Spiegelbeeld ..

Spiegelbeeld vertel eens even , ben ik heus zo oud als jij?

Voor wie ‘m nog kent.. dat melancholische 60-er jaren liedje, waarmee tieneridool Willeke Alberti  destijds de nationale hitladders beklom…

Het waren niet zozeer nostalgische mijmeringen  die deze  tekst bij me naar boven deden drijven, maar de soms volmaakt  symmetrisch gevormde  beelden die mij deze week letterlijk werden voorgespiegeld.

Bij het zitten in een Drentse  fotohut aan de rand van een kunstmatig aangelegde bosvijver kwamen talloze zangvogels een drankje  nemen of begaven zich uitgebreid in bad, waardoor ze mij de mogelijkheid boden om hen samen met hun in het water gereflecteerde kleuren en vormen vaak dubbelzijdig te portretteren.

U ziet achtereenvolgens de weerkaatsende contouren van de vink, koolmees, goudvink, roodborst, zanglijster, heggenmus en appelvink.

En o ja, bij wijze van bonus begaf zich aan het eind van de dag óók nog even een jonge bunzing – als een onzekere Narcissus – naar de waterkant, maar zijn zelfbeeld viel hem kennelijk erg tegen, want hij gaf me precies één seconde voordat hij hoofdschuddend het toneel verliet..

Maar dat was nét genoeg!   

   

Murmel-de-murmel…

Het heeft nogal lang geduurd voordat ik het heb moeten toegeven..

Ik ben de laatste jaren wat dovig geworden.  Mijn beide flappers, hoewel groot van omvang, geven het omgevingsgeluid niet meer zo goed door als ik graag zou willen. Tot grote hilariteit van mijn gezinsleden kwam ik daar ooit achter op een verjaarspartijtje, waarbij opa zich hardop afvroeg waarom de zojuist  als presentje gegeven brandweerauto –  waarmee mijn kleinzoon op dat moment ingespannen bezig was om een denkbeeldige brand te blussen –  door de fabrikant  nou niet van zo’n  fijne ‘tuut-a-tuut-a’ was voorzien.  Tjonge, je had dat homerisch gelach moeten horen nadat  ik er fijntjes op werd geattendeerd dat die sirene er wel degelijk op zat en voor alle  andere aanwezigen kennelijk ook hoorbaar werkend.

In de afgelopen week werd ik weer eens met mijn neus op de feiten van deze beperking gewezen.

Ik heb namelijk een voornemen dat ik al een tijdje had, eindelijk ten uitvoer gebracht door in mijn vijver een zogenaamde ‘kabbelstronk’ aan te brengen.  Ik wilde altijd al graag wat beweging in het water en daarnaast ook een wat betere badderplek voor de tuinvogels. Er werd dus door mij een vijverpompje met ‘bird-bath’ geïnstalleerd.

Nou houd ik persoonlijk niet zo van dat monotoon vijverpomp-geplons en bovendien moest het geheel naar mijn idee de indruk geven van zo’n verrassend intiem kabbel-plekje dat je soms zomaar aan de waterkant aantreft.  Ik heb daarvoor een oude verweerde tak uitgehold, mos en plantjes er omheen gedrapeerd , het pompje er op aangesloten en met een schaal en stenen daarnaast een vogelbadje gemaakt, zoals ik me dat ongeveer had voorgesteld.

Enfin, na diverse misluksels, haper-dingen en herprobeersels (de lezer kent mij), was het dan eindelijk zover. Qua uitstraling, functionaliteit en geluidsproductie was alles naar mijn wens en ik nam na de installatie vergenoegd plaats op het op enkele meters van de vijver verwijderde vlonder-terras teneinde me in mijn verbeelding  te kunnen laven aan de liefelijke klanken van een idyllisch murmelend bosbeekje

“ Is dat  ding oet?” ‘Ik heur niks..” Joa, hai dut ’t wel, ‘t woater lopt ja ! ”  Nee hè..!! 

Dat zei ik allemaal luidkeels en vertwijfeld tegen mijzelf, want ik zie het water stromen maar hoor er geen barst van, waarna  ik  door mijn geliefde er vriendelijk smalend op werd gewezen dat het klatergeluidje er toch écht heel mooi doorkomt op het terras.

Nou ja, als het héél , héél stil is en ik mijn oren spits, lijkt het alsof ik  misschien toch ook wel iets in die richting meen te horen, maar om écht van het fijne gemurmel te kunnen genieten ben ik genoodzaakt om zo’n beetje óp de  vijverrand plaats te nemen.

Ach..wat zou het!

Ik ben er zeer tevreden mee en mét mij ook enkele tuin- en vijverbewoners die zich tijdens de afgelopen warme dagen al heel snel kwamen melden aan dat heerlijk frisse kabbelstroompje.

Met plezier laat ik – middels een twee- minuten-video –  ook jullie even meegenieten van de aanblik daarvan en gelukkig hebben we allemaal ergens zo’n schuifje bij het beeldscherm zodat ook het geluid naar eigen behoeven is in te regelen.   

Gelieve daarvoor niet bij mij aan te kloppen!

Slijmerds! …

Gistermiddag miezerde het zo’n beetje aan één stuk door en wanneer ik aan het eind van de dag tijdens een kortdurend intermezzo waarin de bewolking heel even breekt, de druipnatte tuin inloop zie ik wat men met de uitdrukking  ‘het is slakkenweer’ bedoelt.  Overal kruipen ze rond.  Als half afgekloofde dropstaven liggen de naaktlakken zich rond  te wentelen in het neergeplensde hemelvocht waarvan ze, om te kunnen overleven en voortplanten,  grotendeels afhankelijk zijn en hoewel ik de slak eigenlijk een erg interessante beestje vind , kan hun aanblik me maar zelden bekoren.

Dat zal de meesten wel zo vergaan, maar een uitzondering hierop vormt voor mij wél de Huisjesslak (Cepaea nemoralis).

In het natte, nadruppelende bloem- en struikgewas ontdek ik vrij snel een paar kleine, actieve exemplaren dat naar hun aard de tijd neemt  om ‘easy-going’ hun slijmerige sporen te trekken.

Het zijn bij nadere beschouwing toch best heel mooi en intrigerende wezentjes met hun doorschijnende lichaam, het fraai gekleurde huisje en de ‘ogen op steeltjes’, waarmee het overigens niet echt kan zien , maar waarschijnlijk alleen maar licht en donker waarneemt.

Door het ontbreken van wind en hun natuurlijke, als onverschillig aandoende, traagheid is er nauwelijks risico van bewegingsonscherpte en kan ik rustig op hem of haar scherpstellen.

‘Hem of haar’ omdat ze nu eenmaal tweeslachtig ( hemafrodiet) zijn en dat betekent dat elke slak een ander van dezelfde soort kan bevruchten, omdat ieder van hen zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen bezit.

Ikzelf kan ze met de beste wil van de wereld niet ontdekken, ik begrijp het allemaal niet maar het zál ongetwijfeld. Ik begrijp zovéél niet.

Van mij mogen ze hun intieme dingetjes op hun geheel eigen wijze verrichten, zich ongeslachtelijk voorplanten en tegoed doen aan het plantmateriaal,  zolang ze mijn Hosta’s maar een beetje met rust laten.

Overigens, ik heb ooit een filmpje gezien van twee van zulke parende, van natuurlijk glijmiddel gebruikmakende slijmerds en geloof me, van dit type geslachtsverkeer zal ik nooit, maar dan ook nooit één opname laten zien want dáár wil je écht niet een poos naar kijken. Interessant of niet, er zíjn grenzen …Bah!

En ….héél, héél, héél langdradig allemaal!

Mei-zoentjes…

Al eens eerder maakte ik op deze plek gewag van het feit dat ik over een vrij groot gazon beschik, dat eigenlijk die naam niet waardig is. Het schijnt nog niet eens zo heel vele jaren geleden door een hovenier te zijn aangelegd en of het aan het diens gebrek aan vakmanschap heeft gelegen of aan de belabberde verzorging nadien van de voormalig eigenaar, ik weet het niet maar het is meer een soort wild weitje geworden, waarin woekerend mos alsmaar meer de overhand krijgt en talloze bloemetjessoorten er na ieder maaibeurt weer een bonte lappendeken van weten te maken. Eigenlijk vind ik dat helemaal niet erg.  Tuurlijk, het zou allemaal eens grondig gerenoveerd moeten worden, geverticuteerd of opnieuw ingezaaid. 

Máár dit heeft toch ook wel wat hoor…

Ik tel in de gauwigheid toch gauw een tiental verschillende bloemsoorten, waaronder 3 klaversoorten, havikskruid, hondsdraf, drie-kleurig viooltje, boterbloem, weegbree en heel, héél veel madelief!

Gistermorgen was het weer zover, er moest gemaaid worden en dan heb ik, bij het aanschouwen van dat fleurig tuintapijt  toch altijd even dat gevoel van ….jammer zeg!  Het is dat ik aan de ene kant een nette, onderhouden aanblik rondom huis en haard wel op prijs stel ( ‘ik wil gain proat hebben’), maar anderzijds; wat geurt, kleurt en gonst het toch prachtig in mijn bloemenweide.

Talloze honingbijtjes en pyamawespen patrouilleren zoemend over de volop bloeiende ‘botterbloumkes’,  en tussen de madeliefstengels wemelt het van klein leven.

En dan sta ik daar,  zomaar met het startkoord van de machine al in de aanslag, om dreunend en stampend, in ruim één uur korte metten van ongeveer anderhalf centimeter maaihoogte te maken met alles wat daar groeit en bloeit.

Weet je wat, ’t is zaterdag.

Ik heb alle tijd en haal eerst de foto-tas te voorschijn om even later op de knieën te breken en met mijn neus laag bij de grond nog éven fotografisch te genieten van al dat moois dat ik zo meteen wreed met flitsende messen ga kortwieken.

Nou ja..die bijen maken wel dat ze wegkomen en ik weet dat wanneer ik vandaag heb gemaaid, mórgen al weer de eerste madelieven dapper de witte kopjes zullen opsteken, want als er één soort vastberadenheid en veerkracht toont dan is het zeker de ‘Bellis perenis’, ook wel mei-zoentje genaamd.

En van mij mógen ze hoor! Oók in mijn ‘gazon’ !

Van regen en een haan….

Hè, hè…de zo gewenste regen is eindelijk weer gevallen, zelfs aardig wat millimeters zag ik en dat biedt zeker enig soelaas voor de dorstende akkers en landerijen.

Maar om eerlijk te zijn krijg ik niet gauw genoeg van blauwe luchten en heerlijk zomers aandoende temperaturen en kijk ik alweer reikhalzend uit naar nieuwe zonovergoten dagen.

Toch is het altijd weer fijn om te zien hoe de natuur herademt en opfrist en wanneer ik tijdens een wandeling wordt overvallen door een mals juni-buitje bedenk ik me hoe dynamisch, uitgebalanceerd, onvoorspelbaar én onvoorstelbaar ingewikkeld  al die meteorologische processen die zich daar boven onze hoofden afspelen eigenlijk in elkaar zitten. De één ziet het als een product van een groot chemisch toeval, waar wij dan – éven toevallig – zelf ook deel van uitmaken. Ik persoonlijk beschouw het als één groot scheppingswonder, waarin de mens een verantwoordelijke plek heeft gekregen. Hoe dan ook, levend vanuit een atheïstische, agnostische óf creationistische opvatting,  wie zich écht verdiept in de materie van lucht, wind en water en hoe dat in een uiterst gecompliceerd en delicaat proces het totale leven op aarde beïnvloedt, staat zich al gauw met open mond van verbazing te vergapen aan en te verbazen over dat raadselachtige ‘perpetuum mobile’ dat wij simpelweg ‘het weer’ noemen. 

Wie zijn wij dan wel, als mens?

Dat was ook God’s uitdagende en imposante wedervraag op Job die  Hem ter verantwoording durfde roepen… 

 (uit :  Job 38)

Heeft de regen een vader?

Wie verwekt de dauwdruppels?

Wie is de moeder van het ijs?

Wie brengt de rijp voort die uit de hemel valt?

Hoe komt het dat het water hard wordt als steen

en de zee een ijsvlakte wordt?

Kun jij de Plejaden intomen

of de ketting rond de Orion verbreken?

Kun jij de Regensterren op tijd laten opkomen

en de Grote en Kleine Beer temmen?

Ken jij de wetten van het heelal

en bepaal jij hun werking op aarde?

Kun jij bevelen roepen naar de wolken,

zodat een watervloed zich over je uitstort?

Kun jij de bliksem op weg sturen,

is hij aan jou gehoorzaam?

Wie geeft de ibis in wanneer de Nijl gaat stijgen

en wie laat de haan weten wanneer de regen komt?

Enfin, tijdens deze momenten van innerlijke reflectie en bezinning, wordt mijn oog getrokken door een roestrode vlek vlak naast me op het groene aardappelland en in een flits maakt de meditatieve geest een draai van 180 graden en verspringt  mijn aandacht naar één en al concentratie op een ander soort haan die samen met zijn hennetje zich tussen het lover ophoudt en die niet van plan is om zich heel veel van me te gaan aantrekken.

Dat komt mooi uit en in één soepele beweging haal ik behoedzaam als in een vertraagde cowboyfilm de camera uit mijn spreekwoordelijke holster, doe een paar stappen in hun richting en leg zorgvuldig mikkend op ze aan.

Ze zijn wel wat wandelaars gewend hier, worden er niet heet of koud van en terwijl het eerste hemelwater langzaam maar gestaag op de smachtende aarde valt, maak ik van hen allebei een soort staatsieportret..

Omdat ie zich kennelijk toch niet helemáál op zijn gemak voelt,  verplaatst meneer zich uiteindelijk  – zonder dat hij me ook maar een moment uit het oog verliest – met de doelgerichte maar ingetogen tred van een generaal die ’t zekere voor het onzekere verkiest maar ook zijn waardigheid onder geen beding wil verliezen,  naar een op wat meer afstand gelegen en voor hem acceptabel veilige plek.

Daar richt ie zich dan nog eens even goed hoog op zijn fazantentenen om zich vervolgens onder de aanhef van een schor  ‘kók-ekók-ekók   een paar tellen op zijn goudveren borst te roffelen.

Zou hij inmiddels weten of er nog méér regen komt? 

Koolmezendrukte…

Een paar mezenkastjes in de tuin staat vrijwel altijd garant voor één of meer broedsuccessen en levert altijd weer zo’n aardig kijkspel op.

Ik plaats ze graag met het zicht er op vanuit de huiskamer en in dit geval van een voederend koolmezenpaar, heb ik óók maar weer eens de camera enkele dagen gericht gehouden op de driftig aan- en afvliegende ouders.  Ik heb – om hen wat tegemoet te komen-  zelfs speciaal een bakje met meelwormen in de buurt van het nestje geplaatst.  Eigenlijk was het óók mijn bedoeling om het uitvliegen van de doorgaans langdurig voor het vlieggat zittende jongen te filmen, maar om eerlijk te zijn mislukte  juist dat laatste gedeelte grotendeels.  Want terwijl ik nog bezig ben om de camera in te stellen en het statief te plaatsen,  zie ik opeens hoe  het één na het andere jong de kop uit het gat steekt en vrijwel zonder aarzeling –  als in een soort vierling-spoedbevalling –  het kastje uittuimelt en het luchtruim kiest. Alleen de allerlaatste bleef me nog éven de tijd gunnen om alles klaar te zetten maar toen was ook die rap verdwenen. 

Best vreemd, want normaal gesproken kan  zo’n uitvliegproces uren duren, waarbij de oudervogels de jongen zelfs met lekkere hapjes uit hun comfort-zone moeten lokken, maar deze kwamen wel érg spontaan uit de kast zal ik maar zeggen.

O ja, u ziet in dit filmpje hoe Pa en Ma, na het overbrengen van voedsel, het poep-luiertje van de jongen weer keurig mee naar buiten nemen. Over hoe het er binnen in zo’n nestkast aan toe gaat en het hoe en waarom van dat pamper-fenomeen schreef ik al eens eerder in een eerder blog, dat is terug te zien via :  https://krijndijkema.nl/2015/06/02/koolmezen-poep-pakketje/

Hoera ! Regen ….

 

Eindelijk valt er vandaag weer eens wat regen en normaal gesproken springt mijn hart daar niet zo van op, maar wat heeft de natuur en de akkerbouw dat water nu broodnodig.
Hoewel het bij lange na niet genoeg is om de echte droogte op te lossen, brengt dit centimetertje hemelwater meteen een uiterst verfrissende sfeer met zich mee.
Omdat het rond het middaguur opdroogt, het kwik nog boven de 20 graden schommelt en de wind wat is gaan liggen wordt het opeens heerlijk zoel.

De snipperdag is vandaag dan mooi meegenomen en geeft me de gelegenheid om weer eens rustig met de camera rond te struinen in de uitbundige groene weelde op en rond het Storkster Pad waar de meidoorns zwaar staan te geuren in hun witte, maar langzaam naar crême-geel verglijdende,  bruidstooi.

 

laan2

 

Dat zijn die typische momenten waarop de vroege zomer ons zomaar een verrassende, melancholische vleug meegeeft alsof je iets te overdadig geparfumeerde grootmoeder ongemerkt, maar  vriendelijk als altijd,  éven door je haar heeft gestreken..

Het fluitenkruid heeft zijn hoogtijdagen al gehad, maar gooit er nog genoeg flirterig kantwerk tegen aan om de blikken naar zich toe te trekken.

 

laan3

 

Kneuzen zingen, putters kwetteren..

De Zwartkop verkondigt welluidend, maar doordringend vanuit het diepe struweel dat er maar ééntje hier de baas is en vanuit de heldere, brede boerensloten voegen kikvorsen hun baspartijtjes toe aan het middagconcert . Het klinkt allemaal wat weifelend en af en toe stokken ze zelfs even, alsof ze zich op de moeilijkheidsgraad van de partituur hebben verkeken.

Boven mijn hoofd wordt getwitterd. Huiszwaluwen !
Ook zó blij met die malse regenbuitjes…
Hoog  in de lucht draaien en zwenken ze hun onnavolgbare loopings en nemen dan hun gezamenlijke duikvluchten naar de harde grond, waarop zich – eindelijk maar toch – wat poeltjes hebben gevormd, waardoor ze nu zacht geworden klei in hun snebjes kunnen scheppen. Dat onmisbare bouwmateriaal voor hun komvormige woningen.

Tot mijn vreugde ontdek ik een soort voorkeursplasje, waarbij ze steeds weer terugkeren om klei te halen en dan zie ik mijn kans schoon! Op een afstandje maak ik me klein en ga met de camera in de aanslag op mijn bips zitten wachten tot ze terug komen. Het is weer eens een gek gezicht, zo’n vent die wijdbeens en voorovergebogen naast het fietspad is neergestreken en iets doet met een foto-toestel.
Men groet beleefd , maar de wenkbrauwen zijn zonder uitzondering hoog opgetrokken.
Ik heb geen tijd om een zeiltje te halen, mijn zitvlak raakt nat en mijn broek vies en doorweekt.

Maar.. het lukt!
De zwaalfkes komen weer in formatie aanzeilen, storten zich volkomen onbevreesd op de voor hen zo aantrekkelijke bouwspecie en bieden mij de kans om de Panasonic weer eens te laten ratelen met dit soort resultaat…

 

 

zw8

 

zw6

 

zw7

 

Daar ben ik dan weer erg blij mee!

 

‘Dandélion’ nog er es aan toe… !

 

Dit zijn de weken van het ‘geel’ !

We zien nu overal het koolzaad en de boterbloemen in hun helgele outfit, maar praktisch alle bermen en weilanden zijn nu vooral kleurrijk ‘Monet’- gestippeld door onze Paardenbloem.

 

druppaardf

 

Tja…
’ T is misschien geen bijzonderheid. Eentje die we meestal al snel onnadenkend als lastig onkruid wegschoffelen, maar wat is het op de keper beschouwd toch een interessante beauty. Van oudsher gebruikt als middeltje tegen van alles en nog wat, maar vooral als urine-afdrijvend geneesmiddel.
Wist je dat we er tot in de 60-er jaren geen formele Nederlandse naam voor hadden?
In het noorden bekend als hondenbloem (Groningen), werd hij in het zuiden uitgemaakt voor pissebloem en in Vlaanderen sprak men van bedde-zeekers. Ja toe maar !
Of kwam dat gewoon door de Franse benaming; ‘pissenlit’ ?
Nee dan liever de Engelsen. Die maken er het meer welluidende ‘Dandelion’ van.
Hoewel, dat klinkt misschien ook wel weer als een soort krakende vloek.
In elk geval, kozen de geleerde heren botanici hier uiteindelijk dan maar voor de wat simpele en lomp aandoende benaming van Paardenbloem.

Miskend talent!

Vandaag daarom even alle eer en aandacht voor de Paardenbloem. Zo gewoon, dat zijn opvallende groei- en verspreidingswijze onze aandacht maar zelden trekt.
Ik heb me er vorige week toch maar eens even heerlijk op geconcentreerd en door middel van allerlei camera-trucks en – filmtechniekjes geprobeerd om in twee minuten u te laten zien hoe wonderlijk mooi en knap zo’n geel bloeiertje in elkaar zit en zich in een paar uren transformeert tot de elfen-achtige verschijning van zo’n pluizenbol vol minuscule zaad-parachuutjes.

Enfin… bekiek ’t moar even !

 

 

Zoiets…

 

Gisteravond zag ik talloze fraaie nevelslierten als ‘witte wieven’ boven de sloten en bermen gedrapeerd en ik had mij daarbij voorgenomen om vanochtend rond kwart over vijf op te staan en om half zes het veld in te gaan om van die heerlijke vroege-morgen-sfeerbeelden te schieten.
Dat blijft vaak genoeg bij schone plannen, omdat – wanneer het me lukt om de ogen open te doen en éven te houden, de kracht van Morpheus ’s armen vaak zoveel sterker blijkt, zodat ik me lodderig en schaamteloos weer terug laat zinken in dromenland.
Terwijl het échte droomland dan juist in alle schoonheid ontwaakt en zich in de mooiste vormen aan ons toont. Maar ja..
Vanochtend echter wist ik me aan de verleiding van de zoete slaap te ontworstelen en stapte ik vrij monter uit de bedstee. Door een raamkier had ik al wel gezien dat het er wat glazig uitzag buiten, maar ik dacht de eerste mist wel snel zou optrekken en dus stapte ik even later ongewassen en ongeschoren de velden binnen.

Voor diegene die vollediger details wil…, ja, ik had me wél aangekleed!

Maar ach… het zat potdicht en het bleef potdicht. Er viel simpelweg niks van te maken…

Wat had ik u graag de gouden zon getoond die gloedvol opkomt boven de diepzwarte contouren van een van onze fraaie Middeleeuwse kerkjes, maar ja helaas….

Nou ja, zoiets dus…

 

och2

 

Of wat dacht je van die okergele, wazige dampen boven het Damsterdiep waar een paar meerkoeten zich in roerloos water liggen te weerspiegelen, ik had het u met veel voldoening laten zien..

Zoiets..

 

Damsterdiep, Mei 08

 

Ik had me er zo op verkneukeld je de fijn beparelde details te kunnen tonen van de details van de door ochtenddauw bedruppelde langpootmuggen die dan zo fraai afsteken tegen de pas opgekomen ochtendzon, maar ja..jammer ….

Dat had dan zoiets moeten worden..

 

Langpootmug, Mei 08

 

 

De verdroomde beelden van nog rustend, herkauwend vee of een eenzame pony die in de wakker wordende mystieke, totaal verglaasde wereld staat te wachten op de dingen die gaan komen, maar ja… het spijt me…

 

och3

 

 

och4

 

Het ging niet! Niks te zien…

Dus sjok ik om kwart voor zes weer huiswaarts, ontdoe me daar van kleding en laarzen en stap even later, om haar niet wakker te maken, behoedzaam in het nog warm gebleven voor mij bedoelde gedeelte van de echtelijke sponde.

Maar ze merkt het altijd;

“t was weer niks zeker?”

“Ja, zoiets…!”

 

 

Beflijster ..

Hoewel ik dat beroepshalve eigenlijk al veel deed, ben ik nu door alle bijzondere omstandigheden genoodzaakt om volledig thuis te werken en dit heeft, naast de opgelegde beperkingen toch ook zijn voordelen!
Zaten we gisterochtend namelijk even uitgebreid in de kamer een bakkie te doen, ontwaart mijn altijd naar buiten zwalkende blik in een flits een bijzondere, donker gekleurde vogel, pal onder het raam op het pas gemaaide gazon.

“ Verhip !..een béflijster ” roep ik tegen mijn geliefde en verslik me in de koffie.

“ Stil zitten blieven’ sis ik haar toe, loop met grote ooievaars-stappen naar mijn camera-tas en gris daar in een grote zwaai mijn toestel mét nog aangekoppelde telelens uit.
Gelukkig verstart m’n door mijn gedrag ‘gepokt en gemazelde’ vrouw  gehoorzaam in de ‘freeze’ stand en blijft deze zeldzame doortrekker nog even druk in de weer met het zoeken naar emelten, zodat ik ‘m door het driedubbel-dikke thermopane heen er best nog even goed op kan zetten.

 

Beflijtser1c

 

Nét op tijd, want hij ( of zij, want er is qua uiterlijk nauwelijks verschil tussen de sexen) wordt de minuten daaropvolgend, fanatiek achterna gezeten door een mannetjes-merel die er een concurrent in verondersteld en poetst uiteindelijk de plaat.

De beflijster (Turdus Torquatus) is een schaarse doortrekker uit het noorden, die sterk op een merel lijkt, maar met een grote witte borstband. Opvallend zijn ook de halvemaan-vormige aftekening van de buikveren.

Wie weet heb jij ‘m ook wel eens gezien en voor ’n albino-merel gehouden.
Een leuk wéétje dus, voor ook zo’n eventuele verrassings-ontmoeting want ze zijn juist in deze weken met veel geluk in onze buurt aan te treffen!

Binnen-druppelen …

 

Een van de vele vormen van natuurfotografie, waar ik me graag mee vermaak is het vastleggen van het kleine, vaak ongeziene detail. Juist wanneer miniatuur-dingen zoals bijvoorbeeld regendruppels en bloemblaadjes worden geïsoleerd en uitgelicht, wordt ons oog getrakteerd op verrassende details en onverwachte schakeringen waaraan we zo vaak gedachteloos voorbij lopen.
Omdat we vorige week verstoken bleven van de broodnodige regenbuitjes, maar er wel dagenlang sprake was van een harde wind als spelbreker, kon ik met de beste wil van de wereld geen fijne buiten-drup-macro’s maken.
Ik heb daarom binnenshuis maar eens voor het eerst geëxperimenteerd met een nogal specialistische manier van macro-fotografie, namelijk het werken met ‘refractie’.

‘Refractie’ is kort gezegd het ombuigen van licht.
Licht, of lichtstralen, reizen altijd rechtuit, tenzij ze ergens tegenaan stuiten. Wanneer licht tegen een andere substantie komt dan lucht, buigt het af. Dit zie je bijvoorbeeld goed bij water. Zet maar eens een lepel in een glas water; de vorm gaat vertekenen en afbuigen in het water.
Kleine bolletjes waterdruppels die we kunnen aantreffen op bloemblaadjes, vormen als het ware een bolrond lensje en weerkaatsen het verbogen geprojecteerde beeld precies op zijn kop.

Enfin… genoeg theoretisch gewauwel.

Ik heb op mijn werkblad een soort vasthoud-opstellinkje geplaatst en me vervolgens vermaakt met een met water gevuld pipetje en een paar uit berm en tuin geplukte madeliefjes en een vroeg-rode klaver.

Gék, wordt je van zo’n op het laatste moment wegbiggelend drupje of zo’n per ongeluk over je bureau omgestoten waterglas.

Maar..het was naar mijn smaak al het gepriegel en gekwengel uiteindelijk toch wel waard, want na talloze vruchteloze pogingen en door trillingvrij millimeter-werk lukte het me uiteindelijk om de ienie-mienie-weerspiegeling van de bloemvormen zó voor de lens te krijgen dat het voldeed aan het kleurrijke beeld dat ik vooraf voor ogen had.

Het is uiteraard een beetje een vorm van de natuur wat naar je hand zetten, maar zoiets in de buitenlucht te kunnen fotograferen is sowieso een vrijwel onmogelijke opgave en ik vind het leuk om op deze manier weer eens te mogen tonen wat er voor het menselijk oog zoal te zien is, wanneer je bereid bent om je daarvoor klein te maken.

 

druppel6

 

druppel3

 

druppel8

 

 

 

 

De Dans van de Spreeuw…

 

Soms vraag ik me af wat mij ten diepste motiveert tot het maken van dit blog en het daarin delen van natuurbeelden en gedachten daarover. Om eerlijk te zijn; niets menselijks is mij vreemd en voor een deel zit ’m de stimulans zeker in de blijk van waardering van mensen en positieve reacties die ik via facebook en dit medium ontvang op de uitgebrachte ‘Pronkjewailtjes’.

Uiteraard is het ook het plezier en de voldoening die ik beleef aan het maken van de opnamen en het schrijven van de begeleidende teksten. Maar als ik er langer over nadenk, geloof ik toch dat mijn grootste drijfveer wordt gevormd door een oprecht en puur verlangen om zoveel mogelijk anderen te laten zien hoeveel volmaakte schoonheid er om ons heen is in een wereld die lijdt en zucht onder al het onvolkomene en voor altijd aangetaste.
Op Witte Donderdag en Goede Vrijdag, luisterden en keken er velen van ons naar uitzendingen van the Passion en/of de Mathhëus Passion , waarin gelovigen én ongelovigen troost en moed putten uit het lijden en sterven van Jezus. Muziek en beelden die snaren van ons hart raken en ontroering teweeg brengen omdat er op een mysterieuze wijze in het verhaal, dat gaat over pijn, onrecht en onnoemlijk lijden, een diep in de ziel doordringende muzikale boodschap doorklinkt van een onwerkelijk soort schoonheid.

Vandaag las ik over een aan bed gekluisterde man , wiens ziekte het hem onmogelijk maakte te zitten of te staan. Op de vraag wat voor hem in deze uitzichtloze situatie nog de zin van zijn bestaan was, antwoordde hij: “ Zolang ik nog schoonheid in mij op kan nemen, wil ik léven”

Daarom plaats ik óók vandaag weer een blog. Zodat ook jij weer iets van die schoonheid op je netvlies krijgt. Met beelden en muziek die mij – ook bij het maken en plaatsen er van – persoonlijk raken en ontroeren. Door de prachtige, gracieuze vormen van onnavolgbaar zwenkende vogelzwermen in de rood verkleurende avondlucht.
Vorige week was ik enkele avonden samen met tientallen andere mensen bij het natuurgebied ’t Roegwold in de buurt van Woudbloem om daar naar een prachtig luchtspektakel te kijken van wel tienduizend spreeuwen die, eerst in kleine groepen, maar even later in zwermen van vele honderden vogels hun slaapplaatsen boven het riet komen opzoeken. Geen menselijke vliegshow ter wereld kan dit nabootsen.

Zodra de zon achter de horizon is gezakt is, bewegen de vogels zich langzaam in grote zwermen naar hun slaapplaats in het hoge riet of daarin staande bomen. Ze duiken geleidelijk, als een tornado-slurf in de wilde begroeiing totdat ook de laatste spreeuw daarin is neergestreken.
Samen met al die anderen, ben ik stil. Sta ik met ingehouden adem en open mond te kijken en te filmen. We staan allemaal op meer dan anderhalve meter afstand, we maken ons allemaal zorgen, we ervaren allemaal onrust , we staan allemaal verschillend qua opvattingen en mensbeeld in het leven en tóch..we genieten in verbondenheid!

Dit is één van die vormen van een ultieme scheppings-schoonheid waaraan ons gemoed zich ook vandaag , op Stille Zaterdag, mag laven en ik vraag je, zoals ik in een eerder blog deed, om ook deze keer weer de tijd te nemen om in een paar minuutjes beeld én geluid goed tot je door te laten dringen…

 

 

O ja..

Toen ik terugreed door de invallende duisternis, zag ik hoe honderden automobilisten speciaal op weg waren gegaan om óók te genieten, maar dan van weer van iets héél anders.

 

A8A904A2-CC33-4C83-ABD5-4F65D69E9E90

Bij Overschild had een kermis-attractiebouwer, om de mensen te vermaken, op eigen terrein de kleurenverlichting in vier enorme reuzenraderen ontstoken, wat niet alleen zorgde voor een zeer surrealistisch landschapsbeeld maar ook voor enorme files van auto’s vol mensen die zich daar weer aan kwamen vergapen. Ook zij wilden even uit de sleur zijn van (thuis)zorg, ook zij zochten een verzetje en genoten van een heel andere attractie.

Het zij ze van harte gegund en smaken blijven verschillen!

 

 

Kijk eens …

 

Kijken naar vogels is niet alleen een – althans voor mij – aangenaam tijdverdrijf, maar het kan ook dienen om je kennis te vergroten en je tot bezinning te brengen.
Het fotograferen er van in diverse poses en in allerlei seizoenen en omstandigheden biedt mij altijd weer een uitdaging én enorme voldoening.

 

emm2

 

Hun levenslust en schranderheid. Het gedrag, de kleuren en hun zang. Ze vormen stuk voor stuk aspecten waarin je je kunt verlustigen en die verwondering wekken. Helemaal wanneer ze in deze tijd kortdurend plaatsnemen op takjes vol diverse tinten voorjaarsgroen of ..

 

pimpel3b

 

… te midden van pas open gesprongen bloemknopjes.

 

 

pimpelmees20042015

 

Vandaag was ik daar weer eens extra op gespitst en dat viel niet mee, want ze hebben duidelijk al andere dingen aan hun koppies dan zich vol overgave op mijn zorgvuldig geplaatste lekkernijen te storten. Ze jakkeren liever donderjagend achter elkaar aan, voortgedreven door hun hormonen en al hier en daar bezig met het verzamelen van nest-twijgjes.

 

emm7

 

Maar héél af en toe komt er toch nog eentje kortstondig snoepen om daarna snel weer eens te gaan kijken bij die intrigerende ronde opening van dat éne nestkastje daar ergens hoog in die boom.
Wie wéét of ze daar nou niet eens…

 

vliegmee6

 

Alle dagen omringd door sperwer- en katten-gevaar en bedreigingen door virussen, infecties, parasieten en vleugelbreuk in een onzeker, kort en uiterst risicovol bestaan en toch…

Ze gáán er weer voor.
Alert .. en toch zórgeloos!
Kijk er eens naar….

 

Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij? Wie van jullie kan door
zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen? (Matth. 6:26)

Votum…

 

Een beetje bedrukt? Somber of bezorgd?

Hoewel ik al heel lang niet meer zo van het  liturgische ben, springt vandaag toch opeens het prachtige ‘Votum’ vanuit een diep van binnen verstopt laatje naar voren..

 “Onze hulp is in de Naam van de Heer die de hemel en de aarde gemaakt heeft, die trouw houdt tot in eeuwigheid en die niet laten varen de werken van Zijn handen.”

Wat zoeken we als remedie nu allemaal veel naar woorden, woorden en nog eens woorden..

Woorden van informatie, bezinning of van hoop. We geven ze door en we drinken ze in.

Maar soms ook zijn het inspirerende beelden en geluiden die van belang kunnen zijn.

Indrukken die we met al onze zintuigen als een spons kunnen opnemen en die je soms nóg meer of een ander soort innerlijke rust kunnen geven.

Daarop is het doel van dit blogje dan ook gericht.

Voor hen die dat nodig hebben of fijn vinden om door te geven, stel ik daarom deze keer een meditatief moment voor.

Je zit nu toch al met je neus voor een of andere vorm van beeldscherm.

Neem een moment de tijd.

Vergeet éven al die de Nu.nl’s en de aandacht vragende tril- en pieptoontjes van je app-groepjes en sluit je voor een kort moment eens af van het gedruis van de opgeschrikte wereld achter je.

Gedaan? Echt? Zo..

Zet nu het speakertje van je PC, laptop, phone of tablet wat harder, kom gerust wat dichterbij, druk op de pijltjestoets van de video  en.. beleef een ongeveer anderhalf minuut durend hart-balsemend staaltje van zich volmaakt ontvouwende Lente-kracht.

 

 

“…die niet laten varen de werken van Zijn handen.”

 

 

 

En dit gaat dan gelukkig weer wél door …

 

Het trof me vanochtend toch op een of andere manier…

 

 

rusth2

 

Dat petieterige, maar onmiskenbaar uitlopend heerlijk stukje lentegroen..

In deze turbulente periode, waarin dat mysterieuze en dreigende griepvirus ons allemaal maatschappelijk en sociaal uit het lood lijkt te slaan, is en blijft de natuur volkomen haar eigen onverstoorbare gang gaan!

Onwillekeurig moest ik even denken aan een passage uit een boek van Corrie ten Boom, waarin zij beschrijft hoe haar gedachten terug gingen naar een koude, maar heldere maart-morgen in een van de oorlogsjaren waarop zij samen met honderden andere broodmagere, afgebeulde kampgevangenen op ochtend-appél stond in afwachting van de blaffende bevelen van een ontaarde Kampcommandant. Moe, onzeker en bang voor de toekomst, voelde ze bijna lijfelijk de aanwezigheid van machten van kwaad en onrecht.
Toen, in de stilte van dat zware, bijzondere moment begon ergens hoog boven hun hoofden, eerst aarzelend maar alsmaar krachtiger een kleine vogel aan een van zijn eerste lente-strofes.

 

vink-april-09

 

Op dat moment werd zij zich extra bewust van de aanwezigheid van die grote, alomtegenwoordige kracht van de Schepping en haar Schepper. Hoe zwaar, hoe donker, hoe dreigend en hopeloos de omstandigheden ook schenen, áchter en rondom de grauwe realiteit van die binnenplaats vól menselijke ellende, ontwikkelde zich die andere even grote realiteit van Groei en Leven gewoon door en geen leger, geen onderdrukker, welke aardse macht dan ook kon dat stoppen.
Het troostte en bemoedigde haar en gaf haar zelfs een heel klein scheutje geluks-gevoel op een moment en een plaats waar daar absoluut geen ruimte voor scheen.

Verwachting, hoop en vertrouwen op de Ene, geput uit het vertrouwde zingen van een vogel, zoals die eeuwen daarvoor al had gezongen, dat toen op dat moment ook zo deed, dat nu nog doet en…dat zál doen zolang deze wereld mag bestaan.

Natuurlijk zijn de huidige omstandigheden niet te vergelijken met die beschreven barre situatie, maar is het geen vertrouwenwekkende en hoopvolle gedachte dat naast álles dat wordt afgeblazen, gecanceld en opgeschort, Zijn prachtwerk onverminderd en onstuitbaar doorgang vind?

 

‘ Opa..Gaavazine!’ …….

 

 

De logeerpartij van jongste kleinzoon Luka, vormt voor mij vandaag de aanleiding om mijn doorgaans wat meditatief ingestelde zaterdagochtendwandeling om te vormen tot een minder in mijzelf gekeerd gebeuren, waarbij het deze keer aankomt op een flinke kuiertocht met hem in een soepele buggy waarbij  het eindeloos met elkaar herhalen van woorden en het maken van gekke geluidjes de plezierige hoofdingrediënten vormen.

Wij zijn allebei goed ingepakt want hoewel de lente kalender-technisch is begonnen, blijkt het – vooral in de wind op – nog flink fris te zijn, maar ondanks zijn koude, knalrode vuistjes en een door diezelfde wind veroorzaakt wangtraantje vind ie het allemaal even geweldig wat opa ‘m weer eens van dat platte land laat zien .  Daar doet hij dan zelf weer onafgebroken verslag van middels zijn weliswaar beperkte, maar alsmaar aangroeiende woordenschat.

Zeer in trek is bij hem de graafmachine, van wie het grommend grijpwerk momenteel dagelijks te zien is bij ons achter het huis, maar omdat  de grondwerkers vandaag een welverdiende rust genieten, kan dit pretje geen doorgang vinden hetgeen met een wat treurig klinkend  ‘nié gaavaziene’  moet worden vastgesteld.

Gelukkig komen we daarna van alles tegen wat ook reuze interessant is en opa zou opa niet zijn als ie deze jongen niet iets van de ‘Kennis der Natuur probeert bij te brengen en ik moet zeggen; het zóu er wel eens in kunnen zitten..

 

mk23

 

De eendenwoerd die kwakend in een sloot ligt mooi te wezen, wordt met een scherp ‘éét’ namelijk meteen feilloos gedetermineerd en een groepje langs zoevende scholeksters weet ie toch maar even moeiteloos als ‘vóge’ aan te duiden. Dat we daarna  heel lang samen “pietepietepiet” roepen duidt er op dat we allebei ook heel goed weten wat voor een geluid ze produceren en kom daar nog maar eens om tegenwoordig.

 

schekster2

 

Maar zijn opperste voldoening  wordt bereikt wanneer we achter Westeremden de contouren van een enorme en heuse ‘gaavaziene’ waarnemen, weliswaar in rustende staat, maar toch! We staan ‘m zeker vijf minuten lang te bewonderen en ‘m alsmaar weer als zodanig te benoemen  zodat over diens functie geen twijfel meer kan bestaan.

 

B7DA821C-93A1-4E8E-A3DD-16171AD3A4B2

 

Op de terug weg, die met de wind in de rug en de zon in onze snuiten een stuk prettiger verloopt, constateren  we ook nog eens de tot vrolijke verbazing stemmende aanwezigheid van enkele fietsers en paardrijders.  Maar de ware apotheose vormt toch wel die meneer aan de overkant van het water, wiens hondje  gewillig een alsmaar opnieuw weggegooid balletje apporteert.

Als we de man daarna van dichtbij ontmoeten, groet ik hem beleefd en bedank hem namens ons beiden kennelijk iets te uitbundig , want mijn ‘ dank u hartelijk voor de wáf-wáf-met-bál-voorstelling ’ wordt met een afgewend hoofd en een schichtig ‘goedemorgen’ beantwoord.

Ach, misschien verstond ie mij verkeerd en dacht hij dat ik hem iets wilden aftroggelen of aansmeren, je weet ook maar nooit wat en wie je allemaal op zo’n laan tegenkomt.

Wij laten ons daar echter in het geheel niet door van de wijs brengen en vervolgen vrolijk onze weg huiswaarts waarbij we in een eindeloos lijkende babbel-tweespraak terechtkomen van het alsmaar opnieuw  de revue laten passeren van alle aangetroffen  ‘gaavazienes, éé-tjes, vóges en wáf-wáfs’.

Maar dichtbij ons eindpunt aangekomen merk ik dat ik- aanvankelijk nauwelijks maar op den duur helemaal-  geen respons meer krijg en is dat niet begrijpelijk?

Al die opgedane indrukken, dat verwarmende zonnetje en de cadans van de buggy-wielen doen het kinderhoofd langzaam maar zeker zijgen en uiteindelijk op zijn schoudertjes rusten..

 

IMG_4666

 

Pas thuis, schrikt hij – als ik ‘m voorzichtig naar binnen wil dragen – wakker en is het eerste wat hij roept:

“Opa ..Gaavaziene! ”

 

 

Rond Eben in Pongau und Filzmoos…

Door het toch wel missen van echte wintersfeer had ik al een tijdlang nagedacht en gekeken of er nog een uitstapje naar Winterberg of de Eiffel voor ons in zou zitten in de voorjaarsvakantie, maar ook dáár was het ‘huilen met de pet’ op als het om een fatsoenlijke sneeuwlaag gaat. Alléén naar Lapland, zag ik dit keer niet zo zitten dus tolden diverse koude alternatieven door mijn hoofd.
Als we nou eens.. hoe zou het zijn als…
En toen waren daar opeens mijn lieve zwager en schoonzus Jan en Arenda, die dat gewaar werden en ons uitnodigden om een paar dagen met hun gezinnetje door te brengen in een door hen reeds lang geleden geboekt huisje, in een Oostenrijkse ski-gebied. Zij doen dit al jaren en staan overdag voornamelijk op de lange latten en wij zouden ons daar vast ook wel kunnen vermaken..
Nou zijn wij niet van het skieën of snowboarden, maar zeker wél van het wandelen en frisse winterlucht opsnuiven dus daar hoefden we niet héél lang over na te denken.

Afgelopen maandag is het zover en komen we rond het middaguur aan in het zonovergoten wintersport-dorpje Filzmoos dat op een dikke 1000 meter boven de zeespiegel ons tegemoet ligt te blinken. Je kunt wel zien dat het er flink wilde sneeuwen, getuige de dikke lagen dooiende sneeuw die als enorme witte springbox-matrassen behoedzaam over de daken lijken te zijn geschoven.
De temperatuur doet eerder denken aan heerlijk lente-weer dan aan fris tintelende winterkou, maar het is wel prachtig binnenkomen in zo’n bijzondere omgeving, waar links en rechts talloze skieërs en langlaufers ons in fel gekleurde uitdossing links en rechts voorbij zoeven alsof zoiets niks voorstelt. Wij scharrelen daar eerst wat onwennig tussendoor en voor mijn gevoel vooral in de weg, maar ik kijk mijn ogen uit!

 

IMG_4488

 

 

We logeren in een chaletachtig onderkomen even buiten het dorp Eben in Pongau en het is werkelijk een prachtig uitzicht dat ons daarvan uit wordt geboden..

 

oos1

 

De volgende dag is het vrij zonnig en dat doet ons besluiten om een kijkje te nemen op de vlakbij gelegen Dachstein-gletsjer.

 

IMG_4515 - kopie

 

Het is de hoogste en indrukwekkendste berg van Steiermark. Alleen al de tocht omhoog met de ‘Dachstein Gletscherbahn’ is een unieke belevenis. Na zes minuten staan we op maar liefst 2700 meter hoogte midden in een uniek natuurparadijs, ver van het leven van alledag, omgeven door de ruige rotsen van het Dachsteinmassief en met uitzicht over de bergtoppen van Oostenrijk. Het vriest er bijna 9 graden en er staat een harde winde wind, maar ménsen wat is dat genieten!

 

oos5 - kopie - kopie

 

 

 

Een woest, ongerept landschap van sneeuw en ijs ontrolt zich voor onze ogen en we wandelen met de sjaal voor onze snoeten tegen de bijtende kou een heel eind het landschap in waarbij we ons voor een kort ogenblik ware poolreizigers wanen mét de zalige wetenschap na een dik uur als een soort ‘Scot en Amundsen’ de elementen te hebben getrotseerd, ons terug te kunnen trekken voor een eenvoudig maar voedzaam hapje in de beschutting van een warm bergrestaurant.

 

oos4 - kopie

 

Vanwege diezelfde luwte én ook om het te verkrijgen voedsel, komen juist hier van die prachtige Alpenkauwen (Pyrrhocorax graculus) naar toe, het zijn kraai-achtigen die alleen in de hoge bergen voor komen en in tegenstelling tot hun bekende soortgenoten over een gele snavel en rode pootjes beschikken. Bovendien laten ze in plaats van het bekende nasale gekras, een vrolijk druu-druu-geluidje klinken. Tammer dan hier heb ik ze nog nooit gezien…

 

oos8

 

Gelukkig dalen óók de temperaturen in de lager gelegen gebieden en wanneer we op woensdag met de gondellift vanuit Filzmoos de 1080 meter hoge Papageno-berg op gaan is het daar ook al flink koud geworden.
Vanuit hier hebben we een fenomenaal uitzicht op deze winterplaats dat mij – op deze afstand bekeken – doet denken aan zo’n plastic modelspoorlijn-dorpje dat we rondom Kerst als decoratieve kitsch bij de tuincentra aantreffen, maar ‘this is real man’ !

 

oos9

 

Ook hier wandelen we uren door het schitterende landschap via speciaal aangewezen ‘winterwanderwege en langlauf-loipes’ die zeer goed zijn bewegwijzerd en waar het praktisch onmogelijk is om zomaar kilometers fout te lopen.

Maar Krijn en Janneke zijn natuurlijk niet zomaar..en blijken weer eens in staat om – met kaart en al – op een in het ongerede geraakte spoor terecht te komen en toch de weg kwijt te raken ( ’wat gek, dat hier geen voetstappen te zien zijn’).
Enfin – ten halve gedwaald – komen we gelukkig ruim op tijd terug voor de laatste gondel-afvaart en tot mijn grote vreugde is het begonnen te snééuwen. Eerst een paar voorzichtige vlokjes om er in te komen,

 

oos10

 

maar daarna geeft het sneeuwfront ‘m van jetje..

 

oos11

 

 

En dat gaat hier dan ook wel even flink wat uurtjes door en wanneer we de volgende dag de gordijnen open trekken is het meteen ook sprookjesachtig mooi geworden, door zo’n twaalf centimeter vers gevallen ‘neuschnee’..

 

oos12 - kopie

 

 

We besluiten om de auto maar in ingesneeuwde staat te laten staan en wandelen direct vanuit het huisje opnieuw urenlang door ‘tief eingesneite Nadelwalder’ die in een Hans-en Grietje-sprookje niet zouden misstaan…

 

oos16

 

oos17

 

oos13 - kopie

 

Bij thuiskomst blijkt er een Goudvinkenpaar heel hoog boven mijn hoofd in een boomtop hun zachte dzhuu-fluitjes te laten horen en fotografisch gezien kan ik nu eenmaal dat zalmrode kleurenpakje van het mannetje niet weerstaan en ik zoom ver, héél ver in met de P1000 om ‘m er een beetje goed op te krijgen, want juist met een beetje sneeuw er bij doen ze ’t altijd goed.

 

oos14

 

 

Vrijdag is de laatst dag dat we er nog even op uit gaan, vóór de grote thuisreis begint en we gaan bij Filzmoos nog even de andere kant van de berg op, vanwaar uit we een glorieus uitzicht op de ‘Bischoffmütze’ hebben, wiens naam geen toelichting behoeft.

 

oos21

 

Wat fijn dat de lucht weer is opengetrokken en al dat wit en grijs nu prachtig scherp staat afgetekend tegen de blauwe hemel.

 

IMG_4620

 

Ook hier delen wij weer het spoor en pad met talloze sierlijk voorbij glijdende ski-artiesten, waarbij wij ons op onze benenwagens een stuk minder elegant verplaatsen.
Nou ja , aan skieën wagen we ons echt niet meer en ik heb sterk de indruk dat wij door al die lange wandelpartijen deze schitterende omgeving beter op waarde hebben kunnen schatten dan wanneer wij ons aan allerlei ’hals und beinbruch’-avonturen over hadden  gegeven.

 

oos20

 

We zijn weer veilig thuis en zien dankbaar terug op die mooie gelegenheid die ons op deze manier werd geboden om ook dit stuk prachtige winterse natuur met al onze zintuigen in ons op te mogen nemen !

 

Rond Valentijn..

Hoewel ik altijd wat terughoudend ben als het gaat om ál te menselijke gevoelens op de dierenwereld te projecteren, maak ik rond Valentijn maar eens een uitzondering en toon vandaag twee platen waarop het er schijnbaar romantisch aan toe gaat.

Het vastleggen van hét moment van éénwording bij onze vogels is niet altijd een kwestie van geluk, maar vaak van snel anticiperen op het typische gedrag dat meestal aan de paring vooraf gaat.
Een wat inééngedoken houding van de vrouw en een opzicht vleugelgeklepper van de man verraadt doorgaans dat er iets op het gebied van de voortplanting staat te gebeuren.

Maar dan moet je ook bliksemsnel zijn want de daad duurt maar een paar seconden en voor je scherp kunt stellen staan ze vaak al weer veren-poetsend naast elkaar, alsof er niks is gebeurd.

Lukt het wél om ze in volle overgave te betrappen, dan levert het wel weer een spectaculair plaatje op..

 

 

Scholeksters, Maart 10

 

 

Hoe anders gaat dat bij de Lieveheersbeestjes die er rustig en uitgebreid de tijd voor nemen, maar waarvoor het – met het oog op hun geringe afmetingen – nodig is om met lens op 10 centimeter afstand ongegeneerd door te dringen in de intieme wereld van hun samenzijn.

 

 

Lieveheersbeestjes, April 10

Vredig Loppersom?..

Praktisch elke zaterdagochtend maak ik – na de koffie- een vast loopje en stap ik vanuit de tuin het schelpenlaantje van het Storkster Pad op, om via het fietsbruggetje over het Westeremder Maar terug te keren.
Even voorbij de spoorwegovergang trekken de felle tinten van een paar advocaat-kleurige boerenkrokusjes al snel mijn aandacht en hoewel ik persoonlijk vind dat ze allemaal véél te vroeg de grond uitkomen en dat zo’n foto eigenlijk in de Maartmaand thuis hoort, hurk ik toch even bij ze neer..

 

zat1

 

Halverwege is mijn vaste mijmerplek, op de grotere brug, waar ik een fenomenaal uitzicht heb op Loppersum. De markante, oude toren is een gezichtsbepalend punt op de verre einder en vaak komt dan dat oude jaren vijftig of zestig-liedje van wijlen dominee J.P van leeuwen, (later sterk ‘gevermoderniseerd’ door Rinus & Daalemmer) in mij op..

 

Bie d’olle Lopster toren doar is het leven goud
woar men ook is geboren, elk vuilt zich doar vertraauwd
ain volk van waaineg woorden, maar deeg en traauw rondom
woont bie dij olle toren, mien vredeg Loppersom

Dij olle Lopster toren, dij staait doar dag en nacht
al zwaarf k in vrumde oorden, hai holdt getraauw de wacht
en as ik din noa joaren ainmoal noar hoes tou kom
din zai’k van ver mien toren, mien vredeg Loppersom

 

 

zat2

 

Hoe jammer toch dat dit ‘vredig’ Loppersum nu zo sterk wordt gedomineerd door gedoe rond aardbevingsschade en met name in de kom van het dorp het gezicht wordt bepaald door leegstaande wijken, open liggende bouwputten en her en der aanwezige hijskranen en machines.

Maar zo in de verte ziet het er toch sereen en liefelijk uit …

 

zat3

 

Dat liefelijke geldt eigenlijk ook best een beetje voor het weertype op deze dag, waarbij het zonnetje en een redelijk blauwe hemel het gemoed doen verlichten.
Maar…. later op de dag verschijnen er alsmaar meer wolken…

Volgens alle weerberichten moeten we ons schrap zetten voor ‘Ciara’een zware Zuidwesterstorm die vanaf morgen flink gaat uithalen met zorgelijke windpieken om u tegen te zeggen, zodat ik de spreekwoordelijke riemen vanmiddag maar vastzet en het gevaar van rondtollende bloembakken, tuinbanken en vogelvoedertafels tegenga door deze alvast in geborgenheid te brengen.

 

271109wolken

 

Bosbewoners..

Al vaker heb ik hier gewag gemaakt van mijn grote voorkeur voor winters met veel sneeuw en ijs-geneugten, vooral ook omdat er dan op fotografisch gebied zóveel meer te beleven is. De natuurfotograaf moet het in deze periode sowieso al zonder fotogenieke bloemen, vlinders, libellen en andere insecten stellen en wat zou het dan mooi zijn om in de plaats daarvan prachtige ijs-sculpturen, berijmde bomen of heerlijke sneeuw-landschappen te kunnen vastleggen.

Niks daarvan. Noppes. Nada!
Bijna twee maanden zijn we gevorderd in deze periode die de naam ‘winter’ eigenlijk niet verdient.

Nog geen vlok is er gevallen. Zelfs geen natte spat sneeuw. Nauwelijks een gráádje echte vorst. Niet één keer kunnen rondstappen in een echt wit aangevroren landschap en nog geen enkel maal een fijn berijpt macro-motief mogen begroeten.
Maar niet gezeurd! Gelukkig zijn er altijd vogels!!

In elk seizoen en op elk moment vormen ze voor mij inspirerende motieven door hun kleuren, houding en gedrag, waarvan ik ook in eigen tuin volop kan genieten.
Soms permitteer ik mij om verderop te gaan en soorten op te zoeken die ik in mijn ‘Lopster toen’ waarschijnlijk nooit zal aanschouwen, simpelweg omdat het hier om vogelsoorten gaat die zich vooral ophouden in bosrijke gebieden en tsja..

Vanuit een speciale foto-hut heb ik in de afgelopen weken wat opnamen kunnen maken van twee soorten van zulke typische, gevleugelde woudbewoners en ik laat ze hieronder maar eens de revue passeren..

Allereerst de Glanskop ( Poecile palustris), een kwiek, vrij algemeen bosvogeltje, dat uit de mezenfamilie stamt…

 

panmatk7

 

panmatk2

 

En dan de Kuifmees  (Lophophanes cristatus)  met dat parmantig opgezet verenkammetje, razendsnel en moeilijk te fotograferen, maar ook die kreeg ik uiteindelijk te pakken..

 

pankuif3c

 

pankuif2