Licht in donkere dagen …

Op een van de afgelopen dagen fietsten we door het Drentse landschap, waarbij de laagstaande winterzon ons af en toe op feeërieke beelden trakteerde, die ik wel passend vond om dit laatste blog van 2025 mee te vullen. 

In deze ‘donkere-dagen-voor-Kerstmis-sfeer’ zien we allemaal uit naar het licht. Voor de een is dat een letterlijke verwachting van het in kracht en omvang toenemende zonlicht als gevolg van de grote ommekeer; de zonnewende. Voor de ander is daar vooral ook de geestelijke betekenis van het Licht dat in de wereld is gekomen door de komst van Jezus Christus. Hoe we dat ook beleven of waar we ook in geloven, allemaal verlangen we naar de verwezenlijking van onze hoop en verlangens naar harmonie en innerlijke vrede. Laten we elkaar dat dan maar van harte toewensen!

Ik doe dat hier dan maar even op mijn manier..

Fijne dagen !

Minicursus Bosvogels Kijken ..

Veel van de vaste bloglezers zijn wel bekend met mijn voorkeursobjecten als het gaat om natuurfotografie, namelijk vogels!  Zeker; landschappen, vlinders, bloemen, paddenstoelen, dauwdruppels, zonsondergangen allemaal adembenemend mooi soms me in te verdiepen en vast te leggen, maar altijd maar weer keer raak ik fotografisch in de ban van onze gevederde vrienden.

Nu is de winterperiode ( althans wat daar voor moet doorgaan) voor wat betreft vlinders en bloemen natuurlijk ook armoedje troef en zeker wanneer het wekenlang winderig, druilerig en donker is valt er weinig tot niets  op macro- of landschapsgebied te portretteren dus blijft er ook niet zo heel veel over dat zich dankbaar leent voor een geschikt onderwerp.

Het worden maar weer vogels dus en – als gezegd- ik vind dat niks erg!

In de voorbije dagen heb ik weer een heerlijk foto-dagje in een hutje op de hei doorgebracht, waarbij ik de mezen, vinken en roodborsten even heb gelaten voor wat ze zijn ( die doe ik in eigen tuin wel weer eens) en me helemaal geconcentreerd op andere typische bosvogelsoorten die bij de drinkvijver en op het voer neerstreken.

Het leek me ook leuk om ze aan jullie te laten zien, omdat het mogelijk om soorten gaat die voor de doorsnee lezer toch ook wel weer een beetje nieuw kunnen zijn. Ik zal ze daarom met plezier even de revue laten passeren waarbij ik ze kort ga benoemen en waar nodig jullie vogelkennis wat kan opfrissen. Maar probeer vóórdat je het onderschrift leest eerst eens te zien of je de vogel herkent zonder tekst en uitleg!   Klaar voor? Daar komen ze!

Had je hem juist gedetermineerd?

Dit is het mannetje van de Keep of Oranjevink, zoals ie vroeger ook werd genoemd. Het zijn vogels van het hoge noorden die hier in de herfst in grote getale neerstrijken en soms ook wel in onze tuinen te vinden zijn, vaak scharrelend tussen de ‘gewone’ vinken in. Hun naam danken ze aan hun contactroep een nasaal klinkend  ‘kèèèp’.

Met plezier toon ik hier ook meteen mevrouw Keep, die hier op een fraaie tak is neergestreken. Zij is iets minder uitbundig gekleurd. Maar persoonlijk vind ik dit ingetogen, gemêleerde pakje  minstens zo mooi.

En deze?

Ook Kramsvogels ( had je ‘m goed?) arriveren vanuit noordelijke gebieden pas in oktober in onze contreien. Van de lijsterachtigen die wij in onze tuin aantreffen is de Kramsvogel er eentje die vrijwel alleen maar komt opdagen als sneeuw en ijs hen dwingt om de huizen van de mens op te zoeken. Hier in de bossen komen ze soms even iets drinken, maar vooral om kortdurend een bad te nemen en ik tref het dat er eentje voor mijn neus gaat zitten badderen dat het een lust is.

 

En dan daalt er een Grote Lijster neer die zijn voorbeeld overneemt. Het is goed mogelijk dat je deze voor een zanglijster hebt gehouden, want ze lijken veel op elkaar, alleen – de naam zeg genoeg –  is deze soort een flink stuk groter en heeft meer ronde vlekken op de buik.

En deze hieronder?

Herkende je de Boomklever? Bij ons op het platteland zie je ze zelden of nooit, maar zo gauw je in een parkachtige omgeving bent is de kans groot dat je ‘m ziet of hoort. Dat laatste is meestal eerder het geval. Hij heeft een ‘joelend’ onmiskenbaar roepje, maar dat moet je even als zodanig weten te onderscheiden. Krijg je ‘m goed te zien dan is het een geluk want het is een prachtig getekende vogel die in staat is om zowel horizontaal (hangend) als verticaal (klimmend) langs een stam te klimmen, waarbij het lijkt of ie aan de boom ‘gekleefd’ is.

Zie je wat dit is?

Nou ja, dan had je de Boomkruiper vast wel goed toch? Een klein, onopvallend vogeltje dat zich niet alleen qua kleur maar ook qua gedrag van zijn klevende neef onderscheidt. Let op de kromme snavel waarmee hij elke spleet in de schors onderzoekt op eetbare wriemelaars. In tegenstelling tot de Boomklever kruipt deze soort alleen maar (vaak spiraalsgewijs) omhoog. Je hoort ‘m ook vaker dan dat je ‘m ziet en dan denk je in eerste instantie aan een fiets waarvan het wiel een beetje aanloopt. Een hele hoge, langdurige piep dus!

Goed verder met de ‘cursus ornithologie van de koude grond’ ..

De Grote Bonte Specht kennen we inmiddels allemaal wel denk ik. Sinds de laatste jaren is hij steeds meer een vaste gast geworden in onze tuinen waar hij zich graag even te goed komt doen aan de pindakaaspot of de vetbollen.

Maar heel zelden verschijnt de Groene Specht in onze tuin. Ik kan de keren op één hand tellen en wat vind ik het dan leuk dat dit mannetje ( deze heeft een rode vlek onder het oog) zich uitgebreid presenteert bij de hut, zodat ik ook jullie kan laten meegenieten van z’n prachtige – bijna exotisch aandoende – verschijning. In tegenstelling tot zijn bonte neef, houdt hij niet van vet of zaad maar concentreert zich op dierlijk voedsel in bomen en in de grond. Mieren hebben zijn voorkeur. Als je ‘m eens te zien krijgt is dat dus vaak zittend op een gazon, echter de meeste mensen hebben deze vogel al best vaak gehoord, zonder dat ze wisten waar het om ging. Ben je ergens op een camping of in het bos en hoor je een lange, lachende, en hinnikende roep dan is dat maar zelden iemand die je uitlacht maar zou het best eens de Groene Specht geweest kunnen zijn.

Tot slot dan het kleinste vogeltje dat we in Europa kennen…had je ‘m weten te scoren?

Het is het Goudhaantje!  Die zie je toch ook wel eens bij ons door de tuinen zwermen in kleine groepjes, waarbij ze – voor mij althans – bijna onhoorbaar hoge piepjes uitwisselen. Ze zitten eigenlijk nooit stil en zijn moeilijk fotografeerbaar. Omdat dit kereltje even tijd nam om zijn dorst te lessen kon ik ‘m mooi toch vast leggen om ‘m goed te kunnen bekijken. Dan zie je ook meteen dat het hier niet om een Vuurgoudhaantje gaat dat een kenmerkende zwarte oogstreep heeft. Ik vergis me er wel eens in. Wil je zien hoe die er uit ziet, ga dan even naar mijn blogje van 21 oktober 2023.

Zo! Dat was een mini-cursusje Bosvogels Kijken. Ik hoop dat je er wat van opstak. Ikzelf genoot van zowel het maken van de opnames als van het schrijven van dit stukje. Tot een volgend blog!

Speldenprikje …

Gisteren trokken hier de eerste (natte) sneeuwbuien over  en laat dat precies een jaar geleden op 21 november, ook het geval zijn geweest.

Het was toen een ieniemienie-speldenprikje van een winter die weer eens weinig voorstelde qua kou-productie. Ook nu loopt dit weer op niks uit maar laten we hopen dat we dit seizoen weer eens worden getrakteerd op echte koek-en-zopie-toestanden of een sneeuwdump zoals in februari 1979. Ik besef terdege dat deze wens lang niet door iedereen wordt onderschreven, maar ik ben – zoals bekend verondersteld – nu eenmaal een rare ‘winter-freak’.

 Nou ja, het zag er in elk geval al weer een beetje gezellig uit !  

In de vroege ochtend had het zowaar licht gevroren en omdat het nog zonnig en helder was ben ik de sloot over gewipt en heb sinds lange tijd even weer een vleugje tintelende winterlucht mogen inademen en genoten van de licht berijpte aanblik van veld en beemd. Dat ik hierbij dan ook meteen enkele sfeerbeelden weet te schieten ligt voor de hand, evenals het idee om die hier dan ook maar meteen te presenteren.

Geniet er van!

Midweekje Ameland

Een midweekje uitwaaien en zandstralen op Ameland, was ook dit keer weer  een waar genoegen en dat mede onder invloed van fijne factoren zoals een redelijk open en voornamelijk droog weertype, de meewerkende natuur en de verrassende aanwezigheid van goede vrienden die – stom toevallig – een appartementje in hetzelfde onderkomen hadden geboekt.

Genoeg aanleiding voor het maken én tonen van wat kenmerkende eilandplaatjes, waarbij ik verder commentaar dit keer maar weer eens achterwege laat. Voel je echter vrij om dat vooral zélf te geven via de reactie-knop hieronder. Altijd welkom!

Birdlover …

Ergens halverwege oktober is doorgaans de periode waarin ik weer ben begonnen om  met aangeboden voer weer allerhande gevogelte naar mijn tuin te lokken. Nou ja…allerhande..

Het zijn doorgaans  de gebruikelijke tuinsoorten die ten tonele verschijnen, maar omdat ik ze altijd probeer om ze in een aantrekkelijke pose op een decoratieve plek te laten landen krijgen de foto’s dan meestal wel nét dat tikje extra bijzonders mee, waardoor ze toch een naar mijn smaak attractieve kijkplaat opleveren.

In de loop van de tijd leverde dat een lange stoet portretjes op van deze bonte acrobaten waar ik, bij het zien van hun capriolen en kleurenpracht, altijd weer opgetogen van kan raken. Juist nu kleurt ook de tuin weer vlammend roodgeel op. Omdat ik ook een ‘lover’ ben van dat fraaie lover benut ik de mogelijkheid graag om de vogels in een vrolijke omlijsting van herfsttinten te plaatsen.

Ik toon er hieronder even een viertal en zodat ook jullie, lezers, even mee genieten van deze dappere gevleugelde, ‘gewone’ rakkertjes, die hoewel we ze  als  roodborst, kool- , pimpelmees en in iets mindere mate de grote bonte specht, allemaal wel tegenkomen toch te vaak té onopgemerkt en onbewonderd blijven…  

Bye, bye…Koeievlaai !

Af en toe schreef ik hier al eerder over mijn wederwaardigheden tijdens de oppasuren die we met onze kleinkinderen mogen doorbrengen. U kunt de verhaaltjes teruglezen onder de rubriek ‘Opa Krijn’ in de rechter zijlijn van dit blog.

Ook nu zou ik graag een paar ‘high-lights’ willen delen, hoewel ik me er van bewust ben dat het toch best wel een lang verhaal is geworden. Nou ja,  scroll anders maar even gauw door de foto’s , ook goed!

Iedere vrijdag is het vaste prik, wanneer we drie – en soms zelfs vier – van deze heerlijke donderstenen een dag over de vloer hebben. Het gaat om een rondkruipertje Job van nog géén één , twee peuters Julia en Pepijn van drie en als onregelmatige toegift de zevenjarige Luka.

Tegenover de geringe ongemakken van toetende oren, vet bevingerde ramen en een explosie aan rondgezaaide brood-  en koekkruimels, staan de talloze kostelijke momenten die zij ons bezorgen en die we voor geen goud zouden willen missen. Het is het soort entertainment waarbij de acteurs niet hun best doen maar vooral – naturel-  zichzélf zijn in een huiselijk decor waarin door ons van te voren wat kostbare ‘relikwieën’ en breekbare attributen om veiligheidsredenen naar een hoger plan zijn getild.

Om u een beetje ‘n beeld te geven van wat er zich op zo’n oppasdag afspeelt aan vaste handelingen en rituelen en éven zoveel onvoorspelbare situaties – licht ik, in chronologische volgorde, een tipje van de luier op.

Reeds vóór hun binnentreden wordt vanuit een speciale, daarvoor bestemde opslagruimte door mijn vrouw een compleet ingericht poppenhuis, een theatertje, ’n postkantoortje, een winkel in levensmiddelen en een fel gekleurde keukeninrichting in de kamer gesleept. Naast een bonte verzameling brandweerkazernes, hobbelpaarden en parkeergarages komen ook de wagentjes met zorgvuldig toegedekte poppenkinderen tevoorschijn alsmede enkele half of in het geheel niet aangeklede poppen die er dan ook nogal kleumerig uitzien en er de hele ochtend wat slordig bij liggen. Het is maar helemaal de vraag óf en wát er uit al dat aangezeulde materiaal zal worden benut, want niets is zo veranderlijk als de speelwens van een kind! 

De in de kast gereed staande kisten waarin onder meer playmobiel, lego, blokkendozen, knex en knikkerbanen liggen opgetast, komen ook regelmatig tevoorschijn. Dit echter voor separaat gebruik en alleen op nadrukkelijk verzoek, want hun chaotisch op de vloer uitgespreide inhoud draagt bepaald niet bij aan het toch al wat onoverzichtelijk karakter van zo’n dag.

Het begrip ‘binnentreden’ dat ik hierboven hanteer, verdient enige nuance omdat eerder van een ongecontroleerd  ‘binnenstormen’ kan worden gesproken, waarbij er niet of zelden wordt gegroet. Sociale antennes hebben ze bepaald nog niet. Jólig zijn ze dan al wel en vertonen meteen dat typisch soort kindergedrag, waarbij ze zich eerst maar eens wat stuur- en besluiteloos in de bank laten vallen en een rondje door de kamer trekken terwijl er links en rechts en volkomen zinloos in een toevallig daar aanwezig knopje, beeldje of stoelleuning wordt geknepen waardoor ze doen denken aan oude mensjes die op de markt eerst even komen voelen of het fruit wel rijp is.

Een uitzondering op zo’n onstuimige start vormt de allerkleinste, die doorgaans als een tevreden prinsje in zijn Maxi-Cosi wordt binnen gedragen. Bij het eerste oogcontact en ons wervend “dááág, lieve kerel! “ en in weerwil van mijn stompzinnig “ben jij daar dan, ja? kóediekóediekóedie?”, breekt dat prachtige koppie toch open en zendt hij ons gedurende enkele seconden zijn prachtige lach. Direct daarop slaat hij de ogen abrupt neer en verzinkt weer in dat louter intern gerichte en diepe gedachtengoed van een nog-geen-éénjarige.

Maar niet voor heel lang want na óf voor de fles, mag ie los op die vloer waarop hij nog maar een paar weken geleden slechts ruggelings op een zacht kleedje naar boven lag te staren of houterig in wat boven hem hangende tingeltangeltjes kneep . Nu echter, is zelfs de sluiptijgerfase voorbij en kruipt hij overal moeiteloos en uiterst nieuwsgierig naar toe. Leuk voor hém, lastig voor ons want ó wat staan of liggen er een hoop spulletjes waar ie toch echt van af moet blijven. Maar het is juist zo lekker bijten in zo’n glazen kaarsenstander of zo heerlijk sabbelen aan al die uitnodigende stekkers en smakelijke oplaadkabeltjes. De ongetwijfeld in hem sluimerende, zeer muzikale aanleg uit zich in het telkens weer willen bespelen van mijn in een hoek staande gitaar, die de neiging heeft om bij de aanraking van zijn tappende handjes met veel geraas boven op hem te vallen. Ook weet hij in de wirwar van contactdozen onder mijn bureau moeiteloos het rode knopje te vinden waarmee in één keer  – en vaak tijdens het typen van dit soort lange epistels – alle stroom plotsklaps wordt onderbroken.

Wanneer ik hem als een door de wol geverfde  ME-er, geweldloos maar consequent, wegsleep uit die vreedzame, maar ongepaste sit-in-situaties laat ie dat doorgaans zonder enige vorm van protest toe. Eenmaal opgepakt hangt hij dan even als een vadsige poes met vier uitgestrekte pootjes, berustend op mijn armen. Je hóórt ‘m denken “ es kijken waar die man me nou weer eens gaat neerzetten “.  Meestal is dat in een hoekje waar hij éven volkomen tevreden blijkt te zijn met de nieuw verkozen positie tussen zacht, rond, verantwoord en knaagbaar speelgoed.  Na enkele heen-en- weer- schud-bewegingen en besabbelingen ter plaatse, tijgert hij al snel weer kwijlend van prettige voornemens terug naar de zojuist verboden zones. We slepen wat af met elkaar, maar al gauw wacht voor hem zijn ledikantje, waarin hij voor een paar uurtjes naar dromenland verhuist.

Voor de twee anderen is dan daar het koffiedrink-moment. Iets waar reikhalzend naar wordt uitgezien, waarbij zij uiteraard aan koek en verantwoorde ranja worden gezet. Dat laatste klinkt eenvoudig maar blijkt de laatste tijd ernstig gecompliceerd te worden, doordat we één zo’n trip-trapstoel hebben waar ze allebei evenveel aanspraak op maken omdat ze vinden dat ze de twee obligate IKEA-kinderstoeltjes al lang zijn ontgroeid. De oudste ziet in het feit dat zij al drie-en half is     (dat laatste op hoge toon uitgesproken, met de sterke nadruk op  ‘hááálf’ ),  en de ander nog maar drie,  voldoende argument om ons van de rechtmatigheid van haar vordering te overtuigen. Het leidt soms tot een huilerige woordentwist met van die verontwaardigde uithalen waarbij ze ons met veel misbaar en mimiek op hun vermeend gelijk proberen te wijzen. Een Salomon-oordeel onzerzijds blijkt uiteindelijk niet eens nodig  omdat de oplossing van het probleem rond de zetelverdeling door beide partijen zelf wordt aangedragen. Een vorm van spontane consensus waar veel volwassenen een voorbeeld aan zouden kunnen nemen en die hieronder in beeld is gebracht.

Na de middaghap daalt er een relatieve, maar korte rust neer, voornamelijk bewerkstelligd door de vertoning van een of ander kinderfilmpje waar de DVD-speler even voor aan mag. Met grote ogen en open monden worden de verrichtingen van Kikker en Muis en hun vriendjes gadegeslagen, waarbij opa vanzelfsprekend ook even de gelegenheid te baat neemt om zijn welverdiend uiltje te knappen.

De eerlijkheid gebied me te zeggen dat dit ‘welverdiend’ eigenlijk meer toekomt aan Oma Janneke. Want als ik weer in het ‘land der wakkeren’ terugkeer blijkt zij onderhand ernstig ziek en volledig in het verband op de als operatietafel dienende bank te liggen, waarop zij op dat moment door twee  volledig uitgemonsterde kabouter-artsen,  wordt bediend van injecties en krachtige bekloppingen en daarna diverse uitwendige, medische onderzoeken ondergaat.

Het duurt vanzelfsprekend maar éven of ook opa ligt – vol pleisters en verbonden – onder het mes op een soort provisorisch ingerichte EHBO- afdeling, waarbij er bij hem bloeddrukmetingen op kniehoogte en longonderzoeken rond de navel worden uitgevoerd. Ook krijg ik – onder lichte dwang – een overdaad aan denkbeeldige drankjes en gekleurde pillen van allerhande formaat en onbekende herkomst te slikken, waarvan ik die laatste overigens handig achter mijn rug weet weg te werken. Wanneer één van de doctoren op den duur met vaste hand wil overgaan tot het met kracht indrijven van een plastic scalpel in mijn gehoorgang, worden de grenzen van het toelaatbare overschreden. Ik herrijs dan – een plotselinge genezing veinzend – zonder medische instemming uit mijn ingezwachtelde positie. Ze vinden het wel in orde geloof ik, want het enthousiasme voor zo’n dokters-rol taant net zo snel als dat het op komt zetten. Binnen een minuut schakelen ze over op een andere fantasierijke bezigheid of ze gaan gewoon eens even lekker weer een potje dwaas rollebollen of een tijdje op hun hoofd staan. Bovengenoemde praktijk is slechts een greep uit het scala aan bijeen gefantaseerde beroeps-situaties waarin ook wij een – vaak lijdzame – rol mogen spelen. Zo schitter ik onder meer regelmatig als winkelklant, treinreiziger of restaurantbezoeker,  word ik soms zorgvuldig gepedicuurd en onderga geduldig talloze schoonheidsbehandelingen die tot mijn spijt tot maar weinig resultaat hebben geleid.  

Na theetijd is het de beurt aan de wekelijkse gang naar de markt en de supermarkt.

Baarden wij met ons rollend materieel aan buggy’s en kinderwagen vol blonde kinderhoofdjes aanvankelijk nog enig opzien in de buurt, inmiddels maakt onze kleine colonne op dat tijdstip al deel uit van het vaste Lopster straatbeeld. Op de markt wachten ze geduldig op het plakje van de kaasboer en knabbelen rustig op wat nootjes uit de nieuw aangeschafte nootvoorraad, maar in de supermarkt daarentegen wordt al snel weer om de mini-boodschappenkarretjes gevochten waarmee ze als bedreven klanten tussen de stellingen laveren tot ze mee mogen helpen bliepen bij de zelfscan-kassa.

Over de heen- én terugweg doen wij ongeveer vier keer zo lang als de gemiddelde voetganger omdat ze een gelijke verzameldrift tentoonspreiden op het gebied van plukrijpe madeliefjes, halve dennenappels, mooi gevormde steentjes, schelpen, takken en andere rondzwervende natuurproducten die dan uiteraard ook allemaal méé moeten. Met moeite laten ze zich ervan weerhouden om ook inktzwammen, platgereden veldmuizen en nauwelijks uitgedroogde pruimen aan de bagage toe te voegen. Van een goedhartige buurtbewoner kregen wij permissie om wekelijks per persoon één Lavendelbloem uit zijn rijkelijk gevulde tuinborder te mogen trekken, waaraan wij allen dan een poosje eendrachtig als ware parfumeurs staan te ruiken. Ze geuren heerlijk en we uiten dat dan ook met stemverheffing  en opgeheven neuzen. Opschieten doet het niet, maar het rustige tempo stemt wel tot nadenken. Wij stelden vast dat wij als ouders vroeger alleen in de vakantie ons dit type slakkengang konden veroorloven, omdat er doorgaans altijd wel een vorm van tijdsdruk bestond  om ergens niet te laat te komen of om nog nét tijdig iets te kunnen doen.

Nee, dán dit heerlijke pensionado-bestaan, waarbij het niet aankomt op een kwartiertje meer of minder en we alle tijd hebben om ons mét die kleinen te kunnen verbazen over al dat moois dat zo maar langs de weg gratis voor het grijpen ligt.

Uiteindelijk tóch thuis gekomen, nadert dan het tijdstip waarop ze door hun ouders weer worden opgehaald. Soms wacht hen een enthousiaste begroeting waarbij de bonte voorraad aan knutselwerkjes, tekeningen en verzameld straatvuil trots aan papa of mama ter hand worden gesteld maar éven vaak komt de terugreis hélemaal niet uit omdat ze dan nét weer met rode hoofden in een of ander spel zijn verwikkeld en wordt er heftig geprotesteerd tegen het voorgenomen retourtransport. Er is geen peil op te trekken.

Maar onverbiddelijk komt het moment waarop de jassen en schoenen weer aan moeten, de tassen worden ingepakt, de auto’s  volgeladen en het uitzwaaimoment is aangebroken. 

‘Dááág, opa en oma’ !  ‘Dááág, schatten’!  Knuffel!  Bye, bye Koeievlaai!

Als ik weer binnenstap drijft soms zomaar een psalmenflard in me naar boven “ De stilte zingt u toe o Here, in uw verheven oord”, want binnenshuis blijkt een zalige deken van ongekende rust te zijn neergedaald. Dat ‘verheven’ aspect verdient dan wel weer enige tempering vanwege de aanblik van de met hagelslag en broodkorsten bestrooide keukenvloer en de nog compleet op zijn kop staande woonkamer. Daar moet dus nog wél even het een en ander aan gebeuren. 

’Hai hai, ‘t zwait stait joe veur de kop’ na zo’n dag, maar over een paar jaren zien we vast met weemoed op deze kostelijke ogenblikken terug.

Jazeker heb ik méér kleinkinderen in diverse stadia van groei en ontwikkeling. Over het in aanvang genoemde zevenjarige manneke schreef ik eerder al enkele blogjes. Dan is er nog ’n twaalf jarige heerlijke pre-puber, een zestienjarige krantenbezorger met baard in de keel en een negentienjarige die zelfs zo heel af en toe even met de auto en vriendin langs komt.  Ze zijn me allen evenveel lief, maar het hoeft geen betoog dat met name dat korte Jip- en Janneke- tijdperk een van de aller charmantste perioden is en een van de aandoenlijkste leeftijdsfases omvat.

Daarom schrijf ik er soms ook zo graag (en lang) over én krijgen we er voorlopig ook nog geen genoeg van. 

Op naar volgende week vrijdag!

Septemberlicht …

Met de R kwam ook weer het septemberlicht in de maand.

Wat is dat toch met dat septemberlicht? Dat nét weer een andere glans kent, meer diffuus, gefilterd, met langere schaduwen boven de leeg geoogste stoppelvelden. De  nu alweer bessenrood gekleurde meidoornstruiken, de enorme wolkenpartijen, bezwangerd met regen waarnaar velen zo uitzagen, maar waar we ook zo snel weer genoeg van hebben. De lichtbanen, die wolkenwagens, die goudgekleurde akkers. De tegen de eindeloze horizon  afstekende silhouetten van kerktorens en molens van al die bij ons zo bekende prachtige dorpjes…

De meteorologische herfst heeft inmiddels haar intrede gedaan en we kregen deze week al weer met de eerste, vroege najaarsstorm te maken maar gisteren en vanochtend is van deze herfstachtige trekken niet veel meer te merken. Tenminste wanneer je louter op de temperaturen afgaat, want die doen nog vrij zomers aan.

Maar september geeft altijd al genoeg signalen af dat de bakens binnenkort toch echt weer verzet gaan worden. Het vocht in de lucht, de enorme toename van spinnenwebben, de eerste zwerm hoog overtrekkende trekvogels. Nou ja, dat soort onmiskenbare tekenen van een op kousenvoeten aansluipend najaar.

Het heeft iets melancholieks; dat septemberlicht en het verleidde mij vorige week tijdens een reflectiemomentje op een daartoe strekkende mijmerplek, tot een ontboezeming in dichtvorm. Ik hoop dat je ’t tijdens het lezen een beetje herkent. Nou ja, voor de iets minder fijn besnaarde ziel, zeggen de foto’s misschien ook wel genoeg.

Septemberlicht

Hoe komt het dat ’t typische licht van september

zich zo van dat in april onderscheidt?

Maar ook weer verschilt als in maart of november

 het hemelse licht het land over glijdt?

Kan de zon in september, zich anders gedragen?

Is het verbeelding en bedriegt mij de schijn

vergelijkend haar gloed op de hoogzomerdagen

die ’t net even anders dan in juli doet zijn?

Haar stralen die zó konden branden, verzengen

worden gefilterd, diffuus en verzacht

ze bundelen zich, verstrooien en mengen

de kleuren in tinten in nazomerpracht

Langzaam verschoven de diepgroene bladeren

naar oplichtend brons aan een donkere lucht

waartegen zich vogels in zwermen vergaderen

 boven de stoppels, gereed voor hun vlucht

‘t Heeft iets melancholisch, van ‘do you remember’

van iets dat nóg meedoet, maar toch is geweest

Zo brengt mij ‘t betoverende licht van september

voor het hart iets van weemoed, voor de ógen een feest.

Spetter-spieter-spater …

In de afgelopen week bracht ik weer eens een dagje door in een boshut ergens op de Sallandse heide. Het is iets waar ik mijzelf zo af en toe op trakteer. ‘T is een ‘oepke’ waar ik me vooraf altijd erg op kan verkneukelen, hoewel het soms ook wat kan tegen vallen.

Je weet nooit wat er voor de lens komt en het gebeurt ook dat er voornamelijk wat meesjes verschijnen, waarvoor ik net zo goed in eigen tuin had kunnen gaan zitten maar meestal komen er wel fijne bos-soorten voorbij, die je niet of zelden bij ons ziet.

Zo ook op deze dag, waarbij ik werd geholpen door het feit dat de vijver dit keer erg in trek was voor drink- en baddersessies.

Gedachtig het bekende liedje van Alfred Jodocus Kwak;

“Spetter spieter spater lekker in het water, Ga maar vast naar huis. hij komt een druppel later.”

.. laat ik hier maar weer enkele van die spetterende opnamen zien. Er zit altijd veel dynamiek in zo’n plaat en de vogels zien er ook meestal wat piekharig en proesterig uit, wat ikzelf erg leuk vind!

Vlaamse Gaai

Zanglijster

Zwartkop

Eén van mijn wensen werd vervuld door een Groene Specht, die ook op deze plek als een vrij zeldzame gast wordt waargenomen..

Een andere, best bijzondere soort is de Appelvink.

Een vogel die flink fors is uitgevallen, vergeleken met een gewone vink. Hij draagt een enorme, loodkleurige snavel die in staat is kersenpitten te kraken of ’t niks is. De Duitsers hebben ‘m dan ook de passende naam ‘Kernbeisser’ gegeven.

Meestal blijven de concurrerende vogels dan ook eerbiedig op een afstandje wanneer hij in bad is gegaan..

Tot slot maak ik ook nog een paar opnamen wanneer de gevederde vrienden na de wasbeurt, in het zonnetje nog een beetje gaan zitten napoetsen om daarna, geföhnd door de wind, hun mind op te maken..

“ Zó, dat was even lekker ! ”  

‘Wie sjoeën ós Limburg is’ …

Omdat het weer zienderogen opknapte na de te natte julimaand,  hebben we er om die reden nog maar even een flink aantal kampeerdagen aan vastgeknoopt , waarbij we met de tent een fijne periode in Midden Limburg doorbrachten op een natuurcamping in de buurt van Weert.

Een van de aandachttrekkers daar was de (Amerikaanse) Rode Rivierkreeft die we regelmatig op en rond de camping aantroffen. Ze zijn afkomstig uit de Verenigde Staten en Mexico en hierheen gehaald om te worden gehouden in aquaria en vijvers. Een aantal is vervolgens ontsnapt en inmiddels vormt hun nageslacht een plaag en een bedreiging voor onze inheemse fauna.

Hier was voornamelijk het fietsen onze hoofdactiviteit, waarbij we hebben genoten van het prachtige landschap aldaar met name dan aan de zuidkant, door  het Kempenbroek waar we afwisselend door Nederland en België fietsten.

We ontdekten er een dode reegeit langs de kant van de weg, pas aangereden en nog warm zelfs.

Na mijn plichtsgetrouwe melding bij de daartoe strekkende instantie, kreeg ik keurig een telefoontje terug van de boswachter die vertelde dat het dier weer het bos was ingetrokken! Ik was er best even stil van, omdat ik het beestje toch echt morsdood had aangetroffen.

Maar direct daarop maakte hij me duidelijk dat ‘ze’ de ree weer in het bos hadden getrokken om als aas te dienen voor ander struinend, hongerig wild. Achteraf had ik er zelf, in geslachte en gebraden staat,  ook wel van willen smullen maar de omstandigheden waren er niet bepaald naar om het corpus anderhalf week achter de tent te bewaren voor consumptiedoeleinden.

Nee, dan zie ik die prachtige, sierlijke dieren veel en veel liever levend en wel in het veld!

Ik had ze op een avond vlak bij de camping ontdekt op een veldje, langs een strook bos en de avond daarop heb ik daar anderhalf uur muisstil onder een camouflagenetje op ze zitten wachten.

Gelukkig kwamen een bok en een geit uiteindelijk uit de dekking en kon ik deze prachtige wezens van redelijk dichtbij bewonderen en fotograferen.

Toen het al begon te schemeren probeerde ik behoedzaam iets dichterbij te kruipen , maar daarmee overspeelde ik mijn hand want ik werd ontdekt!  Op de foto hieronder is goed te zien dat de bok  wantrouwend en uiterst alert in de richting van dat vreemd bewegend stukje groenige materie kijkt en een paar tellen later zweven ze met grote sprongen het bos in, mij tevreden achterlatend met de digitale indrukken.

We flaneerden een dagje in Maastricht …

en deden nog een fietsroute langs de Maas door dorpjes waar ik nooit of zelden van had gehoord, maar die stuk voor stuk de moeite van het bezoeken waard zijn. Ik noem maar even Grathem, Heel, Linne, Herten en natuurlijk het wel bekendere Thorn, met zijn witte huisjes en Stevensweerd een prachtig vestingstadje.

Dankbaar dat ook wij weer eens hebben mogen zien ‘wie sjoeën ós Limburg is,’  zijn we inmiddels weer in het Loppersumse, waar de temperaturen –  zoals zo vaak -toch een paar graadjes lager liggen dan in het zuidelijk deel van het land.

Zo! En nu mogen de kampeerspullen dan toch echt weer naar zolder !

En waarempel …

“ Kijk eens, wat weer een prachtig schilderij vandaag”…

Dat zeggen wij regelmatig tegen elkaar, wanneer we ’s avonds door het raam kijken naar de horizon boven Stedum en Westeremden als voor onze ogen weer eens een spectaculaire wisseltentoonstelling wordt ingericht van de mooiste collecties ‘Avondrood’ en ‘Wolkenhemel’.

“Ach , most nou toch weer ais kieken” zeiden we dan ook eergisteren, toen de ondergaande zon het landschap onderdompelde in een surrealistische sfeer die ons eerder aan een tropische savanne deed denken dan aan een Groninger akkerlandschap.

“Je verwacht dat er elk moment een giraffe het beeld binnen komt lopen…”

En waarempel …..! 

Sardinië ( deel 2 , de beestjes)

Zoals beloofd, nog een tweede deel van ons Sardinisch avontuur, waarbij vandaag aandacht voor de fauna. Dat klinkt heel wat, maar blijft beperkt tot enkele gefotografeerde vogels, reptielen en insecten die we in ons kikkerland niet of zelden zullen aantreffen.

Laten we – als uitzondering – toch maar even starten met een vogel die we hier toch ook regelmatig kunnen zien, de schitterende ( Vlaamse) Gaai, Prachtig maar o zo schuw. Op de allereerste camping waar we ons tentje hadden opgeslagen kwam deze als een handtamme mus om broodkruimels bedelen. Het was een voor mij een heel vreemde gewaarwording om zo’n typische bosvogel, met de groothoeklens tegen de achtergrond van een paradijselijk stuk Thyrreense Zee te kunnen fotograferen. Maar ja, hij vroeg er om..  

Andere aandachttrekkende vogels waren de Flamingo’s, die we met name aan de west- en zuidkust in grote getale zagen foerageren in de lagunes en meren…

De Bijeneters zijn voor mij altijd fotografische lekkernijen, vanwege hun tropisch-bont kostuum, hun gezellige druu-druu-geluidjes en hun vliegcapriolen maar ik heb ze in Sardinië maar één keer jagend op insecten boven een wijndruif-veldje aangetroffen en eigenlijk ook nog een beetje te ver voor een echt goede foto maar vooruit, deze kan er wel mee door..

Ook een fijne verrassing was de reigerkolonie, die ik vlak bij een van de bezochte campings ontdekte. Ik trof daar een drietal soorten aan die zich goed lieten portretteren…

De Kleine Zilverreiger..

De Kwak – of Nachtreiger…

De Koereiger ..

Een andere, ook erg leuke reigersoort ontdekten we tijdens een wandeling al vissend op een hek. Ik kon ‘m met een beetje moeite besluipen tot ik op fotografeerbare afstand was voor een aardige plaat..

De Ralreiger…

Het is altijd leuk om in die zuidelijk gebieden op mediterrane surprises te stuiten, zoals op een joekel van een insectensoort, de Mammoetwesp die wel 4 centimeter groot kan worden. Totaal niet agressief, maar wel indrukwekkend..

Waar ik ook erg gespitst op was? De Kleine Zwartkop (Sardinian Warbler), een voor deze streken zeer typische soort die echter heel moeilijk in het camera-kader wilde blijven zitten. Je hoorde de mannetjes best wel vaak ratelen ergens diep in de dichte Maquis-struiken maar slechts héél af en toe en héél kort, kwam er eentje goed zichtbaar tevoorschijn. Na talloze mislukte pogingen is het me op een vroege ochtend uiteindelijk gelukt een zingend exemplaar te verschalken.   

Ik zag relatief weinig vlindersoorten, het zal net de tijd van ’t jaar zijn geweest. Ook de Koninginnepages waren op een hand te tellen, maar deze wilde er toch nog wel even voor gaan zitten..

Waar ik wel héél blij mee was? Met de Blauwe Rotslijster ! Een soort die hoog op mijn wensenlijst stond en waarvan ik drie keer een paar glimpen te zien kreeg tijdens een bergwandeling. Deze in schitterend blauw uitgevoerde merelsoort stond me na een lange aansluip-poging toch toe om hem  vast te mogen leggen voor dit blog! Hoera!

Nou ja, want kwam er in de weken nog meer voorbij..

Gekko’s, opwarmend  in de zon op een muurtje …

Een stille sluiper die ik tijdens één van mijn foto-wandeltochtjes ontdekte; een Adder-ringslang..

Een zonnende Thyrreense Muurhagedis ..

Als één na laatste nog even de Europese Kanarie. Een zuidelijke soort, waarvan het mannetje af en toe even boven de tent in een boom ging zitten zingen. Ik heb nog lang gewacht of ie ook nog eens genegen was om een wat aantrekkelijker zitplaats uit te zoeken, maar nee..hier moest het zijn !  Dieren kun je niet regisseren. Nou ja zelden dan..

Een uitzondering werd namelijk gevormd door een flink grote Landschildpad, die we tijdens een bergwandeling aantroffen en die ik behoedzaam zodanig heb weten te manipuleren dat ie kort kon poseren tegen de achtergrond van de zee waarin je in de verte Corsica kon zien liggen.

Sardinië, Rome en Toscane (deel 1, Het Landschap )

Wij zijn inmiddels al weer een weekje terug van een heerlijke en lange vakantiereis die maar liefst ruim 6 weken in beslag nam, waarbij wij met ons tentje in diep zuidelijk gelegen oorden belandden. Groot voordeel van zo’n mei-juni vakantie is het nog relatief rustige seizoen en de absolute pracht van een nog frisgroen  landschap met zeeën aan voorjaarsbloemen. Het kamperend verkennen van Sardinië ( van Noordoost,  tegen de klok in)  was ons hoofddoel, maar wij deden daarna ook Rome aan en streken uiteindelijk ook nog eens een paar dagen in Toscane neer. 

Kortom een rugzak aan indrukken en prachtige herinneringen, die ik in dit blog in chronologische volgorde zal uitpakken door middel van een kleine selectie uit vastgelegd beeldmateriaal waarbij ik de foto’s hier en daar vergezeld laat gaan van een korte, toelichtende beschrijving. Ik heb er voor gekozen om het verhaal dit keer eens in tweeën te knippen en het in twee verschillende parten te presenteren. In dit eerste deel laat ik vooral de plaatjes van de fantastische landschappen en vergezichten zien waaraan we ons mochten vergapen en in het tweede blog ( dat over een paar dagen verschijnt ) toon ik dan graag iets van de bijzondere dierenwereld, waarvan we ook ooggetuige waren.  

Maar we trappen af bij ons kampement in Palau in het noordoosten van Sardinië, ergens aan de Costa Smeralda, een kustgebied bekend om zijn smaragdgroene zee, witte zandstranden en prachtige baaien omringd door grillige rotsformaties.

Onderstaand het beeld waar we direct vanuit de tent van mochten genieten..

Een van die rotskolossen staat bekend als de ‘Berenrots’ (Roccia dell’ orso). Bovenop een 120 meter hoge heuvel bevindt zich dit enorme stuk, door weer en wind geboetseerd, graniet dat inderdaad de vorm van een beer heeft gekregen. Je ziet dat niet wanneer je er bovenop staat uiteraard, maar het doorkijkje tussen zijn machtige poten is dan wel weer adembenemend mooi.

Maar vanaf een andere plek kun je dan wél degelijk die beer herkennen namelijk vanaf de veerboot richting de Maddalena-archipel, een eilandengroep ten noorden hiervan. We bezochten en befietsten met een huurfiets de eilandjes La Maddalena en Caprera  die bekend staan om hun ongerepte natuur en kristalheldere water.

Een tochtje naar de noordpunt van Sardinië bij Santa Teresa Gallura ( van waar je Corsica kunt zien liggen) levert ook weer onvergetelijke plaatjes op ..  

De tweede, aan de NW-kust gelegen camping, bevindt zich op loopafstand van Alghero, een prachtige, eeuwenoude vestingstad. Landschappelijk wat minder indrukwekkend dan in het noorden, maar van de bizarre schoonheid van het inwendige van zo’n enorme druipsteengrot  (Capo Cacia) word je als nietig mensje dan toch wel weer stil ..

En bovengronds, naast de lagune waaraan onze tent staat,  is er in de avond dan ook weer een fantastische schouwspel te bewonderen..

Vanaf die plek togen wij na een dag of vier vervolgens verder westwaarts langs een slingerende kustweg met werkelijk fenomenaal mooi uitzichten..

in de richting van het schilderachtige vissersplaatsje Bosa, bekend om zijn prachtig gekleurde huizen..

Uiteindelijk vinden we onze derde kampeerplek op een kleine camping bij Arborea aan een meertje waarin flamingo’s en diverse reigersoorten rondstappen. De foto’s daarvan volgen in het tweede Sardinië-blog, maar een plaatje van een fraaie zonsop- én ondergang aldaar wil ik je niet onthouden..

In de derde vakantieweek doen we het uiterste zuidwesten aan, waar zich het prachtig schiereiland  Sant‘ Antioco bevindt. Op deze plek zijn we feitelijk dichterbij Noord Afrika dan bij het Italiaanse vaste land. Omdat woorden toch maar zo weinig bijdragen in dit verhaal, laat ik de beelden maar weer spreken..

Evenals een impressie van wandelingen vanaf ons volgend verblijf op een camping in de buurt van de hoofdstad, het zuidelijk gelegen Cagliari en een en een diner-at sundown aldaar..

De tocht richting de laatste Sardinische camping voerde ons naar de oostkust, waar we ergens bij Cala Gonone nog enkele dagen de tent opsloegen op een werkelijk allerliefelijkst plekje.

De temperaturen liepen daar trouwens gaandeweg op naar waarden rond de dertig graden zodat wij blij waren met de schaduw van zowat de enige grote boom van een kleine Agrinatura-camping, waaronder ons onderkomen precies paste. Dat is dan toch weer het grote voordeel dat zo’n tent met zich brengt; je vind gemakkelijker een fijne stek, met mooi uitzicht.

Al eerder maakte ik gewag van het feit dat je hier nauwelijks nog tentkampeerders aantreft. Zelfs caravans vormen een uitzondering tussen de oeverloze rijen campers die naar onze smaak veelal groot, ruimte innemend en ontsierend wit, de vroeger zo gezellige aanblik en sfeer van een kampeerveld ontnemen.

De start van de laatste twee vakantieweken begint met de maar liefst 9 uur durende oversteek vanuit Olbia (waar we eerder ook aan land zijn gegaan) terug richting het Italiaanse vaste land, namelijk naar het havenplaatsje Civitavecchia, vanwaar uit we koers zetten naar Rome.  Hier was het een fijn hotelletje in een van de buitenwijken van de wereldstad waar we drie dagen verbleven.

Over Rome ben ik hier kort. Het was er gloeiend heet en stervensdruk. We hebben naar ons idee alle ‘high-lights’ wel gehad, prachtige dingen gezien en ook een leuk vertel-avontuur beleefd waarover ik misschien ooit in een toekomstig blog nog wel eens zal uitweiden. Fotografisch laat ik het maar even bij één overzichtsplaatje met zicht op de St. Pietersbasiliek , vanuit een hoog gelegen park in avondlicht geschoten. Ik heb namelijk niet de indruk dat er verder veel valt toe te voegen aan de miljoenen foto’s die er elke dag door duizenden toeristen van honderden bekende objecten worden geschoten.

Nee, dán de heerlijke en natuurlijke schoonheid van het in midden-Italie gelegen Toscane waar we ons de laatste vakantiedagen in mochten verheugen. Wat een aangename overgang was dat. We ontdekten even boven Arezzo  weer zo’n kleine, typische agricamping, waar geen ruimte was voor grote kampeerbussen maar wel een heerlijke en grote, genoeg schaduw biedende olijfboomgaard, compleet mét kabbelende beek vergezeld van voornamelijk het geluid van vogels en krekels. Kijk, dáár houden we van!

Van hieruit hebben we nog een B&B overnachting geboekt in het allermooiste deel van Toscane, namelijk in Val d’Orcia. Een betoverende – ergens onder Siena gelegen – vallei vol kronkelende wegen, omgeven door cipressen en pijnbomen. Hier ben ik er speciaal nog even voor gaan rijden om wat kenmerkende beelden vast te leggen van de spookjesachtig mooie ambiance waardoor dit gebied zo wordt gekenmerkt.

Dit zijn dan meteen ook de laatste plaatjes van dit vakantieblog, die zoals gezegd over enkele dagen nog een follow up krijgt met een tweede deel, waarin aandacht voor wat beelden van de prachtige mediterrane fauna.

Wordt dus vervolgd!

Groen en geel …

Zonovergoten begint deze feestelijke Koningsdag waarop vele honderden mensen zich vandaag richting Loppersum spoeden om er de grote en jaarlijkse vrijmarkt te bezoeken. Het Storkster fietspad mag zich dan in veel belangstelling verheugen omdat men er veelal voor kiest om met de fiets te komen want de toegangswegen naar het dorp zijn vandaag afgesloten voor gemotoriseerd verkeer.

Nou is zo’n fietstochtje met dit heerlijke weer op zich een waar genoegen, want juist nu begint de natuur zich in haar allermooiste bruidskleed aan ons te tonen. Het eerste fluitenkruid is, twee weken eerder dan vorig jaar, gaan bloeien en de door prachtig geel gespikkelde paarden- en boterbloemen versierde bermen zijn een lust voor oog en gemoed.

Maar wat dat gemoed betreft is er vandaag ook iets wat mij lichtelijk irriteert en vooral ook verbaast. Het zijn de ondoorgrondelijke wegen van de plaatselijke overheid. Het eerste voorbeeld: Enkele weken geleden besloot deze in haar wijsheid om over te gaan tot het laten planten van een serie jonge bomen in de brede berm voor ons huis. Een op zich loffelijk streven, ware het niet dat de ingehuurde hovenier meteen vrolijk was begonnen om er óók eentje pal voor ons keukenraam te plaatsen. Nu kun je langs  zo’n boom in peutervorm nog prima kijken, maar over een paar jaar zou dat toch een lelijke sta-in-de-weg voor wat betreft ons uitzicht gaan vormen. Enfin, na dit allemaal vanachter de geraniums, dit  een tijdje (het grijze) hoofdschuddend te hebben aangezien wist ik via tactisch overleg en een enkel fijngevoelig en overtuigend telefoontje toch te bewerkstelligen dat het ‘plaats delict’ uiteindelijk naar een plek verderop werd verwezen.

Dan is ’t toch maar weer fijn om pensionado te zijn, want kom je ’s middags rond vijven van je werk dan staat zo’n boom daar toch maar mooi pontificaal voor je raam en zie ‘m dan maar weer eens weg te krijgen.

Eergisteren heeft diezelfde gemeente de kleilaan naast het fietspad laten verharden door een grondverzetbedrijf. Ook dit is in principe een goede zaak omdat zwaar landbouwverkeer er op den duur best wel een janboel van maakt, door het veroorzaken van diepe kuilen en gaten in de zachte bodem. Maar wat schetst mijn verbazing als ik zie wat voor een soort verhardingsmateriaal er op die laan wordt gekieperd en plat gewalsd. Het is één  brei van bouwpuin van de allerergste soort! Niet alleen bestaand uit steen- en betonbrokken, maar vooral ook uit ongerecycled plastic, glas en  ijzerwaren…

En wij maar rond lopen met van die omgevingsvriendelijke zakjes bij de Appie, of last hebben van die tijdens het drinken of schenken in de weg zittende plastic flessendoppen die beslist niet in het milieu mogen terecht komen.. nou vráág ik je !   

Nou ja, laten we vandaag niet in mineur eindigen. De zon schijnt, de vogels zingen, de kleuren groen en geel zijn volop aanwezig en laten we die maar niet gebruiken om ons spreekwoordelijk in deze tinten te ergeren. En zullen we het paars aanlopen op deze dag ook maar over laten aan de bloemenwereld?

Een klein stukje verderop de laan oplopend zie ik hoe Loppersum zich vanuit het perspectief van een prachtig bollenveld ons weer een warm en vredig welkom toe roept.

Bie d’ olle Lopster toren doar is het leven goud, woar men ook is geboren elk vuilt zich hier vertraauwd.

Joen volk van wainig woorden mor deeg en traauw rondom, woont bie dij olle toren, mien vredig Loppersom.

(Ds. P.J. van Leeuwen)

Opnieuw naar Marken ..

In het afgelopen weekend verbleef ik opnieuw een middag, een nacht én een ochtend in de fotohut op het  schiereiland Marken, waarvan ik hier al enkele keren eerder uitgebreid verslag deed. Mijn ontboezemingen daarover vormden een mix van wedervaardigheden  vol pech of aangeboren klunzigheid  én – als ik het mag zeggen – toch ook wel aardig geslaagd fotomateriaal. ( Voor hen die dat nog eens willen lezen,  verwijs ik graag naar mijn blogs van 29 april 2023 en 20 april 2024) )

Vooraf gezien, leek alles dit keer onder een vrij gelukkig gesternte te zullen plaats vinden omdat er een fijn zonnetje was beloofd en foto’s van collega-fotografen die de dagen daaraan voorafgaand op dezelfde plek hadden vertoefd, toonden ons de fraaiste beelden van baltsende weidevogels. Kortom het beloofde wat en ik had er zin-in-in !

En ik moet zeggen, met name de eerste dag schonk behoorlijk kansen en vooral in de avond toen heerlijk strijklicht nog een extra cachet aan de toch al geweldige ambiance gaf lukte het me om die sfeerbeelden te verzamelen die ik zo ongeveer voor ogen had. Maar ik had me bovendien nogal verheugd op de volgende, vroege ochtend omdat ik dan de vogels wat dichterbij zou kunnen krijgen waarbij de lage morgenzon precies goed zou staan om de gevederde vrienden in al hun pracht en levenslust te kunnen vastleggen. Maar toen het de dag daarop langzaam gloorde en ik al grote groepen vogels als nog vage silhouetten vlak voor me in het water zag staan poetsen en badderen, hoorde ik plotseling een paar enorm zware boem- en dreungeluiden die alles wat veren had direct luid krijsend de plaat deden poetsen.  Ik had geen idee wat de oorzaak was want precies aan die kant van de hut zat geen enkele opening, maar feit was dat het lawaai aanhield en de grutto’s, tureluurs en kieviten er de hele ochtend voor kozen om een heel eind van de hut weg te blijven. Pas toen ik rond 11.00 uur weer door de boerin werd opgehaald (om de vogels niet te storen mag je geen stap buiten de deur zetten) , zag ik hoe achter mij grote draglines en hapknappers bezig waren met de uitvoering van ongetwijfeld belangrijke waterwerken. Dijkverzwaring, zo werd me even later uitgelegd. Broodnodig natuurlijk, maar wel weer precies op -voor mij althans–  het verkeerde moment.

Maar…al met al was het maar een klein pech- of minpuntje in een overwegend heerlijk verlopen 24-uurs setting, die ik midden in de natuur van dat prachtige plasdrasgebied mocht doorbrengen.

De beelden heb ik dit keer vooral als filmmateriaal vastgelegd  en voor deze gelegenheid gecomprimeerd tot een kleine drie minuten eerbetoon aan al die heerlijke weidevogels die  het voorjaar  tot zo’n bijzonder mooie periode maken.

Geniet ervan !  

Hoera, ’t is weer Veurjoar ! …

Allereerst een bedankje voor fijne reacties op mijn vorig blog waarin ik mijn Youtube-kanaal mocht aankondigen. En nog even een reminder voor hen die zich hierop alsnog willen abonneren om wekelijks een geloofs-bemoedingsboodschap in woord én (natuur) beeld te ontvangen.   (https://www.youtube.com/@krijndijkema )

En dan nu over die lente!

Want wát een geweldig natuurgeschenk valt ons weer ten deel. Een van de allermooiste seizoens-momenten breekt aan en overlaadt ons met oog- en oorstrelend voorjaarsbeeld én -geluid!

Zullen we ons dáár maar weer eens op richten? Het is echt een goede keus wanneer spanningen, natuurrampen, aanslagen en misstanden van alle kanten om onze aandacht vragen. Ik zeg het hier wel vaker en zal het waarschijnlijk nog wel eens herhalen; kijk óók bewust en met aandacht eens naar al die ons omringende en ontluikende beloften van groei, bloei en nieuw leven.

Ze bieden hoop, perspectief en brengen het gemoed tot rust!

Ik maakte om die reden met plezier een korte videoclip van oudere en recente opnamen die ons de lente in al zijn pracht en glorie tonen.

Geniét ..van twéé minuutjes volop ‘mindfullnes’  in een ogenschijnlijk razend  geworden wereld..

Iets totaal anders …!

Ik ga iets nieuws doen! Jawel!

Deze jongen komt vanaf vandaag weer eens met iets geheel anders naar buiten en ik vind het fijn om dat ook bekend te mogen maken in dit blog waar zoveel fijne, betrokken mensen naar kijken.

Mocht dit al of niet een geruststelling zijn; er komt geen verandering in de opzet van ‘Krijnsels’ in de huidige vorm. Ik zal voorlopig hier mijn beeldverhaaltjes met plezier met jullie blijven delen.

Mijn vaste lezers weten dat ik – ook op deze plek – mijn geloof in de Schepper niet onder stoelen of banken steek. In talloze berichtjes schreef en schrijf ik graag over begrippen als verwondering en dankbaarheid en af en toe laat ik hier wel eens wat bespiegelingen los over geloof en levensvragen die me bezig houden.

Toch ligt het er nooit heel dik bovenop, omdat mijn weblog in eerste instantie bedoeld is voor een zo breed mogelijk ‘publiek’ waarbij vooral natuurbeleving centraal staat en waar zoveel mogelijk mensen van kunnen en mogen genieten.

Nee, dat nieuwe zit’m in het feit dat ik heel lang heb zitten broeden op een manier waarmee ik mensen nog meer zou kunnen bemoedigen in hun geloofsleven. In de afgelopen 45 jaar (opa vertelt) heb ik  inmiddels al gauw een paar honderd keer vóór mogen gaan in samenkomsten en kerkdiensten met als gevolg dat ik over een enorme stapel van, al of niet op papier uitgewerkte overdenkingen beschik. Hoewel ik de laatste tijd op dit gebied een behoorlijk tandje lager ben gaan trappen, ervaar ik nog steeds enthousiasme en de innerlijke drive om over Gods liefde te vertellen.

Maar hoe geef ik daar vorm aan? Wat doe ik met al die aantekeningen, die op papier gestolde en nieuw opkomende gedachten? Bundelen? Een boek schrijven?  Eigenlijk niet zo ‘mijn ding’ vind ik. Bovendien, wat voegt het toe aan de schier eindeloze reeksen christelijke dagboeken en publicaties. 

Ik kwam er aanvankelijk dan ook niet uit. Maar..

Al zoekende ontpopte uiteindelijk een naar mijn smaak prachtig idee, dat ik inmiddels ook heb uitgewerkt !  Het was de gedachte om mijn beide passies  ‘geloof’ en ‘natuurbeleving’ te combineren door middel van een eigen Youtube-kanaal met korte videoclips waarop ik – zonder zelf in beeld te komen –  natuurfoto’s en – filmpjes als achtergrond gebruik om mensen via ingesproken tekst te bemoedigen in het geloof. Hierbij probeer ik een zo groot mogelijk bereik te krijgen door zowel een Nederlandse kanaal, alsook een internationale, Engelstalige versie te publiceren.  

Voor de bloglezers die niets of weinig met het christelijk geloof hebben, volstaat denk ik deze mededeling maar voor hen die dit fijn vinden of gewoon nieuwsgierig zijn verwijs ik daarom graag naar dit videokanaal, te vinden onder de naam 

“Voor jou, Mijn kind! “

via deze link ……  https://www.youtube.com/@krijndijkema

                               https://www.youtube.com/@krijndijkema-t5n   (Engelstalig)

Vanaf vandaag is hierop mijn introductie-video ( over het ‘hoe en en waarom’ ) te zien, naast twee voorbeelden van clips, waarmee je een goede indruk van het gebodene krijgt.

Vanaf 24 maart as. staat er dan ook, het hele jaar door,  elke maandag vanaf 7.00 uur, een bemoedigende korte videoclip klaar op Youtube! 

Natuurlijk zou ik het geweldig vinden als je eens komt kijken en het kunt waarderen. Nog mooier is het wanneer je je abonneert op het kanaal én/of dit deelt met hen van wie jij denkt dat ze deze  geloofsbemoedigingen goed kunnen en willen gebruiken. Want uiteindelijk is dat laatste mijn grootste doel en liefste wens.

Benieuwd naar jullie reacties en hartelijke groet!     

             Krijn

Hutje op het Lemelerveld ..

Gisteren bracht ik weer eens een fotografie-dagje door in een boshut ergens op het Lemelerveld. Het is altijd een leuk en spannend avontuur, waar ik mijzelf af en toe zo eens op trakteer en het brengt vaak natuurverrassingen die in een bosrijke omgeving weer net even anders zijn dan op de Groninger klei. Ik hoop dan altijd op Appelvinken, Geelgorzen en Boomklevers, enfin dat soort kleurrijk gevederte maar dat zat er deze keer niet in. Het was wat regenachtig, er was totaal geen badderbehoefte en er kwamen relatief weinig verschillende of bijzondere soorten bij de hut, maar vervelen doe ik me nooit en met wat er dan toch nog zo af en toe verscheen, heb ik me ook prima vermaakt.

Ik heb er weer fijne herinneringen aan en om je even een indruk te geven van dit ‘oepke’ maakte in een korte video-impressie, zodat je ook nog wat plezier aan kunt beleven als je dat wil.

In dat geval..geniet er van !

Winterweek in Venjan, Sverige ! …

Gisteren ben ik terug gekomen van een heerlijke winterweek in en rond het  dorpje Venjan in de Zweedse provincie Dalarna. Daar ben je feitelijk in een wip, want vanaf vliegveld Eelde is “Airport Scandinavian Mountains”, op de grens van Noorwegen en Zweden,  in zo’n  1 uur en 45 minuten te bereiken. Ik had daar mijn (inmiddels) jaarlijkse “winter-me-time” en mijn sneeuw-,  ijs-  en fotografiehonger is daar prima gestild. Mijn lichamelijke trek kwam ik in die week vooral tegemoet met 7 magnetron-maaltijden, die ik  (dit ten behoeve van hen die zich zorgen maken over mijn lijfelijk welbevinden) completeerde met veel groene veldsla en vitaminerijk ooft.

Ménsen wat een fijne winters hebben ze daar nog!  Maar ook daar kan het plotseling flink dooien. Terwijl het kwik in de nachten regelmatig tussen maar liefst 15 en 20 graden onder nul uitkwam, viel de sneeuw, die daarvoor op maandag nog zo decoratief kwam neerdwarrelen, bij een graadje of drie bóven het vriespunt op dinsdag alweer van de takken. Hierdoor ging het écht sprookjesachtige karakter er een beetje van af, maar de volgende dag vroor het alweer streng tot zéér streng zodat mijn voorgenomen plan om dit keer vooral veel te kunnen schaatsen heel goed uitpakte. Uiteraard was ik ook gespitst op het maken van fraaie natuuropnamen en mocht ik zelfs een sneeuwschoenwandeling meemaken.

Enfin, ik heb – om een wat compacte impressie weer te geven –  er dit keer een video-compilatie van een dikke 2 minuten van gemaakt. Het geeft naar mijn mening op deze manier wel aardig de sfeer weer die ik daar mocht opsnuiven.

Veel kijkplezier!

Ruige rijp ..

In deze dagen zijn regen en wind weer ons bekende deel …

Maar in het afgelopen weekend snoven we hier in het noorden nog een ieniemienie-vleugje winterweer op doordat aanvriezende mist zich als ruige rijp had afgezet op alles wat de natuur aan grassen, takken en andere uitsteeksels voor handen heeft..

Ik heb daar maandag nog een moment dankbaar gebruik van gemaakt door een prettige, maar heel korte samenwerking met een pimpelmeesje, waarbij ik nét voordat het onafwendbaar smeltproces zijn slopend werk deed, dit als resultaat kreeg.

Waarvoor dank!

Bult snei in Vaals …

Omdat er vorige week al een tijdje in de weersvoorspellingen werd aangekondigd dat er in het afgelopen weekend wel eens een flink pak sneeuw in het zuidoosten zou kunnen komen te liggen, grepen we maar weer eens de kans die het vrije pensionado-bestaan met zich mee brengt.  We smeedden afgelopen woensdag meteen het ijs toen het nog koud was en wisten een aantrekkelijke last-minute te regelen in een vakantiepark in Zuid Limburg.    

Donderdagmiddag vertrokken we vanuit het aller hoogst gelegen noordelijke puntje (we moesten even in Delfzijl zijn ) naar het aller diepst gesitueerde, zuidelijke plekje van ons land, in Vaals om precies te zijn. En juist daar was ook ‘the place to be’ als het sneeuwpret betrof want alleen het uiterste zuiden van Limburg had die ochtend een dump van maar liefst 15 centimeter van dat heerlijke witgoud gekregen.

We wandelden we dan ook iedere dag vele kilometers lang, met open monden vol ‘oohs en aahs’  door betoverend mooie Narnia-bossen en langs de dik besneeuwde heuvels, hellingen en dalen van dat schitterende heuvelland.

Achteraf blijkt het weerbeeld daar, zelfs voor Limburgse begrippen een uitzonderlijk karakter te hebben gehad omdat vanwege een combinatie van regen, ijzel én sneeuw de bomen op de Vaalse Berg en in het Vijlener Bos heel zwaar moesten buigen voor het gewicht van de ijzige last, waardoor er uiteindelijk bij waren die (de dag ervoor) het loodje moesten leggen of zo ver doorbogen dat we er tijdens de wandelingen soms best nog veel sluip- en kruipdoor-werk van hadden.

Maar voor óns was het weekend in geen enkel opzicht een afknapper omdat, ook in de dagen daarna de sneeuw op de hoog gelegen heuvels goed bleef liggen en wij ons konden blijven vergapen aan dat bijzondere natuurverschijnsel dat in de Hollandse winters ‘anno nu’ alsmaar meer een zeldzaam fenomeen blijkt te worden.

Enfin, ik hou maar op met breedschrijverige uitingen en laat een enkele greep uit de geselecteerde beelden maar verder spreken.