd gunnen om alles klaar te zetten maar toen was ook die rap verdwenen. 

Best vreemd, want normaal gesproken kan  zo’n uitvliegproces uren duren, waarbij de oudervogels de jongen zelfs met lekkere hapjes uit hun comfort-zone moeten lokken, maar deze kwamen wel érg spontaan uit de kast zal ik maar zeggen.

O ja, u ziet in dit filmpje hoe Pa en Ma, na het overbrengen van voedsel, het poep-luiertje van de jongen weer keurig mee naar buiten nemen. Over hoe het er binnen in zo’n nestkast aan toe gaat en het hoe en waarom van dat pamper-fenomeen schreef ik al eens eerder in een eerder blog, dat is terug te zien via :  https://krijndijkema.nl/2015/06/02/koolmezen-poep-pakketje/

Hoera ! Regen ….

 

Eindelijk valt er vandaag weer eens wat regen en normaal gesproken springt mijn hart daar niet zo van op, maar wat heeft de natuur en de akkerbouw dat water nu broodnodig.
Hoewel het bij lange na niet genoeg is om de echte droogte op te lossen, brengt dit centimetertje hemelwater meteen een uiterst verfrissende sfeer met zich mee.
Omdat het rond het middaguur opdroogt, het kwik nog boven de 20 graden schommelt en de wind wat is gaan liggen wordt het opeens heerlijk zoel.

De snipperdag is vandaag dan mooi meegenomen en geeft me de gelegenheid om weer eens rustig met de camera rond te struinen in de uitbundige groene weelde op en rond het Storkster Pad waar de meidoorns zwaar staan te geuren in hun witte, maar langzaam naar crême-geel verglijdende,  bruidstooi.

 

laan2

 

Dat zijn die typische momenten waarop de vroege zomer ons zomaar een verrassende, melancholische vleug meegeeft alsof je iets te overdadig geparfumeerde grootmoeder ongemerkt, maar  vriendelijk als altijd,  éven door je haar heeft gestreken..

Het fluitenkruid heeft zijn hoogtijdagen al gehad, maar gooit er nog genoeg flirterig kantwerk tegen aan om de blikken naar zich toe te trekken.

 

laan3

 

Kneuzen zingen, putters kwetteren..

De Zwartkop verkondigt welluidend, maar doordringend vanuit het diepe struweel dat er maar ééntje hier de baas is en vanuit de heldere, brede boerensloten voegen kikvorsen hun baspartijtjes toe aan het middagconcert . Het klinkt allemaal wat weifelend en af en toe stokken ze zelfs even, alsof ze zich op de moeilijkheidsgraad van de partituur hebben verkeken.

Boven mijn hoofd wordt getwitterd. Huiszwaluwen !
Ook zó blij met die malse regenbuitjes…
Hoog  in de lucht draaien en zwenken ze hun onnavolgbare loopings en nemen dan hun gezamenlijke duikvluchten naar de harde grond, waarop zich – eindelijk maar toch – wat poeltjes hebben gevormd, waardoor ze nu zacht geworden klei in hun snebjes kunnen scheppen. Dat onmisbare bouwmateriaal voor hun komvormige woningen.

Tot mijn vreugde ontdek ik een soort voorkeursplasje, waarbij ze steeds weer terugkeren om klei te halen en dan zie ik mijn kans schoon! Op een afstandje maak ik me klein en ga met de camera in de aanslag op mijn bips zitten wachten tot ze terug komen. Het is weer eens een gek gezicht, zo’n vent die wijdbeens en voorovergebogen naast het fietspad is neergestreken en iets doet met een foto-toestel.
Men groet beleefd , maar de wenkbrauwen zijn zonder uitzondering hoog opgetrokken.
Ik heb geen tijd om een zeiltje te halen, mijn zitvlak raakt nat en mijn broek vies en doorweekt.

Maar.. het lukt!
De zwaalfkes komen weer in formatie aanzeilen, storten zich volkomen onbevreesd op de voor hen zo aantrekkelijke bouwspecie en bieden mij de kans om de Panasonic weer eens te laten ratelen met dit soort resultaat…

 

 

zw8

 

zw6

 

zw7

 

Daar ben ik dan weer erg blij mee!

 

‘Dandélion’ nog er es aan toe… !

 

Dit zijn de weken van het ‘geel’ !

We zien nu overal het koolzaad en de boterbloemen in hun helgele outfit, maar praktisch alle bermen en weilanden zijn nu vooral kleurrijk ‘Monet’- gestippeld door onze Paardenbloem.

 

druppaardf

 

Tja…
’ T is misschien geen bijzonderheid. Eentje die we meestal al snel onnadenkend als lastig onkruid wegschoffelen, maar wat is het op de keper beschouwd toch een interessante beauty. Van oudsher gebruikt als middeltje tegen van alles en nog wat, maar vooral als urine-afdrijvend geneesmiddel.
Wist je dat we er tot in de 60-er jaren geen formele Nederlandse naam voor hadden?
In het noorden bekend als hondenbloem (Groningen), werd hij in het zuiden uitgemaakt voor pissebloem en in Vlaanderen sprak men van bedde-zeekers. Ja toe maar !
Of kwam dat gewoon door de Franse benaming; ‘pissenlit’ ?
Nee dan liever de Engelsen. Die maken er het meer welluidende ‘Dandelion’ van.
Hoewel, dat klinkt misschien ook wel weer als een soort krakende vloek.
In elk geval, kozen de geleerde heren botanici hier uiteindelijk dan maar voor de wat simpele en lomp aandoende benaming van Paardenbloem.

Miskend talent!

Vandaag daarom even alle eer en aandacht voor de Paardenbloem. Zo gewoon, dat zijn opvallende groei- en verspreidingswijze onze aandacht maar zelden trekt.
Ik heb me er vorige week toch maar eens even heerlijk op geconcentreerd en door middel van allerlei camera-trucks en – filmtechniekjes geprobeerd om in twee minuten u te laten zien hoe wonderlijk mooi en knap zo’n geel bloeiertje in elkaar zit en zich in een paar uren transformeert tot de elfen-achtige verschijning van zo’n pluizenbol vol minuscule zaad-parachuutjes.

Enfin… bekiek ’t moar even !

 

 

Zoiets…

 

Gisteravond zag ik talloze fraaie nevelslierten als ‘witte wieven’ boven de sloten en bermen gedrapeerd en ik had mij daarbij voorgenomen om vanochtend rond kwart over vijf op te staan en om half zes het veld in te gaan om van die heerlijke vroege-morgen-sfeerbeelden te schieten.
Dat blijft vaak genoeg bij schone plannen, omdat – wanneer het me lukt om de ogen open te doen en éven te houden, de kracht van Morpheus ’s armen vaak zoveel sterker blijkt, zodat ik me lodderig en schaamteloos weer terug laat zinken in dromenland.
Terwijl het échte droomland dan juist in alle schoonheid ontwaakt en zich in de mooiste vormen aan ons toont. Maar ja..
Vanochtend echter wist ik me aan de verleiding van de zoete slaap te ontworstelen en stapte ik vrij monter uit de bedstee. Door een raamkier had ik al wel gezien dat het er wat glazig uitzag buiten, maar ik dacht de eerste mist wel snel zou optrekken en dus stapte ik even later ongewassen en ongeschoren de velden binnen.

Voor diegene die vollediger details wil…, ja, ik had me wél aangekleed!

Maar ach… het zat potdicht en het bleef potdicht. Er viel simpelweg niks van te maken…

Wat had ik u graag de gouden zon getoond die gloedvol opkomt boven de diepzwarte contouren van een van onze fraaie Middeleeuwse kerkjes, maar ja helaas….

Nou ja, zoiets dus…

 

och2

 

Of wat dacht je van die okergele, wazige dampen boven het Damsterdiep waar een paar meerkoeten zich in roerloos water liggen te weerspiegelen, ik had het u met veel voldoening laten zien..

Zoiets..

 

Damsterdiep, Mei 08

 

Ik had me er zo op verkneukeld je de fijn beparelde details te kunnen tonen van de details van de door ochtenddauw bedruppelde langpootmuggen die dan zo fraai afsteken tegen de pas opgekomen ochtendzon, maar ja..jammer ….

Dat had dan zoiets moeten worden..

 

Langpootmug, Mei 08

 

 

De verdroomde beelden van nog rustend, herkauwend vee of een eenzame pony die in de wakker wordende mystieke, totaal verglaasde wereld staat te wachten op de dingen die gaan komen, maar ja… het spijt me…

 

och3

 

 

och4

 

Het ging niet! Niks te zien…

Dus sjok ik om kwart voor zes weer huiswaarts, ontdoe me daar van kleding en laarzen en stap even later, om haar niet wakker te maken, behoedzaam in het nog warm gebleven voor mij bedoelde gedeelte van de echtelijke sponde.

Maar ze merkt het altijd;

“t was weer niks zeker?”

“Ja, zoiets…!”

 

 

Beflijster ..

Hoewel ik dat beroepshalve eigenlijk al veel deed, ben ik nu door alle bijzondere omstandigheden genoodzaakt om volledig thuis te werken en dit heeft, naast de opgelegde beperkingen toch ook zijn voordelen!
Zaten we gisterochtend namelijk even uitgebreid in de kamer een bakkie te doen, ontwaart mijn altijd naar buiten zwalkende blik in een flits een bijzondere, donker gekleurde vogel, pal onder het raam op het pas gemaaide gazon.

“ Verhip !..een béflijster ” roep ik tegen mijn geliefde en verslik me in de koffie.

“ Stil zitten blieven’ sis ik haar toe, loop met grote ooievaars-stappen naar mijn camera-tas en gris daar in een grote zwaai mijn toestel mét nog aangekoppelde telelens uit.
Gelukkig verstart m’n door mijn gedrag ‘gepokt en gemazelde’ vrouw  gehoorzaam in de ‘freeze’ stand en blijft deze zeldzame doortrekker nog even druk in de weer met het zoeken naar emelten, zodat ik ‘m door het driedubbel-dikke thermopane heen er best nog even goed op kan zetten.

 

Beflijtser1c

 

Nét op tijd, want hij ( of zij, want er is qua uiterlijk nauwelijks verschil tussen de sexen) wordt de minuten daaropvolgend, fanatiek achterna gezeten door een mannetjes-merel die er een concurrent in verondersteld en poetst uiteindelijk de plaat.

De beflijster (Turdus Torquatus) is een schaarse doortrekker uit het noorden, die sterk op een merel lijkt, maar met een grote witte borstband. Opvallend zijn ook de halvemaan-vormige aftekening van de buikveren.

Wie weet heb jij ‘m ook wel eens gezien en voor ’n albino-merel gehouden.
Een leuk wéétje dus, voor ook zo’n eventuele verrassings-ontmoeting want ze zijn juist in deze weken met veel geluk in onze buurt aan te treffen!