Toch maar doen…

Een van de voordelen van deze dagen tussen nazomer en herfst is het feit dat je voor het maken van foto’s van een zonsopgang niet meer zo gruwelijk vroeg je bed uit hoeft. Rond het op dit punt voor mij zeer redelijke tijdstip van kwart over zeven is de natuur dan kortstondig op haar mooist en ik benut deze windstille ochtend fris en monter om een paar sfeerplaatjes rondom het Hoeksmeer te schieten..

Hoofdmotief vandaag is de achtkante Poldermolen Meervogel, die normaal gesproken van zichzelf al fotogeniek vanuit het drassige landschap op rijst  Maar nu – in de dichte nevel en gouden ochtendgloed –  vorm het vanuit alle perspectieven wel een bijzonder heerlijk onderwerp ..

De ijle lucht is vol natuurgeluiden waarin vooral het nasale geroep van voorbij vliegende ganzenformaties de hoofdtoon voert..

Even verderop zie ik een pastoraal beeld dat mij aanspreekt door het contrast van diepe schaduwen en lichte accenten maar de altijd zo storend aanwezige elektriciteitsmasten in de verre achtergrond doen me dan weer twijfelen of ik ervoor in de zompige berm ga staan…

Hmmm, toch maar doen dan.

Septemberlicht ..

Vandaag plaats ik enkele   – in voorbije seizoenen –  geschoten foto’s van dat prachtige Groninger landschap ( in dit geval rondom Loppersum)  waarin we vaak zo onbedachtzaam rondrijden, – lopen of – hollen zónder te genieten van die typisch Hogelandse hemelkoepels, dat adembenemend mooie doorkijkje of de heerlijk verstilde zonsopgangen die ons op een presenteerblad  worden aangeboden.

Ikzelf lust er wel pap van en geniet nu alweer van het septemberlicht, dat nét weer een andere glans kent, meer diffuus, gefilterd, met langere schaduwen boven de leeg geoogste stoppelvelden. De  nu alweer bessenrood gekleurde meidoornstruiken, de enorme wolkenpartijen, bezwangerd met regen waarnaar velen zo uitzagen, maar waar we ook zo snel weer genoeg van hebben.

Die lichtbanen, die wolkenwagens, die goudgekleurde akkers. De tegen de eindeloze horizon  afstekende silhouetten van kerktorens en molens van al die bij ons zo bekende prachtige dorpjes…

Ze nodigen me onweerstaanbaar uit om binnenkort een poging te wagen om dit ook eens met aquarelpenselen in plaats van een foto-lens vast te leggen.

Als ’t niks wordt hoor je er denk ik nooit weer wat van, maar wanneer het wat begint te lijken hou ik jullie via dit medium op de hoogte!

Juffers ..

Gisteren kwamen we terug van een ‘vakantie-toetje’ in de vorm van nog een paar dagen kamperen op een van de Natuurkampeerterreinen van Staatsbosbeheer, in dit geval in Drouwen. Mede door het mooie weer, de prachtige omgeving en de veelvuldige aanwezigheid van kinderen en kleinkinderen was het een zeer smakelijk nagerecht.

Ook hier is het effect van de langdurige droogte scherp zichtbaar geworden. Tijdens wandelen of fietsen door de bossen ervaren we het contrasterend en vervreemdend effect van groene boomkruinen en een bosbodem die bedekt is met een tapijt van dorre bladeren alsof het volop herfst is.

Alleen in de grote vennen spiegelen de wolken zich nog in het gestaag zakkende wateroppervlak…

Na een van de koudste nachten van deze zomer waarin ik met flessen heet kraanwater mijn voeten opwarm in de slaapzak,  sta ik extra vroeg op om juist in één van die nog natte natuurgebiedjes wat fotografisch rond te struinen.

Want dan is het daar mysterieus mooi door optrekkende nevel en zwaar bedauwde vegetatie..

Ik loop – tegen de zon in –  en zoek naar glinsterende foto-motieven. Ik vind ze in de vorm van een paar waterjuffers die kennelijk al zodanig zijn opgedroogd dat ze alweer zijn gaan rondvliegen maar wanneer ze op een halm gaan zitten, zie ik dat er nog wel wat dauwdruppels op hun ragfijne lijfjes flonkeren.   

“Gefundenes Fressen” voor een natuurfotograaf..

Wat dat laatste aangaat, verneem ik dat ik ook fysiek wel aan een ontbijtje toe ben en besluit snel tent-waarts te fietsen…

Was weer ’n schier oepke..

Weer thoes ! ..

Wie binnen weer thoes!

Terug van een paar heerlijke vakantieweken in La Douce France. Vanwege Corona hadden  we in de twee voorgaande jaren onze kampeeruitrusting noodgedwongen op zolder gelaten en de campings ingeruild voor Air B&B-voorzieningen, maar dit jaar voelden we ons vrij om weer basic in de natuur te gaan kamperen en dat is prima bevallen. Met dat ‘basic’ doel ik dan vooral op genieten in de tent op een klein, rustiek campinkje dat vrij is van luidruchtig vertier en ergens idyllisch moet zijn gesitueerd. We zoeken en boeken dan meestal zo’n plekje voor een vijf- of zestal dagen en zien daarna wel wat het weer doet en waar we zin in hebben.

Zo zijn we uiteindelijk een dikke week in Normandië beland op een liefelijk, vlak bij de stad Saint Lo gelegen, kampeerterreintje dat precies aan onze verwachtingen voldeed..

Uiteraard bezochten we daar ook de beroemde invasie-stranden als Utah- en Ohamabeach, waar je ondanks de enorme toeristendrukte toch wel heel stil van wordt wanneer je het gebeurde goed op je laat inwerken.

Daarnaast maakten we een lange wandel- en fietstocht door Marais du Cotentin, een moerassig natuurgebied waar we regelmatig op Bever- en Muskusratten stuitten die zich prima lieten fotograferen..

De laatste weken zijn we iets ten zuiden van Bretagne uitgekomen,in de ‘Loire Atlantique’, waar het licht glooiende landschap weliswaar niet woest aantrekkelijk is, maar wel heel fijn om met onze toerfietsen – op louter beenkracht – te verkennen.

Het gebied is nauwelijks door Hollanders ontdekt en met name de rotsige kuststroken met kleine baaien, inhammen en zandstrandjes zijn hier vaste trekpleisters voor voornamelijk Franse toeristen.

Wij fietsten via eeuwenoude dorpjes, langs mooie vissershavens en gezellige boulevards en iedere keer was er wel weer een verrassend uitkijkje of interessante bezienswaardigheid dat de aandacht trok.

Vooral de ambachtelijke wijze waarop men hier in de lagunes van de Atlantische Oceaan nog zout wint is vermeldenswaardig.

En de natuur dan? Vogels, vlinders, bloemen? Hoor ik je vragen.  Tja..op dat gebied werd ik nu niet bepaald overstelpt met bijzondere aanbiedingen en hoewel ik mijn apparatuur uiteraard bij me had is het maar nauwelijks uit de tas gekomen.  Vrijwel alle foto’s die ik hier plaats zijn dan ook met mijn I-phone gemaakt en dat wil voor landschapsopnamen prima en voor andere doeleinden gaat het vaak ook wel aardig.

Zo wilde de Vuursalamander die ik midden op een stoffig landweggetje aantrof best even rustig poseren. Wat heb ik vaak naar dit beestje uitgekeken bij hun natuurlijke habitat zoals watervalletjes, beken en natte mospartijen maar nooit trof ik er eentje aan en nu loop ik er zomaar tegenaan.. Het kan best zijn dat de langdurige droogte dit diertje heeft verlokt om de weg over te steken in de hoop op een meer vochtige bestemming.

Verder was het dierenleven op de tweede camping wel heel dichtbij, bijvoorbeeld in de vorm van een te vroeg uit het nest gesprongen vink en een brood gappende koolmees.

Om de tenten en caravans scharrelde ook bedelend pluimvee van een zeer bijzonder ras dat opmerkelijke overeenkomst vertoonde met bekende persoonlijkheden zoals een recent gewassen en gewatergolfde Karin Bloemen..

en een nijdig om zich heen pikkende Ringo Star

Dat was het wel zo’n beetje wat de fauna betreft en voor uitbundige flora bleek de ook daar heersende droogte vrij funest te zijn, maar lekker warm wás het, dát dan weer wel.

Kortom, een heerlijke vakantietijd ligt achter ons,  en zoals ik in mijn vorig blog schreef, er wachten ons vanaf nu ook geen werkverplichtingen meer en dat geeft wel een heel relaxed pensionado-gevoel kan ik zeggen.    

Dus maar eens even kijken wanneer we er weer tussen uit piepen…

Pensioendag van Opa….

Het is zover, Janneke en ik gaan tegelijkertijd met (pré-) pensioen en deze week verliepen onze laatste werkdagen omzoomd door bloemrijke afscheidswensen en –feestjes in zowel zakelijk als familieverband. Een nieuwe periode in ons beider bestaan van minder moeten en meer mogen waar we best al wel een tijd naar uit hebben gezien.

Vanochtend vroeg was er voor mij dan dat bijna magisch soort bewustwordingsmoment van het definitief afsluiten van de zakelijke internetverbinding en het dichtklappen van de werk-laptop. De stekker er uit en wachten op een soort Rijksbode die al mijn kantoorspullen bij wijze van service bij me op komt halen..

Janneke werkt vandaag voor het laatst en omdat  Luka’s moeder al weet heeft van Opa’s zeeën van tijd op deze dag, mag ik op mijn vierjarige kleinzoon passen en daar kan ik nu dus eens even mooi de boter uit braden want ik heb deze ochtend het voorrecht om zomaar een paar uur ongestoord met hem door te brengen in de kleine wereld van zijn doen en laten.

We gaan op zijn voorstel dan ook eerst een flinke tijd op de knieën voor die jofele houten treinbaan met gekleurde wagonnetjes die op zijn aanwijzingen in volle vaart van onafgebouwde taluds of hellingen storten of door rangeerfouten hopeloos ontsporen door verkeerd door mij aangebrachte wissels.

Na het ‘Opa zullen we nu koffiedrinken?’ zitten we vervolgens uiteraard samen uitgebreid te schaften met leut, diksap en een bakje rozijnensnoepmix  waaruit hij mij ruimhartig, maar zorgvuldig trakteert op enkele krenten die door hem als minder smakelijk worden beoordeeld.

Dan kloppen we de kruimels van de broeken en gaan even een lekker stukje wandelen, want ook daar heeft Opa nu eens tijd voor. Het wordt weer een loopje richting de boerderij van Boer Jur, die sinds de dag waarop hij vorige zomer als een assistent-mini-loonwerkertje in de cabine van die razende Combine heeft mogen zitten door hem hevig wordt geadoreerd.

We gaan dan ook eens even zien hoe het er met de tarwe voorstaat en vinden allebei dat het er niet slecht uit ziet. Maar wanneer ik zomaar een korenaar fijn knijp en de graankorrels door mijn vingers laat glijden vraagt hij zich bezorgd en hardop af of ik dat wel doen mag van mijn moeder. Want moeders blijven uiteraard dé alles bepalende autoriteit in zijn nog vaag omlijnd denken over goed en fout, zelfs als de kwestie zich afspeelt op het onbetwiste terrein van die machtige boer Jur.

Enfin, nadat we ons in de ingewanden van de boerderij nog een poosje hebben staan vergapen aan zwaar rollend landbouwmaterieel, waaronder een kolossale trekker die ‘wel een miljoen’ hoog is, lopen we nog een stukje richting ons door ‘aardbevings’ zo ontwrichtte dorp waar grote hap-knappers bezig zijn om aan één straatzijde woningen te slopen, terwijl er aan de overkant weer compleet nieuwe uit de steigers rijzen. We ziener allebei niet veel logica in .maar ’t is wel lekker kijken naar al die hardwerkende, stoere mannen die hem ook nu weer doen verzuchten dat hij zeker weet dat hij ook ‘boufekker’ gaat worden, want hij heeft al een gele helm en bouwschoenen en daarmee heeft ie in deze tijd van personeelsschaarste toch al een flinke streep vóór in het toekomstig sollicitatiegesprek.

Opa wil nu wel naar huis en dat doen we dan, maar niet nadat hij mij heeft meegetrokken naar een van de vele afvalcontainers vol bouwpuin, want wie weet liggen er deze keer weer van die fijne stukjes PVC- buis of  -bochtjes waarvan hij thuis eindeloos bouw- en waterwegkundige constructies pleegt te fabriceren. Nadat ik de vraag al ontkennend heb beantwoord  moet ik hem toch ook nog even optillen om ‘m met eigen ogen de inspectie te laten uitvoeren. Opa zegt wel vaker wat. Ze liggen er deze keer echt niet. Dat ziet hij tot z’n spijt nu ook in maar ik moet hemel en aarde bewegen om hem er van te overtuigen dat die grote joekels van draineerbuizen die verderop liggen echt niet door mij achterover kunnen worden gedrukt om er thuis een beetje mee in de kamer te gaan liggen spelen.   

Heerlijk zo’n dagje met dat manneke! Geen moment staat zijn mond stil. Een vocabulaire van heb-ik-jou-daar en een tomeloze energie.

Aan het eind van de dag komen we samen nog even languit op de bank te zitten om gezamenlijk de etappe van Tour de France van deskundig commentaar te voorzien, waarbij hij bij het aanschouwen van die allerlaatste, zwalkende renner die zich niet meer in de staart van het peloton staande kan houden zijn simpele, glasheldere conclusie trekt:  “ik weet wel waarom die meneer zo moe is, hij heeft vannacht niet goed geslapen”.

Dát zal ‘t zijn !  

Op hoge poten..

Het is een treurige gedachte dat door de opwarming van de aarde, de kans groot is dat de flora en fauna in ons landje binnen zo’n vijftig jaar met maar liefst een kwart zal zijn gereduceerd als we met elkaar (dus niet alleen of hoofdzakelijk een bepaalde beroepsgroep)  adequate maatregelen nemen.

De sterke afname van veel dier – en plantensoorten die zich in de afgelopen decennia heeft voor gedaan maakt de hobby van natuurliefhebbers en – fotografen er niet bepaald leuker op;

Waar ik vroeger patrijzen bij de vleet wist,  zie ik ze nu nog hoogst zelden. De altijd in mijn tuin broedende grauwe vliegenvangers heb ik al in geen jaren meer terug gezien en waar zijn de koekoeken toch?

Natuurlijk…er zijn hier duizenden ganzen voor in de plaats gekomen en  reewild, dat je vroeger alleen in bosrijke gebieden aantrof, zie je nu ook op de vlakke Groninger akkers rondlopen alsof het er altijd al is geweest. Maar dat laatste is allemaal ondánks en niet dankzij ons menselijk ingrijpen.

Nee, vrólijk word je niet van de massale opkomst van de eikenprocessierups, de japanse duizendknoop of de tijgermug.

Is er dan niks leuks meer aan voor een vogelfotograaf? Jawel…

Er schuiven namelijk veel warmteminnende,  boeiende soorten vanuit het zuiden alsmaar meer onze opwarmende kant om.

Vogels zoals de Grote Zilverreiger zien we soms zelfs vaker dan onze inheemse grauwe variant  en een ander voorbeeld van een alsmaar vaker hier opduikende vogel uit oorspronkelijk zuidelijke streken is de Steltkluut (Himantopus himantopus)

Vorige week had ik het geluk om bij een plasdrasgebiedje zo’n toch nog steeds bijzondere vogelsoort van dichtbij voor de lens te krijgen en dan is het natuurlijk ook leuk om ‘m hier ook even te laten zien. Het is een onmiskenbare, gracieuze vogel met zulke absurd lange poten dat je de indruk krijgt dat de Schepper tijdens de uitvoering van het ontwerp  éven is doorgeschoten en het toen maar zo heeft gelaten.

De vogel zelf lijkt er niet mee te zitten en tijdens de vlucht steekt hij  die superpoten ook nog eens nadrukkelijk naar achteren uit, zodat iedereen kan zien dat zijn hele persoonlijkheid weliswaar ooit op stelten is gezet, maar dat ie er geen complex van heeft opgelopen.

Dág Pepijn ! ….

Gisterochtend was de geboorte van ons zévende kleinkind een feit;  Pepijn Samuël !  Een van God gebeden prachtig manneke! Alles goed met ouders en baby, dank u !

Vandaag mochten we weer even een kijkje komen nemen in dat intieme wereldje van wieg en kraambed en vergaapten we ons opnieuw aan de uitkomst van het onbevattelijk wonderproces van zwangerschap, bevalling en geboorte.

Een nieuw mensje tussen al die miljarden anderen en er is er maar één zoals hij…

Het wiegje staat nu nog naast het kraambed maar Opa kan het niet laten en sluipt ook even naar het gereed gemaakte babykamertje waar het straks de nachten gaat doorbrengen. Zo’n kleine, met smaak en liefde ingerichte ruimte draagt in mijn beleving altijd een haast sacrale sfeer waarin je niet zomaar even binnen klost.

Die betrééd je.. met ingehouden adem…

Hier is zijn residentie ! Een onder een baldakijn gesitueerd slaaptroontje voor een kleine prins! Een Koninklijke Verschooncommode voorzien van bedwelmende Lotionnetjes en verkoelende Billenzalven waarboven een bonte rits  ienie-mienie-gewaadjes die straks hun partij dapper zullen gaan meeblazen tussen de grote-heren-maten.

 U hóórt nog van hem !

Sternstee ..

Tussen de middag zat ik vandaag een poosje in de buurt van het broedponton dat een paar jaar geleden in de haven van Lauwersoog is neergelegd. Vogels als de Noordse stern en de Visdief kunnen hierop veilig nesten te bouwen en eieren uitbroeden. Het is gemaakt van een oude dekschuit uit 1930, die uit de vaart is genomen en heeft de naam ‘Sternstee’ meegekregen.

Ik blijf op grote afstand van het ponton en ze trekken zich maar weinig van me aan vandaag  en vertonen hun natuurlijk gedrag van onderling ruzieën, poetsen en visjes binnen brengen voor het nakroost, waardoor ik een aantal plaatjes mag maken die ik hier maar weer even deel !

Hoewel de vogels al jongen hebben en krijsend tekeer gaan, is de afstand ook voldoende groot om geen agressief gedrag te veroorzaken, want ze staan er om bekend met hun scherpe snavels vervaarlijk te kunnen uithalen tijdens duikvluchten op mens en dier die het waagt om te dichtbij te komen. Een tijd geleden maakte in een opname van een op mij af komende vogel, waarvoor ik echt even moest bukken….

Open Dag de Wierde, Wirdum …

Regelmatig wordt aan me gevraagd hoe het gaat met de vogelbeeldjes-hobby.  

Goed .. dank u!

Nou ja..u vroeg het niet echt natuurlijk,  maar toch  is het fijn om te kunnen zeggen dat het project leuk heeft uitgepakt. De echte aanmaakwoede is bij mij wel wat geluwd, maar met enige regelmaat verkoop ik wel een beeldje en dan verhuist zo’n plastiek naar de vensterbank van een vogelliefhebber of wordt het kado gedaan aan jubilerende (schoon-)ouders of jarige opa’s.

Voor hen die de introductie destijds hebben  gemist, bekijk maar even het blog van 4 februari jl. ( zie archief) of surf naar http://www.atelierkrijn.nl

Ik gebruik dit blog vandaag even om op verzoek de Open Dag van de Paardenmelkerij de Wierde in Wirdum (Gr.) onder de aandacht te brengen, waarbij ik dit jaar ook ‘acte de presence’  hoop te geven in de vorm van het bemensen van een kraam met mijn vogelcreatie-werk op de betreffende natuur- en snuffelmarkt.    

Het belooft komende zaterdag prachtig weer te worden en wie weet treffen we elkaar daar !

Guilty pleasure ..

Vorige week donderdag zag ik mijn kans schoon om een werkgerelateerde bijeenkomst in de buurt van Arnhem later op de dag te combineren met een zij-uitstapje richting ons Nationaal Park de Hoge Veluwe. Ik heb bij het bezoeken van dit gebied wel altijd een wat dubbel gevoel omdat het enerzijds een nogal prijzige entree heft en veel attracties aan natuurbeleving nogal kunstmatig lijken opgezet, maar aan de andere kant biedt het wel de mogelijkheid om met een redelijke mate van waarschijnlijkheid roodwild in een natuurlijke setting te kunnen fotograferen.

In het park zijn op enkele plekken speciale wildkijkschermen neergezet en ik heb daar bij mijn spaarzame bezoeken vaak verwachtingsvol doorheen gespied , maar doorgaans was er dan niets anders te zien dan ruisend struikgewas in een leeg dennengebied, waarin je dan met een lotgenoot-met-kijker een uur lang zinloos zat rond te turen.

Maar nu had ik geluk!     

Hoewel ik eigenlijk had gehoopt om hertenmoeders met spelende kalfjes te kunnen vastleggen ben ik daarvoor kennelijk nog te vroeg in de tijd maar hinden ontdek ik wel, echter zonder dartel nageslacht.

Aanvankelijk lopen ze nog wat teveel in de verte maar uiteindelijk doemen er op vrij korte afstand een paar van die prachtige, schuwe en sierlijke wezens op die zich prima laten fotograferen.

Het zijn – voor zover ik kan beoordelen –  2 of 3 jarige hinden en één kennelijk jonger dier dat voor mijn ogen een mislukte drinkpoging bij zijn moeder onderneemt die dat gedonder kennelijk niet meer aan d’r lijf wil hebben..

De mannen en vrouwen van de edelherten leven in deze tijd van het jaar veelal gescheiden van elkaar in groepen, dus dat ik hier geen geweidragers aantref verbaast me niet. Toch had ik ook hén graag fotografisch op de korrel willen nemen en ik besluit om op de witte Veluwe-leenfiets te stappen en mijn geluk elders te beproeven.

Heerlijk rondfietsen en – kijken is het daar..

En zowaar..na een uur ontdek in de verre verte rode, bewegende schimmen in een stuk open land aan een bosrand, waarin ik meteen mannelijke herten herken!

En dan wordt het direct ook een beetje spannend, want vanaf het fietspad zijn ze vanwege de afstand onmogelijk vast te leggen en ik heb aan de veelvuldig aanwezige bordjes heus wel gezien dat we ons van de boswachter geenszins buiten de afgesproken paadjes mogen begeven. Maar dan ontstaat de zo vaak de kop opstekende innerlijke discussie tussen mijn verantwoordelijkheids-bewuste ik en mijn meer hebberige persoonlijkheid en de lezer die me kent raadt het al..

Dus stap ik even later héél behoedzaam van boom naar boom steeds dichterbij, zorgvuldig het breken van takken vermijdend tót ik op een afstand ben gekomen waarbij ik deze majestueuze dieren zónder dat ze mij in de gaten hebben goed kan portretteren.

Het zijn zeven hertenmannen die hun imposante hoofden hebben gekroond met geweien van divers formaat, maar allemaal voorzien van zo’n – voor deze tijd van het jaar kenmerkende -prachtig fluwelen bastgewei. Wanneer dat gewei ( dat elk jaar wordt vernieuwd) is volgroeid, dan ontdoen de dieren zich van de afgestorven huid (dode bast) door het tegen bomen schoon te vegen.

Ik neem een paar minuten de tijd om van  dit ‘mannen-onder elkaar’- gezelschap te genieten en enkele plaatjes te schieten om daarna even voorzichtig als ik kwam weer terug te keren waarbij de herten zich onbespied hebben gewaand, ik gelukkig  géén boze boswachtersbas heb gehoord en toch maar mooi de wensfoto’s in de pocket heb.

Druppelsgewijs ….

Het Storkster fietspad dat voor mijn woning langs loopt en Loppersum, al slingerend, verbindt met Westeremden is vorig jaar door de gemeente op voortvarende wijze aangepakt, hetgeen de verkeersveiligheid weliswaar ten goede is gekomen maar in mijn beleving wel iets ten koste is gegaan van het idyllisch karakter van deze route.  Het aanvankelijke smalle schelpenpad is namelijk veranderd in een anderhalf meter brede betonstrook, waardoor fietsers elkaar beter kunnen passeren en ook mensen op scootmobielen er nu gebruik van kunnen maken. Dat is natuurlijk een plus voor deze doelgroep maar ook door de her en der aangebrachte markeringen heeft het wel wat ingeboet aan het liefelijke karakter er van.

Wat dan wél weer leuk is  (en of óók daar de overheid een zaaiende hand in heeft gehad?) …

De vroeger wat eentonige bermbeplanting heeft nu plaats gemaakt voor een bonte verscheidenheid aan wilde bloemsoorten die zich nu in de prachtigste kleuren aan ons tonen.

Ik herken er – tussen het altijd al aanwezige Fluitenkruid en Boterbloem – nu ook Klaproos, Margriet, Ruige Leeuwentand, Dagkoekoeksbloem en Paarse Schorseneer in, die allemaal om het hardst om aandacht roepen.

Maar het is momenteel geen fijn weer om macro-opnamen van bloemen te maken, want de sterke wind maakt dat soort fotografie onmogelijk.

Wat ik dan wél doe? Ik kies uit die rijke bloemsnoepwinkel voorzichtig een klein handjevol van die beauty’s en neem die mee naar binnen om daar in beschutte studio-omstandigheden enkele superclose-ups te maken door gebruik te maken van zogenaamde ‘refractie’ techniek.

Wat dat is en hoe dat werkt, heb ik twee jaar geleden hier al eens uitgelegd. Kijk hiervoor zo nodig nog even in het archief ( zie de rubriek rechts) van 25 april 2020.

Het is dus wel een soort van ‘zwait op de kop’ en ‘puntje-van-de-tong-uit-de-mond’- werkje, want het steekt allemaal erg nauw maar als het eindelijk lukt héb je fotografisch gezien dan ook wel weer wat…

Groeikracht…

Ongelooflijk ! 

Wat een enorme groeikracht schuilt er in die paardenbloemen op mijn gazon. Nou ja ‘gazon’..

Eigenlijk mag het die naam niet meer hebben want voor zo’n slordige driekwart bestaat mijn grasveld inmiddels uit mos, madeliefjes en paardenbloemen en hoewel dat tuincultuur-technisch gezien niet de bedoeling  is, oogt het wel liefelijk natuurlijk.

Maar juist die Paardenbloem deed me vanmiddag even eerbiedig neerknielen want nadat ik vier dagen geleden alles tot aan de grond toe had gemaaid staan deze krachtpatsers  alweer met zeker 25 centimeter aan lengte prominent met hun pluisbollen te prijken    

Ik schreef er twee jaar geleden al over. Ze zijn zo gewoon in onze ogen, dat hun opvallende groei- en verspreidingswijze onze aandacht maar zelden trekt.

Ik heb me er toen maar eens even heerlijk op geconcentreerd en door middel van allerlei camera-trucks en – filmtechniekjes geprobeerd om in twee minuten u te laten zien hoe wonderlijk mooi en knap zo’n geel bloeiertje in elkaar zit en zich in een paar uren transformeert tot de elfen-achtige verschijning van zo’n pluizenbol vol minuscule zaad-parachuutjes.

Dit was destijds het eindresultaat en voor hen die het hebben gemist én voor wie dat best nóg eens weer wil zien,  hier is ie…

Als…

We zijn sinds gisteren weer terug van een weekje Zuidoost Denemarken, waar we op het schiereilandje ‘Als’  een paar heerlijke dagen wandelend en fietsend mochten doorbrengen.

Ook de zon en een blauwe hemel waren regelmatig van de partij waardoor het prachtig golvende, Teletubby-achtige landschap vol botergele koolzaadvelden zich prachtig manifesteerden evenals de ontluikende voorjaarsbloemen, de veelvuldig jubelende zangvogels en de twee reeën die elke dag op gepaste afstand voor het huisje kwamen fourageren..

Ik maakte er maar weer eens wat fotografische indrukken van,  enfin..kiek mor even!

Van vogels en bloemen ..

“ Wat voor vreemde vogel is dat daar op het gazon Krijn? “

Als mijn vrouw me deze vraag stelt, verslik ik me in de koffie en veer meteen alert op want ik weet dat ze de meest gangbare huis-tuin- en keukenvogels wel kent en ook geen opvallend manspersoon bedoelt. Nee..dan zit er vaak wel iets bijzonders…en inderdaad !

Het gelukje is ditmaal een Beflijster, een vrij zeldzame doortrekker, die sterk op een merel lijkt, maar met een opvallend witte borstband.  Als ik de camera uit de tas gris zie ik al dat ik nu weinig kans maak op een goede foto  want een territoriaal merelmannetje jaagt hem voortdurend weer de bosjes in.

Maar ik heb geluk, want een dag later scharrelt hij af en toe opnieuw door het gras en dan zie ik de kans schoon om liggend op de ijskoude stoeptegels, vanonder een camouflage-netje deze prachtig getekende, schuwe vogel zó te portretteren als ik graag wil, namelijk vanaf een laag standpunt tussen de  vage contouren van paardenbloemen en madeliefjes die mijn gazon – of wat daar voor moet doorgaan – sieren.

Ik ben namelijk gék op het maken van vogelfoto’s waarbij bloemen en kleuren in de voor- of achtergrond sterk bepalend zijn voor sfeer en beeldopbouw. Om je een indruk te geven van wat ik bedoel laat ik maar wat voorbeelden zien van recente vogel- en bloemenopnamen, want ook hier spreken beelden weer meer dan woorden..

Ravage na Pasen ..

Laat me op deze plaats maar eens een ontboezeming doen van een mijner talrijke jeugdzonden.

De herinnering daaraan dringt zich juist in deze dagen aan me op omdat de gebeurtenis vlak na 2e Paasdag plaats vond. Bij het daaraan terugdenken proef ik nog de misselijk makende metalige smaak van schrik, schaamte en schuld. Het zat zo. Ik zal een jongetje in de leeftijd van een jaar of acht, half negen zijn geweest. Een beetje dromerig en klunzig soms, levend in de veilige beslotenheid van een dorps- aannemersgezin waarin ik me af en toe in mijn eigen wereldje terugtrok om me over te geven aan de peilloze fantasie en mijmering van een jaren-zestig-kinderleven, waarvan de teint der herinnering bij het terugblikken zo nostalgisch-roze kan aan doen. Omdat wij in die tijd, het vandaag de dag zo vanzelfsprekende beeldschermvermaak van TV en I-pad volledig moesten ontberen, speelden de avonturen zich voornamelijk af in onze vierkant gekapte kinderhoofdjes. Een van die fantasierijke en vervolgens angstigste momenten beleefde ik in een melkmachine-kar. Omdat die voertuigen tegenwoordig niet meer tot de standaarduitrusting van een veehouder behoren, laat ik hieronder even een plaatje zien van hoe zo’n gevaarte er uit zag.

Je zag ze in die tijd in praktisch in elk weiland staan. Het was er eentje van boer Jan Ploeg. Dat was een van onze trouwere klanten die kennelijk de gewoonte had om ’s avonds laat of ’s nachts nog dóór te klussen want hij rammelde vaak tegen beddegaans-tijd aan onze achterdeur om nog een pak 24/12-spijkers of een bos panlatten te kunnen bemachtigen. Reden voor mijn ouders om hem ‘Jan-bij –Nacht’ te noemen, hetgeen wij als kinderen moeiteloos overnamen, zodat wij soms de fout maakten  mannen met schimpnamen in ’t voorbijgaan vriendelijk met de bijnaam te begroeten, hetgeen soms een totaal onverwachte oorvijg opleverde.  Goed, deze boer Ploeg had kennelijk fiducie in de timmermansvaardigheden van mijn vader, want de kar was een dikke week ter onderhoud of reparatie aan hem toevertrouwd , waarvoor de wagen in het rulle grind op ons erf vóór het huis stond geparkeerd. Ik vond het een prachtig huisje op wielen om in te spelen en daarbij te fantaseren dat ik met vaste hand een enorme koets bestuurde waarbij ik met behulp van een denkbeeldig span briesende paarden machtige veldtochten maakte. Nog de zaterdag vóór Pasen was ik er weer ingekropen, waarbij ik mezelf onder het mennen voorzag van een flink aantal walnoten die, zo ontdekte ik, heel handig te kraken waren met een groot soort hendel die zich in het midden van de machine bevond. Zo bracht ik daar in dat groene gevaarte al kruimelend, smikkelend en spelend de tijd genoeglijk door, totdat aan het eind van de middag de kar door mijn vader werd verplaatst naar het terrein van onze buurman smid Wolthuis. Kennelijk moest er nog iets aan worden gelast of gesmeed waarvoor het voertuig ook nog enkele dagen op het erf van de smederij kwam te staan. Dat deerde mij in het geheel niet, aangezien ik het betreden en benutten van de kar inmiddels als een soort gewoonterecht was gaan beschouwen. De dinsdag na Pasen was ik er weer helemaal klaar voor en met een stuk of vijf nog overgebleven walnoten op zak nam ik, nu op buurman’s terrein, weer bezit van de ‘groene koets’ en mende de paarden als voorheen mijn wijde kinderwereld in. Hierdoor hongerig geworden, taste ik naar een walnoot en beproefde deze weer te kraken met behulp van die hendel die het de vorige week op dit punt zo goed deed.

Achteraf gezien is het allemaal zo eenvoudig verklaarbaar. Die notenkraak-hendel was in werkelijkheid een grote handrem waarbij het neerlaten er van, op het met grint belegde erf van mijn vader niet het geringste effect had. Hoe anders was dat nu op het smidsterrein, dat geplaveid was met gladde klinkers en bovendien een sterk hellend karakter had. U raadt het al.

Nóg voel ik hoe de wagen rammelend en langzaam achteruitrijdend in beweging komt. De opborrelde paniek, het zinloze om me heen grijpen én ik hoor nóg het enorme gerinkel en geraas van de sneuvelende benzinepomp waartegen de melkkar uiteindelijk tot stilstand kwam. Als een haas schoot ik uit de wagen, repte me als de weerlicht naar binnen in huis en greep het eerste de beste kleurboek waarmee ik vervolgens als de vermoorde onschuld voor de kachel ging liggen om de indruk te wekken dat ik daar al tijden bezig was om die fijne kleurplaat nu eens af te maken. Het duurde maar even en daar stond mijn broer Henk al opgewonden in de kamer; “ d’r het ain mit kar tegen smid zien benzinepomp aanzeten!” Wat moest ik doen? Een beetje ongeïnteresseerd door gaan met kleuren? Net doen alsof zo’n mededeling mij niet sterk beroerde? Dat kon natuurlijk niet. Quasi belangstellend, liep ik dan ook maar achter hem aan om de plek des onheils ook te aanschouwen. Tsjonge, de aanblik wás spectaculair. Met geveinsde interesse begaf ik mij tussen het inmiddels toegestroomde groepje belangstellenden om de ravage te overzien. Het glazen bovengedeelte van de scheef gezakte Esso-pomp was in duizend stukken uiteengespat en als stille getuige stond de groene melkkar scheef tegen de pomp aan gezakt. Of ik ook iets van “óh of áh” heb mee-geroepen weet ik niet meer. Wél dat ik weer snel naar binnen ben geglipt om me met een rood hoofd opnieuw in mijn kleurwerkstuk te verdiepen.

Ongeveer een uur heeft het geduurd, vóórdat mijn wandaad aan het licht kwam. Verraad! Een telefoontje van de aan de overkant wonende dominee. Kennelijk had hij – een van zijn taaie preken overpeinzend – nét uit het raam staan kijken, toen hij mij als een kleine rat uit de stofwolken te voorschijn zag komen om daarna vliegensvlug in huis te glippen.

Daar liep ik dus even later, met een gebogen hoofd vol gestolde tranen en op schoenen vol lood, aan pa’s hand op weg naar de smid. Ik wist precies wat er gezegd moest worden en de toon waarop.

“ ‘k Zel’t nait weer doun Wolthoes, ’t spiet mie Wolthoes”.

Achteraf bleek ’t allemaal nogal mee te vallen. De schade, die in mijn kinderlijke veronderstelling van een omvang was dat het ons gezin ongetwijfeld naar de financiële afgrond zou drijven, bleek toch te overzien en door de verzekering gedekt. Bij ons thuis werd er nadien vooral nogal lacherig over het voorval gedaan, waarbij  mijn al vroeg ontwikkeld vermogen tot het aanrichten van kleine catastrofes en het spelen van bijpassend toneel veelvuldig ter sprake kwam.

Zie je ’t ?….

Laatst overviel me tijdens het zorgvuldig ensceneren van een aantal macro-opnames de gedachte dat natuurfotografie soms verdacht veel lijkt op een vorm van struisvogelpolitiek.  Een rare associatie? Toch niet, wanneer je bedenkt dat ik eigenlijk alleen maar dat ene mooie aspect van die bloem wil fotograferen en zorgvuldig alles wat mij niet bevalt buiten beeld selecteer. Ik haal een storend grasje weg,  verwijder een lelijk stukje mos en positioneer de lens net zolang totdat die opvallend  lelijke bermpaal helemaal uit het zicht is.

Gewoon omdat ik die dingen simpelweg niet mooi vind of ze passen naar mijn smaak niet in de compositie. Maar ze zijn er zeker en maken wel degelijk de realiteit uit van het moment.

De beeldhoek,  de keuze van de lens en de uitsnede van de foto worden door mij als  fotograaf bepaald en de kijker ziet alleen dát wat ik wil laten zien.  De specifieke lichtval, de ragfijne details, de dauwdruppels, de tere voorjaarstint…

Kortom,  alleen dát wat ons tot verwondering brengt, wat een lust is voor het oog en een ‘oh- of ah’ gevoel oproept wordt uitgelicht en gepresenteerd, terwijl het totale plaatje er – door een groothoeklens gezien  – heel anders, een stuk realistischer – of zelfs lelijker-  uit kan zien.

En dan heb ik het nog niet eens over de eindeloze photoshop-mogelijkheden  die ik – hoewel beperkt – toch ook wel graag gebruik om een foto soms wat op te fleuren, of een vlekje digitaal weg te poetsen.

Niet eerlijk? Is dat een vorm van je kop in het zand steken of de boel optisch belazeren en je kijkers op het verkeerde been zetten? Door selectief weg te kijken of  uit te vergroten, net hoe ’t  me uitkomt? Gelukkig verdient ook die gedachte een belangrijke nuancering.

We hebben als mens een prachtige mogelijkheid gekregen om door middel van onze hersenen met onze ogen als het ware in te zoomen op al die ontzagwekkend mooie vormen, kleuren en details die in de schepping zijn vastgelegd, maar dat lukt alleen wanneer we stil staan en de tijd nemen om ze in ons op te nemen.

Even bukken, voelen, ruiken..genieten of bewonderen. Dat is eigenlijk niets anders dan je een moment concentreren op al dat moois.  Zitten die vervelende braamdoornen er dan niet? Zijn de irritante jeuk veroorzakende brandnetels verdwenen? Ruik je naast de meidoorngeur, de uitlaatgassen van die brommende mestverspeider niet? Tuurlijk wel!  Ook dat is allemaal de werkelijkheid, maar we richten ons er dan gewoon even niet op. Je waardeert dát wat je uitkoos om je op te focussen!

Zo is het ook een beetje met de zo sterk aanwezige werkelijkheid van oorlogsellende en hartverscheurend mensenverdriet rondom ons.  Je kunt én wilt er niet om heen.  

We mogen ook niet wegkijken…

Maar er zijn momenten dat de mensenziel het simpelweg nodig heeft om het hart op te halen aan de  mooie, kleine aspecten, die zo gewoon lijken, onbeduidend soms. Dingen waar je door alle drukte en zorg soms geen acht meer op slaat of aan voorbij holt maar die o zo belangrijk zijn om je op te focussen.

Dan mag je even selecteren én uitvergroten! Dan is het tijd om in te zoomen …

Op het kleine vuistje van je (klein-)kind dat vertrouwend in de jouwe wordt gelegd. Op dat paar liefdevolle ogen van hen die van je houden. Op die prachtig dooraderde, gevouwen handen van jouw  88 jarige moeder. Op de aanblik van die eerste kabouterschoentjes van je kleine meisje of die aandoenlijke  lilliput-laarzen waarmee je peutermanneke juichend door een plas dendert.  Op die zachte streling door je haar. Op die bijzondere gelaatstrek, die speciale glimlach die alleen zij (of hij) maar kan geven. Op de smaak van een aardbei, het zachte dons in een eendennest, de geur van jasmijn, de eerste tonen die de prelude vormen op de Mathëus Passion..,  het schijnsel van de vroege zonnestralen op een juichende Paasmorgen!

Op de tintelende gewaarwording dat je een mens bent, gemaakt om wat mooi is uit te kunnen lichten. Om in elke dag iets te vinden om je dankbaar over te verwonderen.

In staat om steeds opnieuw de talloze, soms zo ‘gewone’  vormen van schoonheid te blijven ontwaren tussen die altijd ook aanwezige contouren van de staketsels van zorg en verdriet om het onvolmaakte.

Kijk je mee? Inzoomend,  focussend  en … óók af en toe een beetje door de oogharen heen?

 Zie je ‘t?  Mooi hè?

Veurjoar !

Laat ik nou steeds gedacht hebben dat op 21 maart de lente was begonnen en dan blijkt dat een misverstand mijnerzijds te zijn. Zonder mij er even van op de hoogte te hebben gesteld blijkt dit feit zich afgelopen zondagmiddag om even over half vijf al sluipenderwijs te hebben voltrokken.

 Het heeft allemaal te maken met het feit dat  de aarde er ietsjes langer dan 365 dagen over doet om één keer rond de zon te draaien gecombineerd met springende schrikkeljaren, uit de pas lopende gregoriaanse kalenders,  lente-equinoxen,  maanstanden, Sint Juttemis en pijnlijke eksterogen geloof ik.

Hoe dan ook, het is ook meteen ráák wat het bijbehorende weertype betreft, want de zon is volop gaan schijnen en lijkt op voorhand niet van plan er gauw weer de brui aan te geven waardoor het aangenaam zacht is geworden en de natuur op allerlei fronten ontwaakt..

Krokussen en scilla’s  hebben zich zover uiteen weten te vouwen dat ze met hun meelbestoven stampers onweerstaanbaar zijn geworden voor het nectarminnend volkje …

De eerste Paardenbloemen wurmen zich – dauwbepareld- met hun felgele zonnebollen te voorschijn, of het de gewoonste zaak van de wereld  is terwijl als het er op aankomt om een ondoorgrondelijk wonder van timing, finesse en efficiency gaat..

En als je – afhankelijk van het tijdstip waarop je dit leest –  mórgen, straks, vanmiddag of vanavond  éven oplet, stilstaat en luistert…  hoor je vast óók dat heerlijk uitgeknipte lied van de Winterkoning..

‘T is Veurjoar !     

Zing..vlieg…

Bovenstaande quote schijnt als tegeltjeswijsheid in veel andere landen bij de mensen aan de muur te hangen en als ik er goed over nadenk is het wel een gedachtenpareltje waar nog wel een glimmertje bij aan te rijgen is .. nou ja voor wat het waard is natuurlijk.

Want hoor je haar zingen?

Haar melodieuze rollers en trillers wellen zonder tekst en partituur ergens diep van binnen uit dat vogellijfje op en vormen een verwachtingsvolle prelude op wat de dag zal brengen tijdens de geboorte van een nieuwe morgen.

Wat langer nadenkend over  zo’n welluidende vogelstrofe in de vroege ochtendschemer, doet me beseffen dat zo’n beestje gewoon gehoor geeft aan een ingeschapen basisbehoefte om van zich te laten horen. “ Ik leef, dus ik zing”, of zoiets. Het kan niet anders!

Er zouden zich in dat schrandere vogelkopje tientallen redenen kunnen vormen waarom ze beter haar snavel zou kunnen houden. Is het niet de reële angst voor een graaiende poezenklauw of onverhoedse sperwer-attack, dan is het wel de kopzorg voor een nest- vernietigende-donderstorm of zo’n sluipende infectieziekte.  De gemiddelde kleine zangvogel wordt toch niet ouder een paar jaar.

Nee…waarom zou je zingen? Je plek verraden, je kwetsbaarheid tonen?

Maar het kan niet anders… het heeft geen keus …het lied moét er uit!  Waarom? Omdat het voorjaar wordt en het lééft!

Nou ja… het zingt het dan misschien – letterlijk gezien – nog wel een tijdje uit, als het maar verscholen blijft tussen het gebladerte, onzichtbaar en onopvallend in de schaduwzijde van het leven. Want waarom zou ze gaan? Waarom haar ranke vleugels uit slaan en zich vliegend kwetsbaar etaleren tegen de oplichtende hemel om mogelijk het slachtoffer te worden van een dodelijke duikvlucht van de Slechtvalk? 

Nee..waarom zou je vliegen? Je plek verraden, je kwetsbaarheid tonen?

Maar ze kán niet anders. Ze moét haar vleugels uitvouwen en simpelweg gaan. Waarom? Omdat ze vliegen kan en lééft!  Omdat alleen dán zij tot haar bestemming komt.

Vogels hebben geen antwoorden, maar ook geen vragen! Wij hebben duizend vragen, maar vaak zo weinig antwoorden…

Toch kunnen we – ondanks al die onbeantwoorde vragen – blijven zingen en moeten ook wij in vertrouwen onze vleugels durven uitslaan richting het morgenlicht in het onbestemde. Waarom?

Omdat we nu eenmaal leven en lief kunnen hebben en alleen dán en dáármee tot onze bestemming komen.

Zing, vlieg, bid, huil, lach, zegen..en heb lief !

Van zorgen, wolken én licht….

Eindelijk mogen we bijkomen van het geweld van razende stormen, natte sneeuwbuien en ongelooflijk hoeveelheden neergutsend water. De atmosfeer komt tor rust onder een rug van hogedruk die me in een voorjaarsachtig soort luim brengt door aangename windstilte en een stralende zon. Tijdens mijn vaste zaterdagochtendwandeling blijkt de zonnekracht zich al op aangename wijze door de winterjas heen te manifesteren. Er klinken de eerste strofes van een vinkenman en ook een winterkoning laat weten dat het straks toch echt wel eens weer lente wordt en ter bevestiging daarvan zie ik zie jandoppie-nog-an-toe  overal weer groene toefjes fluitenkruid én speenkruidbloemetjes de kop opsteken. Nee, dát komt wel goed…

Maar de normaal bij dat soort waarnemingen gevoelde opgewektheids-prikkels worden steeds maar weer overschaduwd door de zorg van wat zich op een dag reizen hiervandaan afspeelt. Waarom houdt dit me zoveel meer bezig dan al die andere oorlogsellende verderop in de wereld? Omdat het een stuk dichterbij is? Omdat mijn dagelijkse leventje niet zo heel veel afwijkt van dat van de gemiddelde Oekraïner? Die nu ook graag een rustig wandelingetje in voorjaarssfeer zou hebben willen maken om daarna thuis een bakkie met z’n vrouw te doen en wat in zijn tuin aan zou willen rommelen??

O zeker, de zon schijnt en de lucht is blauw maar om nu te zeggen dat er geen vuiltje aan de lucht is? Heb jij dat ook wel eens, dat er in je hoofd zo’n zeurende zorgwolk hangt? Meestal is ’t een kwestie van tijd voordat ie voorbij is gedreven en ooit schreef ik er een lichtvoetig gedichtje over..

Maar toch. Soms blijft het maar in mijn kop dreinen. Hoe zal het daar gaan? Wat kan ik doen? Het op de voet volgen, hopen, bidden, meeleven, géven?

Ik begin zoals zo vaak te mijmeren. Minder lichtvoetig dan gewoonlijk…

Er zit sinds het ontstaan van de mensheid al venijn en kwaad in de wereld, ingeblazen door een mensvijandige kracht die zich – zoals zo vaak –  het gemakkelijkst manifesteert in lieden die macht en ideologie of religie op fanatieke wijze misbruiken voor hun opgeblazen, gekwetste ego’s, waarbij er niets ontziende methoden worden toegepast om hun wil of gedachtengoed aan anderen op  te leggen. Hoewel ze volkomen verantwoordelijk zijn voor al hun wandaden en daar zeker ooit ook rekenschap voor moeten afleggen, zijn ze in mijn ogen vooral ook kanalen voor de onzichtbare, drijvende macht van het Kwaad dat sinds de schepping probeert de Liefde tussen God en mens en mensen onderling blijvend te verwoesten.

Tevergeefs!!!  

Ze brengen schaduw voort die de zon verduistert. Maar niet voor altijd!  Ze verhinderen dat licht en blijdschap op je weg vallen, maar dat is maar tijdelijk. Ze laten je geloven dat er geen eind komt aan de duistere tunnel, maar die zonnebundel komt!  Hou vol, er is een weg gebaand!  Uiteindelijk is daar de bevrijding naar het lang verwachte landschap van het nieuwe Leven door Licht dat de wereld heeft overwonnen.   

In het Woord  was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen ( Johannes 1: 5b )

Ach en heb je niet zoveel met mijn geloof?  Dan vinden we elkaar tenminste zeker ook in Ede’s credo?

Het hèt nog nooit, nog nooit zo donker west, of het wer altied wel weer………………

Valentijn-kriebels..

Hoewel ik altijd wat terughoudend ben als het gaat om ál te menselijke gevoelens op de dierenwereld te projecteren, maak ik rond Valentijn maar eens een uitzondering en toon vandaag twee platen waarop het er schijnbaar romantisch aan toe gaat.

Het vastleggen van hét moment van éénwording bij onze vogels is niet altijd een kwestie van geluk, maar vaak van snel anticiperen op het typische gedrag dat meestal aan de paring vooraf gaat.

Een wat inééngedoken houding van de vrouw en een opzichtig vleugelgeklepper van de man verraadt doorgaans dat er iets op het gebied van de voortplanting staat te gebeuren.

Maar dan moet je ook bliksemsnel zijn want de daad duurt maar een paar seconden en voor je scherp kunt stellen staan ze vaak al weer veren-poetsend naast elkaar, alsof er niks is gebeurd.

Lukt het wél om ze in volle overgave te betrappen, dan levert het wel weer een spectaculair plaatje op..

Hoe anders gaat dat bij de Lieveheersbeestjes die er rustig en uitgebreid de tijd voor nemen, maar waarvoor het – met het oog op hun geringe afmetingen – nodig is om met lens op 10 centimeter afstand ongegeneerd door te dringen in de intieme wereld van hun samenzijn.

Tot slot nog even een Valentijn-achtige foto van een van mijn onlangs geboetseerde beeldjes namelijk die van een IJsvogelman die zijn vrouw op sierlijke wijze het hof maakt met een vers gevangen visje.  

Ik ben van plan om in de toekomst me ook nog eens te werpen op het in klei vastleggen van de paring van deze vliegende juwelen maar da’s knap moeilijk met al die uitwaaierende veertjes. Mocht me dat toch lukken en ’t is me naar de zin geworden dan zal ik dat hier ook nog wel eens tonen.

Zelf doe ik niet aan die Valentijns-mode mee, máár overmorgen haal ik wél een visje voor haar op van de markt!