Rijp in de ochtend…

Eindelijk beleefden we weer eens heldere, pittige nachtvorst waarbij het kwik bijna de – 5 graden aantikte waardoor de landerijen, grassen en struiken van een fris-witte baard waren voorzien.

Omdat de zonsopgang fraai beloofde te worden, was ik er dan ook als de kippen bij om deze steeds zeldzamer worden wintermomenten  fotografisch uit te buiten.

Heerlijk toeven is het dan op het Storksterpad waar de bermen vol staan van kunstwerkjes in de vorm van in de zon flonkerende bloemschermen en zwaar aangesuikerde braambladeren.

In druilerige omstandigheden zijn het verlepte en vaak onooglijke plantendelen die nu stuk voor stuk met recht ‘pronkjewailtjes’ mogen worden genoemd.

Details te kust en te keur…

Maar waar ik óók op gespitst ben? Op een groepje reeën dat zich al een paar weken ophoudt in de nabijheid van de bosjes aan de zijkant van de in verval geraakte boerenplaats.  Soms laten ze zich prima zien , een andere keer lijken ze weer van de aardbodem te zijn verdwenen.

Het is een soort gewoonte geworden om als ik daar ben, altijd even speurend rond te zien en ook deze ochtend loop ik met een  ‘je weet maar nooit’ gevoel even die kant op.

En..yes!

Dichtbij staat een groepje reegeiten onder toezicht van een bok, die ergens in de strijd één van zijn geweitakken is kwijt geraakt, mij wantrouwig in zich op te nemen.

In gebukte houding loop ik langzaam wat nader en uiteindelijk lukt het me om deze schitterende ranke wezens in de omlijsting van een prachtig berijpt landschap vast te leggen.

Enfin, deze buit is weer binnen en uiteindelijk wil ik ook zelf wel weer die kant op want verkleumd raak je d’r wel van!

Dagsneeuw ..

Dágsneeuw !

Zo werd het – terecht- aangekondigd door de weermannen en – vrouwen; enkele centimeters sneeuw voor één dag en dan moest je er nog vlug bij zijn ook want tegen de tijd dat de slee van zolder is gehaald, zou het ook al weer rap zijn weggesmolten.

Groots werd het aangekondigd in de media.

Tja..zo erg is ‘t al gesteld met het klimaat in ons landje aan de zee, waarin het nieuws over de komst van zo’n  tijdelijk pakje heel even dat andere, meer zorgelijke item naar de achtergrond lijkt te verdringen.

En eerlijk is eerlijk; ik keek er toch ook wel naar uit, want het is zeker al wel weer een jaartje of twee geleden dat het er hier in Grunnegerlaand sprookjesachtig wit uitzag.

Gisteravond was het dan zover en bij het schijnsel van een speciaal hiertoe tijdelijk geplaatste buitenlamp zagen we de eerste vlokken vallen.

Het bracht ons er toe om toen het tegen elven opdroogde, nog even een blokje om te doen en een frisse winterneus  te halen in het nog sfeervol verlichte centrum van ons dorp.

Gelukkig bleek bij het openschuiven der  gordijnen dat het nog een half graadje onder nul was en er zelfs wat sneeuw was bij gevallen.

Met de absolute wetenschap dat het héél binnenkort ook weer zou wegsmelten, krijg ik dan iets koortsachtigs over me en móet dan even naar buiten, de witte wereld in.

Enfin..je knipt dan met verkleumde vingers hier en daar een plaatje en knoerpt wat door de al aanklonterende sneeuw  en hoewel ik anders op zo’n moment me prima even op een snijdend koude Russische taiga-steppe kan wanen of fantaseer over een barre voettocht door een sterk verwinterd Alaska,  lukt me dat vandaag wat minder goed.

Is het de mineur van de aanstormende dooi? Het besef van de tijdelijkheid van alle dingen?

Ik weet het niet.

Eenmaal bij de kachel, schiet ik – vlak voor de online-kerkdienst begint – , door het drielaags-thermopane van het kamerraam dan toch nog een  plaatje van een  koolmees die precies op die fijn bepoeierde wilgentak wil zitten en daar word ik dan toch ook wel weer een beetje warm van..

’s Middags maken we nog een paar flinke wandelkilometers in een landschap dat alweer groenachtig wit of witachtig groen is geworden. De blinkend witte, rulle wade lost grotendeels langzaam op in een slijmerige grijsgrauwe drab, maar op het bouwland tegenover   boerderij ‘de Wierde’ ligt nog wel een aardige wit laken, maar ook  die zal weldra worden opgevouwen.

En nu maar hopen dat Koning Winter ons in deze periode nog weer eens op de schaats brengt.

Voorlopig is ’t doan’….  

Dág sneeuw! 

Als een kind…

Het jaar 2020…eentje om maar gauw weer te vergeten, hoorde ik iemand zeggen.

Tja, als dát zou kunnen, gewoon vergéten. Uit je hoofd wissen die 365 dagen vol pandemie-gerelateerde ‘downs’ en in dat opzicht weinig ‘ups’. Wég met de herinneringen aan de pijnlijke momenten van persoonlijke zorg, diep verdriet, leegte, gemis van geliefden.

Even je hoofd leeg maken, drie maal schudden..de blik op oneindig en vérder maar weer over de drempel van het nieuwe jaar. Als dát zou kunnen.

Maar dat gáát niet en moet ook niet.

Memoreren, gedenken, stilstaan, herbeleven….ze zijn allemaal nodig in het verwerkingsproces van een mens om verder te kunnen in het leven. Soms kan het gemoed er weer even van volschieten, welt er een traan op, schrijnt het zo.  Proef je het bitterzoete mengsel van de smaak van gemis en dankbaarheid tegelijk. Herinnering aan het wanhopig naar houvast zoeken op de  ‘rollercoaster’ tussen hoop en vrees’, tussen gelovend bidden en vertwijfeld vertrouwen.

Maar het leven is dit jaar óók dankbaar terugzien. Vieren zelfs!  Omdat er hoop is!

Omdat er zoveel is dat blijft. Dat groeit. Dat mooier, béter wordt dan dat het ooit was..

Omdat het leven voor ons allemaal een belangrijk doel kent namelijk ‘lief hebben en geliefd worden.’

Omdat het geluk óók te vinden is in de kleinste dingen in ons bestaan.

Gistermiddag tuimelden dit soort emotie-gedachten door mij heen toen ik samen met mijn allerjongste kleinzoon de hand legde aan een belangrijk grond- en waterbouwkundig project dat met behulp van graafattributen en zeefmolens vorm kreeg midden in een enorme regenwaterplas op de laan naast het fietspad vlak bij ons huis.

Kijkend naar een kind…

Dat volledig op gaat in het ‘zinloos’ dragen van water naar zee.

Doorweekt, bespét..en met snottebelletjes die als lamspoten traag uit zijn neusje zijn komen sluipen..

Met vuurrode konen en ijskoude knuistjes, die  – alsmaar scheppend –  van geen ophouden willen weten, waadt hij onbevangen door het grijze water op zijn soppende laarsjes.

Geen tél denkend aan het risico op struikelen,  een vloedgolf, pijn, schrik en daarop volgende tranen. 

Niet bewust van uur en tijd. Van dag of jaar. Van zorg of moeite…

Alleen het vertrouwde besef van mijn aanwezigheid.  

Dat er Iemand bij ‘m is, die ‘m straks wel weer zal troosten en mee terug zal nemen..

Drágen het liefst..

Over de drempel van een veilig huis..

naar een droge broek, een warme oliebol, een bekertje sap…

Laat mij niet mijn lot beslissen: zo ik mocht, ik durfde niet.

Want hoe zou ik mij vergissen, als U mij de keuze liet!

Wil mij als een kind behandelen, dat alleen de weg niet vindt

Neem mijn hand maar in Uw handen en geleid mij als een kind.

Dág Annelin…

Hoewel dit blog daar in oorsprong niet voor is bedoeld gebruik ik ‘m  toch maar als uitlaatklep voor ons intens verdriet om het verlies van ons pasgeboren kleindochtertje…

Annelin!

Slechts tien dagen mocht jij leven, in een kleine IC-kamer aan slangetjes, kabels en monitoren.

Tien dagen tussen hoop en vrees…

Toen – onder de ogen van je papa en mama –  gleed je weg…

Zij schreven vandaag dit gedichtje…

Dág piepklein , prachtig meiske… dág Annelin !

Ik vind verder voor nu geen nieuwe woorden, een eerder gemaakt vers vertolkt het beste mijn gevoelens…

Koud kunstje..

Bijna is ’t zover en start de Decembermaand en zoals altijd rond deze periode kijk ik weer hoopvol uit of er in de weerberichten al iets gloort van winterse perikelen in de vorm van sneeuw- of ijspret.

Nou , nee dus in de verste verte niet!

Net als op enkele andere gebieden, ben ik op dat punt best een beetje prettig gestoord geloof ik. Want ik heb dat hier al eerder vermeld; ik ben een van de grootste koukleumen die er zijn.

Van huis uit behept met een slecht doorstromend vaatstelsel, lopen zowel ’s winters áls ’s zomers mijn bovenste ledematen uit in een stel als ijspriemen aanvoelende vingers waardoor ik mij vaak al vóór de hartverwarmend bedoelde handdruk hiervoor verontschuldig… “Sorry hoor, ‘k heb koude handen”.

Wanneer ik na een wandelingetje in de frisse buitenlucht weer binnenshuis kom, krimpt mijn vrouw voorbarig huiverend in elkaar, omdat ze alleen maar dénkt dat ik even liefkozend de verkilde vingers langs haar haar lieftallige nek wil laten glijden. Hoe komt ze er op!  “ Nééhééé….nait doun!!!”

En ik loop alleen maar achter haar langs!

Van het graag en vaak een ‘wollen plaidje’ over me heen trekken, tot het doen van milieu-onvriendelijke concessies door het gebruik van een (éénpersoons) elektrische deken..

Van het ‘Standaard Standje Sambal’  van de verwarming in de auto tot de innige verstrengeling met de langzaam opwarmende kachelpijp (‘binnenshuis’ dát wel);  het zijn allemaal voorbeelden van de gedragseffecten van een lastig familiekwaaltje dat door een slechte doorbloeding van de uitsteeksels  wordt veroorzaakt. Ach.. er zijn ergere dingen én ik draag gelukkig steeds twee bestendig warme oksels onder mijn armen,  waarin ik ze – zonder dat er iemand gaat gillen – altijd even van mijzelf mag opwarmen.

Hoe kom ik hier ook alweer op ? O ja…

Of er al winterweer op komst zou zijn. Want ondanks bovenstaande manco’s ben ik daar dan wel weer dól op!  Hoe harder ’t vriest, hoe meer ik geniet..het kan me niet gek genoeg zijn. Ik hou van bijtende diepvrieskou, van diepzwart ijs, van driftende sneeuw, van dikbevroren meren, van betoverend berijpte velden, van een krakend wit laken over het bouwland…dááraan verwarmt mijn hart zich  in fotografische zin  dan weer graag! Wie maalt dan om zoiets als ‘kouwe jatten’! Be there!  

Enfin..

Gisteravond zakte sinds onheugelijke tijden het kwik een klein beetje onder nul en in de heldere avondlucht voelde ik aan het gras dat er sprake was van lichte rijpvorming en ik nam me voor om speciaal voor ‘Pronkjewailtjes’ eens weer een paar jofele winter-foto’s te maken in de vorm van een enkele groothoek- of dichtbij-opname waarin licht, zon en vorst hun ragfijn samenspel zouden tonen.

Nou…zoiets dus..

Maar de deceptie was meteen zichtbaar bij het opstaan. Géén rode ochtendzon, geen glinsterdingen in het gras. De bewolking had roet in mijn eten gegooid en het dooide alweer, zodat de natuur mij deze ochtend voornamelijk verlept en somber toegrijnsde.

Nou ja, dan flansen we aan het eind van de dag op een of andere manier wel weer een stukje met wat archiefplaatjes in elkaar.  Dat werd dan dit !  Koud kunstje…

Hebbes ! …

Ik heb een zwak voor het grijsblauw kuifje van Pimpelmezen!

Natuurlijk zie ik ook graag de alpinopet van de Koolmees,  de avondzon in de buikveren van de roodborst en de chocodip op het kopje van de ringmus, maar dat pimpeltje verrast en vertedert me steeds weer met zijn wollig acrobatenlijfje en ‘jentig’ optreden tussen de doorgaans veel forser uit de kluiten gewassen andere tuinvogels.

Het is ook de reden dat ik bij mijn vogelfotografie graag speciaal gebruik maak van het fotogenieke voorkomen van  “Cyanistes caeruleus” en dan is het natuurlijk een groot voordeel dat dit kereltje graag en veel gebruik maakt van de aangeboden vetbol en zonnepitten, waarmee ik ze precies op dát plekje probeer te lokken waar ik ze nu nét wil hebben.

Was ik in de beginperiode van mijn fotograaf-zijn al blij wanneer de vogel er eens een keer scherp opstond nu leg ik de lat alsmaar hoger én hoger.

Lichtval, compositie, achtergrond, houding….álles moet helemaal goed zijn en het liefst allemaal zo origineel mogelijk. Met name dat laatste valt niet mee omdat er – zeker na de opkomst van de digitale fotografie – honderdduizenden foto’s van pimpels in evenveel varianten worden gemaakt.

Maar goed. Ik wil toch ook graag mijn partijtje op eigen wijze meeblazen en kies dan graag van te voren een leuke, attractieve landingsplek uit.  Eigenlijk werkt het dan precies andersom. Zorgvuldig speur ik éérst naar een decoratief bebladerde twijg of een fijn gevorkte bloem- of bladstengel en dan dénk ik dáár alvast een meesje op ! Hmm.. hoe mooi zou het lijken wanneer dat vogeltje precies tussen deze goudgeel gekleurde blaadjes neerstrijkt? 

Wat zou dat uitgedroogde bloemschermpje  een prachtige combinatie kunnen vormen samen met zo’n gracieus klein bolletje veren.

Maar ja , dan moet ie daar wel precies bij willen plaats nemen.

Het is – vind ik – wél een vorm van kunst, een compositie zoeken met wat de natuur levert, waarbij je niks op bestelling kunt doen en nooit garantie krijgt.

Hoe vaak dat ik niet ‘hóp-hóp’ of ‘tou nou even mien jong’ roep wanneer de hoofrolspeler besluiteloos in de buurt van de zorgvuldig  geplaatste pinda’s gaat zitten kijken. Of ‘néé.. doar nait’ als de mees weer eens aan de verkeerde kant gaat zitten. Het is vaak zuchten en vérzuchten.

Maar soms gaat alles goed. Eén fractie van een seconde op de goede plek. De juiste houding, het goede licht, de juiste camera-instelling en prrrrr…ratelt de Panasonic.

Hebbes !     

Haarfst….

Het wonen aan de rand van het dorp met het uitzicht over de landerijen brengt met zich mee dat wij het wisselen van de seizoenen hier extra beleven. Vooral ook omdat we bijna letterlijk met de neus boven op op alle ploeg-, zaai-, en oogstwerkzaamheden zitten.

Een niet aflatend genoegen ook voor kleinzoon Luka, die zoals zoveel jongens in deze leeftijdsfase, hélemaal vol is van alles op het gebied van gemotoriseerd landbouwverkeer.  Ditmaal is het niet het virtuele vermaak van de ‘Trekker Ted’-you tube-filmpjes, maar kan hij zijn kleine-jongens-hart in het echt ophalen want afgelopen vrijdag werden eindelijk de bieten van het land gehaald.

De hele dag staat hij met open mond en rode konen voor het raam om de grote rooimachines en opraapwagens hun machtig werk te zien doen.  Aan het eind van de dag geven we gehoor aan onze gezamenlijke aandrang en stappen samen het zwaar bemodderde boerenerf op om ons van dichtbij te vergapen aan dat kolossale gebeuren van het lossen van zo’n enorme partij voederbieten.

En dan dat ‘moment supreme’ dat de boer even naar ons zwaait en toetert!!

Gisterochtend waren de velden leeg en zompig achter gelaten.

Het is grijs en windstil  en mijn zaterdagmorgen-kuier voltrekt zich in een wat melancholisch aanvoelende sfeer die wordt  versterkt door  de aanblik van ontbladerde boomkruinen die zich in het roerloze water van het ‘Westerwijtwerder Maar’ weerspiegelen..   

In mij wellen spontaan zwaarmoedige, zelfgemaakte dicht-strofen op die – gelukkig voor u – één voor één, ter plekke in schoonheid sterven.

Vanmorgen zag het er meteen weer een stuk opgewekter uit doordat de zon zijn best deed om het gemoed te verlichten en er toch nog even wat moois van te maken.

De felgele, zich her en der nog vastklampende herfstbladeren weerkaatsen in de zachte rondingen van mijn geparkeerde Peugeot en zorgen samen met wat moe-gedwarreld blad en  de blauw spiegelende lucht op deze manier voor een vervreemdend effect op het metallic palet van glas en staal.

De geur van het land, het zacht gefilterde licht, de milde temperatuur…ze nodigen allemaal uit om in de middag een heerlijk zonnige herfstwandeling te gaan maken.

Maar tegen de tijd dat we ons daar voor opmaken, valt het hemelwater met bakken naar beneden en is ’t zó donker geworden dat we ons op dit punt maar geen illusies meer maken.

’t is Haarfst !

Even nippen..

Tijdens de soms lange, kleumerige aanzit in een hutje komen er gelukkig ook soms zomaar andere bezoekers dan bosvogeltjes langs. Prettige bijvangsten in de vorm van kleine zoogdieren wanneer je vruchteloos op gevederde vrienden zit te wachten. Ze zijn dan vaak vooral uit op een slokje water  en verschijnen maar een paar seconden aan de vijverrand om daarna als de wiedeweerga te verdwijnen.

Ik liet hier laatst al de jonge bunzing zien die ik eens fotografisch wist te verschalken en nu toon ik hem opnieuw in een iets andere pose.

Soms is het een nauwelijks waarneembare beweging die de aandacht trekt, zoals die van een dorstige, kleine Woelmuis die ook eens even langs kwam voor een muizennnipje…

Of wat gedacht van zo’n watervlugge eekhoorn, die  – met al zijn vezels gespannen – een paar tellen lang een miniem teugje neemt en tegelijkertijd al zijn zintuigen op scherp heeft staan voor eventueel naderend onheil in de vorm van een hongerige sperwer of havik.

Zulke fotomomenten zijn schaars en vereisen vaak een vliegensvlug veranderen van instellingen en brandpunt. Meestal zijn een paar van de voor ons nauwelijks, maar voor hen zeer hoorbare sluiterklikken voldoende om ze als de gesmeerde bliksem weer in de vegetatie te doen vluchten.

Maar dan staan ze er al gekleurd op !

Da’s lekker…

Een groot gedeelte van het inmiddels veelal goudgekleurde lover ligt al al weer verlept en verfomfaaid op modderige plekken en rommelhoekjes om daar in stilte te vergaan, maar op sommige plaatsen bieden overmoedige  herfstbladeren nog heupwiegend, uitdagend weerstand aan de wind die zich vandaag nog wat goedig in lijkt te houden omdat ie wel weet dat hij toch binnenkort korte metten  maakt met dat jolig gedoe.

Op het moment dat één van de honderdduizenden hopeloos genomineerden dan toch óók in een dwarrelval te water raakt, hoor je een fluisterzachte tik en is er een nauwelijks waarneembare krinkeling in het donkere oppervlak te zien voordat het zich er berustend bij neerlegt en traag weg zal drijven  naar een ver weg gelegen nergens.

Héél even is er een ogenblik dat er vanuit een kier in het wolkendek licht wordt ontstoken en werpt de laagstaande middagzon haar stralenbundel op een aanvankelijk onooglijk nat en verkleumd groepje , meer ingetogen kornoelje-bladeren dat zich enigszins verdekt heeft opgesteld en zich nu plotseling in warmgouden weelde baadt.

“He, he is dát even lekker. Als we nou eens…. ”

Maar ’t trekt al weer dicht!  

Pimpel en Paars…

Toegegeven, ook ik had hier liever een barmsijs of goudhaantje op gehad, maar momenteel zijn het voornamelijk meesjes die mijn tuin bezoeken en die gelegenheid neem ik toch graag te baat om weer wat met compositie van herfstblad en mees te spelen. De ene keer gebruik ik de dieprode kleuren als vervaagde achtergrond…

 

de andere keer wil ik het blad juist méé in de scherpte hebben.

In dit geval is dan de verleiding om het begrip ‘pimpelpaars’ te gebruiken misschien té voor de hand liggend, maar de kleur van deze joekels van  kornoeljebladeren is écht zo als we hem hier zien. Allemaal mierzoet natuurlijk maar ik vind het heerlijk om met zulke voor de hand liggende motieven in eigen setting te werken. En een-twee-drie-klaar is het ook niet want het moet een beetje windstil zijn, vooral géén zonnetje nu en zo’n vogeltje komt in dik anderhalf uur precies één seconde op de gewenste plek zitten. Ach ja, je plaatst het decor maar dan is ’t wachten op de welwillendheid van de hoofdrolspelers. Maar áls ze tóch opkomen, kan de voldoening groot zijn!

In  het geval hierboven passen de rode herfsttinten en achtergrondgroen als zogenaamde complementaire (elkaar versterkende) kleuren heel mooi bij elkaar.

Hoe anders wordt het wanneer er ook nog even een roodborst ten tonele verschijnt die het dan wel weer heel bont maakt met een kleurencombinatie die toch een beetje pijn aan de ogen doet.

Maar ook dát is natuur!

Geen hop? Dan een uil ! …

In de afgelopen dagen werd een Hop gesignaleerd in Groningen. Een Hop is een prachtige vogelsoort die je normaal gesproken allen maar in zuidelijke landen aantreft. Ik heb hem wel eens in Zuid Frankrijk ontmoet, maar altijd op verre afstand. Hoewel ik me niet reken tot de echte ‘vogel-twitchers’ en niet graag onderdeel ben van zo’n in het groen gehulde door tuinen en perken banjerende horde teletoeter-fotografen , heb ik tussen de middag toch ook even een wandelrondje daar in de buurt gemaakt in de hoop om ’m eens goed voor de lens te krijgen, maar helaas vergeefs. Was kennelijk al weer naar een andere buurt gehopt.

Terug in Loppersum, weet ik een plek waar het vrijwel zeker is dat ik een andere, ook interessante vogelsoort aantref. Niet zo zeldzaam als een Hop, maar wel degelijk interessant; de Ransuil!

Ransuilen brengen in deze tijd graag de dag door in zogenaamde ‘roestbomen’, waar ze slapend en dommelend wachten tot het donker wordt en dus tijd om op jacht te gaan. Midden in het dorp (naast het gemeentehuis) staat zo’n uilenboom, waar soms wel 6 tot 8  van deze prachtige roofvogels in verblijven.

Vanuit fotografisch oogpunt is het probleem alleen dat ze zich bijna altijd schuil houden tussen het gebladerte en je vaak alleen maar zicht hebt op de rug of buik van zo’n uiltjes-knappende vogel.  

Vanmiddag heb ik geluk en zit er ook eentje zodanig vrij dat ik ‘m alert en in vol ornaat kan fotograferen inclusief de typische ‘oortjes’, die geen oortjes zijn maar opstaande verentoefjes.

Dat geeft toch ook wel weer voldoening!

Vóór de bijl…

Eigenlijk is het gazon aan een maaibeurt toe, maar door de veelvuldige regenval van de afgelopen dagen is het er nu toch wat te zompig voor en daarmee krijgen ook de veelvuldig tussen het gras opgekomen  paddenstoeltjes nog een paar dagen uitstel van executie. 

Tijdens de spaarzame zonmomenten breek ik daarom nog even op de knieën en neem dan ook gauw de gelegenheid te baat om de fragiele schoonheid van allerhande zwammetjes , bladeren en late bloemetjes in een omlijsting van flonkerende dauw- en regendruppels nog vast te leggen, vóórdat de definitieve onthoofding zal plaats nemen.

Ach..en anders waren ze natuurlijk ook uit zichzelf wel weggekwijnd of verslijmd en daarom is het zo leuk om ze vóór hun teloorgang nog even in mijn digitaal plakboek te kunnen opnemen.     

‘ Tiekjes’ zoeken…

Oktober is de maand van de grote vogelverplaatsingen en daar zien we soms de bewijzen van terug in onze tuinen wanneer daar de eerste, uit het hoge noorden vertrokken,  kramsvogels en koperwieken zich op onze bessen storten.  Het is ook de maand waarin de meeste insectenetende zangvogels op reis gaan naar zuidelijker, warmere streken.

Van die laatste groepering struint er al weken lang een gezinnetje  Roodstaart en Tjiftjaf door mijn tuin.  Kennelijk zijn er nog voldoende bladluizen en ‘tiekjes’ te vinden in de struiken waarop ik vanachter mijn bureau zicht op heb, waardoor ze lange reis nog wat uitstellen. Elk blad wordt van onder naar boven uitvoerig geïnspecteerd op de aanwezigheid van die minuscule proteïnerijke hapjes waarmee ze hun vetreserves aanvullen om de tocht naar verre oorden te kunnen volbrengen.

Mij stelt dat uiteraard mooi in de gelegenheid om ze te fotograferen en tijdens de warme nazomerdagen van voorgaande periode, deed ik dat fijn met het raam open. Dat leverde bijvoorbeeld deze resultaten op..

Door het huidige herfstweer, stuit het urenlang wagenwijd openzetten van dat raam nu op economische en gezondheidsbezwaren en probeer ik het maar door het 3-laags thermopane heen. Dat gaat dan wel weer enigszins ten koste van scherpte en contrast, hetgeen ik dan in de nabewerking moet zien aan te passen.   

Nou ja, ook nog wel om aan te zien toch?

Op Insta…

Het is zover…

Ook ik ben gezwicht en sta met mijn plaatjes op Instagram.

Meerdere mensen hadden me al vaker geattendeerd op de mogelijkheid om via dat medium mijn foto’s wat meer ‘wereldkundig’ te maken.

Daar heb ik nogal tegen aan gehikt, omdat ik me dan weer in een andere vorm van ‘social media’ moest verdiepen en ik ben al niet zo digitaal aangelegd. Maar het moet gezegd, ik bereik op deze manier wel veel meer mensen met mijn werk en omdat ik nu eenmaal de schoonheid van de schepping via mijn foto’s ook erg graag met anderen deel, heb ik toegegeven aan die exhibitionistische impuls, vandaar…

Op Instagram hoop ik met een zekere regelmaat selecties te laten zien van al die uiteenlopende natuuronderwerpen die ik in de afgelopen 15 jaar in digitale vorm heb mogen vastleggen.

Ik hoop uiteraard dat veel van de vaste lezers van ‘Pronkjewailtjes’ die daarnaast ook op Instagram kijken of posten, er veel plezier aan zullen beleven.

Om de eerste series te bekijken, klik op

https://www.instagram.com/krijn_dijkema/?hl=nl

En voor allen die niks met Insta hebben…

Op deze plek blijf ik gewoon trouw aan de huidige opzet van mijn blog, met meer op de actualiteit gerichte foto’s én bijbehorende babbelteksten die ik zo graag mag schrijven.

Dus tot een volgende ‘Pronkjewailtjes’

Doorbraak..

Zowel de meteorologische als de astronomische herfst hebben inmiddels hun intrede gedaan, maar net als gisteren was ook vandaag daar nog niet veel aan te merken. Tenminste wanneer je louter op de temperaturen afgaat, want die doen nog steeds heerlijk zomers aan.

Maar september geeft altijd al genoeg signalen af dat de bakens binnenkort toch echt weer verzet gaan worden. 

Het is het gefilterde licht. Het vocht in de lucht. De naar dieprood verkleurende bessenpracht. De eerste zwerm hoog overtrekkende trekvogels. Nou ja, dat soort onmiskenbare tekenen van een op kousenvoeten aansluipend najaar.

Ik heb vanochtend vroeg de wekker maar weer eens gezet, omdat de onder een heldere hemel sterk afkoelende nacht de belofte in zich droeg van een schitterende zonsopgang.

En, toegegeven,  de ochtenstond heeft uiteindelijk ook daadwerkelijk het spreekwoordelijke goud tussen de kiezen, maar ze houdt ze nogal lang op elkaar voordat ze haar blinkende lach aan ons wil tonen.

Want, jongens wat zit het eerst nog pótdicht van de mist. Ik zie bij het naar buiten gaan dan ook bijna geen hand voor ogen waardoor ik eerst een gebiedje moet opzoeken waarin het zicht zodanig is dat de zonsopkomst fotografisch was vast te leggen.

Dat blijkt uiteindelijk in de buurt van Eenum zo te zijn, waardoor ik dit sfeerrijke wierde-dorpje zodanig kan vastleggen als ik me ongeveer had voorgesteld.

Ik rijd dan nog even door naar het Damsterdiep bij Wirdum, dat in dit soort omstandigheden vaak van die heerlijk verstilde droombeelden kan opleveren en gelukkig weet de zon ook daar door zware nevel heen te breken..

In het roerloze, donkere water, waarop het geluid van meerkoeten-kefjes zich mengt met het vrolijk gekout van fietsende schoolkinderen, wordt ze weer eens prachtig weerkaatst en krijg ik het soort beelden voorgeschoteld waarop ik me altijd weer intens kan verheugen.

Dat ik ze vervolgens, ook weer met jullie mag delen, geeft altijd een bijzonder cachet aan deze natuurbeleving!   

Boeren of burlen…

Omdat ik gistermiddag voor mijn werk ergens midden in het land moest zijn ( nee, ik bleek gelukkig géén  Corona te hebben , dank u !) , voegde ik het nuttige bij het aangename en knoopte er aan het eind van de dag een paar uurtjes op de Hoge Veluwe aan vast. Het is wel duidelijk dat de echte bronst nog niet goed op gang gekomen is, want het was wel erg rustig wat de edelherten betrof.

Dat gold overigens niet voor wat betreft de hoeveelheid belangstellende wildfotografen die zich al weer in grote getale langs de Wildbaanweg hadden opgesteld.
Toegegeven, ook ik heb flink geïnvesteerd in kwalitatief goed spul maar sjonge ..wanneer je die enorme hoeveelheid aan – vaak – peperdure toestellen en lenzen zo eens beziet, staat het nog niet zo slecht met de koopkracht in het gemiddelde Hollandse huishouden.

Enfin..  de fotografeerbare hindes die ten tonele verschenen bleven zich op vrij grote afstand  weliswaar bevallig maar vrij ongeïnteresseerd gedragen en van wild burlende en vechtende geweidragers was al helemaal geen sprake.

Wel kwam er nog even één mannetje kortdurend ten tonele, die zijn damesgezelschap slechts lomig inspecteerde met het aplomb van zo’n vadsige haremsultan die al láng op al zijn vrouwen is uitgekeken.

Toen hij dan toch eindelijk de machtige kop even ophief om iets te doen wat op het echte burlen zou gaan lijken ratelden links en rechts van mij de geheugenkaartjes vol  in al die camera’s en werden van exact dezelfde pose hónderden en hónderden  opnames gemaakt.

Het is dat je ’t niet hoort, maar het was dan ook niet meer dan een soort rochelend geboer  dat ie produceerde. Alsof hij zich hélemaal nergens druk om maakte.

Daar zal hij nog wel eens op terug moeten komen, want heel in de verte hoorde je de jonge, viriele concurrenten al enthousiast loeien. Hun tijd komt nog wel!

Om hier toch nog een indruk te geven van hoe het er uit ziet wanneer die elegante en indrukwekkende wezens een stuk dichterbij komen, toon ik hieronder een paar foto’s van enkele jaren geleden gemaakte opnames op exact dezelfde plek.

Dát was nog eens burlen!

Snif…

Ik zit momenteel sniffend en hoestend achter de PC. 

Ik weet eigenlijk wel zeker dat het slechts om een verkoudheid gaat maar voor de zekerheid zal ik maandag toch zo’n  wattenstaaf-test moeten ondergaan en me – tot aan de uitslag – in sociaal opzicht wat moeten beperken.

Al met al  wordt mij hierdoor wel  een gepland  uitwaai- en fotografeer-weekend op een van de eilanden volledig door de verstopte neus geboord. Snif..

Enfin, dat houden we dan te goed en als ‘lekkermakers’ diste ik uit mijn archieven maar wat sfeerfoto’s op die ik ooit maakte op en rond Schiermonnikoog en die ik hier dan ook maar even de revue laat passeren.






Fotohut Breebaart Polder ..

Sinds een paar maanden is er in de aan de Dollard gelegen Punt van Reide, speciaal voor vogelfotografen een prachtige hut aangelegd, vanwaar je op ooghoogte schitterende fotokansen krijgt op allerlei steltlopers en eenden. Het is enorm gewild en je moet er vroeg bij zijn om ‘m te reserveren, maar afgelopen zaterdag mocht ik er eindelijk met broer Jaap een dagje in doorbrengen.
Het weer was wat aan de wisselvallige kant, zodat het wat lastig belichten was maar het is een hele belevenis om daar stilletjes en ongezien te mogen genieten van die ranke én o zo schuwe waadvogeltjes. Hun typisch voedselzoekgedrag, dat altijd alerte oogje, de trillende geluidjes ( ja ik hoor nog wel wát) en het zomaar zonder verklaarbare oorzaak het luchtruim kiezen om even later weer voor ons in het water te landen. Wij kregen er geen genoeg van. Er waren gelukkig wel wat leuke soorten voor de hut aanwezig en ik laat het vandaag maar weer eens bij het showen van een kleine greep uit de opgenomen beelden, die onze indrukken feitelijk het beste weergeven.

Voor hen die graag willen weten hoe ze precies heten, heb ik de namen er even bij genoemd.

Watersnip

Kleine Plevier ( juveniel)
Kemphen
Kluut

Oeverloper

Bliksems!..

Na een lange vergadering , zit ik afgelopen donderdagavond laat, zo rond een uur of half twaalf nog met een glaasje rood samen met Janneke op ons terras te genieten van de nog zeer zwoele zomertemperatuur die deze zomernacht niet onder de twintig graden lijkt te zullen uitkomen.

Juist wanneer we besluiten om toch maar de klamme echtelijke sponde op te zoeken, zien we hoe de sky-line boven de stad voortdurend oplicht door een kennelijk in de verte langstrekkend onweer. Aanvankelijk neem ik het voor kennisgeving aan en maak aanstalten om ‘toch moar op ber te goan’, maar dan zien we hoe de weerlichtflitsen toenemen, hoe fel de hemel kortstondig wordt verlicht en hoe indrukwekkend dat er eigenlijk uitziet.

Bijzonder is ook dat het feitelijk helemaal windstil is en dat we ook geen enkel gerommel horen. 

In die immense stilte staan we ons te vergapen aan een enorm natuurspektakel dat zich geruisloos in een onheilspellende gedaante op grote afstand aan ons vertoont. Wij zien die enorme donderbui die zich in het verre elders absoluut in al zijn gramschap zal uitstorten, zich heel langzaam van zuidwest naar noordwest verplaatsen waarbij de zwoelheid, het uitblijven van wind en geluid en de felle bliksemontladingen voor een mysterieuze, dreigende sfeer zorgen die zowel ontzag als bewondering inboezemt.

Ik besluit om de camera op statief te zetten en ondanks het feit dat ik geen ervaring heb met fotograferen in een stikdonkere nacht probeer ik met behulp van allerlei instellingen die sluitersnelheden en belichting regelen, er toch maar een fotografische indruk van te maken.

Het bewust werken met een trage camera-sluiter, brengt met zich mee dat je bliksemsporen op de foto kunt zien én wat dan ook leuk is? Te weten dat er over een paar minuten de trein naar Groningen langs komt zoeven, zodat je – wanneer je op het juiste moment reageert – de lichten daarvan als een felgele slang tegen die stikdonkere omgeving kunt laten afbeelden. 

Uiteindelijk drijft de bui – nog steeds geluidloos – langzaam steeds verder noordwaarts, zodat hij langzaam uit ons zicht verdwijnt en ik dan toch maar naar binnen ga. Daarna nog snel even kijken of het wat geworden is met die opnamen en ondanks dat  mijn verwachtingen op dit punt niet erg hoog gespannen zijn , valt het me alleszins mee. Ze geven in elk geval goed de dynamiek en sfeer weer en dat was de bedoeling!

Dat er op dat moment inderdaad aan de waddenkust sprake is geweest van behoorlijk noodweer met bijbehorende schade, horen we de volgende dag via de regionale pers.

Hoeszwaalfkes..

Jammer genoeg hebben de Huiszwaluwen dit jaar geen serieuze  poging ondernomen om onder de overkapping van mijn woning hun kunstig klei-nestje te maken.  In het voorjaar heb ik daarom de camera op statief bij een ander huis in de buurt geplaats om de bekvecht-ruzies bij het bezetten van de nestplaatsen te kunnen filmen, maar mijn hoofddoel – later in juni- was om videopnamen te kunnen maken van het verzamelen van het bouwmateriaal in de vorm van natte klei in en rond de bijna opgedroogde plasjes op de laan achter het spoor.

Doordat de zon er in die dagen ook al langdurig op losbrandde moest ik er dagelijks een emmers slootwater bij gooien om de boel ‘klaimsig’ genoeg te houden. Maar de ranke vogels stelden het zeker op prijs en kwamen regelmatig langs om hun snebjes vol te stoppen met drabbig klei. ’s Morgens voor dag en dauw zat ik daarom soms al midden op de laan om beelden van invliegende zwaluwen te maken.  Ik zag wel dat zo’n silhouet van een zittende vent midden op het pad,  voor diverse joggers en honden-uitlaat-mensen reden gaf om de pas eerst wat in te houden, maar dichterbij gekomen werd ik als fotograaf herkend en vielen mij wel vriendelijke knikjes ten deel.

Om ook  mooie filmopnamen vanuit kikkerperspectief te kunnen maken heb ik later een kleine camera in de rand van de plas gezet.  Daarmee nam ik wel een behoorlijk risico want het was wel een aparte ervaring  om met de afstandsbediening in de aanslag op gepaste afstand in het gras naast de kurkdroge kleilaan te zitten om bij nadering van boeren met tractoren hen als een opspringende verkeersregelaar tijdig om het dure toestel te leiden. Ik zal al die opgetrokken wenkbrauwen en niet begrijpende ogen niet  gauw vergeten, maar ze tikten uiteindelijk gelukkig aan hun pet in plaats van aan het voorhoofd en manoeuvreerden er allemaal behoedzaam langs, waardoor  ik er een aantal mooie slowmotion-beelden aan over kon houden.

Kort geleden heb ik nog een enkel shot van een voerende oudervogel gemaakt én een opname van het moment dat twee vliegvlugge jongen de grote sprong naar buiten maken.

Enfin, ik heb al die opgenomen momenten uit het zwierende leven van deze prachtige luchtklievers voor jullie weer even in een anderhalf minuut durende mini-clip gemonteerd.

Veel kijkplezier!