Ameland..

We zijn dit weekend terug gekomen van  een heerlijke  uitwaai-  midweek  op Ameland en daar waren alle ingrediënten aanwezig om het ook qua natuurbeleving  in alle opzichten geslaagd te maken…

Jagende wolkenluchten boven eindeloze einders.   Woeste schuimkoppen boven onstuimige baren. Door  Springtij en Noordwesterstorm veroorzaakt hoogwater. Weergaloze zonsondergangen boven een flonkerend waddenlandschap . Spiegelende vloedlijnen vól Drieteentjes en één eenzame Paarse Strandloper en ach…ik laat het onderstaand  maar zonder verdere woorden de revue passeren via camerabeelden die zo veel meer weten te zeggen …

” Fokkelien ! ..Fokkelien..! “

Ze liggen er weer, of nóg.. Kastanjes!

Hoewel er absoluut sprake is van een ruwe bolster, is de pit daarentegen verre van blank.  Wat was ik als kind opgetogen wannneer die satijnwitte binnenkant openspleet en er een perfect passende, van een diepe notenhouten glans voorziene, kastanje tevoorschijn was gekomen.

Als kostbaarheden verdwenen ze diep in mijn jaszak. Ik bewonderde ze, telde ze en verzamelde ze tót ik er na een poosje niet meer naar omkeek en mijn moeder zonder enige vorm van overleg besloot om de inmiddels dof beschimmelde, verschrompeld geraakte vruchten  ‘vot d’r mit ’ in de vuinis-emmer te smijten. Gelijk had ze!

Toen ik bovenstaande glimmer deze week in het gras zag liggen drongen nieuwe beelden uit mijn kinderjaren zich aan me op.

Eens per jaar was de beurt aan Fokkelien, een bij ons op school gaand meisje met het Down-syndroom, dat buiten het dorp woonde in een met enorme kastanjebomen omzoomde boerderij. Een grote tas vol van die glimmende kastanjes had ze dan bij zich om bij de school uit te strooien boven al die begerige kinderhandjes.

“Fokkelien hier… Fokkelien hierheen…”!

Nooit vergeet ik haar twinkelende ogen…

Hoog op een bank stond ze, trots en gelukkig met alle aandacht die nu eens naar háár uitging en met een brede armzwaai veranderde ze het grijze schoolplein in een schatkamer vol honderden rondstuiterende, mahoniehoutkleurige kostbaarheden waarop we ons gretig stortten.

Dat het zaliger is te geven dan te ontvangen, ging er toen bij ons nog niet zo in, maar die diepe waarheid kreeg die dag prachtig gestalte in de uitbundige schaterlach van Fokkelientje!

Gewoon? ..

Het is weer eens oktober geworden en dat houdt in dat ik in deze periode weer ben begonnen om  met aangeboden voer weer allerhande gevogellte naar mijn tuin te lokken. Nou ja…allerhande..

Het zijn doorgaans  de gebruikelijke tuinsoorten die ten tonele verschijnen, maar omdat ik ze altijd probeer om ze in een aantrekkelijke pose op een decoratieve plek te laten landen krijgen de foto’s dan meestal wel nét dat tikje extra bijzonders mee, waardoor ze toch een naar mijn smaak attractieve kijkplaat opleveren.

In de loop van de tijd leverde dat een lange stoet portretjes op van deze bonte acrobaten waar ik bij het zien van hun capriolen en kleurenpracht altijd weer opgetogen van kan raken.

Ik toon er hieronder even een viertal en hoop dan maar dat ook jullie lezers even mee genieten van deze dappere gevleugelde, ‘gewone’ rakkertjes, die hoewel we ze – als  roodborst, mees en mus- allemaal vaak tegenkomen te vaak té onopgemerkt en onbewonderd blijven…   

Consultatiebureau …

Tussen de rommeltjes en foto’s uit de oude doos diepte ik dit vergeelde kaartje op dat getuigt van het intensief geneeskundig toezicht in de midden-vijftiger jaren, waaronder ik toen kennelijk stond.

Man, man….bijna elke maand van mijn 1e levensjaar werd ik er door moeders naar toe gebracht, zo blijkt uit het nauwkeurig bijgehouden register.

Alleen in de barre wintermaanden januari en februari was ’t buiten de deur zeker wat te koud voor dat kereltje.

Maar ik zie dat ook in juni en juli van dat jaar er is verzuimd mij onder het wakend oog van de consultatie-arts te brengen.

En daarmee werd nogal een risico genomen getuige de doordringende waarschuwing  achter op de kaart.

Het ‘ontberen van regelmatige controle in het eerste moeilijke levensjaar en het zich onttrekken aan de deskundige raad omtrent voeding en verzorging ter verkrijging van een krachtig gestel’, werd kennelijk als een ernstige vorm van plichtsverzuim beschouwd.

Beginnende gebreken , die nog niet door het onervaren moeder-oog konden worden waargenomen dreigden daardoor over het hoofd te worden gezien…

Voorkomen is beter dan genezen!

Hoewel ze zich niet zozeer op het lichamelijke vlak openbaarden, werden mijn naderhand ontdekte onvolkomenheden, door het moederoog inderdaad meestal liefdevol, niet zozeer over het hoofd maar eerder door de vingers gezien

Zwijnen ….

Ik waarschuw je alvast, het wordt weer een wat langer verhaal vandaag…heb je daar geen zin in? Bekijk dan de plaatjes en klik gerust weer door. Voor de dappere doorlezers deel ik maar weer eens een van mijn avonturen waarin pech, klunzigheid en geluk elkaar hebben afgewisseld.

In de afgelopen week moest ik namelijk voor een werkafspraak in Apeldoorn zijn en dan verenig ik in zo’n situatie graag het nuttige met het aangename. In dit geval zag ik mijn kans schoon om de avond voorafgaand aan het werkbezoek al op tijd in het Kroondomein te zijn om de kans te benutten om eindelijk eens fatsoenlijk  ‘n Wild Zwijn voor de lens te krijgen. Elke daartoe in voorgaande jaren ondernomen poging mislukte tot nu toe, doordat het óf te donker was voor een goede foto of het varken hield zich grotendeels schuil achter een takkenbos . 

Enfin.. het mocht allemaal nog nét in dit gedeelte van het park vóórdat onze Willem daar weer aanspraak maakte op zijn  feodaal alleenrecht.

Het idee was om ’s avonds een fietstochtje en een wandeling te maken, onderweg foto’s te nemen en dan op tijd  onder de lakens  in een Bed&Breakfast-gelegenheid, om vervolgens de volgende dag in alle vroegte het nog eens dunnetjes over te doen en ik had me echt op het ‘oepke’ verheugd.

Nou, in grote lijnen liep het ook aardig conform het plan maar zoals zo vaak deden er zich weer eens  complicerende, van die typisch Krijn-achtige-factoren voor waarbij ik mijzelf dan ook regelmatig voor het hoofd sla.

Aan de eerste situatie kon ik niet veel af- of toedoen. Na drie kilometer fietsen over hobbelige bospaden raakte de band van het voorwiel lek, waardoor ik de rest van de avond alleen de benenwagen ter beschikking had en mijn actieradius dus ernstig werd beperkt. Gelukkig zat ik op de goede route want er dook wél degelijk een wild varken op dat als een donkere schim plotseling  uit de bosrand stapte… okay ik had een zwijnenfoto!

Even later hoorde en zag ik hoe een flinke keiler met vrij grote snelheid tussen de bomen draafde op weg om dertig meter verderop het pad over te steken waarop ik stond.  Een buitenkans, want zo zou hij even fijn vrij komen van zijn achtergrond, als ie dan ook even zo beleefd of nieuwsgierig was om héél kort op dat pad te blijven staan..

Daarop anticiperend, was ik al neergeknield met de camera in de aanslag voor een perfect bladschot! En …yes!

Na een uur stuit ik op een zeug met twee halfwas biggen en in plaats dat deze bij mijn nadering  galopperend in het bos verdwijnen blijven ze rustig staan wanneer ik dichterbij kom.

Sterker nog, ze komen op mij af!  Althans die grote!

Hmm..

Zwijnen met jonkies moet je in de gaten houden weet ik en ik let scherp op of dit vervaarlijk beest ook beschermend of agressief gedrag vertoont, maar niks hoor!

Ze hopen op toegeworpen nootjes geloof ik en het lijkt hier wel op een kinderboerderij opeens… 

Wanneer ik ze zo op mijn gemak van dichtbij kan fotograferen is wel een beetje de spanning en sensatie van wildfotografie verdwenen, maar het is dan toch ook wel weer een leuke belevenis!

Na dat moment was ik ondanks het fietsongemakje, voornamelijk in mijzelf fluitend en neuriënd bezig en eigenlijk best in mijn hum over de gang van zaken. Ik vervolgde nu weer m’n  weg om mij te voet naar een wild-kijkscherm te begeven alwaar ik verwachte nog meer van die heerlijke foto-kansen te krijgen. Het zou volgens de Google-looproute zo’n 20 minuten wandelen zijn,  langs helder aangeven lijntjes op mijn Iphone-scherm.  Kon niet missen! Nou dan ken je mij dus niet. Om een lang verhaal kort te houden; de route voerde mij met dwingende  stem dwars door manshoge varens, stugge heideplaggen en venijnig prikkende braamstruiken in een compleet verkeerde richting, uiteindelijk schuin op die wildkansel af waardoor ik daar – takkenkrakend en woest bezweet – compleet aan de verkeerde kant uit kwam. Een zestal daar reeds aanwezige, met kijkers bewapende personen had mijn komst al met argusogen gevolgd en op mijn gestameld excuus werd dan ook voornamelijk boos kijkend en ‘stilte’-sissend gereageerd.  Nou ja..dan verwacht je op zo’n moment ook dat er wel een prachtig edelhert of een groep mouflons te zien en te verstoren zal zijn, maar noppes hoor. Er was helemaal niets te zien wat ook maar aan in de verste verte aan spannend wild deed denken, dus waarom zo onverdraagzaam gedaan tegen zo’n moe-gestrompelde mede-natuurminnaar? Ik heb daar dus heel kort even zitten uitrusten en mijn fototas van mijn schouder gehaald, maar aangezien ik me er verre van welkom voelde koos ik er toch maar voor om weer weg te gaan en hoewel het verongelijkte gevoel bij mij overheerste, perste ik er bij het afscheid een toch nog wat hardop gefluisterd ‘sorry’ uit, maar zelfs dát werd weer met diepe fronzen en ‘ssssssst’ gebaren beantwoord, zodat ik maar schielijk afdroop.

Mijn toch al sterk gekrenkte gevoelens kregen kort daarop een nog grotere vloed aan emotie te verwerken toen ik er plotseling achter kwam dat ik één van mijn beide peperdure hoortoestellen midden in die bos- en hei-jungle was kwijt geraakt. ( Hé? Heb jij die dan?  Ja die heb ik, zie mijn blog van 27 juni 2020 )

O, Nee!!!!

Dat zijn de momenten waarop ik dan zo’n diep-in –de-grond-wegzak-gevoel krijg en in een mengeling van boosheid en schaamtegevoel mijzelf de huid weer eens vol scheld.  Hoe stom kun je zijn! Die vederlichte dingetjes springen zo van je oor  en je bent ze in een wip kwijt. Is daar nou niks tegen te doen?  Jawel..nou ja in elk geval om ze weer te kunnen traceren. Op mijn mobiel zit ook een soort track-app met een ‘zoek mijn hoortoestel’ functie waarmee dat 2 cm kleine dingetje via bluetooth tot op één vierkante meter precies terug te vinden is. Maar dan moet je er wel binnen 30 meter vanaf zijn én verbinding hebben. En die was verbroken, dus hij lag ergens in de bush-bush ver buiten bereik.

Wáár ergens? Geen idee! Ik heb die avond nog een uur in mijzelf mompelend in de invallende schemering over eerder bewandelde paden gestruind in de hoop weer digitaal contact te krijgen.  Maar terwijl links en rechts van mij  de wilde zwijnen me vanuit het alsmaar donker wordende woud  ‘wroefffff’ toeroepen geef ik de moed uiteindelijk op en ga moe en onvoldaan naar mijn logeeradres.

Dáár schiet midden in de nacht me te binnen dat het logisch is dat de kans groot is dat het apparaatje  van mijn oor is gesprongen toen ik de fototas over mijn hoofd heen van mijn schouder haalde bij dat wildscherm. En dat het niet erg was dat ik nu pas op dat lumineuze idee kwam want ik was gisteravond natuurlijk voor geen goud weer teruggekeerd naar dat groepje sissende figuren.

De volgende ochtend sta ik hoopvol in alle vroegte op en wordt begroet door een prachtige morgenstond..

Wanneer ik even later de wildkansel voorzichtig via de juiste route benader, bid ik dat er nu géén  verrekijker-gasten zullen staan, want ik moet écht even een poosje in de ruigte vóór het scherm zoeken.

Gelukkig ben ik helemaal alleen en wanneer ik de zoek-functie op mijn mobiel inschakel verschijnt er meteen een ‘getraceerd’ signaal op het schermpje en 60 seconden later heb ik het kostbare, kwetsbare kleinood weer in handen en knoop het weer eens goed in m’n oren.

Tsjonge, dat geeft een opgelucht gevoel!  Er is hier verder geen beest te zien maar de dag kan niet meer stuk!

De rest van de vroege ochtend stap ik blij en dankbaar door en langs de bedauwde heidevelden..

.. en nu blijkt het geluk wel weer aan mijn zijde voor vandaag want in de mistige, gouden sfeer ontwaar ik nog een jonge reebok in de verte en die kan ik toch nog even meepikken vóórdat de verplichtingen mij wegroepen.

Verder heb ik er die morgen geen enkel varken meer gezien maar al met al toch wel gezwijnd!

Krijn en ik …

Ja hoor…je kon er op wachten.

Het ene na het andere grappig bedoeld ‘appje-met-link’, vergezeld van goedmoedig spotcommentaar ging gisteren mijn  kant op nadat gisteren op alle nieuwskanalen het fenomeen ‘Krijn de Neanderthaler’ uitgebreid aan bod was gekomen.

“ Krijn” hoe verzinnen ze het?

Dat dacht ik vroeger als 12 jarig jongetje ook al op het moment dat ik mijzelf op de middelbare school moest voorstellen. Waaraan had ik dat verdiend? Waarom moest die ene ver weg wonende oom-met-die-naam  nou zo nodig óók nog worden benoemd?  Waarom me nu toch met zo’n ouderwetse, nauwelijks voorkomende voornaam opzadelen?

“Hè? Hoe? Grijn? Krein? Krijm? ” Dat vroegen die pesterige klasgenootjes mij op die eerste schooldag. Steeds moest ik die naam luid articulerend herhalen en dan nog waren er genoeg die net deden of ze het echt niet meer wisten en me met ‘Kreeuw’ bleven aanspreken. Zuchtend liet ik het me allemaal maar berustend aanleunen, tot het moment dat in de vroege 70-er jaren een Veronica-diskjockey landelijke bekendheid kreeg die de naam Krijn Torringa droeg. Hoera! !

Vanaf dat ogenblik was het na het rondje voorstellen altijd meteen klaar…”Krijn? Ha! Van Krijn Torringa!”  Yes!

En dan nu dit! ‘ Krijn de Neanderthaler’ .

Om iedere gr‘appjes’maker verder de wind uit de eventueel op te bollen zeilen te nemen, schrijf ik dan maar dit stukje. Ja, ik heb het gezien. Leuk. Dank U!

Daar ben ik dan weer mooi klaar mee, hoewel naar mijn mening gerust gezegd kan worden dat de betreffende oer-persoon een dan wel misschien niet zo’n schrandere, maar toch zeker wel opvallend goedmoedige en vriendelijke gelaatsuitdrukking blijkt te bezitten. Vast een aardige kerel geweest!

Nee, we hebben wel wat van elkaar Krijn en ik !

Dagje Breebaart….

Afgelopen dinsdag  trakteerde ik mijzelf op een attractie waar ik al een tijdje naar uitkeek, namelijk die van een ‘dagje fotohut ‘in de Breepbaartpolder achter Termunten en de beleving was ditmaal er eentje om in te lijsten.

Voorgaande keren vielen er dingen tégen zoals  de weersomstandigheden (veel te grauw en winderig) of de hoeveelheid te fotograferen vogels bleek beperkt tot een verdwaalde scholekster of  ruiende eendenwoerd.

Maar nee…nu zat het allemaal eens mee; de najaarstrek van diverse steltlopers is hier nu op gang gekomen waardoor er voor de hut de hele dag op dit gebied wel iets te beleven viel en vooral het prachtige licht en het roerloze water zorgden voor mogelijkheden op fraaie spiegelbeelden van foeragerende, poetsende en badderende watervogels.

Wat fijn is het dan om niet meer beperkt te zijn tot die dure ‘jaren- ‘80 en ‘90’ dia-rolletjes van 36 opnamen, maar om over 32 GB aan digitale beelddragers te beschikken, waardoor er welhaast tot in het oneindige kan worden doorgeschoten.  Maar ook dáár kan je op een andere manier ook in doorschieten…

Het gaat mij namelijk al jaren niet meer om het louter registrerend vastleggen van vogels en ik ratel er al lang niet meer op los. Nee,  ik fotografeer zo selectief mogelijk om  vooral esthetisch  mooie platen te maken waarop houding, lijnen, kleuren en sfeer de bepalende aantrekkingskracht vormen of juist informatie verschaffen over het typisch gedrag van de soort.

Dat is dan vooral jezelf inhouden, vinger bij de sluiterknop en wachten, wachten, wáchten op het juiste moment dat de vogel in een fraaie waterreflectie stapt of in die ene seconde nét de snavel opent  om een roepje te produceren of een dreighouding  jegens een soortgenoot aanneemt.

Vaak ben je nét te laat, maar groot is de voldoening als je toch zo’n uitgelezen kans weet te verzilveren.

Enfin, ik heb mijn best er weer op gedaan en bij het terugzien en selecteren van de camerabeelden  zie ik die prachtige, ranke en schuwe wezens die zich onbespied waanden en zich overgaven aan hun natuurlijk gedrag,  allemaal weer aan mij voorbij waden.

Onderstaand deel ik een flink aantal van die opgedane indrukken, waarbij ik kort uitleg geef over het ‘hoe en wat’ ….

Veel kijkplezier !

Watersnippen zijn hier in deze dagen in ruime mate aanwezig en deze prachtige vogels stappen op enkele meters voor me door het 10 cm. hoog staande water waarbij de lange snavels de hele tijd onder het wateroppervlak gaan op zoek naar minuscule hapjes, maar soms neemt er eentje even de tijd om de de staartveren in te vetten en wanneer er een schaduw van een mogelijke roofvogel over de gestreepte kopjes scheert duiken ze op een typische snippen-schrik-houding even héél kort ineen….

In dit geval betreft het een overzeilende Torenvalk die helemaal niet uit is op Watersnip maar zijn buit al binnen heeft! Op een meter of twintig voor mij, gaat ze in de gevorkte tak van een dode boom zitten om daar de zojuist veroverde muis eens even smakelijk te verorberen..

Dat zijn leuke ‘bijvangsten’ natuurlijk, maar voor de rest van de dag concentreer ik mij op de tientallen kust- en waadvogels die in diverse soorten en pluimages zich vandaag komen presenteren..

Waaronder drie soorten Ruiters…hieronder de Groenpootruiter…

En de Tureluur die er even lekker voor gaat zitten om een badderbeurt te nemen…

Eerst even uittesten of het water wel lekker aanvoelt en dan hoppa….

Een tijdje later stapt ook een Zwarte Ruiter het toneel op om zich in al zijn sierlijke gratie aan het publiek te vertonen…

Hij gaat niet koppie onder maar besluit om het dit keer te laten bij een uitgebreide poetsbeurt waardoor hij me de gelegenheid biedt om opnamen te maken van die leuke, typische rek- en strekstandjes..

Even wordt de blik ten hemel geworpen om met een kort , schel roepje een overvliegende soortgenoot er op te wijzen dat deze plek inmiddels bezet is ..

Dan is het uiteindelijk weer tijd om voedsel te zoeken, want er dienen vetvoorraden te worden aangelegd voordat de lange terugreis naar Afrika kan worden aangevangen..

Inmiddels is de Tureluur in gepeins verzonken geraakt of hij staat gewoon wat te dutten…

Plotseling is de lucht vol van ”tsiuuu..tsiuuu’ geluidjes en wordt het héél even donker boven mijn hoofd wanneer een enorme zwerm van honderden Goudplevieren boven de plas hangt en even later op een afstand van zo’n tachtig meter voor mij neerdaalt…

Ze zijn erg schrikkerig en schuw vandaag en blijven maar een paar minuten zitten voordat ze op de wieken gaan om weer een ander plas-drasgebied op te zoeken, maar het lukt me toch om enkele platen te schieten.

Werkelijk schitterend getekende vogels zijn het, die broeden in Noordelijke Toendra-gebieden en in ons landje eigenlijk alleen maar te zien tijdens de najaarstrek. Vroeger werden deze Wilsters (zoals we ze in Groningen noemen) hier door wilster-flappers bij duizenden gevangen verhandeld en gegeten.

Enfin..ik geniet zo de hele dag door van alles wat er zo langs komt aan watergevogelte en dat hoeven helemaal geen bijzondere soorten te zijn…

Het is soms de combinatie van entourage en lichtinval die ook een foto van een ‘gewone’ soort naar mijn smaak extra leuk maakt….

Neem nu deze Kievit die midden tussen een paar pollen Goudknopjes heeft plaats genomen….

Of die Oeverloper die ook fijn naast deze aantrekkelijke plantjes plaats neemt en een volmaakt spiegelbeeld oplevert…

Maar… de eerlijkheid gebied me wel te zeggen dat ik héél blij ben wanneer er een rossig gekleurde vogel dichterbij komt waden..

Het is een Krombekstrandloper die nog deels zijn zomerkleed aanheeft en deze soort heb ik eigenlijk nog nooit goed voor de lens gehad. Hoera!

Tegen acht uur in de avond breek ik op en besef dan dat ik zo’n beetje vanaf zonsopkomst tot kort voor zonsondergang bijna onafgebroken heb zitten turen, kijken, fotograferen en genieten van al dat moois dat zich onbekeken voelend vanuit zo’n comfortabele positie heeft laten bewonderen.

Wanneer ik ’s avonds onder de wol kruip en mijn ogen sluit, zie ik de beelden weer voor mijn geestesoog, beleef het spel van licht, kleur en subtiele bewegingen opnieuw en hoor ik in gedachten wéér hun gevarieerde roepjes, fluitjes en tuutjes.

Wát een Schepping!

Ik voel me een dankbaar en bevoorrecht mens!

Van Kaf en Koren en.. niet tegen Dovemans Oren..

Vandaag was het zover!

Maandenlang had ik het genoegen  om de wintertarwe pal voor ons kamerraam te zien ontkiemen en te zien groeien, rijpen en langzaam verkleuren tot de licht golvende zee van grijs-gele aren die  de dichter  B.J. Douwes reeds lang geleden in vervoering bracht  tot het  prachtige  ‘sikkels blinken, sikkels klinken, ruisend valt het graan’ .  Nou ja… die klinkende sikkels hebben plaats gemaakt voor het zwaar grommend geluid van de combine en het graan valt ook niet meer zo romantisch ruisend als voorheen, integendeel!

Zo gauw we in de gaten hebben dat boer Jur Huizinga de tijd rijp acht voor de graanoogst, zijn we er als de kippen bij om ramen en deuren te sluiten want de wind staat recht op ons huis en er komt me toch een partij stof en kaf deze kant op. Je zal maar net je woning in de verf hebben gezet!

Maar verder heeft het toch vooral iets feestelijks!  

Dat binnenhalen  van de opbrengst van die tere plantjes die ik in al die maanden langzaam maar zeker zag uitgroeien tot bunders vol dagelijks brood.  Het doet bij  mij toch een  soort van ‘wij-gevoel’ ontstaan in de trant van ‘dat hebben we ondanks al die kou, regen, wind en droogte toch maar mooi weer binnen weten te slepen’.  Zeer misplaatst natuurlijk, in die zin  dat mijn bijdrage zich in dit opzicht  uitsluitend heeft beperkt  tot het regelmatig werpen van toezichthoudende blikken.  

Maar toch.. Ik kan dan ook de verleiding niet weerstaan om mij even met de camera tussen de oogstmachine en het nog resterende graan te begeven om een aantal indrukken van het spektakel vast te leggen.

Dat kaf-spuwende monster dat niets ontziend met roterende klauwen af dendert op de overgebleven korenaren die zich in weerloze slagorden lijken te hebben gegroepeerd om de halmen kermend ten hemel te richten…

Allemaal onzin natuurlijk, maar toch leuk om van dichtbij deelgenoot te zijn van dat indrukwekkende gebeuren. Wit bestoven te worden, op dat verse stoppelland dat  fris getondeerd tevoorschijn komt onder een hemelkoepel waarin witte wolkenwagens voort bolderen.

Hier te mogen wonen..

De zwaar-zwoele,  onmiskenbare geur van kaf en koren op te snuiven.. Herinneringen aan vervlogen kinderjaren die binnen komen drijven ..  Je weer klein voelen…

Over klein gesproken. Halverwege de middag krijg ik een appje van de boer. Hij heeft me uiteraard zien rondkruipen en vraagt of mijn kleinzoontje het leuk zou vinden om even naast  hem in de combinecabine te komen zitten.  Nou, ik denk dat zoiets niet tegen dovemans oren is gezegd en aan het eind van de dag is het zover.  

Als een Mini-Minister van de Graanrepubliek ‘Storksterpad’  , torent Luka samen met zijn papa en de boer – hoog in de  ‘Kebain’  gezeten – uit boven het glanzend gele landschap en verorberen ze, eendrachtig hendels en pedalen bedienend, honderden meters aan golvende tarwe, waarna deze op het eind vakkundig wordt uitgespuwd in de gereedstaande kiepwagens.

Na afloop staat hij, nog wat beduusd door de opgedane indrukken, de weer voortrazende machine na te kijken.

Wat gaat er in dat rode, licht bezwete  kleine jongenshoofdje om?  Zal hij zich deze momenten later nog weten te herinneren?  Dat ogenblik dat ie werd opgetild en meegetroond?  Het late licht op een zaterdagmiddag in augustus? De stofwolken? Het doordringende geraas van de ‘Kebain’?  De intense geuren en kleuren? 

Waar raakt zo’n kind van drie nu het meest van onder de indruk? Grote-mensen-logica schiet weer eens tekort!

Wanneer ik hem vraag of hij het fijn vond daar boven in die grote machine, reageert hij zoals alleen een kind dat kan en mag doen..

“ Ja Opa en we krijgen straks patátjes !!! “

Weer thuis…

Zo! 

We zijn al weer een paar daagjes veilig terug van een heerlijke – en verantwoorde- vakantie in Oostenrijk  (Zuid Karinthie) en Noord Italie (Veneto) die we vooral fietsend (ja, ja nog steeds zónder motortje)  en wandelend hebben doorgebracht in goede conditie en warm-zomerse omstandigheden.

Uiteraard maakte al mijn foto-apparatuur deel uit van de bagage maar om eerlijk te zijn heb ik daar dit keer maar vrij zelden gebruik van gemaakt en vaak met de telefoon vanuit ‘de heup geschoten’ landschapsopnamen gemaakt die het obligate ansicht-kaarten-niveau niet echt overstijgen.

Daarnaast wat vlinderbeelden van (meest) zuidelijke soorten met de macro-lens genomen tijdens berg- en bos wandelingen..

De spaarzame vogelfoto’s komen vooral uit de point-and-shoot-camera die ik tijdens de fietstocht door de Po-delta ( een mediterraan equivalent van het Lauwersmeergebied) hanteerde en zijn ook niet van een echt hoogstaand niveau maar omdat het soorten betreft die wij in ons landje niet of zelden tegen komen laat ik ze hier toch ook maar even zien..  

(Hierboven Koereiger en hieronder Heilige Ibissen en een Bijeneter)

Tot slot nog een enkele indruk uit Venetië-stad waar het door het ontbreken van massa’s toeristische Japanners en Chinezen ongekend rustig was, wat ik in een veelzeggend sfeerplaatje heb geprobeerd uit te beelden..

Die ógen …

Vandaag kijk ik vanuit het ‘studeer’-kamerraam naar mijn vijvertje en bedenk tevreden dat ie er nu wel weer fraai bij ligt..

Ieder jaar rond deze tijd moet ik er toch altijd wel even flink tegenaan om de vaak al te uitbundige waterplantengroei in te tomen want met name de enorme bladeren van de waterlelie bedekken razendsnel het wateroppervlak, waardoor er te weinig lichtval in de vijver ontstaat en Waterpest en Fonteinkruid de zaak verder dreigen dicht te groeien.

Wanneer ik dan weer eens met  ‘blode bainen’ wijdbeens de vijver in stap om de boel wat uit te dunnen mag ik graag de gelegenheid aangrijpen om ook wat macro-opnamen te maken van  libellen en waterjuffers die nu op en rond de zuurstokroze bloemen komen jagen en rusten.

Wanneer ik zoiets extra behoedzaam doe, lukt het me soms zelfs om een dromerige, op een lelieblad rustende kikker van hééél dichtbij met een close-up-lens in die typische, wiebertjes-vormige pupillen te kunnen kijken..

Kijk eens hoe  mooi !  Wat zou er in zo’n verkikkerd wezentje omgaan?

Daar mag ik dan later graag een beetje rijmend op door fantaseren..

t Zijn niet haar zachte kikkerbillen die hem romantisch stemmen

Ook niet haar groene tors, die hij graag zou omklemmen

“Wat ik het allerliefst zou willen ?   

“Haar ógen”  sprak de vors “Als ‘k dáár in weg kon zwemmen.”

Nou ja, wanneer ik dit schrijf is er in geen velden of wegen een libel of kikker meer te zien.

Een hevige stortbui is zojuist ten einde gekomen en doet de vijver bijna overlopen. Vanuit een kiertje in de nog loodgrijze hemel verleent nu een sprankje zonlicht een bijzondere glans aan de achtergebleven grote regendruppels die nog wat liggen na te biggelen op het resterend lelieblad..

Voor wie het wil zien…

Tip voor Oranje…

Néé Sienus…nee Sienus !

“Nou, tot in de pruimentijd” sprak iemand laatst tegen mij bij wijze van afscheid..

Rare uitdrukking eigenlijk.

De afscheidsgroet ‘tot in de pruimentijd’ schijnt volgen historici mogelijk bedacht te zijn door de dichter P.C. Hooft en zijn vrienden, onder wie van den Vondel en Huygens. Hooft ontving deze mensen vaak op het Muiderslot. Aan het eind van de zomer zeiden de vrienden ten afscheid “tot in de pruimentijd!” tegen elkaar, waarmee ze op de volgende zomer doelden. Deze groet zou later spreekwoordelijk zijn geworden. Nou ja, kan best natuurlijk, maar op een of andere manier bewaar ik aan de pruimentijd uit één van mijn jeugdjaren, een pijnlijke herinnering.

Als kind gaf ik al sterk de voorkeur aan ‘slik’ zoals alles wat nu snoep heet door ons werd genoemd, want ik was bepaald geen fruitliefhebber. Het begrip ‘fruitschaal, waarvan je tegenwoordig vaak onbeperkt iets af mag snaaien was ons onbekend. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik zelfs vandaag de dag mijzelf er toe moet zetten om toch met enige regelmaat een kiwi of appel tot mij te nemen in verband met de broodnodige vitamientjes. Wij kinderen, kregen zodra de R in de maand kwam, te maken met het verschrikkelijke begrip ‘levertraan’. Een ronduit walgelijke vloeistof, die afgescheiden van een dode walvis door middel van een eetlepel onder heuse dwang en onder het mom van ‘héél gezond’ na de maaltijd werd toegediend. Ik heb daarom ook nooit begrepen waarom walvissen wél ziek kunnen worden, terwijl ze boordevol gezond makend levertraan zitten. Ik geloof ook niet dat ons het ooft thuis in grote hoeveelheden werd aangeboden en dat vond ik niks erg.  En toch zodra het om ‘verboden vruchten’ ging was ik er als de kippen bij . Zou dat in het diepste van de kern met ‘erfzonde’ of zoiets te maken kunnen hebben? Ik hoop het niet zeg. Het was namelijk zo dat er in onze ogen niets lekkerder was dan de gestolen aardbeien van Wubs in Nije Buurt  of de zoete  gegapte ‘kruudoorns’ van vrouw Reinders ( spreek uit ‘Rainders’). Dat kruipen op je knieën door de tuingreppels, dat éven met je hoofd omhoog om te zien of er iemand was die ons mogelijk zou kunnen betrappen, dan diep gebukt verder schuifelen achter rijen tuinbonen en opgeschoten kroppen sla, éven naar links en daar hingen de dieprode zomerkoninkjes te lonken in de zon. Haastig propten we de monden vol, bloedrood sap droop langs onze kaken. Gauw nog even wat in de korte-broek-zak en dan máken dat we wegkwamen. Eenmaal geheel in veiligheid, smaakten de geplette vruchten al niet eens meer zo heel erg lekker. Leuk was vooral het achteraf kunnen ‘snakken’ – een Gronings woord voor ‘pochen’ – tegenover vriendjes omtrent de buit en de doorstane gevaren.

Zo kwamen wij er ook achter dat er in de tuin van Gezienus Kuiper, de fietsenmaker van het dorp, een zeer beklimbare boom was die vol hing met grote, paarse en sappige pruimen. Ze waren van het formaat ‘als eieren zo groot’ en ze vróegen er dan ook gewoon om, dat ze zonder instemming werden geproefd. Indachtig het bekende liedje waren wij de oprechte mening dan ook toegedaan dat ’aan een zo vol geladen boom, men 5 of 6 pruimen wel niet zou missen’. Maar er moest wel een plan worden gesmeed. Want de pezige fietsenmaker, was altijd wel ergens in zijn vól brommer-onderdelen en fietsframes geladen werkplaatsje in de weer en vandaar uit had hij via een achterraampje zicht op die verlokkende boom. Ik vond hem altijd wel een vriendelijk mannetje en thuis werd er ook altijd welwillend gesproken over ‘Sienus’ zoals wij deze wat kromgebogen fiets- en ploffietsreparateur noemden. Altijd was hij gehuld in een met zwarte smeer bevlekte blauwe overall. Een steevast op zijn hoofd klevende alpino-pet en een in zijn voornamelijk tandeloze mond hangend rokertje, completeerden het beeld.

Op die zonnige middag dat we ons snode plan ten uitvoer zouden brengen was ik met drie bondgenoten op pad gegaan. Nadat een van ons er zich van had gevergewist dat de rechtmatige eigenaar zich in een ander gedeelte van het pand ophield, glipten wij bliksemsnel langs de werkplaats, zó de tuin in. Daar stond ie…helemaal klaar om ons in zijn gevorkte houten armen te nemen, die heerlijke boom vol glanzende, fluweelzachte, bijtklare, blauwe prachtpruimen. Het duurde maar even en we begaven ons als kleine apen in de kroon van zijn stam waar het grote vruchtvleeshappen begon. Met rappe handen ontdeden we de takken van hun gewicht. We smikkelden en smulden. Terwijl het zoete sap langs mijn kin droop,  werd er onder mij zacht gegiecheld en geginnegapd. Ik herinner me hoe mij een gelukzalig, bijna dromerig gevoel van voldaanheid ten deel viel. Wat me óók nog helder voor de geest staat, is dat de jongens onder mij plotseling verstomden en – naar ik meende zonder énige aanleiding –  uit de boom roetsten. Stomverbaasd keek ik hen na…” He..woar goan je naor tou opains? “

Toen zweefde ik plotseling door de lucht. Er was een blauwe waas voor mijn ogen en er waren twee sterke handen die mij moeiteloos en met kracht op de grond smeten en die me zo sterk bij de kraag vatten, dat ik amper adem kon halen. Boven mij ontwaarde ik de vage omtrek van een hoofd en een alpino-pet. In dat hoofd en onder die pet gaapte een tandenloos gat waaruit  boze klanken onverstaanbaar in mijn gezicht werden geblazen. Het was Kuiper !  Trillend van woede, schreeuwde hij iets over‘ rötjongen dei hai al dei tied wel in de goaten had har ’, waarbij hij mij steeds harder in mijn hals kneep. In mijn doodsangst begon ik de beste man die ik normaal gesproken altijd keurig met “Kuuper” aansprak, te tutoyeren ‘ Nee, Sienus, Nee Sienus..ik zet ’t nait weer doun Sienus’..

Enfin, ik ben los én thuisgekomen voorzien van een vervaagde voetafdruk ergens op de achterzijde van mijn broek. Ik voel het nu nog, als ik erover schrijf.

Weken later hoorde ik van mijn vader, dat ’Kuuper’ er achteraf toch ook wel een beetje om had kunnen lachen. Nou moe! Tijdens het uitwisselen van een sigaretje, hadden ze het nog wat lacherig gehad over ‘dei deugnaiten’. Wat Sienus het meest bezig had gehouden was zijn volgens hem onverklaarbaar plots opgekomen drift, waarvan hijzelf nogal was geschrokken en waardoor hij mij op dat moment volgens zeggen wel had kunnen wurgen.

Zover is ’t gelukkig niet gekomen. En ’t kwam ook tussen ons weer goed. Hij  heeft later toen ik op zestienjarige leeftijd was gekomen nog vele malen geduldig, vakkundig en heel betaalbaar, mijn altijd haperende brommertjes  gerepareerd.

Polder Breebaart ..

Al weer maanden geleden boekte ik én een snipperdag én weer eens de unieke fotohut in de Breebaartpolder bij Termunten. Afgelopen dinsdag was het zover en ik had me erg verheugd om in het strijklicht van een heerlijke zonsopkomst  diverse steltlopertjes en andere watervogels voor de lens te krijgen, want alle weersvoorspellers hadden een ochtendstond vol goud in de mond beloofd.

Helaas loopt het weer eens anders, want als ik op het gruwelijk vroege tijdstip van kwart over vier mijn bed uitstap zie ik dat het wat het licht betreft erg tegen valt. Laaghangende wolken en mist!

Ik overwin de sterke aandrang om er eerst maar weer eens in te kruipen en zit in weerwil van het matige zicht en wat mopperige gevoelens toch tegen half zes door de kijkgaten van de hut te loeren.

Op vrij grote afstand staan een Grote Zilverreiger en wat Bergeenden en Kluten zich in het spiegelende water te poetsen en met het diffuse licht levert dat dan toch nog wel een aardig plaatje op.

Dichterbij scharrelen een Kleine Plevier en de enige weken geleden uit het ei gekropen kuikens rond en daarmee heb ik me dan vooral te vermaken, want verder verschijnt er deze ochtend nauwelijks iets  voor de lens.

Omdat op de dijk vlakbij, een door het Groninger Landschap aangebracht kijkscherm is geplaatst waarachter je een blik kunt werpen op een rustende groep zeehonden, besluit ik om een korte tussen-uitstap te maken om daar ook even mijn foto-geluk uit te proberen en gelukkig is er een flink stel van deze prachtige wezens aanwezig, waarvan de meeste voornamelijk als hobbezakken in het slib liggen. Hoewel ik vanuit fotografisch perspectief er graag dichterbij was gekomen om ze wat anders te benaderen, is dat uiteraard niet toegestaan en doe ik het maar met een ‘point en shoot’ –actie van bovenaf..

Wat wél fijn is dat tijdens de terugkeer naar de hut de zon inmiddels is doorgebroken en er eindelijk een mooie, strakblauwe lucht is verschenen. En juist dáár wil ik de boter graag uit braden, want er vliegen af en toe enkele Boerenzwaluwen onder de overkapping om daar wat nestplaatsen te scheppen. Omdat het verder qua watervogels té rustig is, concentreer ik me voor de rest van de tijd volledig op een opname die ik dan gewoon per sé wil maken. Het beeld dat ik in mijn hoofd heb van een van dichtbij invliegend ‘zwaalfke’ tegen een heldere hemel met de dijk als achtergrond.

Iets willen is één, maar het succesvol uitvoeren is twéé…

Tsjonge dat is geen sinecure.  ‘t Zwait stait mie dr van op de kop’

Alles moet meezitten en meewerken. Het benodigde licht voor een sluiterijd van meer dan 1/5000e seconde, een ingeschatte scherptediepte vanwaar je hoopt dat de vogel komt binnenvliegen binnen een focusmarge van enkele centimeters, een framesnelheid van 20 beeldjes per tel én natuurlijk een fraai inswingende ’Hirundo rustica’. 

Enfin réken maar dat de ratelende camera ontelbare beeldjes met mislukte opnamen liet zien, maar dat weet je van te voren.

Hoe groot is dan de voldoening – en de kinderlijke blijdschap – wanneer eindelijk maar toch alles samenvalt in dat ene ‘moment  supreme’ waarin alles klopt!

Fluitje van een cent…

Mooier wordt het niet!”

Deze gedachte schoot door mijn hoofd toen ik zaterdagochtend een kuiertje achter het huis maakte. Dat sloeg niet zozeer op het huidige weertype want eindelijk, eindelijk, éindelijk mogen we een aantal zonnige, warme dagen tegemoet zien. Nee, dat slaat dan vooral op de huidige, overheerlijke aanblik van beemd en berm. O jongens! Het hééft even geduurd maar superlatieven schieten me weer eens te kort bij het aanschouwen én beluisteren van het ontsproten kruid en de zingende en gonzende wereld rondom mij.

Het is vrijwel windstil en  de wereld geurt zwaar van meidoornbloesem wanneer het hortende basjes-concert  van de mannelijke groene kikkers wordt voorafgegaan door preludes van Zwartkop, Fitis en Zanglijster.

Vogelfoto’s worden ook meteen stukken mooier wanneer de hoofrolspelers op of tussen die prachtig witte schermbloemen plaats nemen waardoor ik kans krijg om te werken met mijn favoriete combinatie;  ‘birds & blooms’…

Of het komt door de overvloedige regenval van de laatste weken weet ik niet maar het Fluitenkruid is uitbundiger dan ooit en soms bijna manshoog gaan bloeien. Het is precies dit kunstig kantwerk dat in combinatie met duizenden pluisbollen zo romantisch aan kan doen. Wanneer het juiste fotomodel  zich in deze ambiance neerzet gaat voor mij meteen de vergelijking op met de wufte en vervaagd dromerige ‘mooie-dames-in-de natuur’ portretten van David Hamilton uit de ‘roaring seventies’ 

Nou ja, maar dan anders…    

Nee, met ‘Keesbloumen’ héb ik wat !

Ooit schreef ik eens een nogal melancholisch herinneringsliedje in het ‘Grunnegers’ waarin deze strofe voorkomt:

‘ Dei aine golden zundagmörgen, dou ‘k mit mien grootvoa laip

 Het Keesbloum-fluitje dei hai snee oet bonte baarm bie Daip ‘

Want dat dééd je. Op de juiste wijze het mes zetten in  een Fluitenkruid-oksel en dan, in weerwil van de in de mond achterblijvende penetrante smaak, zo’n donker ‘ooehh-fluitje’ weten te produceren.

Doen kinderen dat nog? Zijn er nog vaders en opa’s die zoiets vóór doen? Wordt er nog samen in een berm op Zuring gesabbeld? Neergehurkt om honing uit Rode Klaver te zuigen? Worden er nog  met toegeknepen wimpers wolkenwagens nagetuurd?  Grasstengels gekauwd en languit op de rug gelegen in het pas gemaaide hooi?

Begin ik oud en sentimenteel te worden?

Pinksteren ..

Uw Wind in mij

die er niet woedt

niet geselt

en niet raast

die ’t tere riet van mijn gemoed,

niet knikt en daarna breken doet

maar leven er in blaast

Uw Vuur in mij

dat niet kastijdt

niet roostert

of verteert

al wat mij van U onderscheidt

niet bitter brandmerkt, vol verwijt,

maar het ten goede keert

Uw Geest in mij

die wind, die gloed 

de Trooster

die beklijft

die niet nadat Hij mij ontmoet

een vluchtig “dág ” ten afscheid groet

maar bij mij wonen blijft !

        © Krijn Dijkema

Early one morning in May..

Onwillekeurig moest ik bij het schrijven van dit blog denken aan een in het Engels gezongen nogal romantisch luisterliedje uit de 70-er jaren. Het is er eentje van het Groninger gitaarduo ‘Sundown’ en hoewel die naam anders doet vermoeden gaat het over een vroege ochtend in mei… “ Early one morning in May’

Hoewel we nu niet bepaald worden verwend met liefelijk lenteweer en we ons misschien verre van romantisch voelen, is het momenteel wél heerlijk buiten toeven in het midden van de meimaand. Zeker dán is onze ‘pervinzie’ op haar allermooist…

Wanneer fluitekruid en pluizenbollen de bermen tooien en het landschap schitterend is gedrapeerd met een paardenbloementapijt a la ‘Claude Monet’.  

Ga dán eens een héél vroege mei-ochtend op pad, zoals ik deed in het landschap rond het Hoeksmeer en snuif de geuren op, luister naar de weidevogelgeluiden, zie de nevelsluiers uit de sloten rijzen terwijl de zon langzaam de rode morgengloed omzet in heldergroene en – blauwe tinten.

Klein, stil en verwonderd sta je dan mens te zijn in een adembenemend mooie Schepping!

Heb je geen zin? Geen gelegenheid? Wel wat anders aan je hoofd?

Neem dan ongeveer 90 seconden de tijd en neem éven een virtuele duik in de mystieke schoonheid die ons omringt en die we zo vaak volledig aan  ons voorbij laten gaan..  

Tureluurs op Moederdag…

Roodstaartjes..

Wie een beetje tuin heeft met wat struiken of bomen maakt altijd kans om daarin Roodstaartjes aan te treffen. Je moet er wel even oog voor hebben, maar wanneer je even oplet wanneer ze opvliegen, zal meestal wel het rood van hun staartveren de aandacht trekken. Het zijn trekvogeltjes die in zachte winters zelfs onze tuinen verkiezen boven zuidelijke, warmere oorden. De meest voorkomende soort is de Zwarte Roodstaart. Een beestje met wel erg ingetogen kleuren. Elk jaar wordt er wel ergens in mijn tuin een nestje jongen groot, waarbij de hele familie tot diep in het najaar zich met hun vibrerende staartjes op paaltjes en hekjes vertoont. Ze laten zich met niet al teveel moeite fotograferen, vooral ook omdat ze vaak vaste zitplekken innemen. Ik laat hieronder een eerder genomen opname van het mannetje in zijn typisch zwart verenpakje zien..

Sinds een paar dagen is zijn véél bontere, wat minder algemene neef óók weer in mijn tuin aangekomen; de Gekraagde Roodstaart. Ik had hem de voorgaande twee jaren gemist en wat vind ik het prachtig dat ie terug gekomen is. Met name het mannetje is een juweel om te zien en deze week lukte het me om hem van dichtbij op een bloesemtak te kunnen portretteren!

Bij de eerste gelegenheid keerde hij nadrukkelijk zijn prachtig blauwgrijze achterzijde naar mij toe…

Maar daarna toonde hij dan toch ook zijn flamboyante voorkant en zijn kenmerkende witte oogstreep. Wat een beauty, niet waar ? 

Als ik de tuin in loop, hoor ik steeds hoe beide neven Roodstaart met hun schrille trillers de  blits proberen te maken.

En de vrouwtjes, zult u zeggen? Die zijn uiteraard aanwezig, minder opvallend gekleurd, meer teruggetrokken en veel meer gericht op het aanstaande gezinsgebeuren en bijbehorende nestelplek maar.. doorslaggevend in de keus van het interieur. 

Jawel, ook daar !

Hé jongens….

Hé jongens, kom eens kijken!

Hoe hij er aan komt en waar hij het heeft opgedaan? Geen idee. Mogelijk van vriendjes op Kids2B of bij een van zijn grotere neefjes die op deze wijze aan dit soort populair vocabulaire hebben bijgedragen. Feit is dat mijn kleinzoon Luka een nieuwe inviterende manier heeft gevonden om zijn ouders, grootouders en andere aanwezigen enthousiast te betrekken bij een van zijn vele, spannende voornemens die hij van plan is ten uitvoer te gaan brengen.

In dit geval is het de van te voren geplande ineenstorting van een grote stapel, slordig geplaatste speelgoedblokken dat met enige fantasie wel door kan gaan voor een soort toren.

Voor dit rampscenario heeft hij al een speciaal voor dit doel gereed staande  ‘gaafmesjiene’ opgesteld, waarmee straks het toch al zo broze verband in dit bouwsel volledig zal worden weggeslagen. Op mijn vraag naar het waarom klinkt het ‘de toren is stout’ en daarmee is het pleit kennelijk voldoende beslecht. De tenuitvoerlegging van het vonnis vervult hem zodanig met voorpret dat zijn ogen al glinsteren bij de gedachte aan de ravage die hij gaat veroorzaken en waar hij ons kennelijk zo graag als getuige bij aanwezig heeft.

‘Hé  jongens, kom mee!”

Uit de op dat moment aanwezige voorraad ‘jongens’ wordt opa deze keer geselecteerd omdat hij wel weet dat ook ik vind dat dit vast weer een van zijn betere, ijzersterke nummers gaat worden.

Zijn stevige kleine jongensknuist trekt me subiet achter mijn bureau weg om me naar de  onheilsplek te geleiden vanwaar ik  op de hurken zittend, van dichtbij  het aangekondigde sloopwerk mag aanschouwen.  Wanneer ik hierbij uit voorzorg mijn handen voor mijn oren houd en mijn ogen  angstvallig dichtknijp, voel ik dat hij ter geruststelling  zijn handje héél even op mijn hoofd legt.

Dan wordt met een betekenisvol  lachje de grondverzetmachine, die plotseling ook moeiteloos en multifunctioneel blijkt te kunnen vliegen, met gierende motor in stelling gebracht waarna de apotheose een waar spektakel oplevert van angstaanjagend goed nagebootst motorgeloei,  gevolgd door een enorme klap en  het donderend geraas der vallende blokken..

Als opa anderhalve minuut later – nog diep onder de indruk en enigszins wankelend – weer achter zijn bureau heeft plaats genomen is Luka’s aandacht alweer volledig verplaatst  naar een andere bijzonder interessante bezigheid bestaande uit  de bereiding van een héérlijk plastic spiegeleitje op een speelgoedfornuis waarbij hij kennelijk toch óók  weer rekent op onze warme belangstelling..

“Hé jongens….”

Word jij d’r soms ook zo moe van?

Word jij d’r soms ook zo moe van?

Van die alsmaar tegenvallende coronacijfers? De stagnerende productielijnen?  Stop gezette vaccinaties? Uitgestelde versoepelingen en vertraagde stappenplannen?  Loopt er dan nog wél iets  volgens planning?

Absoluut!  Maar dat gebeurt buiten!  Nu!

Daar volstrekt het vernieuwingsproces zich in zijn volmaakte orde en regelmaat zoals ooit ontworpen en gepland. Onverstoorbaar worden hoop en verwachting hier daadkrachtig omgezet in de zoveel-duizendste, magistrale uitvoering van een nieuwe lente.

Wéér bloeien de wilgenkatjes vol felgeel stuifmeel dat wacht om door de wind of aan een koolmeesveertje te worden meegenomen om tot bevruchting van een nieuwe generatie te dienen. Precies zoals het is bedacht en waarvoor het is bestemd! 

Opnieuw  ontvouwt zich – letterlijk – het onbegrepen wonder van de aanmaak van groenpigmenten in het pril gebladerte.   Zoals het ‘van den beginne’ af is bedoeld. Teer en kwetsbaar nog, maar perfect getimed en gerealiseerd binnen de gestelde termijn!  Zondoorschenen, trekken ze onze aandacht;

Daar zijn we weer!  Jullie hadden toch wel op ons gerekend ? ’

En ja, heel klein en veel minder opvallend verschijnen volgens het geplande schema, een beetje bleu maar precies op tijd,  de zachtblauwe bloemkelkjes van het Ereprijs in de langzaam weer opfleurende bermen .

Je moet er eigenlijk diep voor voorover buigen om hun fragiele schoonheid en hun terecht ontvangen naam te kunnen duiden. En een diepe buiging misstaat ons niet!

Buiten gebeurt het!

Laten we vandaag onze binnenwaarts gerichte blik weer eens verruimen en dankbaar genieten van hetgeen ons daar wordt geboden aan wél waargemaakte beloftes. 

Even wég bij  de Persconferenties het Journaal en de praatprogramma’s.

Eindelijk eens lós komen van  je beeldscherm..

Nou ja, nádat je dit even hebt gelezen dan.. J