Polder Breebaart ..

Al weer maanden geleden boekte ik én een snipperdag én weer eens de unieke fotohut in de Breebaartpolder bij Termunten. Afgelopen dinsdag was het zover en ik had me erg verheugd om in het strijklicht van een heerlijke zonsopkomst  diverse steltlopertjes en andere watervogels voor de lens te krijgen, want alle weersvoorspellers hadden een ochtendstond vol goud in de mond beloofd.

Helaas loopt het weer eens anders, want als ik op het gruwelijk vroege tijdstip van kwart over vier mijn bed uitstap zie ik dat het wat het licht betreft erg tegen valt. Laaghangende wolken en mist!

Ik overwin de sterke aandrang om er eerst maar weer eens in te kruipen en zit in weerwil van het matige zicht en wat mopperige gevoelens toch tegen half zes door de kijkgaten van de hut te loeren.

Op vrij grote afstand staan een Grote Zilverreiger en wat Bergeenden en Kluten zich in het spiegelende water te poetsen en met het diffuse licht levert dat dan toch nog wel een aardig plaatje op.

Dichterbij scharrelen een Kleine Plevier en de enige weken geleden uit het ei gekropen kuikens rond en daarmee heb ik me dan vooral te vermaken, want verder verschijnt er deze ochtend nauwelijks iets  voor de lens.

Omdat op de dijk vlakbij, een door het Groninger Landschap aangebracht kijkscherm is geplaatst waarachter je een blik kunt werpen op een rustende groep zeehonden, besluit ik om een korte tussen-uitstap te maken om daar ook even mijn foto-geluk uit te proberen en gelukkig is er een flink stel van deze prachtige wezens aanwezig, waarvan de meeste voornamelijk als hobbezakken in het slib liggen. Hoewel ik vanuit fotografisch perspectief er graag dichterbij was gekomen om ze wat anders te benaderen, is dat uiteraard niet toegestaan en doe ik het maar met een ‘point en shoot’ –actie van bovenaf..

Wat wél fijn is dat tijdens de terugkeer naar de hut de zon inmiddels is doorgebroken en er eindelijk een mooie, strakblauwe lucht is verschenen. En juist dáár wil ik de boter graag uit braden, want er vliegen af en toe enkele Boerenzwaluwen onder de overkapping om daar wat nestplaatsen te scheppen. Omdat het verder qua watervogels té rustig is, concentreer ik me voor de rest van de tijd volledig op een opname die ik dan gewoon per sé wil maken. Het beeld dat ik in mijn hoofd heb van een van dichtbij invliegend ‘zwaalfke’ tegen een heldere hemel met de dijk als achtergrond.

Iets willen is één, maar het succesvol uitvoeren is twéé…

Tsjonge dat is geen sinecure.  ‘t Zwait stait mie dr van op de kop’

Alles moet meezitten en meewerken. Het benodigde licht voor een sluiterijd van meer dan 1/5000e seconde, een ingeschatte scherptediepte vanwaar je hoopt dat de vogel komt binnenvliegen binnen een focusmarge van enkele centimeters, een framesnelheid van 20 beeldjes per tel én natuurlijk een fraai inswingende ’Hirundo rustica’. 

Enfin réken maar dat de ratelende camera ontelbare beeldjes met mislukte opnamen liet zien, maar dat weet je van te voren.

Hoe groot is dan de voldoening – en de kinderlijke blijdschap – wanneer eindelijk maar toch alles samenvalt in dat ene ‘moment  supreme’ waarin alles klopt!

Fluitje van een cent…

Mooier wordt het niet!”

Deze gedachte schoot door mijn hoofd toen ik zaterdagochtend een kuiertje achter het huis maakte. Dat sloeg niet zozeer op het huidige weertype want eindelijk, eindelijk, éindelijk mogen we een aantal zonnige, warme dagen tegemoet zien. Nee, dat slaat dan vooral op de huidige, overheerlijke aanblik van beemd en berm. O jongens! Het hééft even geduurd maar superlatieven schieten me weer eens te kort bij het aanschouwen én beluisteren van het ontsproten kruid en de zingende en gonzende wereld rondom mij.

Het is vrijwel windstil en  de wereld geurt zwaar van meidoornbloesem wanneer het hortende basjes-concert  van de mannelijke groene kikkers wordt voorafgegaan door preludes van Zwartkop, Fitis en Zanglijster.

Vogelfoto’s worden ook meteen stukken mooier wanneer de hoofrolspelers op of tussen die prachtig witte schermbloemen plaats nemen waardoor ik kans krijg om te werken met mijn favoriete combinatie;  ‘birds & blooms’…

Of het komt door de overvloedige regenval van de laatste weken weet ik niet maar het Fluitenkruid is uitbundiger dan ooit en soms bijna manshoog gaan bloeien. Het is precies dit kunstig kantwerk dat in combinatie met duizenden pluisbollen zo romantisch aan kan doen. Wanneer het juiste fotomodel  zich in deze ambiance neerzet gaat voor mij meteen de vergelijking op met de wufte en vervaagd dromerige ‘mooie-dames-in-de natuur’ portretten van David Hamilton uit de ‘roaring seventies’ 

Nou ja, maar dan anders…    

Nee, met ‘Keesbloumen’ héb ik wat !

Ooit schreef ik eens een nogal melancholisch herinneringsliedje in het ‘Grunnegers’ waarin deze strofe voorkomt:

‘ Dei aine golden zundagmörgen, dou ‘k mit mien grootvoa laip

 Het Keesbloum-fluitje dei hai snee oet bonte baarm bie Daip ‘

Want dat dééd je. Op de juiste wijze het mes zetten in  een Fluitenkruid-oksel en dan, in weerwil van de in de mond achterblijvende penetrante smaak, zo’n donker ‘ooehh-fluitje’ weten te produceren.

Doen kinderen dat nog? Zijn er nog vaders en opa’s die zoiets vóór doen? Wordt er nog samen in een berm op Zuring gesabbeld? Neergehurkt om honing uit Rode Klaver te zuigen? Worden er nog  met toegeknepen wimpers wolkenwagens nagetuurd?  Grasstengels gekauwd en languit op de rug gelegen in het pas gemaaide hooi?

Begin ik oud en sentimenteel te worden?

Pinksteren ..

Uw Wind in mij

die er niet woedt

niet geselt

en niet raast

die ’t tere riet van mijn gemoed,

niet knikt en daarna breken doet

maar leven er in blaast

Uw Vuur in mij

dat niet kastijdt

niet roostert

of verteert

al wat mij van U onderscheidt

niet bitter brandmerkt, vol verwijt,

maar het ten goede keert

Uw Geest in mij

die wind, die gloed 

de Trooster

die beklijft

die niet nadat Hij mij ontmoet

een vluchtig “dág ” ten afscheid groet

maar bij mij wonen blijft !

        © Krijn Dijkema

Early one morning in May..

Onwillekeurig moest ik bij het schrijven van dit blog denken aan een in het Engels gezongen nogal romantisch luisterliedje uit de 70-er jaren. Het is er eentje van het Groninger gitaarduo ‘Sundown’ en hoewel die naam anders doet vermoeden gaat het over een vroege ochtend in mei… “ Early one morning in May’

Hoewel we nu niet bepaald worden verwend met liefelijk lenteweer en we ons misschien verre van romantisch voelen, is het momenteel wél heerlijk buiten toeven in het midden van de meimaand. Zeker dán is onze ‘pervinzie’ op haar allermooist…

Wanneer fluitekruid en pluizenbollen de bermen tooien en het landschap schitterend is gedrapeerd met een paardenbloementapijt a la ‘Claude Monet’.  

Ga dán eens een héél vroege mei-ochtend op pad, zoals ik deed in het landschap rond het Hoeksmeer en snuif de geuren op, luister naar de weidevogelgeluiden, zie de nevelsluiers uit de sloten rijzen terwijl de zon langzaam de rode morgengloed omzet in heldergroene en – blauwe tinten.

Klein, stil en verwonderd sta je dan mens te zijn in een adembenemend mooie Schepping!

Heb je geen zin? Geen gelegenheid? Wel wat anders aan je hoofd?

Neem dan ongeveer 90 seconden de tijd en neem éven een virtuele duik in de mystieke schoonheid die ons omringt en die we zo vaak volledig aan  ons voorbij laten gaan..  

Tureluurs op Moederdag…

Roodstaartjes..

Wie een beetje tuin heeft met wat struiken of bomen maakt altijd kans om daarin Roodstaartjes aan te treffen. Je moet er wel even oog voor hebben, maar wanneer je even oplet wanneer ze opvliegen, zal meestal wel het rood van hun staartveren de aandacht trekken. Het zijn trekvogeltjes die in zachte winters zelfs onze tuinen verkiezen boven zuidelijke, warmere oorden. De meest voorkomende soort is de Zwarte Roodstaart. Een beestje met wel erg ingetogen kleuren. Elk jaar wordt er wel ergens in mijn tuin een nestje jongen groot, waarbij de hele familie tot diep in het najaar zich met hun vibrerende staartjes op paaltjes en hekjes vertoont. Ze laten zich met niet al teveel moeite fotograferen, vooral ook omdat ze vaak vaste zitplekken innemen. Ik laat hieronder een eerder genomen opname van het mannetje in zijn typisch zwart verenpakje zien..

Sinds een paar dagen is zijn véél bontere, wat minder algemene neef óók weer in mijn tuin aangekomen; de Gekraagde Roodstaart. Ik had hem de voorgaande twee jaren gemist en wat vind ik het prachtig dat ie terug gekomen is. Met name het mannetje is een juweel om te zien en deze week lukte het me om hem van dichtbij op een bloesemtak te kunnen portretteren!

Bij de eerste gelegenheid keerde hij nadrukkelijk zijn prachtig blauwgrijze achterzijde naar mij toe…

Maar daarna toonde hij dan toch ook zijn flamboyante voorkant en zijn kenmerkende witte oogstreep. Wat een beauty, niet waar ? 

Als ik de tuin in loop, hoor ik steeds hoe beide neven Roodstaart met hun schrille trillers de  blits proberen te maken.

En de vrouwtjes, zult u zeggen? Die zijn uiteraard aanwezig, minder opvallend gekleurd, meer teruggetrokken en veel meer gericht op het aanstaande gezinsgebeuren en bijbehorende nestelplek maar.. doorslaggevend in de keus van het interieur. 

Jawel, ook daar !

Hé jongens….

Hé jongens, kom eens kijken!

Hoe hij er aan komt en waar hij het heeft opgedaan? Geen idee. Mogelijk van vriendjes op Kids2B of bij een van zijn grotere neefjes die op deze wijze aan dit soort populair vocabulaire hebben bijgedragen. Feit is dat mijn kleinzoon Luka een nieuwe inviterende manier heeft gevonden om zijn ouders, grootouders en andere aanwezigen enthousiast te betrekken bij een van zijn vele, spannende voornemens die hij van plan is ten uitvoer te gaan brengen.

In dit geval is het de van te voren geplande ineenstorting van een grote stapel, slordig geplaatste speelgoedblokken dat met enige fantasie wel door kan gaan voor een soort toren.

Voor dit rampscenario heeft hij al een speciaal voor dit doel gereed staande  ‘gaafmesjiene’ opgesteld, waarmee straks het toch al zo broze verband in dit bouwsel volledig zal worden weggeslagen. Op mijn vraag naar het waarom klinkt het ‘de toren is stout’ en daarmee is het pleit kennelijk voldoende beslecht. De tenuitvoerlegging van het vonnis vervult hem zodanig met voorpret dat zijn ogen al glinsteren bij de gedachte aan de ravage die hij gaat veroorzaken en waar hij ons kennelijk zo graag als getuige bij aanwezig heeft.

‘Hé  jongens, kom mee!”

Uit de op dat moment aanwezige voorraad ‘jongens’ wordt opa deze keer geselecteerd omdat hij wel weet dat ook ik vind dat dit vast weer een van zijn betere, ijzersterke nummers gaat worden.

Zijn stevige kleine jongensknuist trekt me subiet achter mijn bureau weg om me naar de  onheilsplek te geleiden vanwaar ik  op de hurken zittend, van dichtbij  het aangekondigde sloopwerk mag aanschouwen.  Wanneer ik hierbij uit voorzorg mijn handen voor mijn oren houd en mijn ogen  angstvallig dichtknijp, voel ik dat hij ter geruststelling  zijn handje héél even op mijn hoofd legt.

Dan wordt met een betekenisvol  lachje de grondverzetmachine, die plotseling ook moeiteloos en multifunctioneel blijkt te kunnen vliegen, met gierende motor in stelling gebracht waarna de apotheose een waar spektakel oplevert van angstaanjagend goed nagebootst motorgeloei,  gevolgd door een enorme klap en  het donderend geraas der vallende blokken..

Als opa anderhalve minuut later – nog diep onder de indruk en enigszins wankelend – weer achter zijn bureau heeft plaats genomen is Luka’s aandacht alweer volledig verplaatst  naar een andere bijzonder interessante bezigheid bestaande uit  de bereiding van een héérlijk plastic spiegeleitje op een speelgoedfornuis waarbij hij kennelijk toch óók  weer rekent op onze warme belangstelling..

“Hé jongens….”

Word jij d’r soms ook zo moe van?

Word jij d’r soms ook zo moe van?

Van die alsmaar tegenvallende coronacijfers? De stagnerende productielijnen?  Stop gezette vaccinaties? Uitgestelde versoepelingen en vertraagde stappenplannen?  Loopt er dan nog wél iets  volgens planning?

Absoluut!  Maar dat gebeurt buiten!  Nu!

Daar volstrekt het vernieuwingsproces zich in zijn volmaakte orde en regelmaat zoals ooit ontworpen en gepland. Onverstoorbaar worden hoop en verwachting hier daadkrachtig omgezet in de zoveel-duizendste, magistrale uitvoering van een nieuwe lente.

Wéér bloeien de wilgenkatjes vol felgeel stuifmeel dat wacht om door de wind of aan een koolmeesveertje te worden meegenomen om tot bevruchting van een nieuwe generatie te dienen. Precies zoals het is bedacht en waarvoor het is bestemd! 

Opnieuw  ontvouwt zich – letterlijk – het onbegrepen wonder van de aanmaak van groenpigmenten in het pril gebladerte.   Zoals het ‘van den beginne’ af is bedoeld. Teer en kwetsbaar nog, maar perfect getimed en gerealiseerd binnen de gestelde termijn!  Zondoorschenen, trekken ze onze aandacht;

Daar zijn we weer!  Jullie hadden toch wel op ons gerekend ? ’

En ja, heel klein en veel minder opvallend verschijnen volgens het geplande schema, een beetje bleu maar precies op tijd,  de zachtblauwe bloemkelkjes van het Ereprijs in de langzaam weer opfleurende bermen .

Je moet er eigenlijk diep voor voorover buigen om hun fragiele schoonheid en hun terecht ontvangen naam te kunnen duiden. En een diepe buiging misstaat ons niet!

Buiten gebeurt het!

Laten we vandaag onze binnenwaarts gerichte blik weer eens verruimen en dankbaar genieten van hetgeen ons daar wordt geboden aan wél waargemaakte beloftes. 

Even wég bij  de Persconferenties het Journaal en de praatprogramma’s.

Eindelijk eens lós komen van  je beeldscherm..

Nou ja, nádat je dit even hebt gelezen dan.. J 

Pose…

Deze van mij genomen opname op de kleuterschool, verhult een scala aan feitelijkheden  waarbij de fotograaf door middel van een zorgvuldige enscenering zijn best heeft gedaan om de indruk te wekken van een zeer georganiseerd en met een bijzonder technisch inzicht behept kereltje. De pose die ik lijk te hebben aangenomen suggereert dat ik aangenaam verrast opkijk vanuit een diep geconcentreerd bezig zijn met mijn dierbaarste speel-attributen en me daarbij omringd weet door de vanzelfsprekende aanwezigheid van vertrouwde kleuterklas-spulletjes. Schijn bedriegt!

In eerste instantie staat daar links naast mij een potsierlijk bakje met een compositie van kwalijk verlepte viooltjes, dat ik waarschijnlijk direct na de opname zal hebben omgestoten gezien mijn toen al ontloken vaardigheid om glas – en vaatwerk te verbrijzelen. Ter rechterzijde word ik geflankeerd door twee, ernstig kijkende, uitneembare houten figuren die bestonden uit diverse schijfjes die –  wanneer je ze op een bepaalde volgorde op een standertje plaatste – daadwerkelijk de vorm aannamen zoals ze hier zijn afgebeeld.

Ik heb het zover nooit mogen brengen .

Zeker, ik kreeg wel de ringen op een bepaalde manier op het stokje maar mijn maaksels leken in niets op de slanke bobby of de getailleerde muisachtige pop die u hier opdringerig naast me ziet staan. Wel wist ik altijd als ‘finishing touch’ het hoofdje op de goede plaats te krijgen zodat mijn scheppingen weliswaar een enigszins wanstaltige, naar toch wel menselijke vorm hadden aangenomen.

Ik vond er niets aan.

 En dan die Meccano-achtige, houten constructie waaraan ik hier als een aanstormende werktuigbouwer de laatste hand lijk te leggen. Als er ook maar iets was in het aanwezige arsenaal aan speelgoed  dat ik nooit en te nimmer zou uitkiezen, dan was het zoiets!  Het enige wat ik aantrekkelijk vond aan deze houten vorm van kindervermaak was de smaak. Men zag mij er dan doorgaans ook uitsluitend en vooral peinzend op sabbelen waarbij  vooral de rubberen bandjes mijn sterke voorkeur genoten, hetgeen ongetwijfeld niet de bedoeling van de ontwerper zal zijn geweest.

Maar er uit eigen initiatief mee spelen ? Dat nooit!

Ook die enorme Pluto-plaat in de achtergrond droeg niet bij aan een sfeer van intimiteit, omdat deze speciaal voor deze gelegenheid door de fotograaf uit zijn auto was gehaald, daarmee suggererend dat wij hier toch maar mooi dagelijks door deze kindervriend werden toegekwispeld.

Nee, iemand met een volslagen gebrek aan inlevingsvermogen in de denkwereld van een kleuter, moet mij met zachte volwassenen-drang in die hoek achter dat tafeltje hebben gemanipuleerd.

Bij nader inzien meen ik, naast die ogenschijnlijk welwillende glimlach dan ook vooral onthutsing in mijn kinderogen waar te nemen.

‘Pronkjewailtjes’ wordt (weer) ‘Krijnsels’

Tsja…het is weer eens tijd voor verandering wat mij betreft! 

Nadat ik mij alweer een jaartje of vijf hoofdzakelijk met het vullen van een natuurplaatjes- en -praatjesblog heb bezig gehouden ben ik van plan om binnenkort dit weer aan te vullen met andere ‘ditten en datten’ die zo af en toe ook in mijn binnenste opborrelen.

In een alweer ver verleden heb ik mijn blog al eens een tijdlang op een dergelijke wijze aangevuld en ik wil dat graag wéér doen.

Veel lezers kennen en bezoeken sinds een  anderhalf jaar ook mijn tweede blog  ‘kRIJMsels’ dat ik destijds ben gestart, waarin rijm- en dichtwerk werd opgenomen. Omdat het bijhouden van twee verschillende blogs mij wat minder bevalt en vooral ook omdat er heel veel overlap zit in de verschillende lezersgroepen heb ik besloten om beide blogs terug te brengen tot één geheel en de natuurverhaaltjes uit te breiden met  bepaalde mijmeringen, gekleurde herinneringen en andere (on)opvallende schoon- of interessantigheden die ik om me heen ontdek en graag  met anderen deel.

Ze vormen een soort  stoet van persoonlijke gedachtengangen mét beelden erbij.

Een bonte optocht van ‘mijmers en  rijmers, plaatjes en praatjes, pixels en spinsels’ die zich voor mijn gevoel het best laat samenvatten door middel van het  mixwoord ;  ‘Krijnsels’

(Ik bedenk ook maar wat…)

Krijg je automatisch berichten van nieuw updates en zit je niet op deze uitbreiding te wachten?  Kwam je hier puur voor de natuurbeelden en hoef je al dat andere niet?  Geen punt. Lees en bekijk wat je wilt ! Of meld je simpelweg via de mailfunctie af. Het laatste wat ik wil is je toch al zo volle mailbox vullen met ongewenste post.

Voor hen die het wel waarderen geldt; veel lees- en kijkplezier en tip iemand anders waarvan je denkt dat hij of zij het ook fijn kan vinden..

Graag hoor ik straks ook wat jullie er van vinden. Dat kan als gewoonlijk het simpelst via de reageerknop hieronder.

Hartelijke groet

Krijn Dijkema

Hier komt ie..

Oei wat een woei!

Sinds lange tijd zijn we qua weertype weer eens in een zeer onstuimige fase beland, waarin stormwinden en slagregens de dienst uitmaken en dan valt er vanuit fotografisch oogpunt weinig vast te leggen als het gaat om verstilde lente-sfeer en teer ontluikend groen.

Hoewel keiharde windvlagen en jagende wolkenpartijen ons op een bepaalde manier ook kunnen helpen om tijdens een wandeling de kop eens lekker leeg te kunnen krijgen, kom ik in mijn hoofd toch vaak het meest tot rust in meer serene omstandigheden.

Midden in de jachtige wereld van het alsmaar moeten, gewoon maar wat aan scharrelen in het veld of in een park. Beetje mediteren en vooral ook stilstaan en kijkend rondzien..

Je zintuigen van reuk en gehoor op scherp stellen en stil en verwonderd raken over al dat beloftevolle moois  waaraan we in onze gehaastheid toch zo vaak achteloos voorbij lopen.

Het klinkt cliché-matig, maar het wérkt…

In vorige blogs toonde ik u in krokussen, mezen en roodborsten in foto-bevroren toestand en omdat ik ze alle drie óók verpakt heb in een dikke minuut aan bewegend beeld laat ik ze hieronder ook nog even in een videoclip figureren. Géén muziek, alleen natuurgeluiden – en plaatjes

Het zijn wel beelden waarvoor je even de tijd moet nemen.

Ben jij dat type dat  binnen twee seconden weer iets nieuws moet zien? Dan is dit soort trage dromerigheid voor jou mogelijk een reden om het gauw door te spoelen.

Voor hén die over een wat langere concentratie-curve beschikken hoop ik dat het 70 seconden virtueel vertoeven in de ambiance van een ontluikend bos een heilzaam en opbeurend effect zal hebben.

Enfin..genoeg geschreven en gelezen… hier komt ie!

Vouchers…

Héél, héél voorzichtig worden ook in de natuur de eerste versoepelingen toegelaten waar we zo lang naar uitkeken. Nee, nog geen volop uitbottend groen of uitbundig uitwaaierende bloesems, da’s allemaal véél te risicovol met het oog op uitbraak van de gevreesde bitse variant; de mogelijk nog fel in het rond bijtende nachtvorst.

Nee, het zijn meer de ingetogen, typische tegoedbonnen waar de vroege maart ons al mee probeert te paaien. Vouchers die straks mogen worden ingewisseld tegen de beloofde aanbiedingen, waarbij superlatieven weer te kort zullen schieten.

Het zijn de eerste nog tere ‘katjes’,  de iele kornoelje-bloempjes, het rose van de winterharde ‘viburnum’… stuk voor stuk zijn het bescheiden voorlopers van de echte lentepracht waarvan ik ook hier straks weer wat hoop te mogen tonen. 

Maar nu dan eerst de kleine herauten en ik vind het leuk om daar dan weer een pimpelmeesje op te laten plaats nemen omdat het zachte blauwgeel van dat dappere vogeltje daar nu eenmaal een oogstrelende combinatie mee vormt.

Einde van een ..lock-down!

Tsja , dat kan allemaal in ons kikkerlandje!   Van schaatsen op uitgebreide schaal naar mogelijk de eerste rokjesdag. En dat in slechts 10 dagen tijd. Stonden we vorige week zondag  op tijdens strenge vorst  en even later ook nog eens met z’n allen op het ijs, morgen wordt misschien ergens in Zuid-Nederland temperaturen van rond 20 graden verwacht en is de eerste ‘rokjesdag’ een feit.

‘Rokjesdag’  is een beetje een raar taalfenomeen dat ergens in zwang is gekomen in de 90-er jaren.

Het is het moment waarop de winterslaap ten einde komt en  het kwik de 20 graden ongeveer aantikt en  je voor het eerst weer je in je zomerse kloffie naar buiten kunt.  Normaal valt die dag ergens laat in maart of in de eerste week van april. Maar in februari? Ongekend!

En bij mij is de knop nu ook om.

Normaal gesproken mag het van mij aan het eind van de sprokkelmaand nog volop winteren, maar nu we zo snel dan toch even aan het voorjaar mogen ruiken sla ik om als een blad en wil ik ook meteen méér…

Dus..

Wég met de bezoekbeperkingen…kóm er in!

Afgelopen met die lock-down!

 

Alle bloemenkelkjes mogen open!

Sneu maar ‘deu’…

Ja, het is in een keer ook meteen weer ‘goud deu’ !

Zoals we deze week begonnen met code Rood vanwege heftige wind en sneeuwval zo eindigden we met dezelfde kleurcode maar nu in verband met slip- en valgevaar door hevige ijzel.

En ja..ook deze keer was het badkamerraampje voor mij weer het eerste teken dat het ráák was.

Even had ik nog de ijdele hoop dat het om zo’n decoratief soort dikke ijzellaag zou gaan die kortstondig bessen, takjes en grassen in een fotogeniek glazen jasje zou hullen maar niks hoor..

Dikke regendruppen waren het, die er voor zorgden dat het er buiten dan ook meteen weer zo huilerig sombergrijs uit ziet. 

Nou ja dan maar er een vorm van abstracte kunst in zien, wanneer dat  druipproces zich biggelend tegen de buitenzijde van het kamerraam afspeelt.

Ik koester nog maar eens de herinnering aan zo’n fijn gevormd sneeuwduintje waaraan de gierende wind en driftsneeuw op die turbulente zondag zo’n messscherpe kam wist te slijpen..

Of dat moment waarop de anders zo schuwe Kramsvogel, hongerig de aangeboden appels ontdekte en me unieke foto-kansen bood..

De ontelbare, neergedwarrelde sneeuwvlokken die tijdens de vroege ochtenduren  in diepvriestemperatuur,  mij als fel oplichtende diamantjes tegemoet schitterden.

De in de avondzon glanzende ijsvloer op het Damsterdiep waarin we in het weekend na 9 jaar eindelijk weer eens de ontvette ijzers konden zetten..

Het was kort maar mooi! 

En van mij mag het voorjaar worden… 

Méér vorst …

Ja, vannacht bakte het er eindelijk eens lekker in! Het was meteen al te zien aan het ruitje van het uitzetraam in de badkamer.  Het is een van de eerste dingen die me na ’t wakker worden een indruk geeft van het weertype dat ons te wachten staat.

Is het beslagen?  Zitten er regendruppels tegen aan ? Ligt er een sneeuwlaagje op? 

Vanochtend gaf het al de indicatie door dat het flink hard gevroren had! 

De digitale thermometer wees dan ook maar liefst – 11,7 C aan om precies te zijn en dan groeit het schaatsijs eindelijk eens lekker door.

Met een stralende zon, een overwegend blauwe hemel en een tintelend frisse sfeer is het tussen de middag dan leuk fotograferen waarbij ik de macrolens weer eens te voorschijn haal om enkele miniatuur ijssculptuurtjes vast te leggen.

Aan het eind van de dag maak ik te voet een verkenningsrondje langs en ook óp twee hier in de buurt liggende meertjes  om te zien of er al hier en daar op wordt geschaatst en om de ijskwaliteit te beoordelen.

Nou, voor wat betreft het Hoeksmeer hoef ik me geen enkele illusie  te maken, want de combinatie van wind en sneeuw heeft hier voor zo’n grillig soort ijsoppervlak gezorgd dat deze op geen enkele manier beschaatsbaar is . Maar ’t is er wel leuk om te wandelen!

Heel anders is de entourage op het Dannemeer, waar ik toch al diverse mensen zie die hier een rondje trekken en omdat de avondzon juist op het moment van arriveren langzaam naar de kim zakt kan ik er meteen een fijn sfeerplaatje van pakken.

Ik ga nog éénmaal op de stramme knieën om het silhouet van een op het ijs achtergelaten ganzenveertje tegen de alsmaar meer bewolkte lucht portretteren.

En dan op huis aan en vanavond eens zien of de beloofde lage kwikstanden ook daadwerkelijk een feit zullen worden zodat we eindelijk weer eens ouderwets de scheuvels uit het vet kunnen halen, waarbij mijn hoop toch vooral op een beschaatsbaar Damsterdiep is gericht!

Het wachten is op de opklaringen !

‘ Pik in .. ’t is winter’ ! ……

En dan is zomaar opeens écht winter! En meteen was het ook ‘bar en boos’ gisteren.

Nou ja..vergeleken met de huizenhoge duinvorming tijdens de legendarische sneeuwjacht in februari ’79 was dit hier maar kinderspel natuurlijk. Maar toch!

Het ging gisteren even goed tekeer tijdens die ouderwets bulderende noord-ooster en ’t was een indrukwekkend gezicht om vanuit de huiskamer de sneeuwslierten als wapperende tien meter lange witte gordijnen over het bouwland te zien stuiven.

’s Avonds gaat het harder sneeuwen en omdat ik hier een lantaarnpaal ontbeer om in het schijnsel van het vlokgedwarrel te kunnen genieten, hang ik buiten even een bouwlamp op. Ik voel me dan  altijd nog een beetje als een klein jongetje in die dingen en vind het prachtig om dan dáár weer een gekke foto van te maken, want door de lange sluitertijden ontstaat er in het felle schijnsel een waar spektakel van bijzondere lichteffecten.

Sneeuw genoeg dus, maar juist door die enorme, alsmaar aanhoudende stormwind werd er hier geen lekker dik wit tapijt op de velden gedrapeerd, maar stoven met name de sloten helemaal vol en vertoonden de meest grillige en scherpe vormen die je maar kunt voorstellen.

Het doet mij het meest denken aan gigantische bakken vol romig schepijs, maar doordat de harde wind het verkleurt met stof, zand en fijne aarde dat van de akkers is komen aanwaaien gaat de smakelijke aanblik er wel wat van af.  Nou ja…mokka-ijs is ook lekker.

Aan de andere kant betekent dat wel dat hierdoor ook de aangekondigde schaatspret wel eens kon worden bedorven.  En dat niet alleen door zand op het ijs, maar vooral ook doordat het water op de meertjes en kanalen tegelijk met de sneeuwval is bevroren zodat je een brosse, troebel-gele en geribbelde ijsvloer krijgt waarop het zwaar, zo niet onmogelijk schaatsen is.    

Het wordt bij ons in Groningen heel ‘to the point’, maar minder welluidend als ‘kwalster ‘(rochel-)ijs aangeduid.

Thuis vormen de sneeuwlaagjes op mijn erf een mooie gelegenheid om door de in die sneeuw gevormde sporen eens te zien wat er met name ’s nachts zo al rond hipt en scharrelt.

Ik wist dat er wel eens steenmarters konden huizen in en rond de opslag ( wie heeft ze niet?) maar nu werd hun aanwezigheid toch fijntjes verraden door de scherp afgetekende klauwtjes en hun in typische martersprong neergezette pootafdrukken.  Ze mogen van mij hun nuttig muizen-vang-werk doen, zolang ze maar niet onder de motorkappen willen gaan wonen. Maar ja, wat doe je er tegen?

Wat ik wél heel leuk vind is het feit dat bij deze weersomstandigheden ik altijd direct bezoek krijg van de Kramsvogels. Normaal gesproken razendschuwe ‘tjakkers’ van veld en beemd, maar zodra er sneeuw en ijs is, komen ze de menselijke nederzettingen opzoeken. Appels zijn hun favoriet!

Geen mérel krijgt de gelegenheid om er ook even van te snoepen, want ze worden subiet weggejaagd en blijven minutenlang alleen-heerserig schrokken op de voerplaats .

Ik maak er dankbaar gebruik van..

En als ie dan eindelijk tóch de plaats poetst, duikt er een prachtige zanglijster op die vind dat ie lang genoeg heeft moeten wachten.

‘Pik in, ’t is Winter!’

Wie weet ! …

Zo!

Zo’n  – 7,5 C wees mijn thermometertje aan toen we opstonden en ons meteen konden vergapen aan een wit berijpte wereld, die nét een tikkeltje meer winters aandoet, vergeleken met die van afgelopen maandag. Doordat het in de nacht wat nevelig was geworden, is er nu sprake van zogenaamd ruige rijp, waardoor de natuur er nog sprookjesachtiger uitziet.

Ik ben dan rap uit bed, gun me dan ook weer eens geen tijd voor ontbijt en stap met holle maag maar monter het fris tintelende buiten in.

Ach, het is er dan zo fantastisch mooi !

En eigenlijk ook meteen weer zo’n pluk-de-dag-ding, want vanaf morgen zullen depressies weer de gebruikelijke roet in dit aangename eten strooien.

Windstil is het en zonnig ook. Ik hoor gakgeluiden van wilde ganzen ergens hoog tegen de strakblauwe hemel en waar ik ook kijk vragen duizenden glinsterende motieven om mijn aandacht.

Ik fotografeer ze rechtstreeks of juist in back-light.

Zonbeschenen grassen, bladeren, zaaddozen, rietpluimen…ze zijn stuk voor stuk door de Meester-Patissier met ragfijn wit kokos-strooisel  versierd..

Wanneer ik zo geconcentreerd bezig ben, krijg ik vaak een heel klein beetje buikpijn van de prettig mentale inspanning, maar iets zegt me dat dit nu ook wel een hongergevoel kan zijn  . Pardon.. een ‘trek-gevoel’, want ‘honger’ mocht ik van mijn moeder niet zeggen.  ” Honger? Dát kinnen wie hier nait! ” En zo i s ‘t!   

Nou ja, in elk geval maar huiswaarts voor een broodje hagelslag.

’s Middags maak ik met Janneke nog een flinke 10 kilometer-wandeling langs de boorden van het Dannemeer bij Schildwolde.

O wat prachtig ligt dat zwarte glij-ijs daar te glanzen en wat jammer dat dit – zo het nu staat – de komende dagen weer tamelijk zinloos in vloeibare vorm zal wegglijden.

Maar wie weet wat nog komt!

Rijp in de ochtend…

Eindelijk beleefden we weer eens heldere, pittige nachtvorst waarbij het kwik bijna de – 5 graden aantikte waardoor de landerijen, grassen en struiken van een fris-witte baard waren voorzien.

Omdat de zonsopgang fraai beloofde te worden, was ik er dan ook als de kippen bij om deze steeds zeldzamer worden wintermomenten  fotografisch uit te buiten.

Heerlijk toeven is het dan op het Storksterpad waar de bermen vol staan van kunstwerkjes in de vorm van in de zon flonkerende bloemschermen en zwaar aangesuikerde braambladeren.

In druilerige omstandigheden zijn het verlepte en vaak onooglijke plantendelen die nu stuk voor stuk met recht ‘pronkjewailtjes’ mogen worden genoemd.

Details te kust en te keur…

Maar waar ik óók op gespitst ben? Op een groepje reeën dat zich al een paar weken ophoudt in de nabijheid van de bosjes aan de zijkant van de in verval geraakte boerenplaats.  Soms laten ze zich prima zien , een andere keer lijken ze weer van de aardbodem te zijn verdwenen.

Het is een soort gewoonte geworden om als ik daar ben, altijd even speurend rond te zien en ook deze ochtend loop ik met een  ‘je weet maar nooit’ gevoel even die kant op.

En..yes!

Dichtbij staat een groepje reegeiten onder toezicht van een bok, die ergens in de strijd één van zijn geweitakken is kwijt geraakt, mij wantrouwig in zich op te nemen.

In gebukte houding loop ik langzaam wat nader en uiteindelijk lukt het me om deze schitterende ranke wezens in de omlijsting van een prachtig berijpt landschap vast te leggen.

Enfin, deze buit is weer binnen en uiteindelijk wil ik ook zelf wel weer die kant op want verkleumd raak je d’r wel van!

Dagsneeuw ..

Dágsneeuw !

Zo werd het – terecht- aangekondigd door de weermannen en – vrouwen; enkele centimeters sneeuw voor één dag en dan moest je er nog vlug bij zijn ook want tegen de tijd dat de slee van zolder is gehaald, zou het ook al weer rap zijn weggesmolten.

Groots werd het aangekondigd in de media.

Tja..zo erg is ‘t al gesteld met het klimaat in ons landje aan de zee, waarin het nieuws over de komst van zo’n  tijdelijk pakje heel even dat andere, meer zorgelijke item naar de achtergrond lijkt te verdringen.

En eerlijk is eerlijk; ik keek er toch ook wel naar uit, want het is zeker al wel weer een jaartje of twee geleden dat het er hier in Grunnegerlaand sprookjesachtig wit uitzag.

Gisteravond was het dan zover en bij het schijnsel van een speciaal hiertoe tijdelijk geplaatste buitenlamp zagen we de eerste vlokken vallen.

Het bracht ons er toe om toen het tegen elven opdroogde, nog even een blokje om te doen en een frisse winterneus  te halen in het nog sfeervol verlichte centrum van ons dorp.

Gelukkig bleek bij het openschuiven der  gordijnen dat het nog een half graadje onder nul was en er zelfs wat sneeuw was bij gevallen.

Met de absolute wetenschap dat het héél binnenkort ook weer zou wegsmelten, krijg ik dan iets koortsachtigs over me en móet dan even naar buiten, de witte wereld in.

Enfin..je knipt dan met verkleumde vingers hier en daar een plaatje en knoerpt wat door de al aanklonterende sneeuw  en hoewel ik anders op zo’n moment me prima even op een snijdend koude Russische taiga-steppe kan wanen of fantaseer over een barre voettocht door een sterk verwinterd Alaska,  lukt me dat vandaag wat minder goed.

Is het de mineur van de aanstormende dooi? Het besef van de tijdelijkheid van alle dingen?

Ik weet het niet.

Eenmaal bij de kachel, schiet ik – vlak voor de online-kerkdienst begint – , door het drielaags-thermopane van het kamerraam dan toch nog een  plaatje van een  koolmees die precies op die fijn bepoeierde wilgentak wil zitten en daar word ik dan toch ook wel weer een beetje warm van..

’s Middags maken we nog een paar flinke wandelkilometers in een landschap dat alweer groenachtig wit of witachtig groen is geworden. De blinkend witte, rulle wade lost grotendeels langzaam op in een slijmerige grijsgrauwe drab, maar op het bouwland tegenover   boerderij ‘de Wierde’ ligt nog wel een aardige wit laken, maar ook  die zal weldra worden opgevouwen.

En nu maar hopen dat Koning Winter ons in deze periode nog weer eens op de schaats brengt.

Voorlopig is ’t doan’….  

Dág sneeuw! 

Als een kind…

Het jaar 2020…eentje om maar gauw weer te vergeten, hoorde ik iemand zeggen.

Tja, als dát zou kunnen, gewoon vergéten. Uit je hoofd wissen die 365 dagen vol pandemie-gerelateerde ‘downs’ en in dat opzicht weinig ‘ups’. Wég met de herinneringen aan de pijnlijke momenten van persoonlijke zorg, diep verdriet, leegte, gemis van geliefden.

Even je hoofd leeg maken, drie maal schudden..de blik op oneindig en vérder maar weer over de drempel van het nieuwe jaar. Als dát zou kunnen.

Maar dat gáát niet en moet ook niet.

Memoreren, gedenken, stilstaan, herbeleven….ze zijn allemaal nodig in het verwerkingsproces van een mens om verder te kunnen in het leven. Soms kan het gemoed er weer even van volschieten, welt er een traan op, schrijnt het zo.  Proef je het bitterzoete mengsel van de smaak van gemis en dankbaarheid tegelijk. Herinnering aan het wanhopig naar houvast zoeken op de  ‘rollercoaster’ tussen hoop en vrees’, tussen gelovend bidden en vertwijfeld vertrouwen.

Maar het leven is dit jaar óók dankbaar terugzien. Vieren zelfs!  Omdat er hoop is!

Omdat er zoveel is dat blijft. Dat groeit. Dat mooier, béter wordt dan dat het ooit was..

Omdat het leven voor ons allemaal een belangrijk doel kent namelijk ‘lief hebben en geliefd worden.’

Omdat het geluk óók te vinden is in de kleinste dingen in ons bestaan.

Gistermiddag tuimelden dit soort emotie-gedachten door mij heen toen ik samen met mijn allerjongste kleinzoon de hand legde aan een belangrijk grond- en waterbouwkundig project dat met behulp van graafattributen en zeefmolens vorm kreeg midden in een enorme regenwaterplas op de laan naast het fietspad vlak bij ons huis.

Kijkend naar een kind…

Dat volledig op gaat in het ‘zinloos’ dragen van water naar zee.

Doorweekt, bespét..en met snottebelletjes die als lamspoten traag uit zijn neusje zijn komen sluipen..

Met vuurrode konen en ijskoude knuistjes, die  – alsmaar scheppend –  van geen ophouden willen weten, waadt hij onbevangen door het grijze water op zijn soppende laarsjes.

Geen tél denkend aan het risico op struikelen,  een vloedgolf, pijn, schrik en daarop volgende tranen. 

Niet bewust van uur en tijd. Van dag of jaar. Van zorg of moeite…

Alleen het vertrouwde besef van mijn aanwezigheid.  

Dat er Iemand bij ‘m is, die ‘m straks wel weer zal troosten en mee terug zal nemen..

Drágen het liefst..

Over de drempel van een veilig huis..

naar een droge broek, een warme oliebol, een bekertje sap…

Laat mij niet mijn lot beslissen: zo ik mocht, ik durfde niet.

Want hoe zou ik mij vergissen, als U mij de keuze liet!

Wil mij als een kind behandelen, dat alleen de weg niet vindt

Neem mijn hand maar in Uw handen en geleid mij als een kind.