Einde van een ..lock-down!

Tsja , dat kan allemaal in ons kikkerlandje!   Van schaatsen op uitgebreide schaal naar mogelijk de eerste rokjesdag. En dat in slechts 10 dagen tijd. Stonden we vorige week zondag  op tijdens strenge vorst  en even later ook nog eens met z’n allen op het ijs, morgen wordt misschien ergens in Zuid-Nederland temperaturen van rond 20 graden verwacht en is de eerste ‘rokjesdag’ een feit.

‘Rokjesdag’  is een beetje een raar taalfenomeen dat ergens in zwang is gekomen in de 90-er jaren.

Het is het moment waarop de winterslaap ten einde komt en  het kwik de 20 graden ongeveer aantikt en  je voor het eerst weer je in je zomerse kloffie naar buiten kunt.  Normaal valt die dag ergens laat in maart of in de eerste week van april. Maar in februari? Ongekend!

En bij mij is de knop nu ook om.

Normaal gesproken mag het van mij aan het eind van de sprokkelmaand nog volop winteren, maar nu we zo snel dan toch even aan het voorjaar mogen ruiken sla ik om als een blad en wil ik ook meteen méér…

Dus..

Wég met de bezoekbeperkingen…kóm er in!

Afgelopen met die lock-down!

 

Alle bloemenkelkjes mogen open!

Sneu maar ‘deu’…

Ja, het is in een keer ook meteen weer ‘goud deu’ !

Zoals we deze week begonnen met code Rood vanwege heftige wind en sneeuwval zo eindigden we met dezelfde kleurcode maar nu in verband met slip- en valgevaar door hevige ijzel.

En ja..ook deze keer was het badkamerraampje voor mij weer het eerste teken dat het ráák was.

Even had ik nog de ijdele hoop dat het om zo’n decoratief soort dikke ijzellaag zou gaan die kortstondig bessen, takjes en grassen in een fotogeniek glazen jasje zou hullen maar niks hoor..

Dikke regendruppen waren het, die er voor zorgden dat het er buiten dan ook meteen weer zo huilerig sombergrijs uit ziet. 

Nou ja dan maar er een vorm van abstracte kunst in zien, wanneer dat  druipproces zich biggelend tegen de buitenzijde van het kamerraam afspeelt.

Ik koester nog maar eens de herinnering aan zo’n fijn gevormd sneeuwduintje waaraan de gierende wind en driftsneeuw op die turbulente zondag zo’n messscherpe kam wist te slijpen..

Of dat moment waarop de anders zo schuwe Kramsvogel, hongerig de aangeboden appels ontdekte en me unieke foto-kansen bood..

De ontelbare, neergedwarrelde sneeuwvlokken die tijdens de vroege ochtenduren  in diepvriestemperatuur,  mij als fel oplichtende diamantjes tegemoet schitterden.

De in de avondzon glanzende ijsvloer op het Damsterdiep waarin we in het weekend na 9 jaar eindelijk weer eens de ontvette ijzers konden zetten..

Het was kort maar mooi! 

En van mij mag het voorjaar worden… 

Méér vorst …

Ja, vannacht bakte het er eindelijk eens lekker in! Het was meteen al te zien aan het ruitje van het uitzetraam in de badkamer.  Het is een van de eerste dingen die me na ’t wakker worden een indruk geeft van het weertype dat ons te wachten staat.

Is het beslagen?  Zitten er regendruppels tegen aan ? Ligt er een sneeuwlaagje op? 

Vanochtend gaf het al de indicatie door dat het flink hard gevroren had! 

De digitale thermometer wees dan ook maar liefst – 11,7 C aan om precies te zijn en dan groeit het schaatsijs eindelijk eens lekker door.

Met een stralende zon, een overwegend blauwe hemel en een tintelend frisse sfeer is het tussen de middag dan leuk fotograferen waarbij ik de macrolens weer eens te voorschijn haal om enkele miniatuur ijssculptuurtjes vast te leggen.

Aan het eind van de dag maak ik te voet een verkenningsrondje langs en ook óp twee hier in de buurt liggende meertjes  om te zien of er al hier en daar op wordt geschaatst en om de ijskwaliteit te beoordelen.

Nou, voor wat betreft het Hoeksmeer hoef ik me geen enkele illusie  te maken, want de combinatie van wind en sneeuw heeft hier voor zo’n grillig soort ijsoppervlak gezorgd dat deze op geen enkele manier beschaatsbaar is . Maar ’t is er wel leuk om te wandelen!

Heel anders is de entourage op het Dannemeer, waar ik toch al diverse mensen zie die hier een rondje trekken en omdat de avondzon juist op het moment van arriveren langzaam naar de kim zakt kan ik er meteen een fijn sfeerplaatje van pakken.

Ik ga nog éénmaal op de stramme knieën om het silhouet van een op het ijs achtergelaten ganzenveertje tegen de alsmaar meer bewolkte lucht portretteren.

En dan op huis aan en vanavond eens zien of de beloofde lage kwikstanden ook daadwerkelijk een feit zullen worden zodat we eindelijk weer eens ouderwets de scheuvels uit het vet kunnen halen, waarbij mijn hoop toch vooral op een beschaatsbaar Damsterdiep is gericht!

Het wachten is op de opklaringen !

‘ Pik in .. ’t is winter’ ! ……

En dan is zomaar opeens écht winter! En meteen was het ook ‘bar en boos’ gisteren.

Nou ja..vergeleken met de huizenhoge duinvorming tijdens de legendarische sneeuwjacht in februari ’79 was dit hier maar kinderspel natuurlijk. Maar toch!

Het ging gisteren even goed tekeer tijdens die ouderwets bulderende noord-ooster en ’t was een indrukwekkend gezicht om vanuit de huiskamer de sneeuwslierten als wapperende tien meter lange witte gordijnen over het bouwland te zien stuiven.

’s Avonds gaat het harder sneeuwen en omdat ik hier een lantaarnpaal ontbeer om in het schijnsel van het vlokgedwarrel te kunnen genieten, hang ik buiten even een bouwlamp op. Ik voel me dan  altijd nog een beetje als een klein jongetje in die dingen en vind het prachtig om dan dáár weer een gekke foto van te maken, want door de lange sluitertijden ontstaat er in het felle schijnsel een waar spektakel van bijzondere lichteffecten.

Sneeuw genoeg dus, maar juist door die enorme, alsmaar aanhoudende stormwind werd er hier geen lekker dik wit tapijt op de velden gedrapeerd, maar stoven met name de sloten helemaal vol en vertoonden de meest grillige en scherpe vormen die je maar kunt voorstellen.

Het doet mij het meest denken aan gigantische bakken vol romig schepijs, maar doordat de harde wind het verkleurt met stof, zand en fijne aarde dat van de akkers is komen aanwaaien gaat de smakelijke aanblik er wel wat van af.  Nou ja…mokka-ijs is ook lekker.

Aan de andere kant betekent dat wel dat hierdoor ook de aangekondigde schaatspret wel eens kon worden bedorven.  En dat niet alleen door zand op het ijs, maar vooral ook doordat het water op de meertjes en kanalen tegelijk met de sneeuwval is bevroren zodat je een brosse, troebel-gele en geribbelde ijsvloer krijgt waarop het zwaar, zo niet onmogelijk schaatsen is.    

Het wordt bij ons in Groningen heel ‘to the point’, maar minder welluidend als ‘kwalster ‘(rochel-)ijs aangeduid.

Thuis vormen de sneeuwlaagjes op mijn erf een mooie gelegenheid om door de in die sneeuw gevormde sporen eens te zien wat er met name ’s nachts zo al rond hipt en scharrelt.

Ik wist dat er wel eens steenmarters konden huizen in en rond de opslag ( wie heeft ze niet?) maar nu werd hun aanwezigheid toch fijntjes verraden door de scherp afgetekende klauwtjes en hun in typische martersprong neergezette pootafdrukken.  Ze mogen van mij hun nuttig muizen-vang-werk doen, zolang ze maar niet onder de motorkappen willen gaan wonen. Maar ja, wat doe je er tegen?

Wat ik wél heel leuk vind is het feit dat bij deze weersomstandigheden ik altijd direct bezoek krijg van de Kramsvogels. Normaal gesproken razendschuwe ‘tjakkers’ van veld en beemd, maar zodra er sneeuw en ijs is, komen ze de menselijke nederzettingen opzoeken. Appels zijn hun favoriet!

Geen mérel krijgt de gelegenheid om er ook even van te snoepen, want ze worden subiet weggejaagd en blijven minutenlang alleen-heerserig schrokken op de voerplaats .

Ik maak er dankbaar gebruik van..

En als ie dan eindelijk tóch de plaats poetst, duikt er een prachtige zanglijster op die vind dat ie lang genoeg heeft moeten wachten.

‘Pik in, ’t is Winter!’

Wie weet ! …

Zo!

Zo’n  – 7,5 C wees mijn thermometertje aan toen we opstonden en ons meteen konden vergapen aan een wit berijpte wereld, die nét een tikkeltje meer winters aandoet, vergeleken met die van afgelopen maandag. Doordat het in de nacht wat nevelig was geworden, is er nu sprake van zogenaamd ruige rijp, waardoor de natuur er nog sprookjesachtiger uitziet.

Ik ben dan rap uit bed, gun me dan ook weer eens geen tijd voor ontbijt en stap met holle maag maar monter het fris tintelende buiten in.

Ach, het is er dan zo fantastisch mooi !

En eigenlijk ook meteen weer zo’n pluk-de-dag-ding, want vanaf morgen zullen depressies weer de gebruikelijke roet in dit aangename eten strooien.

Windstil is het en zonnig ook. Ik hoor gakgeluiden van wilde ganzen ergens hoog tegen de strakblauwe hemel en waar ik ook kijk vragen duizenden glinsterende motieven om mijn aandacht.

Ik fotografeer ze rechtstreeks of juist in back-light.

Zonbeschenen grassen, bladeren, zaaddozen, rietpluimen…ze zijn stuk voor stuk door de Meester-Patissier met ragfijn wit kokos-strooisel  versierd..

Wanneer ik zo geconcentreerd bezig ben, krijg ik vaak een heel klein beetje buikpijn van de prettig mentale inspanning, maar iets zegt me dat dit nu ook wel een hongergevoel kan zijn  . Pardon.. een ‘trek-gevoel’, want ‘honger’ mocht ik van mijn moeder niet zeggen.  ” Honger? Dát kinnen wie hier nait! ” En zo i s ‘t!   

Nou ja, in elk geval maar huiswaarts voor een broodje hagelslag.

’s Middags maak ik met Janneke nog een flinke 10 kilometer-wandeling langs de boorden van het Dannemeer bij Schildwolde.

O wat prachtig ligt dat zwarte glij-ijs daar te glanzen en wat jammer dat dit – zo het nu staat – de komende dagen weer tamelijk zinloos in vloeibare vorm zal wegglijden.

Maar wie weet wat nog komt!

Rijp in de ochtend…

Eindelijk beleefden we weer eens heldere, pittige nachtvorst waarbij het kwik bijna de – 5 graden aantikte waardoor de landerijen, grassen en struiken van een fris-witte baard waren voorzien.

Omdat de zonsopgang fraai beloofde te worden, was ik er dan ook als de kippen bij om deze steeds zeldzamer worden wintermomenten  fotografisch uit te buiten.

Heerlijk toeven is het dan op het Storksterpad waar de bermen vol staan van kunstwerkjes in de vorm van in de zon flonkerende bloemschermen en zwaar aangesuikerde braambladeren.

In druilerige omstandigheden zijn het verlepte en vaak onooglijke plantendelen die nu stuk voor stuk met recht ‘pronkjewailtjes’ mogen worden genoemd.

Details te kust en te keur…

Maar waar ik óók op gespitst ben? Op een groepje reeën dat zich al een paar weken ophoudt in de nabijheid van de bosjes aan de zijkant van de in verval geraakte boerenplaats.  Soms laten ze zich prima zien , een andere keer lijken ze weer van de aardbodem te zijn verdwenen.

Het is een soort gewoonte geworden om als ik daar ben, altijd even speurend rond te zien en ook deze ochtend loop ik met een  ‘je weet maar nooit’ gevoel even die kant op.

En..yes!

Dichtbij staat een groepje reegeiten onder toezicht van een bok, die ergens in de strijd één van zijn geweitakken is kwijt geraakt, mij wantrouwig in zich op te nemen.

In gebukte houding loop ik langzaam wat nader en uiteindelijk lukt het me om deze schitterende ranke wezens in de omlijsting van een prachtig berijpt landschap vast te leggen.

Enfin, deze buit is weer binnen en uiteindelijk wil ik ook zelf wel weer die kant op want verkleumd raak je d’r wel van!

Dagsneeuw ..

Dágsneeuw !

Zo werd het – terecht- aangekondigd door de weermannen en – vrouwen; enkele centimeters sneeuw voor één dag en dan moest je er nog vlug bij zijn ook want tegen de tijd dat de slee van zolder is gehaald, zou het ook al weer rap zijn weggesmolten.

Groots werd het aangekondigd in de media.

Tja..zo erg is ‘t al gesteld met het klimaat in ons landje aan de zee, waarin het nieuws over de komst van zo’n  tijdelijk pakje heel even dat andere, meer zorgelijke item naar de achtergrond lijkt te verdringen.

En eerlijk is eerlijk; ik keek er toch ook wel naar uit, want het is zeker al wel weer een jaartje of twee geleden dat het er hier in Grunnegerlaand sprookjesachtig wit uitzag.

Gisteravond was het dan zover en bij het schijnsel van een speciaal hiertoe tijdelijk geplaatste buitenlamp zagen we de eerste vlokken vallen.

Het bracht ons er toe om toen het tegen elven opdroogde, nog even een blokje om te doen en een frisse winterneus  te halen in het nog sfeervol verlichte centrum van ons dorp.

Gelukkig bleek bij het openschuiven der  gordijnen dat het nog een half graadje onder nul was en er zelfs wat sneeuw was bij gevallen.

Met de absolute wetenschap dat het héél binnenkort ook weer zou wegsmelten, krijg ik dan iets koortsachtigs over me en móet dan even naar buiten, de witte wereld in.

Enfin..je knipt dan met verkleumde vingers hier en daar een plaatje en knoerpt wat door de al aanklonterende sneeuw  en hoewel ik anders op zo’n moment me prima even op een snijdend koude Russische taiga-steppe kan wanen of fantaseer over een barre voettocht door een sterk verwinterd Alaska,  lukt me dat vandaag wat minder goed.

Is het de mineur van de aanstormende dooi? Het besef van de tijdelijkheid van alle dingen?

Ik weet het niet.

Eenmaal bij de kachel, schiet ik – vlak voor de online-kerkdienst begint – , door het drielaags-thermopane van het kamerraam dan toch nog een  plaatje van een  koolmees die precies op die fijn bepoeierde wilgentak wil zitten en daar word ik dan toch ook wel weer een beetje warm van..

’s Middags maken we nog een paar flinke wandelkilometers in een landschap dat alweer groenachtig wit of witachtig groen is geworden. De blinkend witte, rulle wade lost grotendeels langzaam op in een slijmerige grijsgrauwe drab, maar op het bouwland tegenover   boerderij ‘de Wierde’ ligt nog wel een aardige wit laken, maar ook  die zal weldra worden opgevouwen.

En nu maar hopen dat Koning Winter ons in deze periode nog weer eens op de schaats brengt.

Voorlopig is ’t doan’….  

Dág sneeuw! 

Als een kind…

Het jaar 2020…eentje om maar gauw weer te vergeten, hoorde ik iemand zeggen.

Tja, als dát zou kunnen, gewoon vergéten. Uit je hoofd wissen die 365 dagen vol pandemie-gerelateerde ‘downs’ en in dat opzicht weinig ‘ups’. Wég met de herinneringen aan de pijnlijke momenten van persoonlijke zorg, diep verdriet, leegte, gemis van geliefden.

Even je hoofd leeg maken, drie maal schudden..de blik op oneindig en vérder maar weer over de drempel van het nieuwe jaar. Als dát zou kunnen.

Maar dat gáát niet en moet ook niet.

Memoreren, gedenken, stilstaan, herbeleven….ze zijn allemaal nodig in het verwerkingsproces van een mens om verder te kunnen in het leven. Soms kan het gemoed er weer even van volschieten, welt er een traan op, schrijnt het zo.  Proef je het bitterzoete mengsel van de smaak van gemis en dankbaarheid tegelijk. Herinnering aan het wanhopig naar houvast zoeken op de  ‘rollercoaster’ tussen hoop en vrees’, tussen gelovend bidden en vertwijfeld vertrouwen.

Maar het leven is dit jaar óók dankbaar terugzien. Vieren zelfs!  Omdat er hoop is!

Omdat er zoveel is dat blijft. Dat groeit. Dat mooier, béter wordt dan dat het ooit was..

Omdat het leven voor ons allemaal een belangrijk doel kent namelijk ‘lief hebben en geliefd worden.’

Omdat het geluk óók te vinden is in de kleinste dingen in ons bestaan.

Gistermiddag tuimelden dit soort emotie-gedachten door mij heen toen ik samen met mijn allerjongste kleinzoon de hand legde aan een belangrijk grond- en waterbouwkundig project dat met behulp van graafattributen en zeefmolens vorm kreeg midden in een enorme regenwaterplas op de laan naast het fietspad vlak bij ons huis.

Kijkend naar een kind…

Dat volledig op gaat in het ‘zinloos’ dragen van water naar zee.

Doorweekt, bespét..en met snottebelletjes die als lamspoten traag uit zijn neusje zijn komen sluipen..

Met vuurrode konen en ijskoude knuistjes, die  – alsmaar scheppend –  van geen ophouden willen weten, waadt hij onbevangen door het grijze water op zijn soppende laarsjes.

Geen tél denkend aan het risico op struikelen,  een vloedgolf, pijn, schrik en daarop volgende tranen. 

Niet bewust van uur en tijd. Van dag of jaar. Van zorg of moeite…

Alleen het vertrouwde besef van mijn aanwezigheid.  

Dat er Iemand bij ‘m is, die ‘m straks wel weer zal troosten en mee terug zal nemen..

Drágen het liefst..

Over de drempel van een veilig huis..

naar een droge broek, een warme oliebol, een bekertje sap…

Laat mij niet mijn lot beslissen: zo ik mocht, ik durfde niet.

Want hoe zou ik mij vergissen, als U mij de keuze liet!

Wil mij als een kind behandelen, dat alleen de weg niet vindt

Neem mijn hand maar in Uw handen en geleid mij als een kind.

Dág Annelin…

Hoewel dit blog daar in oorsprong niet voor is bedoeld gebruik ik ‘m  toch maar als uitlaatklep voor ons intens verdriet om het verlies van ons pasgeboren kleindochtertje…

Annelin!

Slechts tien dagen mocht jij leven, in een kleine IC-kamer aan slangetjes, kabels en monitoren.

Tien dagen tussen hoop en vrees…

Toen – onder de ogen van je papa en mama –  gleed je weg…

Zij schreven vandaag dit gedichtje…

Dág piepklein , prachtig meiske… dág Annelin !

Ik vind verder voor nu geen nieuwe woorden, een eerder gemaakt vers vertolkt het beste mijn gevoelens…

Koud kunstje..

Bijna is ’t zover en start de Decembermaand en zoals altijd rond deze periode kijk ik weer hoopvol uit of er in de weerberichten al iets gloort van winterse perikelen in de vorm van sneeuw- of ijspret.

Nou , nee dus in de verste verte niet!

Net als op enkele andere gebieden, ben ik op dat punt best een beetje prettig gestoord geloof ik. Want ik heb dat hier al eerder vermeld; ik ben een van de grootste koukleumen die er zijn.

Van huis uit behept met een slecht doorstromend vaatstelsel, lopen zowel ’s winters áls ’s zomers mijn bovenste ledematen uit in een stel als ijspriemen aanvoelende vingers waardoor ik mij vaak al vóór de hartverwarmend bedoelde handdruk hiervoor verontschuldig… “Sorry hoor, ‘k heb koude handen”.

Wanneer ik na een wandelingetje in de frisse buitenlucht weer binnenshuis kom, krimpt mijn vrouw voorbarig huiverend in elkaar, omdat ze alleen maar dénkt dat ik even liefkozend de verkilde vingers langs haar haar lieftallige nek wil laten glijden. Hoe komt ze er op!  “ Nééhééé….nait doun!!!”

En ik loop alleen maar achter haar langs!

Van het graag en vaak een ‘wollen plaidje’ over me heen trekken, tot het doen van milieu-onvriendelijke concessies door het gebruik van een (éénpersoons) elektrische deken..

Van het ‘Standaard Standje Sambal’  van de verwarming in de auto tot de innige verstrengeling met de langzaam opwarmende kachelpijp (‘binnenshuis’ dát wel);  het zijn allemaal voorbeelden van de gedragseffecten van een lastig familiekwaaltje dat door een slechte doorbloeding van de uitsteeksels  wordt veroorzaakt. Ach.. er zijn ergere dingen én ik draag gelukkig steeds twee bestendig warme oksels onder mijn armen,  waarin ik ze – zonder dat er iemand gaat gillen – altijd even van mijzelf mag opwarmen.

Hoe kom ik hier ook alweer op ? O ja…

Of er al winterweer op komst zou zijn. Want ondanks bovenstaande manco’s ben ik daar dan wel weer dól op!  Hoe harder ’t vriest, hoe meer ik geniet..het kan me niet gek genoeg zijn. Ik hou van bijtende diepvrieskou, van diepzwart ijs, van driftende sneeuw, van dikbevroren meren, van betoverend berijpte velden, van een krakend wit laken over het bouwland…dááraan verwarmt mijn hart zich  in fotografische zin  dan weer graag! Wie maalt dan om zoiets als ‘kouwe jatten’! Be there!  

Enfin..

Gisteravond zakte sinds onheugelijke tijden het kwik een klein beetje onder nul en in de heldere avondlucht voelde ik aan het gras dat er sprake was van lichte rijpvorming en ik nam me voor om speciaal voor ‘Pronkjewailtjes’ eens weer een paar jofele winter-foto’s te maken in de vorm van een enkele groothoek- of dichtbij-opname waarin licht, zon en vorst hun ragfijn samenspel zouden tonen.

Nou…zoiets dus..

Maar de deceptie was meteen zichtbaar bij het opstaan. Géén rode ochtendzon, geen glinsterdingen in het gras. De bewolking had roet in mijn eten gegooid en het dooide alweer, zodat de natuur mij deze ochtend voornamelijk verlept en somber toegrijnsde.

Nou ja, dan flansen we aan het eind van de dag op een of andere manier wel weer een stukje met wat archiefplaatjes in elkaar.  Dat werd dan dit !  Koud kunstje…

Hebbes ! …

Ik heb een zwak voor het grijsblauw kuifje van Pimpelmezen!

Natuurlijk zie ik ook graag de alpinopet van de Koolmees,  de avondzon in de buikveren van de roodborst en de chocodip op het kopje van de ringmus, maar dat pimpeltje verrast en vertedert me steeds weer met zijn wollig acrobatenlijfje en ‘jentig’ optreden tussen de doorgaans veel forser uit de kluiten gewassen andere tuinvogels.

Het is ook de reden dat ik bij mijn vogelfotografie graag speciaal gebruik maak van het fotogenieke voorkomen van  “Cyanistes caeruleus” en dan is het natuurlijk een groot voordeel dat dit kereltje graag en veel gebruik maakt van de aangeboden vetbol en zonnepitten, waarmee ik ze precies op dát plekje probeer te lokken waar ik ze nu nét wil hebben.

Was ik in de beginperiode van mijn fotograaf-zijn al blij wanneer de vogel er eens een keer scherp opstond nu leg ik de lat alsmaar hoger én hoger.

Lichtval, compositie, achtergrond, houding….álles moet helemaal goed zijn en het liefst allemaal zo origineel mogelijk. Met name dat laatste valt niet mee omdat er – zeker na de opkomst van de digitale fotografie – honderdduizenden foto’s van pimpels in evenveel varianten worden gemaakt.

Maar goed. Ik wil toch ook graag mijn partijtje op eigen wijze meeblazen en kies dan graag van te voren een leuke, attractieve landingsplek uit.  Eigenlijk werkt het dan precies andersom. Zorgvuldig speur ik éérst naar een decoratief bebladerde twijg of een fijn gevorkte bloem- of bladstengel en dan dénk ik dáár alvast een meesje op ! Hmm.. hoe mooi zou het lijken wanneer dat vogeltje precies tussen deze goudgeel gekleurde blaadjes neerstrijkt? 

Wat zou dat uitgedroogde bloemschermpje  een prachtige combinatie kunnen vormen samen met zo’n gracieus klein bolletje veren.

Maar ja , dan moet ie daar wel precies bij willen plaats nemen.

Het is – vind ik – wél een vorm van kunst, een compositie zoeken met wat de natuur levert, waarbij je niks op bestelling kunt doen en nooit garantie krijgt.

Hoe vaak dat ik niet ‘hóp-hóp’ of ‘tou nou even mien jong’ roep wanneer de hoofrolspeler besluiteloos in de buurt van de zorgvuldig  geplaatste pinda’s gaat zitten kijken. Of ‘néé.. doar nait’ als de mees weer eens aan de verkeerde kant gaat zitten. Het is vaak zuchten en vérzuchten.

Maar soms gaat alles goed. Eén fractie van een seconde op de goede plek. De juiste houding, het goede licht, de juiste camera-instelling en prrrrr…ratelt de Panasonic.

Hebbes !     

Haarfst….

Het wonen aan de rand van het dorp met het uitzicht over de landerijen brengt met zich mee dat wij het wisselen van de seizoenen hier extra beleven. Vooral ook omdat we bijna letterlijk met de neus boven op op alle ploeg-, zaai-, en oogstwerkzaamheden zitten.

Een niet aflatend genoegen ook voor kleinzoon Luka, die zoals zoveel jongens in deze leeftijdsfase, hélemaal vol is van alles op het gebied van gemotoriseerd landbouwverkeer.  Ditmaal is het niet het virtuele vermaak van de ‘Trekker Ted’-you tube-filmpjes, maar kan hij zijn kleine-jongens-hart in het echt ophalen want afgelopen vrijdag werden eindelijk de bieten van het land gehaald.

De hele dag staat hij met open mond en rode konen voor het raam om de grote rooimachines en opraapwagens hun machtig werk te zien doen.  Aan het eind van de dag geven we gehoor aan onze gezamenlijke aandrang en stappen samen het zwaar bemodderde boerenerf op om ons van dichtbij te vergapen aan dat kolossale gebeuren van het lossen van zo’n enorme partij voederbieten.

En dan dat ‘moment supreme’ dat de boer even naar ons zwaait en toetert!!

Gisterochtend waren de velden leeg en zompig achter gelaten.

Het is grijs en windstil  en mijn zaterdagmorgen-kuier voltrekt zich in een wat melancholisch aanvoelende sfeer die wordt  versterkt door  de aanblik van ontbladerde boomkruinen die zich in het roerloze water van het ‘Westerwijtwerder Maar’ weerspiegelen..   

In mij wellen spontaan zwaarmoedige, zelfgemaakte dicht-strofen op die – gelukkig voor u – één voor één, ter plekke in schoonheid sterven.

Vanmorgen zag het er meteen weer een stuk opgewekter uit doordat de zon zijn best deed om het gemoed te verlichten en er toch nog even wat moois van te maken.

De felgele, zich her en der nog vastklampende herfstbladeren weerkaatsen in de zachte rondingen van mijn geparkeerde Peugeot en zorgen samen met wat moe-gedwarreld blad en  de blauw spiegelende lucht op deze manier voor een vervreemdend effect op het metallic palet van glas en staal.

De geur van het land, het zacht gefilterde licht, de milde temperatuur…ze nodigen allemaal uit om in de middag een heerlijk zonnige herfstwandeling te gaan maken.

Maar tegen de tijd dat we ons daar voor opmaken, valt het hemelwater met bakken naar beneden en is ’t zó donker geworden dat we ons op dit punt maar geen illusies meer maken.

’t is Haarfst !

Even nippen..

Tijdens de soms lange, kleumerige aanzit in een hutje komen er gelukkig ook soms zomaar andere bezoekers dan bosvogeltjes langs. Prettige bijvangsten in de vorm van kleine zoogdieren wanneer je vruchteloos op gevederde vrienden zit te wachten. Ze zijn dan vaak vooral uit op een slokje water  en verschijnen maar een paar seconden aan de vijverrand om daarna als de wiedeweerga te verdwijnen.

Ik liet hier laatst al de jonge bunzing zien die ik eens fotografisch wist te verschalken en nu toon ik hem opnieuw in een iets andere pose.

Soms is het een nauwelijks waarneembare beweging die de aandacht trekt, zoals die van een dorstige, kleine Woelmuis die ook eens even langs kwam voor een muizennnipje…

Of wat gedacht van zo’n watervlugge eekhoorn, die  – met al zijn vezels gespannen – een paar tellen lang een miniem teugje neemt en tegelijkertijd al zijn zintuigen op scherp heeft staan voor eventueel naderend onheil in de vorm van een hongerige sperwer of havik.

Zulke fotomomenten zijn schaars en vereisen vaak een vliegensvlug veranderen van instellingen en brandpunt. Meestal zijn een paar van de voor ons nauwelijks, maar voor hen zeer hoorbare sluiterklikken voldoende om ze als de gesmeerde bliksem weer in de vegetatie te doen vluchten.

Maar dan staan ze er al gekleurd op !

Da’s lekker…

Een groot gedeelte van het inmiddels veelal goudgekleurde lover ligt al al weer verlept en verfomfaaid op modderige plekken en rommelhoekjes om daar in stilte te vergaan, maar op sommige plaatsen bieden overmoedige  herfstbladeren nog heupwiegend, uitdagend weerstand aan de wind die zich vandaag nog wat goedig in lijkt te houden omdat ie wel weet dat hij toch binnenkort korte metten  maakt met dat jolig gedoe.

Op het moment dat één van de honderdduizenden hopeloos genomineerden dan toch óók in een dwarrelval te water raakt, hoor je een fluisterzachte tik en is er een nauwelijks waarneembare krinkeling in het donkere oppervlak te zien voordat het zich er berustend bij neerlegt en traag weg zal drijven  naar een ver weg gelegen nergens.

Héél even is er een ogenblik dat er vanuit een kier in het wolkendek licht wordt ontstoken en werpt de laagstaande middagzon haar stralenbundel op een aanvankelijk onooglijk nat en verkleumd groepje , meer ingetogen kornoelje-bladeren dat zich enigszins verdekt heeft opgesteld en zich nu plotseling in warmgouden weelde baadt.

“He, he is dát even lekker. Als we nou eens…. ”

Maar ’t trekt al weer dicht!  

Pimpel en Paars…

Toegegeven, ook ik had hier liever een barmsijs of goudhaantje op gehad, maar momenteel zijn het voornamelijk meesjes die mijn tuin bezoeken en die gelegenheid neem ik toch graag te baat om weer wat met compositie van herfstblad en mees te spelen. De ene keer gebruik ik de dieprode kleuren als vervaagde achtergrond…

 

de andere keer wil ik het blad juist méé in de scherpte hebben.

In dit geval is dan de verleiding om het begrip ‘pimpelpaars’ te gebruiken misschien té voor de hand liggend, maar de kleur van deze joekels van  kornoeljebladeren is écht zo als we hem hier zien. Allemaal mierzoet natuurlijk maar ik vind het heerlijk om met zulke voor de hand liggende motieven in eigen setting te werken. En een-twee-drie-klaar is het ook niet want het moet een beetje windstil zijn, vooral géén zonnetje nu en zo’n vogeltje komt in dik anderhalf uur precies één seconde op de gewenste plek zitten. Ach ja, je plaatst het decor maar dan is ’t wachten op de welwillendheid van de hoofdrolspelers. Maar áls ze tóch opkomen, kan de voldoening groot zijn!

In  het geval hierboven passen de rode herfsttinten en achtergrondgroen als zogenaamde complementaire (elkaar versterkende) kleuren heel mooi bij elkaar.

Hoe anders wordt het wanneer er ook nog even een roodborst ten tonele verschijnt die het dan wel weer heel bont maakt met een kleurencombinatie die toch een beetje pijn aan de ogen doet.

Maar ook dát is natuur!

Geen hop? Dan een uil ! …

In de afgelopen dagen werd een Hop gesignaleerd in Groningen. Een Hop is een prachtige vogelsoort die je normaal gesproken allen maar in zuidelijke landen aantreft. Ik heb hem wel eens in Zuid Frankrijk ontmoet, maar altijd op verre afstand. Hoewel ik me niet reken tot de echte ‘vogel-twitchers’ en niet graag onderdeel ben van zo’n in het groen gehulde door tuinen en perken banjerende horde teletoeter-fotografen , heb ik tussen de middag toch ook even een wandelrondje daar in de buurt gemaakt in de hoop om ’m eens goed voor de lens te krijgen, maar helaas vergeefs. Was kennelijk al weer naar een andere buurt gehopt.

Terug in Loppersum, weet ik een plek waar het vrijwel zeker is dat ik een andere, ook interessante vogelsoort aantref. Niet zo zeldzaam als een Hop, maar wel degelijk interessant; de Ransuil!

Ransuilen brengen in deze tijd graag de dag door in zogenaamde ‘roestbomen’, waar ze slapend en dommelend wachten tot het donker wordt en dus tijd om op jacht te gaan. Midden in het dorp (naast het gemeentehuis) staat zo’n uilenboom, waar soms wel 6 tot 8  van deze prachtige roofvogels in verblijven.

Vanuit fotografisch oogpunt is het probleem alleen dat ze zich bijna altijd schuil houden tussen het gebladerte en je vaak alleen maar zicht hebt op de rug of buik van zo’n uiltjes-knappende vogel.  

Vanmiddag heb ik geluk en zit er ook eentje zodanig vrij dat ik ‘m alert en in vol ornaat kan fotograferen inclusief de typische ‘oortjes’, die geen oortjes zijn maar opstaande verentoefjes.

Dat geeft toch ook wel weer voldoening!

Vóór de bijl…

Eigenlijk is het gazon aan een maaibeurt toe, maar door de veelvuldige regenval van de afgelopen dagen is het er nu toch wat te zompig voor en daarmee krijgen ook de veelvuldig tussen het gras opgekomen  paddenstoeltjes nog een paar dagen uitstel van executie. 

Tijdens de spaarzame zonmomenten breek ik daarom nog even op de knieën en neem dan ook gauw de gelegenheid te baat om de fragiele schoonheid van allerhande zwammetjes , bladeren en late bloemetjes in een omlijsting van flonkerende dauw- en regendruppels nog vast te leggen, vóórdat de definitieve onthoofding zal plaats nemen.

Ach..en anders waren ze natuurlijk ook uit zichzelf wel weggekwijnd of verslijmd en daarom is het zo leuk om ze vóór hun teloorgang nog even in mijn digitaal plakboek te kunnen opnemen.     

‘ Tiekjes’ zoeken…

Oktober is de maand van de grote vogelverplaatsingen en daar zien we soms de bewijzen van terug in onze tuinen wanneer daar de eerste, uit het hoge noorden vertrokken,  kramsvogels en koperwieken zich op onze bessen storten.  Het is ook de maand waarin de meeste insectenetende zangvogels op reis gaan naar zuidelijker, warmere streken.

Van die laatste groepering struint er al weken lang een gezinnetje  Roodstaart en Tjiftjaf door mijn tuin.  Kennelijk zijn er nog voldoende bladluizen en ‘tiekjes’ te vinden in de struiken waarop ik vanachter mijn bureau zicht op heb, waardoor ze lange reis nog wat uitstellen. Elk blad wordt van onder naar boven uitvoerig geïnspecteerd op de aanwezigheid van die minuscule proteïnerijke hapjes waarmee ze hun vetreserves aanvullen om de tocht naar verre oorden te kunnen volbrengen.

Mij stelt dat uiteraard mooi in de gelegenheid om ze te fotograferen en tijdens de warme nazomerdagen van voorgaande periode, deed ik dat fijn met het raam open. Dat leverde bijvoorbeeld deze resultaten op..

Door het huidige herfstweer, stuit het urenlang wagenwijd openzetten van dat raam nu op economische en gezondheidsbezwaren en probeer ik het maar door het 3-laags thermopane heen. Dat gaat dan wel weer enigszins ten koste van scherpte en contrast, hetgeen ik dan in de nabewerking moet zien aan te passen.   

Nou ja, ook nog wel om aan te zien toch?

Daar sta je weer…

Daar sta je weer, aan ’t einde van de rij

waar je opnieuw als laatste werd gekozen

Ze krijgen jou  als ‘schillen en de dozen’

er als gratis emballage bij

Dan ben je weer de vaste figurant

Voor hen die wél  acteren mogen

geldt, dat ze jou willen gedogen

maar énkel aan de buitenkant

waar,  vóór je nog de bühne op kan gaan

of vóór je ’t veld  op bent gekomen,

men jou de bal al heeft ontnomen

en kansloos buitenspel laat staan

Geloof Mij maar, je  bent al lang gescout

want Ik zie wél, wat anderen niet zagen

Ik zal je trots op handen binnen dragen

omdat Ik zoveel van je houd!

Doorbraak..

Zowel de meteorologische als de astronomische herfst hebben inmiddels hun intrede gedaan, maar net als gisteren was ook vandaag daar nog niet veel aan te merken. Tenminste wanneer je louter op de temperaturen afgaat, want die doen nog steeds heerlijk zomers aan.

Maar september geeft altijd al genoeg signalen af dat de bakens binnenkort toch echt weer verzet gaan worden. 

Het is het gefilterde licht. Het vocht in de lucht. De naar dieprood verkleurende bessenpracht. De eerste zwerm hoog overtrekkende trekvogels. Nou ja, dat soort onmiskenbare tekenen van een op kousenvoeten aansluipend najaar.

Ik heb vanochtend vroeg de wekker maar weer eens gezet, omdat de onder een heldere hemel sterk afkoelende nacht de belofte in zich droeg van een schitterende zonsopgang.

En, toegegeven,  de ochtenstond heeft uiteindelijk ook daadwerkelijk het spreekwoordelijke goud tussen de kiezen, maar ze houdt ze nogal lang op elkaar voordat ze haar blinkende lach aan ons wil tonen.

Want, jongens wat zit het eerst nog pótdicht van de mist. Ik zie bij het naar buiten gaan dan ook bijna geen hand voor ogen waardoor ik eerst een gebiedje moet opzoeken waarin het zicht zodanig is dat de zonsopkomst fotografisch was vast te leggen.

Dat blijkt uiteindelijk in de buurt van Eenum zo te zijn, waardoor ik dit sfeerrijke wierde-dorpje zodanig kan vastleggen als ik me ongeveer had voorgesteld.

Ik rijd dan nog even door naar het Damsterdiep bij Wirdum, dat in dit soort omstandigheden vaak van die heerlijk verstilde droombeelden kan opleveren en gelukkig weet de zon ook daar door zware nevel heen te breken..

In het roerloze, donkere water, waarop het geluid van meerkoeten-kefjes zich mengt met het vrolijk gekout van fietsende schoolkinderen, wordt ze weer eens prachtig weerkaatst en krijg ik het soort beelden voorgeschoteld waarop ik me altijd weer intens kan verheugen.

Dat ik ze vervolgens, ook weer met jullie mag delen, geeft altijd een bijzonder cachet aan deze natuurbeleving!