Met de R kwam ook weer het septemberlicht in de maand.
Wat is dat toch met dat septemberlicht? Dat nét weer een andere glans kent, meer diffuus, gefilterd, met langere schaduwen boven de leeg geoogste stoppelvelden. De nu alweer bessenrood gekleurde meidoornstruiken, de enorme wolkenpartijen, bezwangerd met regen waarnaar velen zo uitzagen, maar waar we ook zo snel weer genoeg van hebben. De lichtbanen, die wolkenwagens, die goudgekleurde akkers. De tegen de eindeloze horizon afstekende silhouetten van kerktorens en molens van al die bij ons zo bekende prachtige dorpjes…



De meteorologische herfst heeft inmiddels haar intrede gedaan en we kregen deze week al weer met de eerste, vroege najaarsstorm te maken maar gisteren en vanochtend is van deze herfstachtige trekken niet veel meer te merken. Tenminste wanneer je louter op de temperaturen afgaat, want die doen nog vrij zomers aan.


Maar september geeft altijd al genoeg signalen af dat de bakens binnenkort toch echt weer verzet gaan worden. Het vocht in de lucht, de enorme toename van spinnenwebben, de eerste zwerm hoog overtrekkende trekvogels. Nou ja, dat soort onmiskenbare tekenen van een op kousenvoeten aansluipend najaar.



Het heeft iets melancholieks; dat septemberlicht en het verleidde mij vorige week tijdens een reflectiemomentje op een daartoe strekkende mijmerplek, tot een ontboezeming in dichtvorm. Ik hoop dat je ’t tijdens het lezen een beetje herkent. Nou ja, voor de iets minder fijn besnaarde ziel, zeggen de foto’s misschien ook wel genoeg.
Septemberlicht
Hoe komt het dat ’t typische licht van september
zich zo van dat in april onderscheidt?
Maar ook weer verschilt als in maart of november
het hemelse licht het land over glijdt?
Kan de zon in september, zich anders gedragen?
Is het verbeelding en bedriegt mij de schijn
vergelijkend haar gloed op de hoogzomerdagen
die ’t net even anders dan in juli doet zijn?
Haar stralen die zó konden branden, verzengen
worden gefilterd, diffuus en verzacht
ze bundelen zich, verstrooien en mengen
de kleuren in tinten in nazomerpracht
Langzaam verschoven de diepgroene bladeren
naar oplichtend brons aan een donkere lucht
waartegen zich vogels in zwermen vergaderen
boven de stoppels, gereed voor hun vlucht
‘t Heeft iets melancholisch, van ‘do you remember’
van iets dat nóg meedoet, maar toch is geweest
Zo brengt mij ‘t betoverende licht van september
voor het hart iets van weemoed, voor de ógen een feest.
In de afgelopen week bracht ik weer eens een dagje door in een boshut ergens op de Sallandse heide. Het is iets waar ik mijzelf zo af en toe op trakteer. ‘T is een ‘oepke’ waar ik me vooraf altijd erg op kan verkneukelen, hoewel het soms ook wat kan tegen vallen.

Je weet nooit wat er voor de lens komt en het gebeurt ook dat er voornamelijk wat meesjes verschijnen, waarvoor ik net zo goed in eigen tuin had kunnen gaan zitten maar meestal komen er wel fijne bos-soorten voorbij, die je niet of zelden bij ons ziet.
Zo ook op deze dag, waarbij ik werd geholpen door het feit dat de vijver dit keer erg in trek was voor drink- en baddersessies.
Gedachtig het bekende liedje van Alfred Jodocus Kwak;
“Spetter spieter spater lekker in het water, Ga maar vast naar huis. hij komt een druppel later.”
.. laat ik hier maar weer enkele van die spetterende opnamen zien. Er zit altijd veel dynamiek in zo’n plaat en de vogels zien er ook meestal wat piekharig en proesterig uit, wat ikzelf erg leuk vind!

Vlaamse Gaai

Zanglijster

Zwartkop
Eén van mijn wensen werd vervuld door een Groene Specht, die ook op deze plek als een vrij zeldzame gast wordt waargenomen..

Een andere, best bijzondere soort is de Appelvink.
Een vogel die flink fors is uitgevallen, vergeleken met een gewone vink. Hij draagt een enorme, loodkleurige snavel die in staat is kersenpitten te kraken of ’t niks is. De Duitsers hebben ‘m dan ook de passende naam ‘Kernbeisser’ gegeven.
Meestal blijven de concurrerende vogels dan ook eerbiedig op een afstandje wanneer hij in bad is gegaan..


Tot slot maak ik ook nog een paar opnamen wanneer de gevederde vrienden na de wasbeurt, in het zonnetje nog een beetje gaan zitten napoetsen om daarna, geföhnd door de wind, hun mind op te maken..



“ Zó, dat was even lekker ! ”
Omdat het weer zienderogen opknapte na de te natte julimaand, hebben we er om die reden nog maar even een flink aantal kampeerdagen aan vastgeknoopt , waarbij we met de tent een fijne periode in Midden Limburg doorbrachten op een natuurcamping in de buurt van Weert.

Een van de aandachttrekkers daar was de (Amerikaanse) Rode Rivierkreeft die we regelmatig op en rond de camping aantroffen. Ze zijn afkomstig uit de Verenigde Staten en Mexico en hierheen gehaald om te worden gehouden in aquaria en vijvers. Een aantal is vervolgens ontsnapt en inmiddels vormt hun nageslacht een plaag en een bedreiging voor onze inheemse fauna.

Hier was voornamelijk het fietsen onze hoofdactiviteit, waarbij we hebben genoten van het prachtige landschap aldaar met name dan aan de zuidkant, door het Kempenbroek waar we afwisselend door Nederland en België fietsten.

We ontdekten er een dode reegeit langs de kant van de weg, pas aangereden en nog warm zelfs.
Na mijn plichtsgetrouwe melding bij de daartoe strekkende instantie, kreeg ik keurig een telefoontje terug van de boswachter die vertelde dat het dier weer het bos was ingetrokken! Ik was er best even stil van, omdat ik het beestje toch echt morsdood had aangetroffen.

Maar direct daarop maakte hij me duidelijk dat ‘ze’ de ree weer in het bos hadden getrokken om als aas te dienen voor ander struinend, hongerig wild. Achteraf had ik er zelf, in geslachte en gebraden staat, ook wel van willen smullen maar de omstandigheden waren er niet bepaald naar om het corpus anderhalf week achter de tent te bewaren voor consumptiedoeleinden.
Nee, dan zie ik die prachtige, sierlijke dieren veel en veel liever levend en wel in het veld!
Ik had ze op een avond vlak bij de camping ontdekt op een veldje, langs een strook bos en de avond daarop heb ik daar anderhalf uur muisstil onder een camouflagenetje op ze zitten wachten.

Gelukkig kwamen een bok en een geit uiteindelijk uit de dekking en kon ik deze prachtige wezens van redelijk dichtbij bewonderen en fotograferen.


Toen het al begon te schemeren probeerde ik behoedzaam iets dichterbij te kruipen , maar daarmee overspeelde ik mijn hand want ik werd ontdekt! Op de foto hieronder is goed te zien dat de bok wantrouwend en uiterst alert in de richting van dat vreemd bewegend stukje groenige materie kijkt en een paar tellen later zweven ze met grote sprongen het bos in, mij tevreden achterlatend met de digitale indrukken.

We flaneerden een dagje in Maastricht …


en deden nog een fietsroute langs de Maas door dorpjes waar ik nooit of zelden van had gehoord, maar die stuk voor stuk de moeite van het bezoeken waard zijn. Ik noem maar even Grathem, Heel, Linne, Herten en natuurlijk het wel bekendere Thorn, met zijn witte huisjes en Stevensweerd een prachtig vestingstadje.

Dankbaar dat ook wij weer eens hebben mogen zien ‘wie sjoeën ós Limburg is,’ zijn we inmiddels weer in het Loppersumse, waar de temperaturen – zoals zo vaak -toch een paar graadjes lager liggen dan in het zuidelijk deel van het land.
Zo! En nu mogen de kampeerspullen dan toch echt weer naar zolder !
“ Kijk eens, wat weer een prachtig schilderij vandaag”…

Dat zeggen wij regelmatig tegen elkaar, wanneer we ’s avonds door het raam kijken naar de horizon boven Stedum en Westeremden als voor onze ogen weer eens een spectaculaire wisseltentoonstelling wordt ingericht van de mooiste collecties ‘Avondrood’ en ‘Wolkenhemel’.
“Ach , most nou toch weer ais kieken” zeiden we dan ook eergisteren, toen de ondergaande zon het landschap onderdompelde in een surrealistische sfeer die ons eerder aan een tropische savanne deed denken dan aan een Groninger akkerlandschap.

“Je verwacht dat er elk moment een giraffe het beeld binnen komt lopen…”
En waarempel …..!

Zoals beloofd, nog een tweede deel van ons Sardinisch avontuur, waarbij vandaag aandacht voor de fauna. Dat klinkt heel wat, maar blijft beperkt tot enkele gefotografeerde vogels, reptielen en insecten die we in ons kikkerland niet of zelden zullen aantreffen.
Laten we – als uitzondering – toch maar even starten met een vogel die we hier toch ook regelmatig kunnen zien, de schitterende ( Vlaamse) Gaai, Prachtig maar o zo schuw. Op de allereerste camping waar we ons tentje hadden opgeslagen kwam deze als een handtamme mus om broodkruimels bedelen. Het was een voor mij een heel vreemde gewaarwording om zo’n typische bosvogel, met de groothoeklens tegen de achtergrond van een paradijselijk stuk Thyrreense Zee te kunnen fotograferen. Maar ja, hij vroeg er om..

Andere aandachttrekkende vogels waren de Flamingo’s, die we met name aan de west- en zuidkust in grote getale zagen foerageren in de lagunes en meren…


De Bijeneters zijn voor mij altijd fotografische lekkernijen, vanwege hun tropisch-bont kostuum, hun gezellige druu-druu-geluidjes en hun vliegcapriolen maar ik heb ze in Sardinië maar één keer jagend op insecten boven een wijndruif-veldje aangetroffen en eigenlijk ook nog een beetje te ver voor een echt goede foto maar vooruit, deze kan er wel mee door..

Ook een fijne verrassing was de reigerkolonie, die ik vlak bij een van de bezochte campings ontdekte. Ik trof daar een drietal soorten aan die zich goed lieten portretteren…
De Kleine Zilverreiger..

De Kwak – of Nachtreiger…

De Koereiger ..

Een andere, ook erg leuke reigersoort ontdekten we tijdens een wandeling al vissend op een hek. Ik kon ‘m met een beetje moeite besluipen tot ik op fotografeerbare afstand was voor een aardige plaat..
De Ralreiger…

Het is altijd leuk om in die zuidelijk gebieden op mediterrane surprises te stuiten, zoals op een joekel van een insectensoort, de Mammoetwesp die wel 4 centimeter groot kan worden. Totaal niet agressief, maar wel indrukwekkend..

Waar ik ook erg gespitst op was? De Kleine Zwartkop (Sardinian Warbler), een voor deze streken zeer typische soort die echter heel moeilijk in het camera-kader wilde blijven zitten. Je hoorde de mannetjes best wel vaak ratelen ergens diep in de dichte Maquis-struiken maar slechts héél af en toe en héél kort, kwam er eentje goed zichtbaar tevoorschijn. Na talloze mislukte pogingen is het me op een vroege ochtend uiteindelijk gelukt een zingend exemplaar te verschalken.

Ik zag relatief weinig vlindersoorten, het zal net de tijd van ’t jaar zijn geweest. Ook de Koninginnepages waren op een hand te tellen, maar deze wilde er toch nog wel even voor gaan zitten..

Waar ik wel héél blij mee was? Met de Blauwe Rotslijster ! Een soort die hoog op mijn wensenlijst stond en waarvan ik drie keer een paar glimpen te zien kreeg tijdens een bergwandeling. Deze in schitterend blauw uitgevoerde merelsoort stond me na een lange aansluip-poging toch toe om hem vast te mogen leggen voor dit blog! Hoera!

Nou ja, want kwam er in de weken nog meer voorbij..
Gekko’s, opwarmend in de zon op een muurtje …

Een stille sluiper die ik tijdens één van mijn foto-wandeltochtjes ontdekte; een Adder-ringslang..

Een zonnende Thyrreense Muurhagedis ..

Als één na laatste nog even de Europese Kanarie. Een zuidelijke soort, waarvan het mannetje af en toe even boven de tent in een boom ging zitten zingen. Ik heb nog lang gewacht of ie ook nog eens genegen was om een wat aantrekkelijker zitplaats uit te zoeken, maar nee..hier moest het zijn ! Dieren kun je niet regisseren. Nou ja zelden dan..

Een uitzondering werd namelijk gevormd door een flink grote Landschildpad, die we tijdens een bergwandeling aantroffen en die ik behoedzaam zodanig heb weten te manipuleren dat ie kort kon poseren tegen de achtergrond van de zee waarin je in de verte Corsica kon zien liggen.

Wij zijn inmiddels al weer een weekje terug van een heerlijke en lange vakantiereis die maar liefst ruim 6 weken in beslag nam, waarbij wij met ons tentje in diep zuidelijk gelegen oorden belandden. Groot voordeel van zo’n mei-juni vakantie is het nog relatief rustige seizoen en de absolute pracht van een nog frisgroen landschap met zeeën aan voorjaarsbloemen. Het kamperend verkennen van Sardinië ( van Noordoost, tegen de klok in) was ons hoofddoel, maar wij deden daarna ook Rome aan en streken uiteindelijk ook nog eens een paar dagen in Toscane neer.
Kortom een rugzak aan indrukken en prachtige herinneringen, die ik in dit blog in chronologische volgorde zal uitpakken door middel van een kleine selectie uit vastgelegd beeldmateriaal waarbij ik de foto’s hier en daar vergezeld laat gaan van een korte, toelichtende beschrijving. Ik heb er voor gekozen om het verhaal dit keer eens in tweeën te knippen en het in twee verschillende parten te presenteren. In dit eerste deel laat ik vooral de plaatjes van de fantastische landschappen en vergezichten zien waaraan we ons mochten vergapen en in het tweede blog ( dat over een paar dagen verschijnt ) toon ik dan graag iets van de bijzondere dierenwereld, waarvan we ook ooggetuige waren.

Maar we trappen af bij ons kampement in Palau in het noordoosten van Sardinië, ergens aan de Costa Smeralda, een kustgebied bekend om zijn smaragdgroene zee, witte zandstranden en prachtige baaien omringd door grillige rotsformaties.
Onderstaand het beeld waar we direct vanuit de tent van mochten genieten..

Een van die rotskolossen staat bekend als de ‘Berenrots’ (Roccia dell’ orso). Bovenop een 120 meter hoge heuvel bevindt zich dit enorme stuk, door weer en wind geboetseerd, graniet dat inderdaad de vorm van een beer heeft gekregen. Je ziet dat niet wanneer je er bovenop staat uiteraard, maar het doorkijkje tussen zijn machtige poten is dan wel weer adembenemend mooi.

Maar vanaf een andere plek kun je dan wél degelijk die beer herkennen namelijk vanaf de veerboot richting de Maddalena-archipel, een eilandengroep ten noorden hiervan. We bezochten en befietsten met een huurfiets de eilandjes La Maddalena en Caprera die bekend staan om hun ongerepte natuur en kristalheldere water.

Een tochtje naar de noordpunt van Sardinië bij Santa Teresa Gallura ( van waar je Corsica kunt zien liggen) levert ook weer onvergetelijke plaatjes op ..


De tweede, aan de NW-kust gelegen camping, bevindt zich op loopafstand van Alghero, een prachtige, eeuwenoude vestingstad. Landschappelijk wat minder indrukwekkend dan in het noorden, maar van de bizarre schoonheid van het inwendige van zo’n enorme druipsteengrot (Capo Cacia) word je als nietig mensje dan toch wel weer stil ..

En bovengronds, naast de lagune waaraan onze tent staat, is er in de avond dan ook weer een fantastische schouwspel te bewonderen..

Vanaf die plek togen wij na een dag of vier vervolgens verder westwaarts langs een slingerende kustweg met werkelijk fenomenaal mooi uitzichten..

in de richting van het schilderachtige vissersplaatsje Bosa, bekend om zijn prachtig gekleurde huizen..

Uiteindelijk vinden we onze derde kampeerplek op een kleine camping bij Arborea aan een meertje waarin flamingo’s en diverse reigersoorten rondstappen. De foto’s daarvan volgen in het tweede Sardinië-blog, maar een plaatje van een fraaie zonsop- én ondergang aldaar wil ik je niet onthouden..


In de derde vakantieweek doen we het uiterste zuidwesten aan, waar zich het prachtig schiereiland Sant‘ Antioco bevindt. Op deze plek zijn we feitelijk dichterbij Noord Afrika dan bij het Italiaanse vaste land. Omdat woorden toch maar zo weinig bijdragen in dit verhaal, laat ik de beelden maar weer spreken..



Evenals een impressie van wandelingen vanaf ons volgend verblijf op een camping in de buurt van de hoofdstad, het zuidelijk gelegen Cagliari en een en een diner-at sundown aldaar..




De tocht richting de laatste Sardinische camping voerde ons naar de oostkust, waar we ergens bij Cala Gonone nog enkele dagen de tent opsloegen op een werkelijk allerliefelijkst plekje.

De temperaturen liepen daar trouwens gaandeweg op naar waarden rond de dertig graden zodat wij blij waren met de schaduw van zowat de enige grote boom van een kleine Agrinatura-camping, waaronder ons onderkomen precies paste. Dat is dan toch weer het grote voordeel dat zo’n tent met zich brengt; je vind gemakkelijker een fijne stek, met mooi uitzicht.
Al eerder maakte ik gewag van het feit dat je hier nauwelijks nog tentkampeerders aantreft. Zelfs caravans vormen een uitzondering tussen de oeverloze rijen campers die naar onze smaak veelal groot, ruimte innemend en ontsierend wit, de vroeger zo gezellige aanblik en sfeer van een kampeerveld ontnemen.
De start van de laatste twee vakantieweken begint met de maar liefst 9 uur durende oversteek vanuit Olbia (waar we eerder ook aan land zijn gegaan) terug richting het Italiaanse vaste land, namelijk naar het havenplaatsje Civitavecchia, vanwaar uit we koers zetten naar Rome. Hier was het een fijn hotelletje in een van de buitenwijken van de wereldstad waar we drie dagen verbleven.
Over Rome ben ik hier kort. Het was er gloeiend heet en stervensdruk. We hebben naar ons idee alle ‘high-lights’ wel gehad, prachtige dingen gezien en ook een leuk vertel-avontuur beleefd waarover ik misschien ooit in een toekomstig blog nog wel eens zal uitweiden. Fotografisch laat ik het maar even bij één overzichtsplaatje met zicht op de St. Pietersbasiliek , vanuit een hoog gelegen park in avondlicht geschoten. Ik heb namelijk niet de indruk dat er verder veel valt toe te voegen aan de miljoenen foto’s die er elke dag door duizenden toeristen van honderden bekende objecten worden geschoten.

Nee, dán de heerlijke en natuurlijke schoonheid van het in midden-Italie gelegen Toscane waar we ons de laatste vakantiedagen in mochten verheugen. Wat een aangename overgang was dat. We ontdekten even boven Arezzo weer zo’n kleine, typische agricamping, waar geen ruimte was voor grote kampeerbussen maar wel een heerlijke en grote, genoeg schaduw biedende olijfboomgaard, compleet mét kabbelende beek vergezeld van voornamelijk het geluid van vogels en krekels. Kijk, dáár houden we van!

Van hieruit hebben we nog een B&B overnachting geboekt in het allermooiste deel van Toscane, namelijk in Val d’Orcia. Een betoverende – ergens onder Siena gelegen – vallei vol kronkelende wegen, omgeven door cipressen en pijnbomen. Hier ben ik er speciaal nog even voor gaan rijden om wat kenmerkende beelden vast te leggen van de spookjesachtig mooie ambiance waardoor dit gebied zo wordt gekenmerkt.
Dit zijn dan meteen ook de laatste plaatjes van dit vakantieblog, die zoals gezegd over enkele dagen nog een follow up krijgt met een tweede deel, waarin aandacht voor wat beelden van de prachtige mediterrane fauna.
Wordt dus vervolgd!






Zonovergoten begint deze feestelijke Koningsdag waarop vele honderden mensen zich vandaag richting Loppersum spoeden om er de grote en jaarlijkse vrijmarkt te bezoeken. Het Storkster fietspad mag zich dan in veel belangstelling verheugen omdat men er veelal voor kiest om met de fiets te komen want de toegangswegen naar het dorp zijn vandaag afgesloten voor gemotoriseerd verkeer.

Nou is zo’n fietstochtje met dit heerlijke weer op zich een waar genoegen, want juist nu begint de natuur zich in haar allermooiste bruidskleed aan ons te tonen. Het eerste fluitenkruid is, twee weken eerder dan vorig jaar, gaan bloeien en de door prachtig geel gespikkelde paarden- en boterbloemen versierde bermen zijn een lust voor oog en gemoed.
Maar wat dat gemoed betreft is er vandaag ook iets wat mij lichtelijk irriteert en vooral ook verbaast. Het zijn de ondoorgrondelijke wegen van de plaatselijke overheid. Het eerste voorbeeld: Enkele weken geleden besloot deze in haar wijsheid om over te gaan tot het laten planten van een serie jonge bomen in de brede berm voor ons huis. Een op zich loffelijk streven, ware het niet dat de ingehuurde hovenier meteen vrolijk was begonnen om er óók eentje pal voor ons keukenraam te plaatsen. Nu kun je langs zo’n boom in peutervorm nog prima kijken, maar over een paar jaar zou dat toch een lelijke sta-in-de-weg voor wat betreft ons uitzicht gaan vormen. Enfin, na dit allemaal vanachter de geraniums, dit een tijdje (het grijze) hoofdschuddend te hebben aangezien wist ik via tactisch overleg en een enkel fijngevoelig en overtuigend telefoontje toch te bewerkstelligen dat het ‘plaats delict’ uiteindelijk naar een plek verderop werd verwezen.

Dan is ’t toch maar weer fijn om pensionado te zijn, want kom je ’s middags rond vijven van je werk dan staat zo’n boom daar toch maar mooi pontificaal voor je raam en zie ‘m dan maar weer eens weg te krijgen.
Eergisteren heeft diezelfde gemeente de kleilaan naast het fietspad laten verharden door een grondverzetbedrijf. Ook dit is in principe een goede zaak omdat zwaar landbouwverkeer er op den duur best wel een janboel van maakt, door het veroorzaken van diepe kuilen en gaten in de zachte bodem. Maar wat schetst mijn verbazing als ik zie wat voor een soort verhardingsmateriaal er op die laan wordt gekieperd en plat gewalsd. Het is één brei van bouwpuin van de allerergste soort! Niet alleen bestaand uit steen- en betonbrokken, maar vooral ook uit ongerecycled plastic, glas en ijzerwaren…

En wij maar rond lopen met van die omgevingsvriendelijke zakjes bij de Appie, of last hebben van die tijdens het drinken of schenken in de weg zittende plastic flessendoppen die beslist niet in het milieu mogen terecht komen.. nou vráág ik je !

Nou ja, laten we vandaag niet in mineur eindigen. De zon schijnt, de vogels zingen, de kleuren groen en geel zijn volop aanwezig en laten we die maar niet gebruiken om ons spreekwoordelijk in deze tinten te ergeren. En zullen we het paars aanlopen op deze dag ook maar over laten aan de bloemenwereld?
Een klein stukje verderop de laan oplopend zie ik hoe Loppersum zich vanuit het perspectief van een prachtig bollenveld ons weer een warm en vredig welkom toe roept.

Bie d’ olle Lopster toren doar is het leven goud, woar men ook is geboren elk vuilt zich hier vertraauwd.
Joen volk van wainig woorden mor deeg en traauw rondom, woont bie dij olle toren, mien vredig Loppersom.
(Ds. P.J. van Leeuwen)
In het afgelopen weekend verbleef ik opnieuw een middag, een nacht én een ochtend in de fotohut op het schiereiland Marken, waarvan ik hier al enkele keren eerder uitgebreid verslag deed. Mijn ontboezemingen daarover vormden een mix van wedervaardigheden vol pech of aangeboren klunzigheid én – als ik het mag zeggen – toch ook wel aardig geslaagd fotomateriaal. ( Voor hen die dat nog eens willen lezen, verwijs ik graag naar mijn blogs van 29 april 2023 en 20 april 2024) )
Vooraf gezien, leek alles dit keer onder een vrij gelukkig gesternte te zullen plaats vinden omdat er een fijn zonnetje was beloofd en foto’s van collega-fotografen die de dagen daaraan voorafgaand op dezelfde plek hadden vertoefd, toonden ons de fraaiste beelden van baltsende weidevogels. Kortom het beloofde wat en ik had er zin-in-in !
En ik moet zeggen, met name de eerste dag schonk behoorlijk kansen en vooral in de avond toen heerlijk strijklicht nog een extra cachet aan de toch al geweldige ambiance gaf lukte het me om die sfeerbeelden te verzamelen die ik zo ongeveer voor ogen had. Maar ik had me bovendien nogal verheugd op de volgende, vroege ochtend omdat ik dan de vogels wat dichterbij zou kunnen krijgen waarbij de lage morgenzon precies goed zou staan om de gevederde vrienden in al hun pracht en levenslust te kunnen vastleggen. Maar toen het de dag daarop langzaam gloorde en ik al grote groepen vogels als nog vage silhouetten vlak voor me in het water zag staan poetsen en badderen, hoorde ik plotseling een paar enorm zware boem- en dreungeluiden die alles wat veren had direct luid krijsend de plaat deden poetsen. Ik had geen idee wat de oorzaak was want precies aan die kant van de hut zat geen enkele opening, maar feit was dat het lawaai aanhield en de grutto’s, tureluurs en kieviten er de hele ochtend voor kozen om een heel eind van de hut weg te blijven. Pas toen ik rond 11.00 uur weer door de boerin werd opgehaald (om de vogels niet te storen mag je geen stap buiten de deur zetten) , zag ik hoe achter mij grote draglines en hapknappers bezig waren met de uitvoering van ongetwijfeld belangrijke waterwerken. Dijkverzwaring, zo werd me even later uitgelegd. Broodnodig natuurlijk, maar wel weer precies op -voor mij althans– het verkeerde moment.
Maar…al met al was het maar een klein pech- of minpuntje in een overwegend heerlijk verlopen 24-uurs setting, die ik midden in de natuur van dat prachtige plasdrasgebied mocht doorbrengen.
De beelden heb ik dit keer vooral als filmmateriaal vastgelegd en voor deze gelegenheid gecomprimeerd tot een kleine drie minuten eerbetoon aan al die heerlijke weidevogels die het voorjaar tot zo’n bijzonder mooie periode maken.
Geniet ervan !
Allereerst een bedankje voor fijne reacties op mijn vorig blog waarin ik mijn Youtube-kanaal mocht aankondigen. En nog even een reminder voor hen die zich hierop alsnog willen abonneren om wekelijks een geloofs-bemoedingsboodschap in woord én (natuur) beeld te ontvangen. (https://www.youtube.com/@krijndijkema )
En dan nu over die lente!
Want wát een geweldig natuurgeschenk valt ons weer ten deel. Een van de allermooiste seizoens-momenten breekt aan en overlaadt ons met oog- en oorstrelend voorjaarsbeeld én -geluid!
Zullen we ons dáár maar weer eens op richten? Het is echt een goede keus wanneer spanningen, natuurrampen, aanslagen en misstanden van alle kanten om onze aandacht vragen. Ik zeg het hier wel vaker en zal het waarschijnlijk nog wel eens herhalen; kijk óók bewust en met aandacht eens naar al die ons omringende en ontluikende beloften van groei, bloei en nieuw leven.
Ze bieden hoop, perspectief en brengen het gemoed tot rust!
Ik maakte om die reden met plezier een korte videoclip van oudere en recente opnamen die ons de lente in al zijn pracht en glorie tonen.
Geniét ..van twéé minuutjes volop ‘mindfullnes’ in een ogenschijnlijk razend geworden wereld..
Ik ga iets nieuws doen! Jawel!
Deze jongen komt vanaf vandaag weer eens met iets geheel anders naar buiten en ik vind het fijn om dat ook bekend te mogen maken in dit blog waar zoveel fijne, betrokken mensen naar kijken.
Mocht dit al of niet een geruststelling zijn; er komt geen verandering in de opzet van ‘Krijnsels’ in de huidige vorm. Ik zal voorlopig hier mijn beeldverhaaltjes met plezier met jullie blijven delen.
Mijn vaste lezers weten dat ik – ook op deze plek – mijn geloof in de Schepper niet onder stoelen of banken steek. In talloze berichtjes schreef en schrijf ik graag over begrippen als verwondering en dankbaarheid en af en toe laat ik hier wel eens wat bespiegelingen los over geloof en levensvragen die me bezig houden.
Toch ligt het er nooit heel dik bovenop, omdat mijn weblog in eerste instantie bedoeld is voor een zo breed mogelijk ‘publiek’ waarbij vooral natuurbeleving centraal staat en waar zoveel mogelijk mensen van kunnen en mogen genieten.
Nee, dat nieuwe zit’m in het feit dat ik heel lang heb zitten broeden op een manier waarmee ik mensen nog meer zou kunnen bemoedigen in hun geloofsleven. In de afgelopen 45 jaar (opa vertelt) heb ik inmiddels al gauw een paar honderd keer vóór mogen gaan in samenkomsten en kerkdiensten met als gevolg dat ik over een enorme stapel van, al of niet op papier uitgewerkte overdenkingen beschik. Hoewel ik de laatste tijd op dit gebied een behoorlijk tandje lager ben gaan trappen, ervaar ik nog steeds enthousiasme en de innerlijke drive om over Gods liefde te vertellen.
Maar hoe geef ik daar vorm aan? Wat doe ik met al die aantekeningen, die op papier gestolde en nieuw opkomende gedachten? Bundelen? Een boek schrijven? Eigenlijk niet zo ‘mijn ding’ vind ik. Bovendien, wat voegt het toe aan de schier eindeloze reeksen christelijke dagboeken en publicaties.
Ik kwam er aanvankelijk dan ook niet uit. Maar..
Al zoekende ontpopte uiteindelijk een naar mijn smaak prachtig idee, dat ik inmiddels ook heb uitgewerkt ! Het was de gedachte om mijn beide passies ‘geloof’ en ‘natuurbeleving’ te combineren door middel van een eigen Youtube-kanaal met korte videoclips waarop ik – zonder zelf in beeld te komen – natuurfoto’s en – filmpjes als achtergrond gebruik om mensen via ingesproken tekst te bemoedigen in het geloof. Hierbij probeer ik een zo groot mogelijk bereik te krijgen door zowel een Nederlandse kanaal, alsook een internationale, Engelstalige versie te publiceren.
Voor de bloglezers die niets of weinig met het christelijk geloof hebben, volstaat denk ik deze mededeling maar voor hen die dit fijn vinden of gewoon nieuwsgierig zijn verwijs ik daarom graag naar dit videokanaal, te vinden onder de naam
“Voor jou, Mijn kind! “
via deze link …… https://www.youtube.com/@krijndijkema
https://www.youtube.com/@krijndijkema-t5n (Engelstalig)
Vanaf vandaag is hierop mijn introductie-video ( over het ‘hoe en en waarom’ ) te zien, naast twee voorbeelden van clips, waarmee je een goede indruk van het gebodene krijgt.
Vanaf 24 maart as. staat er dan ook, het hele jaar door, elke maandag vanaf 7.00 uur, een bemoedigende korte videoclip klaar op Youtube!
Natuurlijk zou ik het geweldig vinden als je eens komt kijken en het kunt waarderen. Nog mooier is het wanneer je je abonneert op het kanaal én/of dit deelt met hen van wie jij denkt dat ze deze geloofsbemoedigingen goed kunnen en willen gebruiken. Want uiteindelijk is dat laatste mijn grootste doel en liefste wens.
Benieuwd naar jullie reacties en hartelijke groet!
Krijn

Gisteren bracht ik weer eens een fotografie-dagje door in een boshut ergens op het Lemelerveld. Het is altijd een leuk en spannend avontuur, waar ik mijzelf af en toe zo eens op trakteer en het brengt vaak natuurverrassingen die in een bosrijke omgeving weer net even anders zijn dan op de Groninger klei. Ik hoop dan altijd op Appelvinken, Geelgorzen en Boomklevers, enfin dat soort kleurrijk gevederte maar dat zat er deze keer niet in. Het was wat regenachtig, er was totaal geen badderbehoefte en er kwamen relatief weinig verschillende of bijzondere soorten bij de hut, maar vervelen doe ik me nooit en met wat er dan toch nog zo af en toe verscheen, heb ik me ook prima vermaakt.
Ik heb er weer fijne herinneringen aan en om je even een indruk te geven van dit ‘oepke’ maakte in een korte video-impressie, zodat je ook nog wat plezier aan kunt beleven als je dat wil.
In dat geval..geniet er van !
Gisteren ben ik terug gekomen van een heerlijke winterweek in en rond het dorpje Venjan in de Zweedse provincie Dalarna. Daar ben je feitelijk in een wip, want vanaf vliegveld Eelde is “Airport Scandinavian Mountains”, op de grens van Noorwegen en Zweden, in zo’n 1 uur en 45 minuten te bereiken. Ik had daar mijn (inmiddels) jaarlijkse “winter-me-time” en mijn sneeuw-, ijs- en fotografiehonger is daar prima gestild. Mijn lichamelijke trek kwam ik in die week vooral tegemoet met 7 magnetron-maaltijden, die ik (dit ten behoeve van hen die zich zorgen maken over mijn lijfelijk welbevinden) completeerde met veel groene veldsla en vitaminerijk ooft.
Ménsen wat een fijne winters hebben ze daar nog! Maar ook daar kan het plotseling flink dooien. Terwijl het kwik in de nachten regelmatig tussen maar liefst 15 en 20 graden onder nul uitkwam, viel de sneeuw, die daarvoor op maandag nog zo decoratief kwam neerdwarrelen, bij een graadje of drie bóven het vriespunt op dinsdag alweer van de takken. Hierdoor ging het écht sprookjesachtige karakter er een beetje van af, maar de volgende dag vroor het alweer streng tot zéér streng zodat mijn voorgenomen plan om dit keer vooral veel te kunnen schaatsen heel goed uitpakte. Uiteraard was ik ook gespitst op het maken van fraaie natuuropnamen en mocht ik zelfs een sneeuwschoenwandeling meemaken.
Enfin, ik heb – om een wat compacte impressie weer te geven – er dit keer een video-compilatie van een dikke 2 minuten van gemaakt. Het geeft naar mijn mening op deze manier wel aardig de sfeer weer die ik daar mocht opsnuiven.
Veel kijkplezier!
In deze dagen zijn regen en wind weer ons bekende deel …

Maar in het afgelopen weekend snoven we hier in het noorden nog een ieniemienie-vleugje winterweer op doordat aanvriezende mist zich als ruige rijp had afgezet op alles wat de natuur aan grassen, takken en andere uitsteeksels voor handen heeft..
Ik heb daar maandag nog een moment dankbaar gebruik van gemaakt door een prettige, maar heel korte samenwerking met een pimpelmeesje, waarbij ik nét voordat het onafwendbaar smeltproces zijn slopend werk deed, dit als resultaat kreeg.
Waarvoor dank!

Omdat er vorige week al een tijdje in de weersvoorspellingen werd aangekondigd dat er in het afgelopen weekend wel eens een flink pak sneeuw in het zuidoosten zou kunnen komen te liggen, grepen we maar weer eens de kans die het vrije pensionado-bestaan met zich mee brengt. We smeedden afgelopen woensdag meteen het ijs toen het nog koud was en wisten een aantrekkelijke last-minute te regelen in een vakantiepark in Zuid Limburg.
Donderdagmiddag vertrokken we vanuit het aller hoogst gelegen noordelijke puntje (we moesten even in Delfzijl zijn ) naar het aller diepst gesitueerde, zuidelijke plekje van ons land, in Vaals om precies te zijn. En juist daar was ook ‘the place to be’ als het sneeuwpret betrof want alleen het uiterste zuiden van Limburg had die ochtend een dump van maar liefst 15 centimeter van dat heerlijke witgoud gekregen.
We wandelden we dan ook iedere dag vele kilometers lang, met open monden vol ‘oohs en aahs’ door betoverend mooie Narnia-bossen en langs de dik besneeuwde heuvels, hellingen en dalen van dat schitterende heuvelland.
Achteraf blijkt het weerbeeld daar, zelfs voor Limburgse begrippen een uitzonderlijk karakter te hebben gehad omdat vanwege een combinatie van regen, ijzel én sneeuw de bomen op de Vaalse Berg en in het Vijlener Bos heel zwaar moesten buigen voor het gewicht van de ijzige last, waardoor er uiteindelijk bij waren die (de dag ervoor) het loodje moesten leggen of zo ver doorbogen dat we er tijdens de wandelingen soms best nog veel sluip- en kruipdoor-werk van hadden.
Maar voor óns was het weekend in geen enkel opzicht een afknapper omdat, ook in de dagen daarna de sneeuw op de hoog gelegen heuvels goed bleef liggen en wij ons konden blijven vergapen aan dat bijzondere natuurverschijnsel dat in de Hollandse winters ‘anno nu’ alsmaar meer een zeldzaam fenomeen blijkt te worden.
Enfin, ik hou maar op met breedschrijverige uitingen en laat een enkele greep uit de geselecteerde beelden maar verder spreken.






Het is een geweldig voorrecht om door middel van dit blog – inmiddels al zo’n 19 jaar lang- mijn Krijnsels-overpeinsels in woord en beeld met honderden lezers te mogen delen en ik hoop dat ook weer in 2025 in vrede en gezondheid te mogen doen.
Het is vandaag een goed moment om ieder hartelijk te danken voor de talloze leuke en lieve reacties en ‘duimpjes’ die ik zo vaak op mijn ontboezemingen ontvang. Ook al reageer ik zelden of nooit direct terug, wees ervan overtuigd dat ze me goed doen en stimulerend werken!
Nog éven en we stappen weer over die onzichtbare drempel van het oude en het nieuwe jaar. We slaan het blad van 2024 om. Terugziend op alles wat ons soms zorg bracht én ons onrustig maakte. Maar zeker – of vooral – óók op datgene wat tot blijdschap en dankbaarheid stemde.
Aan de andere zijde bevindt zich het nog onbeschreven deel van wat 2025 zal gaan brengen.
Met onderstaande foto wordt – met een beetje gevoel voor symboliek – de sfeer van kwetsbaarheid, schoonheid en verwachting wel aardig geduid denk ik
Zonder dat ik er verder al teveel woorden aan besteed beperk ik me hier dan ook maar met het uitspreken van de wens voor u en mij dat we het nog zo blanke levensblad van het nieuwe jaar met veel hoopvolle berichten mogen volschrijven!

Bij veel mensen sta ik te boek als een nogal dromerige nostalgicus bij wie het woord ‘vroeger’ in de mond lijkt te zijn bestorven. Alleen al het gebruik van deze op zich wat vreemde en weinig meer gebruikte uitdrukking onderstreept dit voldoende denk ik. Toegegeven, de neiging om de beelden van de – doorgaans fijne – herinneringen aan mijn jeugd extra roze in te kleuren is mij niet vreemd.
Zo kreeg ik het, ergens in de 80-er jaren, ook eens op mijn heupen en begon met inkt, penseel en waterverf vol goede moed aan een soort zelf gefabriceerd schets- en verhalenboek vol mijmeringen en kleurplaten. Zo’n boek kwam nooit af, want – wispelturig als ik ben – had ik het na enige tijd al weer te druk met iets anders. Maar toch ben ik nog altijd blij dat ik de meeste platen goed heb bewaard. Sommige daarvan toonde ik al eens eerder in ‘Krijnsels ’en vandaag doe ik dat nog eens maar dan met de verhaaltjes en plaatjes die ik toen produceerde over de Kersttijd in mijn kinderjaren Niet gehinderd door een wat beperkte aanleg voor tekenen zette ik mijn herinneringen om in beelden en beschrijvingen van situaties en mensen zoals ze me toen voor ogen kwamen. Mijn overpeinzingen van toen zijn moeilijk leesbaar en me er van bewust zijnde dat ik destijds met name Meester van Wageningen in anatomisch opzicht nogal te kort heb gedaan, stel ik enkele producties hier toch maar schromeloos ten toon.
Fijne dagen!


Hoera! Job Levi is geboren!

Stonden we nog geen jaar geleden met gevoelens van verslagenheid en verdriet rondom het kleine gezinnetje dat zo kort na de geboorte hun kleine meisje moest missen, nu is het heerlijk om dit blogje te vullen met woorden die onze diep dankbare gedachten vertolken.
Een prachtig klein manneke waaraan de naam Job is gegeven, wiens leven werd gekenmerkt door lijden en gemis, maar dat uiteindelijk resulteerde in een grote zegen. De toevoeging van zijn tweede naam, Levi, verwijst subtiel naar die van zijn overleden zusje.
Voor zijn ‘grote’ broer Pepijn was het in dat eerste half uur, waarin hij via een beeldschermpje moeder en kind in beeld kreeg, meteen helder. “Evi” riep hij spontaan bij het zien van de baby.
In de gedachten van deze twee-jarige was het namelijk een volkomen uitgemaakte zaak dat dit kindje in mama’s armen niemand anders dan dat zusje kon zijn, van wie vergelijkbare foto’s een prominent plekje in hun huiskamer hebben. Een zeer originele gedachte, waarop kennelijk alleen kinderen patent hebben omdat grote mensen, zoals u en ik, niet in dat soort dimensies kunnen denken.
Maar dit duurde niet heel lang. Want toen hij het daadwerkelijk voor de eerste keer mocht strelen en hem de vraag werd gesteld “wie is dit Pepijn? ” , besloot hij het aanvankelijke misverstand nogal nadrukkelijk uit de wereld te helpen door zijn broertje vergezeld van een krachtige vingerwijzing bij de juiste naam te noemen..
” Dit is Job! Dag lieve Job ! ”

En toen was het zomaar wat winters, en dát in november!
Het was dit keer ons eigen ‘pervinzie’ die afgelopen donderdag de volle laag te pakken kreeg van de talloze sneeuwbuien die vanuit Noord Duitsland hier alsmaar opnieuw over kwamen drijven.

In de loop van de middag transformeerden veld en beemd langzaam via groen-bruin en grijs-grauw naar vuil-wit.
Het bleek helaas niet dat stralend-witte, dikke pak zoals we dat van de kerstkaartjes kennen en dat kwam voornamelijk doordat de temperatuur niet onder het vriespunt wilde zakken en het dus om natte sneeuw ging, die al snel de neiging kreeg om te gaan druppen en driezelen.
Maar toegegeven, grote decoratieve vlokken vielen er zéker en ik kon gelukkig van de gelegenheid gebruik maken door juist in die sfeervolle omstandigheden te proberen om fotografisch een paar tuinvogels te verschalken.
Een steevast op de voertafel terugkerende Merelvrouw, die ooit letterlijk door iets of iemand flink in de kuif is gepikt, bleek één van de eerste welwillend meewerkende figuranten..

Als dan even later de Roodborst ook nog ten tonele komt is het net of er een fel oranje lampje oplicht in de donkere wintertuin ……

En ja, hij is ook nog zo vriendelijk om – precies waar ik ‘m wil hebben – op een met sneeuw beladen tak vol bessen van de Gelderse Roos plaats te nemen.

Maar ménsen wat moet ik er snel bij zijn met die camera , want net zo vlug als het witte goud in dichte vlokken op decoratieve trosjes is neergedwarreld, zo ráp smelt, drupt en valt al dat moois ook weer op de grond!
Wanneer een Koolmees zich ook nieuwsgierig en hongerig op de tak begeeft springen de overgebleven sneeuwrestjes er direct weer van af, maar juist dat geeft dan ook wel weer extra cachet aan de foto.

Nou ja, het werd dus uiteindelijk niet dat echte winter-wonderland waar ik zo gek op ben en ‘t was ook vooral van korte duur. Deze vroege sneeuwdump zorgde dan ook voornamelijk voor een hoop smurrie en verkeersoverlast en zou door mijn Pa misprijzend zijn gekenmerkt als ‘smerige snei-proeksel’.
Dat kan beter!
“Sunt-Martinus bisschop
mit zien roege muts op,
mit zien laange stevels aan,
doar komt Sunt-Martinus aan”.
Herinneringen aan lang vervlogen jaren doemen op..
Toen we als kinderen ( de papa’s of mama’s gingen- in tegenstelling tot nu – toen echt niet mee op pad) de luwte van het dorp verlieten om in jagende novemberstormen de omliggende boerderijen te bezoeken. De verkleumde vuistjes geklemd om de lampionstok, althans wat daar voor door moest gaan. Want meestal was mijn op de kleuterschool in elkaar geplakt kunstwerk dan al jammerlijk door regen en wind verongelukt en bleek het stompje kaars daardoor onbruikbaar te zijn geraakt. Maar dat kan ook aan mijzelf hebben gelegen, want ik behoorde toen geloof ik al tot de groep wat minder begaafde doe-het-zelvers.
Nu ik er over nadenk, herinner ik me ook dat ik – bij droog weer- eens over mijn eigen kartonnen lampion ben gestruikeld, omdat ik deze wat achteloos over de grond liet slepen met exact hetzelfde kaarsdovend gevolg. Maar.. de spaarzaam bij de boeren vergaarde dubbeltjes vergoedden ruimschoots elk geleden leed.
Heerlijk was het om thuis te komen en in de warme huiskamer te worden ontdaan van jas en sjaal om daarna de zwaar gevulde schoudertas op een bord te mogen legen. Maar vóór ik dat deed rook ik even in de tas. O, die heerlijk prikkelende wee-zoete geur zal ik nooit vergeten. En dan..omkieperen maar! Een bonte zee van losse centen, stuivers, slik (snoep), mandarijnen, speculaas, taai-taai en kruimels..óveral kruimels. Uiteindelijk kwam de buit, zorgvuldig afgeschermd voor grijpgrage broertjeshanden, in één persoonlijke koekjestrom waar ik weken op kon teren.
In november 1984 maakte ik hier al aantekeningen over en schilderde eigenhandig op stukken kartonpapier dit soort plaatjes. Ik geeft toe, ze zijn hier en daar wat ongelukkig getekend maar geven wél goed de sfeer van toen weer….
Wat ik ook aardig vind om even in dit verband te tonen…
Het staat al jaren als bijzonder aandenken op een vaste plek in de woonkamer:
Een persoonlijk in 1934 door mijn oom Jakob gemaakte Sundermeerten.
Ja…hier vallen die van papier en karton gemaakte lampionnetjes toch wel even bij in het niet. Wat een voorbereiding zal dat spijkergaatjes-slaan in zo’n metalen kistje hebben gekost…
Maar dan had je d’r ook een voor het leven !
Vorige week waaiden we een midweekje uit op het prachtige Terschelling. We hadden hierbij de indruk dat de weergoden ons soms wel wat voor het lapje hielden maar ons over het algemeen goed waren gezind. Hoewel dat op zich een vrij stompzinnige uitdrukking in mijn ogen is, leek het inderdaad alsof er juist boven het eiland, op sommige dagdelen een ogenschijnlijk met precisie geplaatst hardnekkig mistgebied hing die – alle positieve weersverwachtingen ten spijt – het uitzicht soms urenlang behoorlijk wist te versluieren maar over het algemeen waren de dagen toch redelijk zonovergoten.
Enfin, ik beperk me hier verder maar even tot wat (natuur)fotografische impressies van een paar dagen fietsen en wandelen op Skylge..








Het was weer genieten en ter afsluiting mogen we nog één keertje ‘dikdakken’ in een strandtent maar dan is de koek toch echt wel op..
Nou ja, bijna dan! …

| Joelle Dijkema op Lichtval in September… | |
| Ineke E op Bessen en vogels .. | |
| Gerda op Hoki Poki .. | |
| sublimequickly3c7560… op Hoki Poki .. | |
| Ineke Emmelkamp op Vakantieblog Frankrijk, Spanje… |
| Joelle Dijkema op Lichtval in September… | |
| Ineke E op Bessen en vogels .. | |
| Gerda op Hoki Poki .. | |
| sublimequickly3c7560… op Hoki Poki .. | |
| Ineke Emmelkamp op Vakantieblog Frankrijk, Spanje… |
Reacties en opmerkingen stel ik erg op prijs!
Dat kan het gemakkelijkst via de reageer-knop onder de berichten.
Klik op 'reactie plaatsen' of - als er al gereageerd is - op de eerdere reactie
Ik vind het ook leuk wanneer je een bericht deelt via een van de 'social media' knoppen of wanneer je een 'opsteker' geeft via de 'duim'-button.
Je kunt mij ook mailen voor een vraag of opmerking.
Ga dan naar het contactformulier dat bovenaan is te vinden onder de knop 'over dit weblog'

Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.