Terug uit Zweden ..

We zijn al weer een paar daagjes terug en nog steeds een beetje onder de indruk van het Zweedse Jämtland. Precies zoals ik had gehoopt was het daar zo’n prachtig witte sprookjeswereld. Betoverend witte Narnia-bossen, uitgestrekte meren vol besneeuwde ijsvloeren, diep ingepakte ossenbloed-rode huisjes, goudvinken in wintertuinen en dat alles bij diepvriestemperaturen vergezeld van flinke sneeuwbuien die het toch al dikke pak nog eens flink deden groeien.

Bovendien had ons vakantiehuisje een ontzettend lieve, meewerkende eigenaar die ons voorzag van alle benodigde tips en mij zelfs op zijn sneeuwscooter het meer op bracht om met hem te gaan ijsvissen. Wat een beleving! We vingen weliswaar niets en mijn opnamen mislukten maar dat mocht de pret niet drukken, evenmin als het feit dat het Noorderlicht zich niet aan ons wilde vertonen ondanks dat we in een van de spaarzame heldere nachten, een vol uur bij – 16 C op een ijsvlakte er reikhalzend en blauwbekkend naar hebben uitgekeken.

Maar er was zoveel méér om van te genieten, zoveel waaraan onze ogen zich mochten bezatten en waar we dankbaar op terugzien.

Omdat woorden toch al weer gauw te kort schieten heb ik van de gemaakte foto’s en video’s een compilatiefilmpje van amper drie minuten gemaakt dat naar mijn idee toch wel een aardig indruk geeft van hetgeen we daar hebben mogen aanschouwen.

Ik hoop dat jullie er op deze manier ook een beetje van mee mogen genieten..

Op naar Zweden ..

Van natuurfotgrafie kwam het er in de afgelopen tijd niet of nauwelijks , vooral vanwege het  sombere, kletsnatte, druilerige en onstuimige weertype dat amper goed fotolicht oplevert. Mede daardoor laat ik hier nog even een paar tuinvogel-schilderwerkjes zien die ik vorige maand uit de tubes wist te persen.

Maar het fotografeergebeuren gaat straks helemaal goedkomen, want wij hopen om vanaf morgen een weekje naar Midden-Zweden te gaan, in de buurt van Östersund in Jämtland waar het momenteel heerlijk winters is met diepvriestemperaturen boven een dik pak sneeuw.

Dat zal zeker wel wat fijne natuurplaatjes opleveren, waarbij de hoop er op gericht is om ook het Noorderlicht nu eens vast te kunnen leggen, maar daarbij zijn we  sterk afhankelijk van het al of niet aanwezig zijn van bewolking die – zoals het er nu naar uitziet – daar dan wel overheersend zal zijn, maar we zullen zien!    

Maak de stap…

Ik ervaar het als een groot voorrecht om door middel van dit blog – inmiddels al zo’n 17 jaar lang-  mijn Krijnsels-overpeinsels in woord en beeld met honderden lezers te mogen delen en hoop dat ook weer het komend jaar in vrede en gezondheid te mogen doen.

Het is eveneens een goed moment om ieder hartelijk te danken voor de talloze leuke en lieve reacties die ik zo vaak op mijn ontboezemingen ontvang.  Ook al reageer ik zelden of nooit direct terug, wees ervan overtuigd dat ze me goed doen en zeer stimulerend werken!

Nog éven en we stappen weer over die onzichtbare drempel van het oude en het nieuwe jaar. Het zijn niet alleen de oliebollen die ons op dat bijzondere moment soms zo zwaar op de maag liggen maar méér nog  die verwarrende knoop aan gevoelens van dankbaarheid, zorg én hoop over alles wat het voorbijgaande jaar bracht en het onbekende 2023 zal gaan brengen.

Maar sámen maken we ook nu weer een stap !

Onderstaande foto zou – met een beetje gevoel voor symboliek – die sfeer van kwetsbaarheid en verwachting wel kunnen duiden denk ik, zonder dat ik er verder al teveel woorden aan besteed.

Vree? …

Wat ’k die wil wensen dizze doagen:

Das nait  allain om Vree zelst vroagen

Moar das doe deur dien aigen leven

Zien Bosschop handen en vouten gaist geven;

Gain  ‘taand om taand’of‘kwoad mit kwoad’

In ploats van ’t oordail  komt genoad !

© Krijn

Matige vorst…

Zo! Vanochtend noteer ik de eerste flinke nachtvorst die met – 5,5 C er meteen lekker inbakt! Omdat er weinig wind staat en de zon nét boven de kim is komen te staan heerst er een heerlijk winters sfeertje waarbij het wit bevroren landschap talloze foto-motieven oplevert. Zeker op macro-gebied vragen dan oneindig veel details van wit bepoederde grassen en blaadjes om mijn aandacht, maar ik houd me vanmorgen eerst maar eens in want gewoon wandelend genieten van verre  horizonten en een fraai kleurende winterhemel is ook fijn.

Nou ja uiteindelijk schiet ik dan natuurlijk wel een paar herinnerings-plaatjes want dit soort weertypes hebben we hier maar zelden..

Ja, ja..dat kennen we…

Met de datum van 1 december op de kalender is het nu toch wel een stukje kouder geworden, maar van echt winterse omstandigheden lijkt – voorlopig althans – nog geen sprake. Hoewel velen vanwege de hoge energieprijzen mij begrijpelijkerwijs daarin niet zullen volgen hoop ik persoonlijk toch wel op een periode met sneeuw en schaatsijs. Dat is misschien ook wel een soort tic en staat haaks op mijn lichamelijke constitutie. Ik geloof dat ik het hier al eens eerder heb vermeld, maar ik ben een koukleum van heb ik jou daar. Bij binnentemperaturen waar huisgenoten zich kennelijk al behaaglijk bij voelen, loop ik nog rillend door de kamer met wit weggetrokken, ijskoude vingers. Klappertandend verstrengel ik me alvast met de naar mijn smaak te langzaam opgloeiende houtkachel om mijn koude botten aan de oplaaiende vuurgloed te kunnen doen warmen. Diverse lagen aan onderkleding, wintermutsen en grijze geitenwollen bedsokken, ze dienen allemaal als doel om mijn lichaamstemperatuur op een enigszins aangenaam peil te houden. Het is een familiekwaaltje geloof ik.

Maar desondanks, in deze tijd van het jaar kan ’t me buiten niet hard genoeg vriezen of sneeuwen. Gék ben ik op ouderwetse winters en daar liggen vooral nostalgische herinneringen uit vervlogen jaren aan ten grondslag.  In mijn beleving bestonden de winterperioden in mijn jeugd dan ook louter uit eindeloze vakantieweken vol ijs- en sneeuwpret op en rond het Damsterdiep. Enorm dikke, zwarte ijsvloeren en metershoge sneeuwduinen waren schering en inslag en het vroor altijd stenen uit de grond. 

Allemaal overdreven sentiment natuurlijk. Maar wat was het altijd een genoegen om mijn kinderen  met die onzinnige overdrijvingen te kunnen overtroeven, wanneer ze klaagden over kouwe handjes en loopneuzen.  “ Koud? Hoe kom je er bij , vroeger toen papa klein was, toen was het pas koud!”    

En met gezonde achterdocht luisterden ze – aanvankelijk nog met open mond – naar mijn gloedvol betoog over de winter uit ‘ik weet-niet-meer-precies’, toen het zo ontzettend aan het vriezen was ( iets van – 20 C  of zo)  dat ik als kleine jongen wel eens even wilde proeven aan het wit uitgeslagen metaal van de Ten Poster brug hoe koud het eigenlijk was en mijn tong daarbij onmiddellijk en onverbiddelijk aan de ijzeren brugleuning vast vroor.  Te hoop gelopen behulpzame omstanders kwamen vergeefs met bakjes warm water aanlopen want het vocht bevroor vóórdat het zijn verlossend werk kon verrichten.

Ook mijn kleinkinderen bij wie ik deze hachelijke situatie graag nog eens in geuren en kleuren te berde breng, willen dit gedeelte van de geschiedenis nog wel enigszins voor waarheid door laten gaan. Maar wanneer ik daarna wijs op de spoedige komst van de brandweer die met een grote ijzerzaag het gedeelte van de brugleuning mét mijn daaraan muurvast gekleefd tongetje behoedzaam moest doorzagen zie ik aan hun ogen hoe de twijfel toe slaat.  Pas als ik vervolgens vertel hoe ik thuis, met een aan mijn tong hangend stuk ijzerwerk, voor de gloeiend hete kolenkachel minutenlang moest wachten vóórdat de boel een beetje was ontdooid en dat het allemaal ‘aldergloependst’ veel pijn deed, wordt er weer eens smalend gereageerd.  ”Ja, ja opa dat kennen we”. 

En ik besef dat de lijst van (klein-) kinderen aan wie ik deze traumatische geschiedenis nog niet beeldend uit de doeken heb mogen doen inmiddels sterk is ingekort tot een stuk of drie op aanwas. Want ik hoor dan dat de anderen het verhaal al vele malen eerder van me hebben gehoord, maar dat er volgens zeggen steeds nieuwe  – ongelooflijk- spannende elementen aan worden toegevoegd.

Nou ja, ’t is ook al lang geleden en ik word ook een dagje (k)ouder.

In elk geval heb ik dus toch best weer trek in besneeuwde landschappen en bijbehorende diepvriestemperaturen en bij wijze van voorpret schilderde ik in de afgelopen dagen alvast een paar winterse kerstkaartjes met vlokken als sneeuwballen!…      

Wajang ..

Het is  momenteel een waar genoegen om vanaf mijn bureaustoel het dagelijks gebeuren rond de voederplank (sinds kort uitgebreid met een drink- en baddertafel)  te mogen aanschouwen. 

Okay, echte zeldzaamheden op vogelgebied trek ik niet aan maar het is gezelligheid troef met een gevarieerd en bont aanbod aan merels, spechten, vinken, meesjes, heggen-, huis- en ringmussen.

Ik raak er nu eenmaal nooit op uitgekeken en wordt ook steeds weer vrolijk van dat fel vlammende buikje van de roodborst die altijd op een beetje sneaky-achtige wijze uit het niets lijkt op te duiken om geruisloos en behendig zijn graantje mee te meepikken.

Ik fotografeerde hem in de afgelopen jaren al in talloze poses en in verschillende omstandigheden. Zittend, vliegend, badderend en zelfs als een Wajang-poppetje in silhouetvorm en het leek me leuk om zijn fotogeniek voorkomen tot uitdrukking te laten komen door daarvan hier een viertal voorbeelden te laten zien.

Van beren en kabouters …

Het is al weer een flinke tijd geleden dat ik op Zaterdag voor het overgrote deel van de dag de tijd nam voor  ‘me-time-dingetjes’; wat aanrommelen, met vogels en camera in de weer, beetje schilderen, een solo-wandeling op Ekenstein etc. Vandaag trakteerde ik mij daar maar weer eens op. Het voelt inderdaad een beetje alsof ik op deze dag mijzelf een paar snipperuren heb verleend want sinds onze pre-pensionering blijken we – naast onze gezamenlijke uitstapjes-  de handen meer dan vol te hebben aan de uitvoering van tal van uitgestelde klusprojecten en de invulling van de vaste oppasdagen. Zeker dat laatste is een heerlijk soort verantwoordelijkheid waarbij sinds enige tijd ook de allerjongste nazaten in baby-vorm wekelijks aan ons zijn toevertrouwd en dat betekent naast het nijver heen en weer drentelen met krijs-dempende flesjes, spenen en schone luiers ook het ondergaan van die zalige momenten waarop we de eerste Pruthappen aan Pepijn en Julia mogen toedienen. Die worden met binnenwaarts gerichte blik eerst zorgvuldig op de tong gewikt en gewogen, waarna het merendeel in vloeibare vorm wordt uitgespuugd om door henzelf ter hand te worden genomen voor nadere expertise. Na uitgebreide bestudering en kennelijk tóch goedgekeurd, wordt daarna eigenhandig getracht om het toch wel smakelijk gevonden drabje alsnog in de daarvoor bestemde opening te schuiven maar omdat het motorisch gezien nog niet helemaal gesmeerd loopt wordt het ergens tussen slab en kruin natuurlijk een enorme kliederboel , maar dat geeft allemaal niks!      

   

Allerjongste kleinzoon Pepijn bevindt zich duidelijk in een nog wat contemplatieve fase waarin hij ons en de grote wereld om hem heen vanuit de maxi-cosi met zijn grote blauwe kijkers oplettend, soms verwonderd, maar doorgaans welwillend beschouwt waarbij hij ruiterlijk met brede glimlachjes strooit en regelmatig van die hart-smeltende ‘kirren en kraaitjes’ de wereld inzendt, tenminste zolang hem tijdig zijn nat en droog worden aangeboden. Want anders is het wél meteen hommeles!

Zijn enkele maanden oudere nicht Julia is al weer ietsjes verder in haar ontwikkeling. Tijdens het door ons aangeheven lied waarin we ons weer luidkeels verbazen over dat mirakel van die twee broodsmerende beren en we dat onverklaarbare feit nog eens beklemtonen met het  “ ‘t was een wonder bóven wonder”,   vult ze ons verwachtingsvol uitgeroepen ‘hi-hi-hi’ na enkele tellen sinds kort steevast aan met een heel hoog stemmetje ‘há-há-há’.  Tsjonge, we stonden erbij en we keken er naar.

Maar de echte dijenkletser-op-schoot wordt toch gevormd door het sukkelige gedrag van Kabouter Spillebeen die maar weer es heen en weer zat te wippen op die toch al zo kwetsbare Paddenstoel.

Het blijkens natuurwetten onmogelijke ‘krakken ’ en ‘zuchten’ van de zwam zit ze als een op haar paard geklemde mini-jockey, dan ook een beetje gespannen uit, want haar wachten is vooral op de apotheose van het onvermijdelijke ‘hoepla in de lucht’. Omhóóg gaan dan alvast haar armpjes waarna deze even later met rug en beentjes een U-bocht vormend, ver boven mijn hoofd zijn uitgestrekt en ze geluidloos maar breed lachend op me neerziet..   Ach..wat gaat er allemaal om in zo’n kind? Ik heb de indruk dat ze er verrukt over is maar het zou ook maar zo kunnen dat ze haar goedhartige medewerking weer verleent omdat opa er nu eenmaal zo’n lol in heeft.  

Sperwer in bad …

Gisteren bracht ik weer eens een dag door in een fotohut in de buurt van de de Lemelerberg en dat is altijd een feestje! Met name omdat ik daar als plattelands-Groninger kans maak op vogelsoorten die ik hier niet tegenkom. Aangetrokken door een grote vijver en een handje vol vogelvoer miegelde het in de ochtend van de kleine vliegensvlugge rakkers die ik zo graag portretteer. Naast de ook bij ons veelvuldig voorkomende roodborsten, vinken en meesjes komt er gelukkig ook af en toe een typische bosvogel zoals de Kuifmees langs en ik ben blij met de pose die hij heel kort voor me aanneemt op de top van een kleine vliegden.

Maar tegen twaalf uur wordt het opeen stil en komt er geen zangvogel meer langs. Het is niet alleen een lange lunchpauze of zo , ook om half twee heerst er nog steeds een opmerkelijke stilte. Er is iets aan de hand..

En ergens weet ik wat de mogelijke reden is…er zou best eens een sperwer in de buurt kunnen zijn !

Sperwers worden daar vaak gezien en gefotografeerd, maar het is altijd maar afwachten of je als fotograaf het geluk ten deel valt om ze voor de lens te krijgen en dan is ‘geduldig zijn’ een belangrijke deugd die eigenlijk niet  bij me past, behalve als het om vogelfotografie gaat.  

Traag gaan de uren voorbij zonder dat er ook maar het geringste gebeurt en omdat de voorgaande nacht door een kleinkinderen-logeerpartij extra was ingekort worden de oogleden zwaar en raak ik ietwat  doezelig..

Maar plotseling knalt de adrenaline door mijn aderen, want opeens staat er een prachtige Sperwervrouw voor me, midden in de bosvijver!

En dan is het zaak om met bonzend hart en ingehouden adem, behoedzaam scherpstellend en alsmaar inkaderend, die foto’s te maken die je zo graag wilt zien.

Wan zo’n beest neemt – vóórdat ie in gaat badderen-   tientallen seconden met die alles doordringende blik de omgeving in zich op en is bij het zien of horen van de geringste vorm van onraad weer verdwenen. De uit de opening gestoken lens vormt kennelijk nauwelijks een aandachtspunt maar vooral de lucht wordt nadrukkelijk in de gaten gehouden..

Maar gelukkig ziet ze het wel zitten en stapt verder de vijver in om te toiletteren waarbij ze mooi plaats neemt voor de achtergrond van enkele oplichtende herfstblaadjes die de opnames naar mijn smaak nét dat beetje extra cachet geven.

Dan is ’t uit met de pret en is ze in een ‘zoef’ weer in het bos verdwenen.

Maar, ik heb goede hoop dat het mannetje straks ook nog even langs wil komen en wacht en wacht en wacht…  Het blijft weer een dik uur doodstil aan de rand van dit stukje heideveld, niets beweegt en er hangt een voelbare spanning in de lucht.

Opeens zweeft er een donkere schim over het toneel en ik zie dat dezelfde sperwervrouw is teruggekeerd en iets verderop plaats neemt op een grote tak en met vorsende blik de omgeving in zich opneemt.

Kennelijk was ze nog niet uit getoiletteerd, want ze zeilt linea recta  weer naar de vijver en landt pardoes en wel heel dichtbij dit keer voor me in het water.

Iets verstopt achter een grote mosstronk begint ze opnieuw te spetteren en omdat ik nu ook de filmfunctie op de camera heb ingeschakeld kan ik dit heerlijk tafereel eveneens in bewegend beeld vastleggen.

Na 3 minuten ‘zo in mijn sas met badedas’ heeft ze er genoeg van en zeilt naar een door de zon beschenen boomstronk waar ze de grote gebandeerde vlerken spreidt en haar staartveren uitwaaiert om in al haar schoonheid te kunnen opdrogen. 

Tsjonge…dát biedt echt de kans op een bonus van nóg eens een paar fijne gedragsplaten en wanneer de vogel na een korte tijd uiteindelijk afzwaait keer ook ik weer huiswaarts, maar wél met een schat aan onvergetelijke natuur-herinneringen in de pocket.  Tijdens de terugreis kan ik me dan alvast  verkneukelen in de wetenschap dat ik die indrukken binnenkort ook weer met alle lezers van mijn blog mag delen.

Veel plezier met het lezen, het zien van de foto’s en het bekijken van het (korte) filmpje.

Aquarel-leren…

Een tijd geleden had ik al gewag gemaakt van mijn voornemen om me eens op het aquarelleren toe te leggen en ik heb me in de afgelopen weken inderdaad met pogingen in deze richting bezig gehouden. Ook had ik toegezegd om er op terug te komen wanneer ik het idee had dat het er een beetje op begon te lijken en dat laatste is zover, met nadruk op een béétje.

Want het schilderen in aquarel is een lastige techniek die ik maar moeilijk onder de knie blijk te krijgen. Dat heeft vooral te maken met het feit dat alle schilderijtjes die ik in mijn bestaan uit mijn penseel placht te doen vloeien, tot nu toe in acryltechniek uit de verf kwamen en dat ligt me gewoon beter.

Aquarelleren vraagt een volkomen andere aanpak, omdat je hierbij – precies andersom – van licht naar donker moet werken en transparantie in pastelkleuren de basis vormen en de eerlijkheid gebied me te zeggen dat me dat nog niet meevalt.

Maar ik had mijn zinnen er nu eenmaal op gezet en het was de bedoeling om na enkele oefen-opzetjes toch te starten met het maken van landschapsportretten van dat weidse Groninger landschap en bijpassende verre dorpsgezichten waar ik altijd zo van smul.  Ik wilde hierbij een paar werkjes maken waarin ieder schilderij een heel eigen sfeer uitademt en dat in weer een totaal andere entourage.

Helemaal tevreden ben ik niet, maar toch stel ik ze maar in ‘Krijnsels’ ten toon, gewoon omdat ik het leuk vind om mijn ontwikkelingen in deze met jullie te delen.

Allereerst een kijkje in de vroege ochtend over een nog uitwasemend Hoeksmeer waarboven zojuist de zon is op gegaan…

En dan een blik op de molen van Garsthuizen op een gouden namiddag in September…

Waarna een ochtendtoneel van een enigszins uit de hand gelopen vurige wolkenhemel boven de kim van Zeerijp..

Om te eindigen met een beschaduwd voorjaarstafereel van een enigszins bibberig dorpsaanzicht van Godlinze..

Enfin.. van het schilderen op zich, heb ik absoluut wel de smaak weer te pakken maar wat me momenteel bezig houdt is de vraag of ik door zal gaan met aquarel-leren of dat ik toch terug zal grijpen op het vertrouwde acrylverf, waarin ik naar mijn gevoel een stuk trefzekerder werk.

Ik hou je op de hoogte !

Drie keer van ’t zelfde..

Het aan het Storkster fietspad gelegen stenen  bruggetje over het Westeremder Maar is een van mijn favoriete mijmerplaatsen. Je hebt er aan weerszijden een fijn vergezicht over de landerijen en op mijn dagelijkse wandeling neem ik daar altijd even tijd om al dat mooie om me heen in me op te nemen. De eerlijkheid gebied wel te zeggen dat het plekje sinds een grondige renovatie van overheidswege er niet echt idyllischer op is geworden. De aanvankelijk fraaie stenen boogbrug heeft plaats gemaakt voor een fantasieloos betonwerk voorzien van saai-grauwe brugleuningen en de lommerrijke meidoornbomen die het geheel aanvankelijk sierlijk plachten te omzomen moesten natuurlijk ook hoognodig opgeruimd worden.

Zucht..wat is dat toch altijd met die overijverige planologische diensten?

Maar goed, zoals gezegd ..het is en blijft een fijn punt om eens even goed dat prachtige Groninger landschap in je op te nemen en elke dag kleurt daar het licht weer anders. Het is daarom goed om altijd een camera bij de hand te hebben, een gewoonte die ik me al jarenlang eigen heb gemaakt.

Ik wilde dat vandaag eens laten zien.  Je kunt er namelijk op, zeg maar dinsdag een foto nemen van honderd in ’t dozijn, waarbij de wat fletse lucht en de ingehouden kleuren zo’n  opname nauwelijks cachet geven.

Keer de volgende dag op precies dezelfde plek terug en neem  vanuit precies eender perspectief dan een heerlijke foto omdat nu sprake is van een veel intenser kleurengamma omdat de hemel prachtig kleurt boven flonkerend water en een sprankelend  boeket vol vroege herfsttinten.

Maar berg je toestel nooit te gauw op..

Want wanneer je even goed kijkt, wat bukt en dat beparelde webbetje tussen de brugleuning ontdekt, heb je direct daarna weer de mogelijkheid om alles opnieuw te fotograferen maar dan door de mazen van een ragfijn stukje natuurgesponnen vitrage…

Ik zeg het vaker…voor wie het wil zien !

Mussengang…

Tsja… ‘Mussengang’, hoe kom ik daar nu bij ?

Op de ene of andere manier schoot de naam van een klein straatje in de Groninger binnenstad me te binnen bij de aanblik van een grote zwerm huismussen die samen met wat ringmussen, mezen en een paartje tortelduiven bezit heeft genomen van mijn voedertafel.

Met de o zo vertrouwde Huismus gaat het helemaal niet goed in ons land. Door onze overijverige aandacht voor allerlei isolatiemateriaal waarmee we zorgvuldig de kieren en gaten in onze daken dichtstoppen, is in de laatste decennia meteen ook een afname van meer dan 50 % van het aantal broedgevallen van het huismussenvolk  geconstateerd. Tsjonge!

Ik ben dan ook best blij met zo’n groep luidruchtige kwetteraars in de tuin, waarbij ik maar voor lief neem dat ze het overgrote deel van het voor mezen, roodborsten en vinken bedoelde strooivoer opschrokken. Het is gewoon een gezellige aanblik om ze dwarrelend stuk voor stuk te zien invliegen, schranzen en bonje maken om bij ieder vermeend onraad met zijn allen in een razendsnelle ‘roets’ schrikkerig, maar tijdelijk, de plaat weer te poetsen.   

Ik maakte van die ‘mussengang’  wat filmopnamen waarin ook tortels en meesjes figureren en monteerde de beelden in de vorm van een anderhalf minuut durende videoclip waarin we samen éven kunnen genieten van het in alle rust bekijken van de acrobatische capriolen van deze ‘gewone jongens’ onder het tuinvogelvolk.

Toch maar doen…

Een van de voordelen van deze dagen tussen nazomer en herfst is het feit dat je voor het maken van foto’s van een zonsopgang niet meer zo gruwelijk vroeg je bed uit hoeft. Rond het op dit punt voor mij zeer redelijke tijdstip van kwart over zeven is de natuur dan kortstondig op haar mooist en ik benut deze windstille ochtend fris en monter om een paar sfeerplaatjes rondom het Hoeksmeer te schieten..

Hoofdmotief vandaag is de achtkante Poldermolen Meervogel, die normaal gesproken van zichzelf al fotogeniek vanuit het drassige landschap op rijst  Maar nu – in de dichte nevel en gouden ochtendgloed –  vorm het vanuit alle perspectieven wel een bijzonder heerlijk onderwerp ..

De ijle lucht is vol natuurgeluiden waarin vooral het nasale geroep van voorbij vliegende ganzenformaties de hoofdtoon voert..

Even verderop zie ik een pastoraal beeld dat mij aanspreekt door het contrast van diepe schaduwen en lichte accenten maar de altijd zo storend aanwezige elektriciteitsmasten in de verre achtergrond doen me dan weer twijfelen of ik ervoor in de zompige berm ga staan…

Hmmm, toch maar doen dan.

Septemberlicht ..

Vandaag plaats ik enkele   – in voorbije seizoenen –  geschoten foto’s van dat prachtige Groninger landschap ( in dit geval rondom Loppersum)  waarin we vaak zo onbedachtzaam rondrijden, – lopen of – hollen zónder te genieten van die typisch Hogelandse hemelkoepels, dat adembenemend mooie doorkijkje of de heerlijk verstilde zonsopgangen die ons op een presenteerblad  worden aangeboden.

Ikzelf lust er wel pap van en geniet nu alweer van het septemberlicht, dat nét weer een andere glans kent, meer diffuus, gefilterd, met langere schaduwen boven de leeg geoogste stoppelvelden. De  nu alweer bessenrood gekleurde meidoornstruiken, de enorme wolkenpartijen, bezwangerd met regen waarnaar velen zo uitzagen, maar waar we ook zo snel weer genoeg van hebben.

Die lichtbanen, die wolkenwagens, die goudgekleurde akkers. De tegen de eindeloze horizon  afstekende silhouetten van kerktorens en molens van al die bij ons zo bekende prachtige dorpjes…

Ze nodigen me onweerstaanbaar uit om binnenkort een poging te wagen om dit ook eens met aquarelpenselen in plaats van een foto-lens vast te leggen.

Als ’t niks wordt hoor je er denk ik nooit weer wat van, maar wanneer het wat begint te lijken hou ik jullie via dit medium op de hoogte!

Juffers ..

Gisteren kwamen we terug van een ‘vakantie-toetje’ in de vorm van nog een paar dagen kamperen op een van de Natuurkampeerterreinen van Staatsbosbeheer, in dit geval in Drouwen. Mede door het mooie weer, de prachtige omgeving en de veelvuldige aanwezigheid van kinderen en kleinkinderen was het een zeer smakelijk nagerecht.

Ook hier is het effect van de langdurige droogte scherp zichtbaar geworden. Tijdens wandelen of fietsen door de bossen ervaren we het contrasterend en vervreemdend effect van groene boomkruinen en een bosbodem die bedekt is met een tapijt van dorre bladeren alsof het volop herfst is.

Alleen in de grote vennen spiegelen de wolken zich nog in het gestaag zakkende wateroppervlak…

Na een van de koudste nachten van deze zomer waarin ik met flessen heet kraanwater mijn voeten opwarm in de slaapzak,  sta ik extra vroeg op om juist in één van die nog natte natuurgebiedjes wat fotografisch rond te struinen.

Want dan is het daar mysterieus mooi door optrekkende nevel en zwaar bedauwde vegetatie..

Ik loop – tegen de zon in –  en zoek naar glinsterende foto-motieven. Ik vind ze in de vorm van een paar waterjuffers die kennelijk al zodanig zijn opgedroogd dat ze alweer zijn gaan rondvliegen maar wanneer ze op een halm gaan zitten, zie ik dat er nog wel wat dauwdruppels op hun ragfijne lijfjes flonkeren.   

“Gefundenes Fressen” voor een natuurfotograaf..

Wat dat laatste aangaat, verneem ik dat ik ook fysiek wel aan een ontbijtje toe ben en besluit snel tent-waarts te fietsen…

Was weer ’n schier oepke..

Weer thoes ! ..

Wie binnen weer thoes!

Terug van een paar heerlijke vakantieweken in La Douce France. Vanwege Corona hadden  we in de twee voorgaande jaren onze kampeeruitrusting noodgedwongen op zolder gelaten en de campings ingeruild voor Air B&B-voorzieningen, maar dit jaar voelden we ons vrij om weer basic in de natuur te gaan kamperen en dat is prima bevallen. Met dat ‘basic’ doel ik dan vooral op genieten in de tent op een klein, rustiek campinkje dat vrij is van luidruchtig vertier en ergens idyllisch moet zijn gesitueerd. We zoeken en boeken dan meestal zo’n plekje voor een vijf- of zestal dagen en zien daarna wel wat het weer doet en waar we zin in hebben.

Zo zijn we uiteindelijk een dikke week in Normandië beland op een liefelijk, vlak bij de stad Saint Lo gelegen, kampeerterreintje dat precies aan onze verwachtingen voldeed..

Uiteraard bezochten we daar ook de beroemde invasie-stranden als Utah- en Ohamabeach, waar je ondanks de enorme toeristendrukte toch wel heel stil van wordt wanneer je het gebeurde goed op je laat inwerken.

Daarnaast maakten we een lange wandel- en fietstocht door Marais du Cotentin, een moerassig natuurgebied waar we regelmatig op Bever- en Muskusratten stuitten die zich prima lieten fotograferen..

De laatste weken zijn we iets ten zuiden van Bretagne uitgekomen,in de ‘Loire Atlantique’, waar het licht glooiende landschap weliswaar niet woest aantrekkelijk is, maar wel heel fijn om met onze toerfietsen – op louter beenkracht – te verkennen.

Het gebied is nauwelijks door Hollanders ontdekt en met name de rotsige kuststroken met kleine baaien, inhammen en zandstrandjes zijn hier vaste trekpleisters voor voornamelijk Franse toeristen.

Wij fietsten via eeuwenoude dorpjes, langs mooie vissershavens en gezellige boulevards en iedere keer was er wel weer een verrassend uitkijkje of interessante bezienswaardigheid dat de aandacht trok.

Vooral de ambachtelijke wijze waarop men hier in de lagunes van de Atlantische Oceaan nog zout wint is vermeldenswaardig.

En de natuur dan? Vogels, vlinders, bloemen? Hoor ik je vragen.  Tja..op dat gebied werd ik nu niet bepaald overstelpt met bijzondere aanbiedingen en hoewel ik mijn apparatuur uiteraard bij me had is het maar nauwelijks uit de tas gekomen.  Vrijwel alle foto’s die ik hier plaats zijn dan ook met mijn I-phone gemaakt en dat wil voor landschapsopnamen prima en voor andere doeleinden gaat het vaak ook wel aardig.

Zo wilde de Vuursalamander die ik midden op een stoffig landweggetje aantrof best even rustig poseren. Wat heb ik vaak naar dit beestje uitgekeken bij hun natuurlijke habitat zoals watervalletjes, beken en natte mospartijen maar nooit trof ik er eentje aan en nu loop ik er zomaar tegenaan.. Het kan best zijn dat de langdurige droogte dit diertje heeft verlokt om de weg over te steken in de hoop op een meer vochtige bestemming.

Verder was het dierenleven op de tweede camping wel heel dichtbij, bijvoorbeeld in de vorm van een te vroeg uit het nest gesprongen vink en een brood gappende koolmees.

Om de tenten en caravans scharrelde ook bedelend pluimvee van een zeer bijzonder ras dat opmerkelijke overeenkomst vertoonde met bekende persoonlijkheden zoals een recent gewassen en gewatergolfde Karin Bloemen..

en een nijdig om zich heen pikkende Ringo Star

Dat was het wel zo’n beetje wat de fauna betreft en voor uitbundige flora bleek de ook daar heersende droogte vrij funest te zijn, maar lekker warm wás het, dát dan weer wel.

Kortom, een heerlijke vakantietijd ligt achter ons,  en zoals ik in mijn vorig blog schreef, er wachten ons vanaf nu ook geen werkverplichtingen meer en dat geeft wel een heel relaxed pensionado-gevoel kan ik zeggen.    

Dus maar eens even kijken wanneer we er weer tussen uit piepen…

Pensioendag van Opa….

Het is zover, Janneke en ik gaan tegelijkertijd met (pré-) pensioen en deze week verliepen onze laatste werkdagen omzoomd door bloemrijke afscheidswensen en –feestjes in zowel zakelijk als familieverband. Een nieuwe periode in ons beider bestaan van minder moeten en meer mogen waar we best al wel een tijd naar uit hebben gezien.

Vanochtend vroeg was er voor mij dan dat bijna magisch soort bewustwordingsmoment van het definitief afsluiten van de zakelijke internetverbinding en het dichtklappen van de werk-laptop. De stekker er uit en wachten op een soort Rijksbode die al mijn kantoorspullen bij wijze van service bij me op komt halen..

Janneke werkt vandaag voor het laatst en omdat  Luka’s moeder al weet heeft van Opa’s zeeën van tijd op deze dag, mag ik op mijn vierjarige kleinzoon passen en daar kan ik nu dus eens even mooi de boter uit braden want ik heb deze ochtend het voorrecht om zomaar een paar uur ongestoord met hem door te brengen in de kleine wereld van zijn doen en laten.

We gaan op zijn voorstel dan ook eerst een flinke tijd op de knieën voor die jofele houten treinbaan met gekleurde wagonnetjes die op zijn aanwijzingen in volle vaart van onafgebouwde taluds of hellingen storten of door rangeerfouten hopeloos ontsporen door verkeerd door mij aangebrachte wissels.

Na het ‘Opa zullen we nu koffiedrinken?’ zitten we vervolgens uiteraard samen uitgebreid te schaften met leut, diksap en een bakje rozijnensnoepmix  waaruit hij mij ruimhartig, maar zorgvuldig trakteert op enkele krenten die door hem als minder smakelijk worden beoordeeld.

Dan kloppen we de kruimels van de broeken en gaan even een lekker stukje wandelen, want ook daar heeft Opa nu eens tijd voor. Het wordt weer een loopje richting de boerderij van Boer Jur, die sinds de dag waarop hij vorige zomer als een assistent-mini-loonwerkertje in de cabine van die razende Combine heeft mogen zitten door hem hevig wordt geadoreerd.

We gaan dan ook eens even zien hoe het er met de tarwe voorstaat en vinden allebei dat het er niet slecht uit ziet. Maar wanneer ik zomaar een korenaar fijn knijp en de graankorrels door mijn vingers laat glijden vraagt hij zich bezorgd en hardop af of ik dat wel doen mag van mijn moeder. Want moeders blijven uiteraard dé alles bepalende autoriteit in zijn nog vaag omlijnd denken over goed en fout, zelfs als de kwestie zich afspeelt op het onbetwiste terrein van die machtige boer Jur.

Enfin, nadat we ons in de ingewanden van de boerderij nog een poosje hebben staan vergapen aan zwaar rollend landbouwmaterieel, waaronder een kolossale trekker die ‘wel een miljoen’ hoog is, lopen we nog een stukje richting ons door ‘aardbevings’ zo ontwrichtte dorp waar grote hap-knappers bezig zijn om aan één straatzijde woningen te slopen, terwijl er aan de overkant weer compleet nieuwe uit de steigers rijzen. We ziener allebei niet veel logica in .maar ’t is wel lekker kijken naar al die hardwerkende, stoere mannen die hem ook nu weer doen verzuchten dat hij zeker weet dat hij ook ‘boufekker’ gaat worden, want hij heeft al een gele helm en bouwschoenen en daarmee heeft ie in deze tijd van personeelsschaarste toch al een flinke streep vóór in het toekomstig sollicitatiegesprek.

Opa wil nu wel naar huis en dat doen we dan, maar niet nadat hij mij heeft meegetrokken naar een van de vele afvalcontainers vol bouwpuin, want wie weet liggen er deze keer weer van die fijne stukjes PVC- buis of  -bochtjes waarvan hij thuis eindeloos bouw- en waterwegkundige constructies pleegt te fabriceren. Nadat ik de vraag al ontkennend heb beantwoord  moet ik hem toch ook nog even optillen om ‘m met eigen ogen de inspectie te laten uitvoeren. Opa zegt wel vaker wat. Ze liggen er deze keer echt niet. Dat ziet hij tot z’n spijt nu ook in maar ik moet hemel en aarde bewegen om hem er van te overtuigen dat die grote joekels van draineerbuizen die verderop liggen echt niet door mij achterover kunnen worden gedrukt om er thuis een beetje mee in de kamer te gaan liggen spelen.   

Heerlijk zo’n dagje met dat manneke! Geen moment staat zijn mond stil. Een vocabulaire van heb-ik-jou-daar en een tomeloze energie.

Aan het eind van de dag komen we samen nog even languit op de bank te zitten om gezamenlijk de etappe van Tour de France van deskundig commentaar te voorzien, waarbij hij bij het aanschouwen van die allerlaatste, zwalkende renner die zich niet meer in de staart van het peloton staande kan houden zijn simpele, glasheldere conclusie trekt:  “ik weet wel waarom die meneer zo moe is, hij heeft vannacht niet goed geslapen”.

Dát zal ‘t zijn !  

Op hoge poten..

Het is een treurige gedachte dat door de opwarming van de aarde, de kans groot is dat de flora en fauna in ons landje binnen zo’n vijftig jaar met maar liefst een kwart zal zijn gereduceerd als we met elkaar (dus niet alleen of hoofdzakelijk een bepaalde beroepsgroep)  adequate maatregelen nemen.

De sterke afname van veel dier – en plantensoorten die zich in de afgelopen decennia heeft voor gedaan maakt de hobby van natuurliefhebbers en – fotografen er niet bepaald leuker op;

Waar ik vroeger patrijzen bij de vleet wist,  zie ik ze nu nog hoogst zelden. De altijd in mijn tuin broedende grauwe vliegenvangers heb ik al in geen jaren meer terug gezien en waar zijn de koekoeken toch?

Natuurlijk…er zijn hier duizenden ganzen voor in de plaats gekomen en  reewild, dat je vroeger alleen in bosrijke gebieden aantrof, zie je nu ook op de vlakke Groninger akkers rondlopen alsof het er altijd al is geweest. Maar dat laatste is allemaal ondánks en niet dankzij ons menselijk ingrijpen.

Nee, vrólijk word je niet van de massale opkomst van de eikenprocessierups, de japanse duizendknoop of de tijgermug.

Is er dan niks leuks meer aan voor een vogelfotograaf? Jawel…

Er schuiven namelijk veel warmteminnende,  boeiende soorten vanuit het zuiden alsmaar meer onze opwarmende kant om.

Vogels zoals de Grote Zilverreiger zien we soms zelfs vaker dan onze inheemse grauwe variant  en een ander voorbeeld van een alsmaar vaker hier opduikende vogel uit oorspronkelijk zuidelijke streken is de Steltkluut (Himantopus himantopus)

Vorige week had ik het geluk om bij een plasdrasgebiedje zo’n toch nog steeds bijzondere vogelsoort van dichtbij voor de lens te krijgen en dan is het natuurlijk ook leuk om ‘m hier ook even te laten zien. Het is een onmiskenbare, gracieuze vogel met zulke absurd lange poten dat je de indruk krijgt dat de Schepper tijdens de uitvoering van het ontwerp  éven is doorgeschoten en het toen maar zo heeft gelaten.

De vogel zelf lijkt er niet mee te zitten en tijdens de vlucht steekt hij  die superpoten ook nog eens nadrukkelijk naar achteren uit, zodat iedereen kan zien dat zijn hele persoonlijkheid weliswaar ooit op stelten is gezet, maar dat ie er geen complex van heeft opgelopen.

Dág Pepijn ! ….

Gisterochtend was de geboorte van ons zévende kleinkind een feit;  Pepijn Samuël !  Een van God gebeden prachtig manneke! Alles goed met ouders en baby, dank u !

Vandaag mochten we weer even een kijkje komen nemen in dat intieme wereldje van wieg en kraambed en vergaapten we ons opnieuw aan de uitkomst van het onbevattelijk wonderproces van zwangerschap, bevalling en geboorte.

Een nieuw mensje tussen al die miljarden anderen en er is er maar één zoals hij…

Het wiegje staat nu nog naast het kraambed maar Opa kan het niet laten en sluipt ook even naar het gereed gemaakte babykamertje waar het straks de nachten gaat doorbrengen. Zo’n kleine, met smaak en liefde ingerichte ruimte draagt in mijn beleving altijd een haast sacrale sfeer waarin je niet zomaar even binnen klost.

Die betrééd je.. met ingehouden adem…

Hier is zijn residentie ! Een onder een baldakijn gesitueerd slaaptroontje voor een kleine prins! Een Koninklijke Verschooncommode voorzien van bedwelmende Lotionnetjes en verkoelende Billenzalven waarboven een bonte rits  ienie-mienie-gewaadjes die straks hun partij dapper zullen gaan meeblazen tussen de grote-heren-maten.

 U hóórt nog van hem !

Sternstee ..

Tussen de middag zat ik vandaag een poosje in de buurt van het broedponton dat een paar jaar geleden in de haven van Lauwersoog is neergelegd. Vogels als de Noordse stern en de Visdief kunnen hierop veilig nesten te bouwen en eieren uitbroeden. Het is gemaakt van een oude dekschuit uit 1930, die uit de vaart is genomen en heeft de naam ‘Sternstee’ meegekregen.

Ik blijf op grote afstand van het ponton en ze trekken zich maar weinig van me aan vandaag  en vertonen hun natuurlijk gedrag van onderling ruzieën, poetsen en visjes binnen brengen voor het nakroost, waardoor ik een aantal plaatjes mag maken die ik hier maar weer even deel !

Hoewel de vogels al jongen hebben en krijsend tekeer gaan, is de afstand ook voldoende groot om geen agressief gedrag te veroorzaken, want ze staan er om bekend met hun scherpe snavels vervaarlijk te kunnen uithalen tijdens duikvluchten op mens en dier die het waagt om te dichtbij te komen. Een tijd geleden maakte in een opname van een op mij af komende vogel, waarvoor ik echt even moest bukken….