Hebbes ! …

Ik heb een zwak voor het grijsblauw kuifje van Pimpelmezen!

Natuurlijk zie ik ook graag de alpinopet van de Koolmees,  de avondzon in de buikveren van de roodborst en de chocodip op het kopje van de ringmus, maar dat pimpeltje verrast en vertedert me steeds weer met zijn wollig acrobatenlijfje en ‘jentig’ optreden tussen de doorgaans veel forser uit de kluiten gewassen andere tuinvogels.

Het is ook de reden dat ik bij mijn vogelfotografie graag speciaal gebruik maak van het fotogenieke voorkomen van  “Cyanistes caeruleus” en dan is het natuurlijk een groot voordeel dat dit kereltje graag en veel gebruik maakt van de aangeboden vetbol en zonnepitten, waarmee ik ze precies op dát plekje probeer te lokken waar ik ze nu nét wil hebben.

Was ik in de beginperiode van mijn fotograaf-zijn al blij wanneer de vogel er eens een keer scherp opstond nu leg ik de lat alsmaar hoger én hoger.

Lichtval, compositie, achtergrond, houding….álles moet helemaal goed zijn en het liefst allemaal zo origineel mogelijk. Met name dat laatste valt niet mee omdat er – zeker na de opkomst van de digitale fotografie – honderdduizenden foto’s van pimpels in evenveel varianten worden gemaakt.

Maar goed. Ik wil toch ook graag mijn partijtje op eigen wijze meeblazen en kies dan graag van te voren een leuke, attractieve landingsplek uit.  Eigenlijk werkt het dan precies andersom. Zorgvuldig speur ik éérst naar een decoratief bebladerde twijg of een fijn gevorkte bloem- of bladstengel en dan dénk ik dáár alvast een meesje op ! Hmm.. hoe mooi zou het lijken wanneer dat vogeltje precies tussen deze goudgeel gekleurde blaadjes neerstrijkt? 

Wat zou dat uitgedroogde bloemschermpje  een prachtige combinatie kunnen vormen samen met zo’n gracieus klein bolletje veren.

Maar ja , dan moet ie daar wel precies bij willen plaats nemen.

Het is – vind ik – wél een vorm van kunst, een compositie zoeken met wat de natuur levert, waarbij je niks op bestelling kunt doen en nooit garantie krijgt.

Hoe vaak dat ik niet ‘hóp-hóp’ of ‘tou nou even mien jong’ roep wanneer de hoofrolspeler besluiteloos in de buurt van de zorgvuldig  geplaatste pinda’s gaat zitten kijken. Of ‘néé.. doar nait’ als de mees weer eens aan de verkeerde kant gaat zitten. Het is vaak zuchten en vérzuchten.

Maar soms gaat alles goed. Eén fractie van een seconde op de goede plek. De juiste houding, het goede licht, de juiste camera-instelling en prrrrr…ratelt de Panasonic.

Hebbes !     

Haarfst….

Het wonen aan de rand van het dorp met het uitzicht over de landerijen brengt met zich mee dat wij het wisselen van de seizoenen hier extra beleven. Vooral ook omdat we bijna letterlijk met de neus boven op op alle ploeg-, zaai-, en oogstwerkzaamheden zitten.

Een niet aflatend genoegen ook voor kleinzoon Luka, die zoals zoveel jongens in deze leeftijdsfase, hélemaal vol is van alles op het gebied van gemotoriseerd landbouwverkeer.  Ditmaal is het niet het virtuele vermaak van de ‘Trekker Ted’-you tube-filmpjes, maar kan hij zijn kleine-jongens-hart in het echt ophalen want afgelopen vrijdag werden eindelijk de bieten van het land gehaald.

De hele dag staat hij met open mond en rode konen voor het raam om de grote rooimachines en opraapwagens hun machtig werk te zien doen.  Aan het eind van de dag geven we gehoor aan onze gezamenlijke aandrang en stappen samen het zwaar bemodderde boerenerf op om ons van dichtbij te vergapen aan dat kolossale gebeuren van het lossen van zo’n enorme partij voederbieten.

En dan dat ‘moment supreme’ dat de boer even naar ons zwaait en toetert!!

Gisterochtend waren de velden leeg en zompig achter gelaten.

Het is grijs en windstil  en mijn zaterdagmorgen-kuier voltrekt zich in een wat melancholisch aanvoelende sfeer die wordt  versterkt door  de aanblik van ontbladerde boomkruinen die zich in het roerloze water van het ‘Westerwijtwerder Maar’ weerspiegelen..   

In mij wellen spontaan zwaarmoedige, zelfgemaakte dicht-strofen op die – gelukkig voor u – één voor één, ter plekke in schoonheid sterven.

Vanmorgen zag het er meteen weer een stuk opgewekter uit doordat de zon zijn best deed om het gemoed te verlichten en er toch nog even wat moois van te maken.

De felgele, zich her en der nog vastklampende herfstbladeren weerkaatsen in de zachte rondingen van mijn geparkeerde Peugeot en zorgen samen met wat moe-gedwarreld blad en  de blauw spiegelende lucht op deze manier voor een vervreemdend effect op het metallic palet van glas en staal.

De geur van het land, het zacht gefilterde licht, de milde temperatuur…ze nodigen allemaal uit om in de middag een heerlijk zonnige herfstwandeling te gaan maken.

Maar tegen de tijd dat we ons daar voor opmaken, valt het hemelwater met bakken naar beneden en is ’t zó donker geworden dat we ons op dit punt maar geen illusies meer maken.

’t is Haarfst !

Even nippen..

Tijdens de soms lange, kleumerige aanzit in een hutje komen er gelukkig ook soms zomaar andere bezoekers dan bosvogeltjes langs. Prettige bijvangsten in de vorm van kleine zoogdieren wanneer je vruchteloos op gevederde vrienden zit te wachten. Ze zijn dan vaak vooral uit op een slokje water  en verschijnen maar een paar seconden aan de vijverrand om daarna als de wiedeweerga te verdwijnen.

Ik liet hier laatst al de jonge bunzing zien die ik eens fotografisch wist te verschalken en nu toon ik hem opnieuw in een iets andere pose.

Soms is het een nauwelijks waarneembare beweging die de aandacht trekt, zoals die van een dorstige, kleine Woelmuis die ook eens even langs kwam voor een muizennnipje…

Of wat gedacht van zo’n watervlugge eekhoorn, die  – met al zijn vezels gespannen – een paar tellen lang een miniem teugje neemt en tegelijkertijd al zijn zintuigen op scherp heeft staan voor eventueel naderend onheil in de vorm van een hongerige sperwer of havik.

Zulke fotomomenten zijn schaars en vereisen vaak een vliegensvlug veranderen van instellingen en brandpunt. Meestal zijn een paar van de voor ons nauwelijks, maar voor hen zeer hoorbare sluiterklikken voldoende om ze als de gesmeerde bliksem weer in de vegetatie te doen vluchten.

Maar dan staan ze er al gekleurd op !

Da’s lekker…

Een groot gedeelte van het inmiddels veelal goudgekleurde lover ligt al al weer verlept en verfomfaaid op modderige plekken en rommelhoekjes om daar in stilte te vergaan, maar op sommige plaatsen bieden overmoedige  herfstbladeren nog heupwiegend, uitdagend weerstand aan de wind die zich vandaag nog wat goedig in lijkt te houden omdat ie wel weet dat hij toch binnenkort korte metten  maakt met dat jolig gedoe.

Op het moment dat één van de honderdduizenden hopeloos genomineerden dan toch óók in een dwarrelval te water raakt, hoor je een fluisterzachte tik en is er een nauwelijks waarneembare krinkeling in het donkere oppervlak te zien voordat het zich er berustend bij neerlegt en traag weg zal drijven  naar een ver weg gelegen nergens.

Héél even is er een ogenblik dat er vanuit een kier in het wolkendek licht wordt ontstoken en werpt de laagstaande middagzon haar stralenbundel op een aanvankelijk onooglijk nat en verkleumd groepje , meer ingetogen kornoelje-bladeren dat zich enigszins verdekt heeft opgesteld en zich nu plotseling in warmgouden weelde baadt.

“He, he is dát even lekker. Als we nou eens…. ”

Maar ’t trekt al weer dicht!  

Pimpel en Paars…

Toegegeven, ook ik had hier liever een barmsijs of goudhaantje op gehad, maar momenteel zijn het voornamelijk meesjes die mijn tuin bezoeken en die gelegenheid neem ik toch graag te baat om weer wat met compositie van herfstblad en mees te spelen. De ene keer gebruik ik de dieprode kleuren als vervaagde achtergrond…

 

de andere keer wil ik het blad juist méé in de scherpte hebben.

In dit geval is dan de verleiding om het begrip ‘pimpelpaars’ te gebruiken misschien té voor de hand liggend, maar de kleur van deze joekels van  kornoeljebladeren is écht zo als we hem hier zien. Allemaal mierzoet natuurlijk maar ik vind het heerlijk om met zulke voor de hand liggende motieven in eigen setting te werken. En een-twee-drie-klaar is het ook niet want het moet een beetje windstil zijn, vooral géén zonnetje nu en zo’n vogeltje komt in dik anderhalf uur precies één seconde op de gewenste plek zitten. Ach ja, je plaatst het decor maar dan is ’t wachten op de welwillendheid van de hoofdrolspelers. Maar áls ze tóch opkomen, kan de voldoening groot zijn!

In  het geval hierboven passen de rode herfsttinten en achtergrondgroen als zogenaamde complementaire (elkaar versterkende) kleuren heel mooi bij elkaar.

Hoe anders wordt het wanneer er ook nog even een roodborst ten tonele verschijnt die het dan wel weer heel bont maakt met een kleurencombinatie die toch een beetje pijn aan de ogen doet.

Maar ook dát is natuur!

Geen hop? Dan een uil ! …

In de afgelopen dagen werd een Hop gesignaleerd in Groningen. Een Hop is een prachtige vogelsoort die je normaal gesproken allen maar in zuidelijke landen aantreft. Ik heb hem wel eens in Zuid Frankrijk ontmoet, maar altijd op verre afstand. Hoewel ik me niet reken tot de echte ‘vogel-twitchers’ en niet graag onderdeel ben van zo’n in het groen gehulde door tuinen en perken banjerende horde teletoeter-fotografen , heb ik tussen de middag toch ook even een wandelrondje daar in de buurt gemaakt in de hoop om ’m eens goed voor de lens te krijgen, maar helaas vergeefs. Was kennelijk al weer naar een andere buurt gehopt.

Terug in Loppersum, weet ik een plek waar het vrijwel zeker is dat ik een andere, ook interessante vogelsoort aantref. Niet zo zeldzaam als een Hop, maar wel degelijk interessant; de Ransuil!

Ransuilen brengen in deze tijd graag de dag door in zogenaamde ‘roestbomen’, waar ze slapend en dommelend wachten tot het donker wordt en dus tijd om op jacht te gaan. Midden in het dorp (naast het gemeentehuis) staat zo’n uilenboom, waar soms wel 6 tot 8  van deze prachtige roofvogels in verblijven.

Vanuit fotografisch oogpunt is het probleem alleen dat ze zich bijna altijd schuil houden tussen het gebladerte en je vaak alleen maar zicht hebt op de rug of buik van zo’n uiltjes-knappende vogel.  

Vanmiddag heb ik geluk en zit er ook eentje zodanig vrij dat ik ‘m alert en in vol ornaat kan fotograferen inclusief de typische ‘oortjes’, die geen oortjes zijn maar opstaande verentoefjes.

Dat geeft toch ook wel weer voldoening!

Vóór de bijl…

Eigenlijk is het gazon aan een maaibeurt toe, maar door de veelvuldige regenval van de afgelopen dagen is het er nu toch wat te zompig voor en daarmee krijgen ook de veelvuldig tussen het gras opgekomen  paddenstoeltjes nog een paar dagen uitstel van executie. 

Tijdens de spaarzame zonmomenten breek ik daarom nog even op de knieën en neem dan ook gauw de gelegenheid te baat om de fragiele schoonheid van allerhande zwammetjes , bladeren en late bloemetjes in een omlijsting van flonkerende dauw- en regendruppels nog vast te leggen, vóórdat de definitieve onthoofding zal plaats nemen.

Ach..en anders waren ze natuurlijk ook uit zichzelf wel weggekwijnd of verslijmd en daarom is het zo leuk om ze vóór hun teloorgang nog even in mijn digitaal plakboek te kunnen opnemen.     

‘ Tiekjes’ zoeken…

Oktober is de maand van de grote vogelverplaatsingen en daar zien we soms de bewijzen van terug in onze tuinen wanneer daar de eerste, uit het hoge noorden vertrokken,  kramsvogels en koperwieken zich op onze bessen storten.  Het is ook de maand waarin de meeste insectenetende zangvogels op reis gaan naar zuidelijker, warmere streken.

Van die laatste groepering struint er al weken lang een gezinnetje  Roodstaart en Tjiftjaf door mijn tuin.  Kennelijk zijn er nog voldoende bladluizen en ‘tiekjes’ te vinden in de struiken waarop ik vanachter mijn bureau zicht op heb, waardoor ze lange reis nog wat uitstellen. Elk blad wordt van onder naar boven uitvoerig geïnspecteerd op de aanwezigheid van die minuscule proteïnerijke hapjes waarmee ze hun vetreserves aanvullen om de tocht naar verre oorden te kunnen volbrengen.

Mij stelt dat uiteraard mooi in de gelegenheid om ze te fotograferen en tijdens de warme nazomerdagen van voorgaande periode, deed ik dat fijn met het raam open. Dat leverde bijvoorbeeld deze resultaten op..

Door het huidige herfstweer, stuit het urenlang wagenwijd openzetten van dat raam nu op economische en gezondheidsbezwaren en probeer ik het maar door het 3-laags thermopane heen. Dat gaat dan wel weer enigszins ten koste van scherpte en contrast, hetgeen ik dan in de nabewerking moet zien aan te passen.   

Nou ja, ook nog wel om aan te zien toch?

Op Insta…

Het is zover…

Ook ik ben gezwicht en sta met mijn plaatjes op Instagram.

Meerdere mensen hadden me al vaker geattendeerd op de mogelijkheid om via dat medium mijn foto’s wat meer ‘wereldkundig’ te maken.

Daar heb ik nogal tegen aan gehikt, omdat ik me dan weer in een andere vorm van ‘social media’ moest verdiepen en ik ben al niet zo digitaal aangelegd. Maar het moet gezegd, ik bereik op deze manier wel veel meer mensen met mijn werk en omdat ik nu eenmaal de schoonheid van de schepping via mijn foto’s ook erg graag met anderen deel, heb ik toegegeven aan die exhibitionistische impuls, vandaar…

Op Instagram hoop ik met een zekere regelmaat selecties te laten zien van al die uiteenlopende natuuronderwerpen die ik in de afgelopen 15 jaar in digitale vorm heb mogen vastleggen.

Ik hoop uiteraard dat veel van de vaste lezers van ‘Pronkjewailtjes’ die daarnaast ook op Instagram kijken of posten, er veel plezier aan zullen beleven.

Om de eerste series te bekijken, klik op

https://www.instagram.com/krijn_dijkema/?hl=nl

En voor allen die niks met Insta hebben…

Op deze plek blijf ik gewoon trouw aan de huidige opzet van mijn blog, met meer op de actualiteit gerichte foto’s én bijbehorende babbelteksten die ik zo graag mag schrijven.

Dus tot een volgende ‘Pronkjewailtjes’

Doorbraak..

Zowel de meteorologische als de astronomische herfst hebben inmiddels hun intrede gedaan, maar net als gisteren was ook vandaag daar nog niet veel aan te merken. Tenminste wanneer je louter op de temperaturen afgaat, want die doen nog steeds heerlijk zomers aan.

Maar september geeft altijd al genoeg signalen af dat de bakens binnenkort toch echt weer verzet gaan worden. 

Het is het gefilterde licht. Het vocht in de lucht. De naar dieprood verkleurende bessenpracht. De eerste zwerm hoog overtrekkende trekvogels. Nou ja, dat soort onmiskenbare tekenen van een op kousenvoeten aansluipend najaar.

Ik heb vanochtend vroeg de wekker maar weer eens gezet, omdat de onder een heldere hemel sterk afkoelende nacht de belofte in zich droeg van een schitterende zonsopgang.

En, toegegeven,  de ochtenstond heeft uiteindelijk ook daadwerkelijk het spreekwoordelijke goud tussen de kiezen, maar ze houdt ze nogal lang op elkaar voordat ze haar blinkende lach aan ons wil tonen.

Want, jongens wat zit het eerst nog pótdicht van de mist. Ik zie bij het naar buiten gaan dan ook bijna geen hand voor ogen waardoor ik eerst een gebiedje moet opzoeken waarin het zicht zodanig is dat de zonsopkomst fotografisch was vast te leggen.

Dat blijkt uiteindelijk in de buurt van Eenum zo te zijn, waardoor ik dit sfeerrijke wierde-dorpje zodanig kan vastleggen als ik me ongeveer had voorgesteld.

Ik rijd dan nog even door naar het Damsterdiep bij Wirdum, dat in dit soort omstandigheden vaak van die heerlijk verstilde droombeelden kan opleveren en gelukkig weet de zon ook daar door zware nevel heen te breken..

In het roerloze, donkere water, waarop het geluid van meerkoeten-kefjes zich mengt met het vrolijk gekout van fietsende schoolkinderen, wordt ze weer eens prachtig weerkaatst en krijg ik het soort beelden voorgeschoteld waarop ik me altijd weer intens kan verheugen.

Dat ik ze vervolgens, ook weer met jullie mag delen, geeft altijd een bijzonder cachet aan deze natuurbeleving!   

Boeren of burlen…

Omdat ik gistermiddag voor mijn werk ergens midden in het land moest zijn ( nee, ik bleek gelukkig géén  Corona te hebben , dank u !) , voegde ik het nuttige bij het aangename en knoopte er aan het eind van de dag een paar uurtjes op de Hoge Veluwe aan vast. Het is wel duidelijk dat de echte bronst nog niet goed op gang gekomen is, want het was wel erg rustig wat de edelherten betrof.

Dat gold overigens niet voor wat betreft de hoeveelheid belangstellende wildfotografen die zich al weer in grote getale langs de Wildbaanweg hadden opgesteld.
Toegegeven, ook ik heb flink geïnvesteerd in kwalitatief goed spul maar sjonge ..wanneer je die enorme hoeveelheid aan – vaak – peperdure toestellen en lenzen zo eens beziet, staat het nog niet zo slecht met de koopkracht in het gemiddelde Hollandse huishouden.

Enfin..  de fotografeerbare hindes die ten tonele verschenen bleven zich op vrij grote afstand  weliswaar bevallig maar vrij ongeïnteresseerd gedragen en van wild burlende en vechtende geweidragers was al helemaal geen sprake.

Wel kwam er nog even één mannetje kortdurend ten tonele, die zijn damesgezelschap slechts lomig inspecteerde met het aplomb van zo’n vadsige haremsultan die al láng op al zijn vrouwen is uitgekeken.

Toen hij dan toch eindelijk de machtige kop even ophief om iets te doen wat op het echte burlen zou gaan lijken ratelden links en rechts van mij de geheugenkaartjes vol  in al die camera’s en werden van exact dezelfde pose hónderden en hónderden  opnames gemaakt.

Het is dat je ’t niet hoort, maar het was dan ook niet meer dan een soort rochelend geboer  dat ie produceerde. Alsof hij zich hélemaal nergens druk om maakte.

Daar zal hij nog wel eens op terug moeten komen, want heel in de verte hoorde je de jonge, viriele concurrenten al enthousiast loeien. Hun tijd komt nog wel!

Om hier toch nog een indruk te geven van hoe het er uit ziet wanneer die elegante en indrukwekkende wezens een stuk dichterbij komen, toon ik hieronder een paar foto’s van enkele jaren geleden gemaakte opnames op exact dezelfde plek.

Dát was nog eens burlen!

Snif…

Ik zit momenteel sniffend en hoestend achter de PC. 

Ik weet eigenlijk wel zeker dat het slechts om een verkoudheid gaat maar voor de zekerheid zal ik maandag toch zo’n  wattenstaaf-test moeten ondergaan en me – tot aan de uitslag – in sociaal opzicht wat moeten beperken.

Al met al  wordt mij hierdoor wel  een gepland  uitwaai- en fotografeer-weekend op een van de eilanden volledig door de verstopte neus geboord. Snif..

Enfin, dat houden we dan te goed en als ‘lekkermakers’ diste ik uit mijn archieven maar wat sfeerfoto’s op die ik ooit maakte op en rond Schiermonnikoog en die ik hier dan ook maar even de revue laat passeren.






Fotohut Breebaart Polder ..

Sinds een paar maanden is er in de aan de Dollard gelegen Punt van Reide, speciaal voor vogelfotografen een prachtige hut aangelegd, vanwaar je op ooghoogte schitterende fotokansen krijgt op allerlei steltlopers en eenden. Het is enorm gewild en je moet er vroeg bij zijn om ‘m te reserveren, maar afgelopen zaterdag mocht ik er eindelijk met broer Jaap een dagje in doorbrengen.
Het weer was wat aan de wisselvallige kant, zodat het wat lastig belichten was maar het is een hele belevenis om daar stilletjes en ongezien te mogen genieten van die ranke én o zo schuwe waadvogeltjes. Hun typisch voedselzoekgedrag, dat altijd alerte oogje, de trillende geluidjes ( ja ik hoor nog wel wát) en het zomaar zonder verklaarbare oorzaak het luchtruim kiezen om even later weer voor ons in het water te landen. Wij kregen er geen genoeg van. Er waren gelukkig wel wat leuke soorten voor de hut aanwezig en ik laat het vandaag maar weer eens bij het showen van een kleine greep uit de opgenomen beelden, die onze indrukken feitelijk het beste weergeven.

Voor hen die graag willen weten hoe ze precies heten, heb ik de namen er even bij genoemd.

Watersnip

Kleine Plevier ( juveniel)
Kemphen
Kluut

Oeverloper

Bliksems!..

Na een lange vergadering , zit ik afgelopen donderdagavond laat, zo rond een uur of half twaalf nog met een glaasje rood samen met Janneke op ons terras te genieten van de nog zeer zwoele zomertemperatuur die deze zomernacht niet onder de twintig graden lijkt te zullen uitkomen.

Juist wanneer we besluiten om toch maar de klamme echtelijke sponde op te zoeken, zien we hoe de sky-line boven de stad voortdurend oplicht door een kennelijk in de verte langstrekkend onweer. Aanvankelijk neem ik het voor kennisgeving aan en maak aanstalten om ‘toch moar op ber te goan’, maar dan zien we hoe de weerlichtflitsen toenemen, hoe fel de hemel kortstondig wordt verlicht en hoe indrukwekkend dat er eigenlijk uitziet.

Bijzonder is ook dat het feitelijk helemaal windstil is en dat we ook geen enkel gerommel horen. 

In die immense stilte staan we ons te vergapen aan een enorm natuurspektakel dat zich geruisloos in een onheilspellende gedaante op grote afstand aan ons vertoont. Wij zien die enorme donderbui die zich in het verre elders absoluut in al zijn gramschap zal uitstorten, zich heel langzaam van zuidwest naar noordwest verplaatsen waarbij de zwoelheid, het uitblijven van wind en geluid en de felle bliksemontladingen voor een mysterieuze, dreigende sfeer zorgen die zowel ontzag als bewondering inboezemt.

Ik besluit om de camera op statief te zetten en ondanks het feit dat ik geen ervaring heb met fotograferen in een stikdonkere nacht probeer ik met behulp van allerlei instellingen die sluitersnelheden en belichting regelen, er toch maar een fotografische indruk van te maken.

Het bewust werken met een trage camera-sluiter, brengt met zich mee dat je bliksemsporen op de foto kunt zien én wat dan ook leuk is? Te weten dat er over een paar minuten de trein naar Groningen langs komt zoeven, zodat je – wanneer je op het juiste moment reageert – de lichten daarvan als een felgele slang tegen die stikdonkere omgeving kunt laten afbeelden. 

Uiteindelijk drijft de bui – nog steeds geluidloos – langzaam steeds verder noordwaarts, zodat hij langzaam uit ons zicht verdwijnt en ik dan toch maar naar binnen ga. Daarna nog snel even kijken of het wat geworden is met die opnamen en ondanks dat  mijn verwachtingen op dit punt niet erg hoog gespannen zijn , valt het me alleszins mee. Ze geven in elk geval goed de dynamiek en sfeer weer en dat was de bedoeling!

Dat er op dat moment inderdaad aan de waddenkust sprake is geweest van behoorlijk noodweer met bijbehorende schade, horen we de volgende dag via de regionale pers.

Hoeszwaalfkes..

Jammer genoeg hebben de Huiszwaluwen dit jaar geen serieuze  poging ondernomen om onder de overkapping van mijn woning hun kunstig klei-nestje te maken.  In het voorjaar heb ik daarom de camera op statief bij een ander huis in de buurt geplaats om de bekvecht-ruzies bij het bezetten van de nestplaatsen te kunnen filmen, maar mijn hoofddoel – later in juni- was om videopnamen te kunnen maken van het verzamelen van het bouwmateriaal in de vorm van natte klei in en rond de bijna opgedroogde plasjes op de laan achter het spoor.

Doordat de zon er in die dagen ook al langdurig op losbrandde moest ik er dagelijks een emmers slootwater bij gooien om de boel ‘klaimsig’ genoeg te houden. Maar de ranke vogels stelden het zeker op prijs en kwamen regelmatig langs om hun snebjes vol te stoppen met drabbig klei. ’s Morgens voor dag en dauw zat ik daarom soms al midden op de laan om beelden van invliegende zwaluwen te maken.  Ik zag wel dat zo’n silhouet van een zittende vent midden op het pad,  voor diverse joggers en honden-uitlaat-mensen reden gaf om de pas eerst wat in te houden, maar dichterbij gekomen werd ik als fotograaf herkend en vielen mij wel vriendelijke knikjes ten deel.

Om ook  mooie filmopnamen vanuit kikkerperspectief te kunnen maken heb ik later een kleine camera in de rand van de plas gezet.  Daarmee nam ik wel een behoorlijk risico want het was wel een aparte ervaring  om met de afstandsbediening in de aanslag op gepaste afstand in het gras naast de kurkdroge kleilaan te zitten om bij nadering van boeren met tractoren hen als een opspringende verkeersregelaar tijdig om het dure toestel te leiden. Ik zal al die opgetrokken wenkbrauwen en niet begrijpende ogen niet  gauw vergeten, maar ze tikten uiteindelijk gelukkig aan hun pet in plaats van aan het voorhoofd en manoeuvreerden er allemaal behoedzaam langs, waardoor  ik er een aantal mooie slowmotion-beelden aan over kon houden.

Kort geleden heb ik nog een enkel shot van een voerende oudervogel gemaakt én een opname van het moment dat twee vliegvlugge jongen de grote sprong naar buiten maken.

Enfin, ik heb al die opgenomen momenten uit het zwierende leven van deze prachtige luchtklievers voor jullie weer even in een anderhalf minuut durende mini-clip gemonteerd.

Veel kijkplezier!

Silhouetjes…

Met deze  eindeloos lijkende serie zonnige, warme dagen wordt ik keer op keer getrakteerd op panorama’s  vol fraaie zonsondergangen boven de verre dorpskom van Westeremden.

De verrassing zit hem niet zozeer in die ‘sundown’ op zich, maar meer in welke vorm en kleur die zich zal manifesteren. Dat verschilt per dag en is erg afhankelijk van het al of niet aanwezig zijn van wolkenpartijen én de mate van luchtvochtigheid.

Wanneer de luchtvochtigheidsgraad hoog is zakt de zon als een enorme zachtrode luchtballon achter de horizon en is deze relatief laag, dan verdwijnt ie als een gloeiende,  geelgouden bal achter de einder.

Graag mag ik in zo’n situatie tegen het vallen van de avond met de camera langs de slootberm scharrelen om te proberen een op een hoge halm rustend insect te vinden en die dan op de foto als een silhouet te laten afsteken tegen de dalende zon.  Gisteravond nam ik ook weer eens die gelegenheid te baat, doordat ik tijdig een kleine motvlinder op een kamille-bloem zag zitten en daar meteen een goede foto-kans in zag.

Dat is nog best een lastig karweitje want niet alleen mag het hoofdonderwerp niet wegvliegen, ook de zon moet goed in beeld komen en wanneer je deze met de macrostand opneemt, zie je ‘m letterlijk in je zoekerbeeld wegzakken en moet je bliksemsnel compositie, scherpte en instellingen bepalen.  Enfin, dat levert dan wél een heel fijn sfeerplaatje op.

Hieronder toon ik ook nog even twee voorbeelden van eerder gemaakte soortgelijke insecten-opnamen in drogere lucht, waarbij er hier geen sprake is van een bloedrode ondergang, maar waar  op het moment van het verdwijnen van de zon de vlinder of  libelle héél kort in één vlammende samenballing, scherp wordt afgetekend tegen de snel verdonkerende hemel.

Voor wie het wil zien….

Kieken kieken…

Wat is het fijn wanneer er allerlei mensen met je meedenken en zeker de landeigenaren, vriendelijke boeren, die dag in dag uit bezig zijn in het veld of rond hun erf  waarop zich zoveel natuurleven afspeelt  dat voor de gemiddelde burger onzichtbaar blijft !

Zo werd ik vlak voor onze vakantie getipt dat er bij een boerderij in Wirdum een nest jonge kerkuilen op uitvliegen stond en of ik daar nog fotografische belangstelling voor had.

Zéker wel, maar ja ik stond op het punt van vertrekken en de vliegrijpe uilskuikens zouden echt niet nog een dag of veertien op mijn terugkomst wachten zodat ik die kans helaas voorbij heb moeten laten gaan.

Wat was het dan een verrassing dat ik bij thuiskomst, tijdens een wandeling op het laantje werd aangesproken door buurman-boer Jur Huizinga.

Tijdens het combinen  was er een nest Bruine Kiekendieven op zijn graanakker ontdekt en men had daarvoor keurig een klein stukje tarwe laten staan, zodat het nest met de al vrij grote jongen gespaard konden blijven.

Of ik misschien…” Natuurlijk! Graag zelfs! “

Maar dat moet dan wel met beleid gebeuren , want te veel verstoring moet worden voorkomen.

Nadat ik me er van heb vergewist dat de oudervogels uit het zicht waren, ben ik behoedzaam maar de nestplaats gelopen om te kunnen vaststellen dat er twee al vrij grote jongen, waarvan de één al wel een maatje groter was dan de ander, én een dood kuiken in het nest aanwezig waren.

Jammer genoeg is het me ondanks verschillende ‘aanzitten’ niet gelukt de voedering door de oudervogels te kunnen vastleggen.  Ze waren opvallend langdurig afwezig en ik zag ze doorgaans alleen maar ergens in de lucht aan de horizon schommelen.

Om toch een intiem soort inkijkje in het nestleven te krijgen, heb ik als een soort ‘spy-cam’ heel voorzichtig een klein cameraatje ter grootte van een lucifersdoosje in de rand van de nestkom geplaatst om daarna weer snel de plaat te poetsen. Het blijft toch altijd een gok of daar iets van gaat lukken. Met name ook omdat de accu het na twee uren opgeeft en je geen idee hebt wat er wel of niet zal worden vastgelegd.

Wanneer ik de volgende dag de action-cam weer ophaal ben ik dan ook niet meteen ál te enthousiast want de talloze beelden die ik bij andere gelegenheden hier op deze manier mee opnam vertoonden vaak alleen maar loze lucht, gras, bladeren of een glimp van een silhouet van het vaag zichtbare hoofdonderwerp.

Maar surprise!  Soms zit het mee!

De camera heeft precies op het goede tijdstip zijn werk gedaan en toont ons in twee minuten een huiselijk portretje van een uiterst nieuwsgierig  Kiekendiefjong dat plotseling een vreemd grijs-glimmend dingetje in het nest ontdekt en dat dapper happend en snappend gaat onderzoeken. Ondertussen hangt  ook een van de oudervogels  kort boven het nest ,waardoor we meteen ook zien en horen hoe het jong piepend en vleugel-klapperend daar op reageert. Tot slot richt hij de aandacht weer volop op het cameraatje en mept deze uiteindelijk helemaal ondersteboven zodat de rest van de opgenomen beelden alleen maar meer uit close-ups van stro, gras en modderkluiten bestaat.

Maar deze beelden zijn binnen!

Ik heb besloten om ze meteen  ook verder maar met rust te laten en niet meer onnodige stress te veroorzaken, zodat ze verder ongestoord hun laatste dagen als roofvogelkuiken in en rond het graaneilandje kunnen doorbrengen om straks te kunnen uitvliegen om net als hun ouders in die typisch schommelende Kiekendief-vlucht  hun eindeloze rondjes ‘muizen en mollen-zoeken’ boven de  Groningse graan- en bietenakkers te kunnen maken.

Grüss Gott !

Zo!

Weer terug, van een dikke twee en halve week vakantie die we grotendeels in de Oostenrijkse bergwereld en later in Midden-Duitsland doorbrachten. Wel enigszins aangepast aan de virus-situatie waardoor we dit keer géén camping maar een Almhütte hadden geboekt.

Het was een voor onze begrippen vrij actieve kuitenbijt-vakantie, waarbij wij naast de benenwagen ook onze (niet aangedreven) fietsen weer flink hebben ingezet. Dat laatste was goed te doen omdat we hadden gekozen voor een gebied met redelijk vlakke fietsroutes, namelijk het Murtal bij Murau in Stiermarken.

Naast het boffen met overwegend mooi weer, viel ons ook het geluk ten deel om weer eens van prachtige bergpanorama’s  en de typische alpenflora en -fauna te mogen genieten. Het toetje werd gevormd door  op de route terug een paar dagen te blijven plakken in het Duitse Frankenland, in een prachtig fietsgebied in het Main- en Taubertal, geflankeerd door wijnhellingen en gestoffeerd door  van die dromerig romantische  ‘In de Soete Suikerbol’-dorpjes.

Enfin, dat leverde uiteraard weer méér dan genoeg foto-motieven op. 

Zoveel, dat ik dit keer volsta met het simpelweg tonen van een flink aantal gemaakte plaatjes, zo summier mogelijk aangevuld met een enkel aanvullend praatje, want het liefst laat ik de beelden spreken.    

Het stadje Murau

Een typische bewoner van naaldbossen die wij in ons land maar zelden zien komt hier veelvuldig voor…de Notenkraker.

Bij een van de vele watervallen was een paar Gote Gele Kwikstaarten actief bezig met het voeren van hun ergens verstopte jongen..

In een vijvertje ontdekte ik enkele exemplaren van een bij ons zeer zeldzame paddensoort, de Geelbuikvuurpad. Ik heb ééntje daarvan heel even in een met water gevulde glazen pot laten zwemmen om die prachtig getekende onderzijde te kunnen tonen.

De laatste dagen brachten we, als gezegd enkele uur rijden hogerop door in Ochsenfurt en haar schitterende omgeving…

Fijn om te mogen eindigen met die lieve standaardgroet die uiteraard in Oostenrijk veelvuldig, maar tot mijn verrassing ook in midden Duitsland soms nog werd gebezigd..

Spiegelbeeld ..

Spiegelbeeld vertel eens even , ben ik heus zo oud als jij?

Voor wie ‘m nog kent.. dat melancholische 60-er jaren liedje, waarmee tieneridool Willeke Alberti  destijds de nationale hitladders beklom…

Het waren niet zozeer nostalgische mijmeringen  die deze  tekst bij me naar boven deden drijven, maar de soms volmaakt  symmetrisch gevormde  beelden die mij deze week letterlijk werden voorgespiegeld.

Bij het zitten in een Drentse  fotohut aan de rand van een kunstmatig aangelegde bosvijver kwamen talloze zangvogels een drankje  nemen of begaven zich uitgebreid in bad, waardoor ze mij de mogelijkheid boden om hen samen met hun in het water gereflecteerde kleuren en vormen vaak dubbelzijdig te portretteren.

U ziet achtereenvolgens de weerkaatsende contouren van de vink, koolmees, goudvink, roodborst, zanglijster, heggenmus en appelvink.

En o ja, bij wijze van bonus begaf zich aan het eind van de dag óók nog even een jonge bunzing – als een onzekere Narcissus – naar de waterkant, maar zijn zelfbeeld viel hem kennelijk erg tegen, want hij gaf me precies één seconde voordat hij hoofdschuddend het toneel verliet..

Maar dat was nét genoeg!   

   

Murmel-de-murmel…

Het heeft nogal lang geduurd voordat ik het heb moeten toegeven..

Ik ben de laatste jaren wat dovig geworden.  Mijn beide flappers, hoewel groot van omvang, geven het omgevingsgeluid niet meer zo goed door als ik graag zou willen. Tot grote hilariteit van mijn gezinsleden kwam ik daar ooit achter op een verjaarspartijtje, waarbij opa zich hardop afvroeg waarom de zojuist  als presentje gegeven brandweerauto –  waarmee mijn kleinzoon op dat moment ingespannen bezig was om een denkbeeldige brand te blussen –  door de fabrikant  nou niet van zo’n  fijne ‘tuut-a-tuut-a’ was voorzien.  Tjonge, je had dat homerisch gelach moeten horen nadat  ik er fijntjes op werd geattendeerd dat die sirene er wel degelijk op zat en voor alle  andere aanwezigen kennelijk ook hoorbaar werkend.

In de afgelopen week werd ik weer eens met mijn neus op de feiten van deze beperking gewezen.

Ik heb namelijk een voornemen dat ik al een tijdje had, eindelijk ten uitvoer gebracht door in mijn vijver een zogenaamde ‘kabbelstronk’ aan te brengen.  Ik wilde altijd al graag wat beweging in het water en daarnaast ook een wat betere badderplek voor de tuinvogels. Er werd dus door mij een vijverpompje met ‘bird-bath’ geïnstalleerd.

Nou houd ik persoonlijk niet zo van dat monotoon vijverpomp-geplons en bovendien moest het geheel naar mijn idee de indruk geven van zo’n verrassend intiem kabbel-plekje dat je soms zomaar aan de waterkant aantreft.  Ik heb daarvoor een oude verweerde tak uitgehold, mos en plantjes er omheen gedrapeerd , het pompje er op aangesloten en met een schaal en stenen daarnaast een vogelbadje gemaakt, zoals ik me dat ongeveer had voorgesteld.

Enfin, na diverse misluksels, haper-dingen en herprobeersels (de lezer kent mij), was het dan eindelijk zover. Qua uitstraling, functionaliteit en geluidsproductie was alles naar mijn wens en ik nam na de installatie vergenoegd plaats op het op enkele meters van de vijver verwijderde vlonder-terras teneinde me in mijn verbeelding  te kunnen laven aan de liefelijke klanken van een idyllisch murmelend bosbeekje

“ Is dat  ding oet?” ‘Ik heur niks..” Joa, hai dut ’t wel, ‘t woater lopt ja ! ”  Nee hè..!! 

Dat zei ik allemaal luidkeels en vertwijfeld tegen mijzelf, want ik zie het water stromen maar hoor er geen barst van, waarna  ik  door mijn geliefde er vriendelijk smalend op werd gewezen dat het klatergeluidje er toch écht heel mooi doorkomt op het terras.

Nou ja, als het héél , héél stil is en ik mijn oren spits, lijkt het alsof ik  misschien toch ook wel iets in die richting meen te horen, maar om écht van het fijne gemurmel te kunnen genieten ben ik genoodzaakt om zo’n beetje óp de  vijverrand plaats te nemen.

Ach..wat zou het!

Ik ben er zeer tevreden mee en mét mij ook enkele tuin- en vijverbewoners die zich tijdens de afgelopen warme dagen al heel snel kwamen melden aan dat heerlijk frisse kabbelstroompje.

Met plezier laat ik – middels een twee- minuten-video –  ook jullie even meegenieten van de aanblik daarvan en gelukkig hebben we allemaal ergens zo’n schuifje bij het beeldscherm zodat ook het geluid naar eigen behoeven is in te regelen.   

Gelieve daarvoor niet bij mij aan te kloppen!