Ravage na Pasen ..

Laat me op deze plaats maar eens een ontboezeming doen van een mijner talrijke jeugdzonden.

De herinnering daaraan dringt zich juist in deze dagen aan me op omdat de gebeurtenis vlak na 2e Paasdag plaats vond. Bij het daaraan terugdenken proef ik nog de misselijk makende metalige smaak van schrik, schaamte en schuld. Het zat zo. Ik zal een jongetje in de leeftijd van een jaar of acht, half negen zijn geweest. Een beetje dromerig en klunzig soms, levend in de veilige beslotenheid van een dorps- aannemersgezin waarin ik me af en toe in mijn eigen wereldje terugtrok om me over te geven aan de peilloze fantasie en mijmering van een jaren-zestig-kinderleven, waarvan de teint der herinnering bij het terugblikken zo nostalgisch-roze kan aan doen. Omdat wij in die tijd, het vandaag de dag zo vanzelfsprekende beeldschermvermaak van TV en I-pad volledig moesten ontberen, speelden de avonturen zich voornamelijk af in onze vierkant gekapte kinderhoofdjes. Een van die fantasierijke en vervolgens angstigste momenten beleefde ik in een melkmachine-kar. Omdat die voertuigen tegenwoordig niet meer tot de standaarduitrusting van een veehouder behoren, laat ik hieronder even een plaatje zien van hoe zo’n gevaarte er uit zag.

Je zag ze in die tijd in praktisch in elk weiland staan. Het was er eentje van boer Jan Ploeg. Dat was een van onze trouwere klanten die kennelijk de gewoonte had om ’s avonds laat of ’s nachts nog dóór te klussen want hij rammelde vaak tegen beddegaans-tijd aan onze achterdeur om nog een pak 24/12-spijkers of een bos panlatten te kunnen bemachtigen. Reden voor mijn ouders om hem ‘Jan-bij –Nacht’ te noemen, hetgeen wij als kinderen moeiteloos overnamen, zodat wij soms de fout maakten  mannen met schimpnamen in ’t voorbijgaan vriendelijk met de bijnaam te begroeten, hetgeen soms een totaal onverwachte oorvijg opleverde.  Goed, deze boer Ploeg had kennelijk fiducie in de timmermansvaardigheden van mijn vader, want de kar was een dikke week ter onderhoud of reparatie aan hem toevertrouwd , waarvoor de wagen in het rulle grind op ons erf vóór het huis stond geparkeerd. Ik vond het een prachtig huisje op wielen om in te spelen en daarbij te fantaseren dat ik met vaste hand een enorme koets bestuurde waarbij ik met behulp van een denkbeeldig span briesende paarden machtige veldtochten maakte. Nog de zaterdag vóór Pasen was ik er weer ingekropen, waarbij ik mezelf onder het mennen voorzag van een flink aantal walnoten die, zo ontdekte ik, heel handig te kraken waren met een groot soort hendel die zich in het midden van de machine bevond. Zo bracht ik daar in dat groene gevaarte al kruimelend, smikkelend en spelend de tijd genoeglijk door, totdat aan het eind van de middag de kar door mijn vader werd verplaatst naar het terrein van onze buurman smid Wolthuis. Kennelijk moest er nog iets aan worden gelast of gesmeed waarvoor het voertuig ook nog enkele dagen op het erf van de smederij kwam te staan. Dat deerde mij in het geheel niet, aangezien ik het betreden en benutten van de kar inmiddels als een soort gewoonterecht was gaan beschouwen. De dinsdag na Pasen was ik er weer helemaal klaar voor en met een stuk of vijf nog overgebleven walnoten op zak nam ik, nu op buurman’s terrein, weer bezit van de ‘groene koets’ en mende de paarden als voorheen mijn wijde kinderwereld in. Hierdoor hongerig geworden, taste ik naar een walnoot en beproefde deze weer te kraken met behulp van die hendel die het de vorige week op dit punt zo goed deed.

Achteraf gezien is het allemaal zo eenvoudig verklaarbaar. Die notenkraak-hendel was in werkelijkheid een grote handrem waarbij het neerlaten er van, op het met grint belegde erf van mijn vader niet het geringste effect had. Hoe anders was dat nu op het smidsterrein, dat geplaveid was met gladde klinkers en bovendien een sterk hellend karakter had. U raadt het al.

Nóg voel ik hoe de wagen rammelend en langzaam achteruitrijdend in beweging komt. De opborrelde paniek, het zinloze om me heen grijpen én ik hoor nóg het enorme gerinkel en geraas van de sneuvelende benzinepomp waartegen de melkkar uiteindelijk tot stilstand kwam. Als een haas schoot ik uit de wagen, repte me als de weerlicht naar binnen in huis en greep het eerste de beste kleurboek waarmee ik vervolgens als de vermoorde onschuld voor de kachel ging liggen om de indruk te wekken dat ik daar al tijden bezig was om die fijne kleurplaat nu eens af te maken. Het duurde maar even en daar stond mijn broer Henk al opgewonden in de kamer; “ d’r het ain mit kar tegen smid zien benzinepomp aanzeten!” Wat moest ik doen? Een beetje ongeïnteresseerd door gaan met kleuren? Net doen alsof zo’n mededeling mij niet sterk beroerde? Dat kon natuurlijk niet. Quasi belangstellend, liep ik dan ook maar achter hem aan om de plek des onheils ook te aanschouwen. Tsjonge, de aanblik wás spectaculair. Met geveinsde interesse begaf ik mij tussen het inmiddels toegestroomde groepje belangstellenden om de ravage te overzien. Het glazen bovengedeelte van de scheef gezakte Esso-pomp was in duizend stukken uiteengespat en als stille getuige stond de groene melkkar scheef tegen de pomp aan gezakt. Of ik ook iets van “óh of áh” heb mee-geroepen weet ik niet meer. Wél dat ik weer snel naar binnen ben geglipt om me met een rood hoofd opnieuw in mijn kleurwerkstuk te verdiepen.

Ongeveer een uur heeft het geduurd, vóórdat mijn wandaad aan het licht kwam. Verraad! Een telefoontje van de aan de overkant wonende dominee. Kennelijk had hij – een van zijn taaie preken overpeinzend – nét uit het raam staan kijken, toen hij mij als een kleine rat uit de stofwolken te voorschijn zag komen om daarna vliegensvlug in huis te glippen.

Daar liep ik dus even later, met een gebogen hoofd vol gestolde tranen en op schoenen vol lood, aan pa’s hand op weg naar de smid. Ik wist precies wat er gezegd moest worden en de toon waarop.

“ ‘k Zel’t nait weer doun Wolthoes, ’t spiet mie Wolthoes”.

Achteraf bleek ’t allemaal nogal mee te vallen. De schade, die in mijn kinderlijke veronderstelling van een omvang was dat het ons gezin ongetwijfeld naar de financiële afgrond zou drijven, bleek toch te overzien en door de verzekering gedekt. Bij ons thuis werd er nadien vooral nogal lacherig over het voorval gedaan, waarbij  mijn al vroeg ontwikkeld vermogen tot het aanrichten van kleine catastrofes en het spelen van bijpassend toneel veelvuldig ter sprake kwam.

Zie je ’t ?….

Laatst overviel me tijdens het zorgvuldig ensceneren van een aantal macro-opnames de gedachte dat natuurfotografie soms verdacht veel lijkt op een vorm van struisvogelpolitiek.  Een rare associatie? Toch niet, wanneer je bedenkt dat ik eigenlijk alleen maar dat ene mooie aspect van die bloem wil fotograferen en zorgvuldig alles wat mij niet bevalt buiten beeld selecteer. Ik haal een storend grasje weg,  verwijder een lelijk stukje mos en positioneer de lens net zolang totdat die opvallend  lelijke bermpaal helemaal uit het zicht is.

Gewoon omdat ik die dingen simpelweg niet mooi vind of ze passen naar mijn smaak niet in de compositie. Maar ze zijn er zeker en maken wel degelijk de realiteit uit van het moment.

De beeldhoek,  de keuze van de lens en de uitsnede van de foto worden door mij als  fotograaf bepaald en de kijker ziet alleen dát wat ik wil laten zien.  De specifieke lichtval, de ragfijne details, de dauwdruppels, de tere voorjaarstint…

Kortom,  alleen dát wat ons tot verwondering brengt, wat een lust is voor het oog en een ‘oh- of ah’ gevoel oproept wordt uitgelicht en gepresenteerd, terwijl het totale plaatje er – door een groothoeklens gezien  – heel anders, een stuk realistischer – of zelfs lelijker-  uit kan zien.

En dan heb ik het nog niet eens over de eindeloze photoshop-mogelijkheden  die ik – hoewel beperkt – toch ook wel graag gebruik om een foto soms wat op te fleuren, of een vlekje digitaal weg te poetsen.

Niet eerlijk? Is dat een vorm van je kop in het zand steken of de boel optisch belazeren en je kijkers op het verkeerde been zetten? Door selectief weg te kijken of  uit te vergroten, net hoe ’t  me uitkomt? Gelukkig verdient ook die gedachte een belangrijke nuancering.

We hebben als mens een prachtige mogelijkheid gekregen om door middel van onze hersenen met onze ogen als het ware in te zoomen op al die ontzagwekkend mooie vormen, kleuren en details die in de schepping zijn vastgelegd, maar dat lukt alleen wanneer we stil staan en de tijd nemen om ze in ons op te nemen.

Even bukken, voelen, ruiken..genieten of bewonderen. Dat is eigenlijk niets anders dan je een moment concentreren op al dat moois.  Zitten die vervelende braamdoornen er dan niet? Zijn de irritante jeuk veroorzakende brandnetels verdwenen? Ruik je naast de meidoorngeur, de uitlaatgassen van die brommende mestverspeider niet? Tuurlijk wel!  Ook dat is allemaal de werkelijkheid, maar we richten ons er dan gewoon even niet op. Je waardeert dát wat je uitkoos om je op te focussen!

Zo is het ook een beetje met de zo sterk aanwezige werkelijkheid van oorlogsellende en hartverscheurend mensenverdriet rondom ons.  Je kunt én wilt er niet om heen.  

We mogen ook niet wegkijken…

Maar er zijn momenten dat de mensenziel het simpelweg nodig heeft om het hart op te halen aan de  mooie, kleine aspecten, die zo gewoon lijken, onbeduidend soms. Dingen waar je door alle drukte en zorg soms geen acht meer op slaat of aan voorbij holt maar die o zo belangrijk zijn om je op te focussen.

Dan mag je even selecteren én uitvergroten! Dan is het tijd om in te zoomen …

Op het kleine vuistje van je (klein-)kind dat vertrouwend in de jouwe wordt gelegd. Op dat paar liefdevolle ogen van hen die van je houden. Op die prachtig dooraderde, gevouwen handen van jouw  88 jarige moeder. Op de aanblik van die eerste kabouterschoentjes van je kleine meisje of die aandoenlijke  lilliput-laarzen waarmee je peutermanneke juichend door een plas dendert.  Op die zachte streling door je haar. Op die bijzondere gelaatstrek, die speciale glimlach die alleen zij (of hij) maar kan geven. Op de smaak van een aardbei, het zachte dons in een eendennest, de geur van jasmijn, de eerste tonen die de prelude vormen op de Mathëus Passion..,  het schijnsel van de vroege zonnestralen op een juichende Paasmorgen!

Op de tintelende gewaarwording dat je een mens bent, gemaakt om wat mooi is uit te kunnen lichten. Om in elke dag iets te vinden om je dankbaar over te verwonderen.

In staat om steeds opnieuw de talloze, soms zo ‘gewone’  vormen van schoonheid te blijven ontwaren tussen die altijd ook aanwezige contouren van de staketsels van zorg en verdriet om het onvolmaakte.

Kijk je mee? Inzoomend,  focussend  en … óók af en toe een beetje door de oogharen heen?

 Zie je ‘t?  Mooi hè?

Veurjoar !

Laat ik nou steeds gedacht hebben dat op 21 maart de lente was begonnen en dan blijkt dat een misverstand mijnerzijds te zijn. Zonder mij er even van op de hoogte te hebben gesteld blijkt dit feit zich afgelopen zondagmiddag om even over half vijf al sluipenderwijs te hebben voltrokken.

 Het heeft allemaal te maken met het feit dat  de aarde er ietsjes langer dan 365 dagen over doet om één keer rond de zon te draaien gecombineerd met springende schrikkeljaren, uit de pas lopende gregoriaanse kalenders,  lente-equinoxen,  maanstanden, Sint Juttemis en pijnlijke eksterogen geloof ik.

Hoe dan ook, het is ook meteen ráák wat het bijbehorende weertype betreft, want de zon is volop gaan schijnen en lijkt op voorhand niet van plan er gauw weer de brui aan te geven waardoor het aangenaam zacht is geworden en de natuur op allerlei fronten ontwaakt..

Krokussen en scilla’s  hebben zich zover uiteen weten te vouwen dat ze met hun meelbestoven stampers onweerstaanbaar zijn geworden voor het nectarminnend volkje …

De eerste Paardenbloemen wurmen zich – dauwbepareld- met hun felgele zonnebollen te voorschijn, of het de gewoonste zaak van de wereld  is terwijl als het er op aankomt om een ondoorgrondelijk wonder van timing, finesse en efficiency gaat..

En als je – afhankelijk van het tijdstip waarop je dit leest –  mórgen, straks, vanmiddag of vanavond  éven oplet, stilstaat en luistert…  hoor je vast óók dat heerlijk uitgeknipte lied van de Winterkoning..

‘T is Veurjoar !     

Zing..vlieg…

Bovenstaande quote schijnt als tegeltjeswijsheid in veel andere landen bij de mensen aan de muur te hangen en als ik er goed over nadenk is het wel een gedachtenpareltje waar nog wel een glimmertje bij aan te rijgen is .. nou ja voor wat het waard is natuurlijk.

Want hoor je haar zingen?

Haar melodieuze rollers en trillers wellen zonder tekst en partituur ergens diep van binnen uit dat vogellijfje op en vormen een verwachtingsvolle prelude op wat de dag zal brengen tijdens de geboorte van een nieuwe morgen.

Wat langer nadenkend over  zo’n welluidende vogelstrofe in de vroege ochtendschemer, doet me beseffen dat zo’n beestje gewoon gehoor geeft aan een ingeschapen basisbehoefte om van zich te laten horen. “ Ik leef, dus ik zing”, of zoiets. Het kan niet anders!

Er zouden zich in dat schrandere vogelkopje tientallen redenen kunnen vormen waarom ze beter haar snavel zou kunnen houden. Is het niet de reële angst voor een graaiende poezenklauw of onverhoedse sperwer-attack, dan is het wel de kopzorg voor een nest- vernietigende-donderstorm of zo’n sluipende infectieziekte.  De gemiddelde kleine zangvogel wordt toch niet ouder een paar jaar.

Nee…waarom zou je zingen? Je plek verraden, je kwetsbaarheid tonen?

Maar het kan niet anders… het heeft geen keus …het lied moét er uit!  Waarom? Omdat het voorjaar wordt en het lééft!

Nou ja… het zingt het dan misschien – letterlijk gezien – nog wel een tijdje uit, als het maar verscholen blijft tussen het gebladerte, onzichtbaar en onopvallend in de schaduwzijde van het leven. Want waarom zou ze gaan? Waarom haar ranke vleugels uit slaan en zich vliegend kwetsbaar etaleren tegen de oplichtende hemel om mogelijk het slachtoffer te worden van een dodelijke duikvlucht van de Slechtvalk? 

Nee..waarom zou je vliegen? Je plek verraden, je kwetsbaarheid tonen?

Maar ze kán niet anders. Ze moét haar vleugels uitvouwen en simpelweg gaan. Waarom? Omdat ze vliegen kan en lééft!  Omdat alleen dán zij tot haar bestemming komt.

Vogels hebben geen antwoorden, maar ook geen vragen! Wij hebben duizend vragen, maar vaak zo weinig antwoorden…

Toch kunnen we – ondanks al die onbeantwoorde vragen – blijven zingen en moeten ook wij in vertrouwen onze vleugels durven uitslaan richting het morgenlicht in het onbestemde. Waarom?

Omdat we nu eenmaal leven en lief kunnen hebben en alleen dán en dáármee tot onze bestemming komen.

Zing, vlieg, bid, huil, lach, zegen..en heb lief !

Van zorgen, wolken én licht….

Eindelijk mogen we bijkomen van het geweld van razende stormen, natte sneeuwbuien en ongelooflijk hoeveelheden neergutsend water. De atmosfeer komt tor rust onder een rug van hogedruk die me in een voorjaarsachtig soort luim brengt door aangename windstilte en een stralende zon. Tijdens mijn vaste zaterdagochtendwandeling blijkt de zonnekracht zich al op aangename wijze door de winterjas heen te manifesteren. Er klinken de eerste strofes van een vinkenman en ook een winterkoning laat weten dat het straks toch echt wel eens weer lente wordt en ter bevestiging daarvan zie ik zie jandoppie-nog-an-toe  overal weer groene toefjes fluitenkruid én speenkruidbloemetjes de kop opsteken. Nee, dát komt wel goed…

Maar de normaal bij dat soort waarnemingen gevoelde opgewektheids-prikkels worden steeds maar weer overschaduwd door de zorg van wat zich op een dag reizen hiervandaan afspeelt. Waarom houdt dit me zoveel meer bezig dan al die andere oorlogsellende verderop in de wereld? Omdat het een stuk dichterbij is? Omdat mijn dagelijkse leventje niet zo heel veel afwijkt van dat van de gemiddelde Oekraïner? Die nu ook graag een rustig wandelingetje in voorjaarssfeer zou hebben willen maken om daarna thuis een bakkie met z’n vrouw te doen en wat in zijn tuin aan zou willen rommelen??

O zeker, de zon schijnt en de lucht is blauw maar om nu te zeggen dat er geen vuiltje aan de lucht is? Heb jij dat ook wel eens, dat er in je hoofd zo’n zeurende zorgwolk hangt? Meestal is ’t een kwestie van tijd voordat ie voorbij is gedreven en ooit schreef ik er een lichtvoetig gedichtje over..

Maar toch. Soms blijft het maar in mijn kop dreinen. Hoe zal het daar gaan? Wat kan ik doen? Het op de voet volgen, hopen, bidden, meeleven, géven?

Ik begin zoals zo vaak te mijmeren. Minder lichtvoetig dan gewoonlijk…

Er zit sinds het ontstaan van de mensheid al venijn en kwaad in de wereld, ingeblazen door een mensvijandige kracht die zich – zoals zo vaak –  het gemakkelijkst manifesteert in lieden die macht en ideologie of religie op fanatieke wijze misbruiken voor hun opgeblazen, gekwetste ego’s, waarbij er niets ontziende methoden worden toegepast om hun wil of gedachtengoed aan anderen op  te leggen. Hoewel ze volkomen verantwoordelijk zijn voor al hun wandaden en daar zeker ooit ook rekenschap voor moeten afleggen, zijn ze in mijn ogen vooral ook kanalen voor de onzichtbare, drijvende macht van het Kwaad dat sinds de schepping probeert de Liefde tussen God en mens en mensen onderling blijvend te verwoesten.

Tevergeefs!!!  

Ze brengen schaduw voort die de zon verduistert. Maar niet voor altijd!  Ze verhinderen dat licht en blijdschap op je weg vallen, maar dat is maar tijdelijk. Ze laten je geloven dat er geen eind komt aan de duistere tunnel, maar die zonnebundel komt!  Hou vol, er is een weg gebaand!  Uiteindelijk is daar de bevrijding naar het lang verwachte landschap van het nieuwe Leven door Licht dat de wereld heeft overwonnen.   

In het Woord  was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen ( Johannes 1: 5b )

Ach en heb je niet zoveel met mijn geloof?  Dan vinden we elkaar tenminste zeker ook in Ede’s credo?

Het hèt nog nooit, nog nooit zo donker west, of het wer altied wel weer………………

Valentijn-kriebels..

Hoewel ik altijd wat terughoudend ben als het gaat om ál te menselijke gevoelens op de dierenwereld te projecteren, maak ik rond Valentijn maar eens een uitzondering en toon vandaag twee platen waarop het er schijnbaar romantisch aan toe gaat.

Het vastleggen van hét moment van éénwording bij onze vogels is niet altijd een kwestie van geluk, maar vaak van snel anticiperen op het typische gedrag dat meestal aan de paring vooraf gaat.

Een wat inééngedoken houding van de vrouw en een opzichtig vleugelgeklepper van de man verraadt doorgaans dat er iets op het gebied van de voortplanting staat te gebeuren.

Maar dan moet je ook bliksemsnel zijn want de daad duurt maar een paar seconden en voor je scherp kunt stellen staan ze vaak al weer veren-poetsend naast elkaar, alsof er niks is gebeurd.

Lukt het wél om ze in volle overgave te betrappen, dan levert het wel weer een spectaculair plaatje op..

Hoe anders gaat dat bij de Lieveheersbeestjes die er rustig en uitgebreid de tijd voor nemen, maar waarvoor het – met het oog op hun geringe afmetingen – nodig is om met lens op 10 centimeter afstand ongegeneerd door te dringen in de intieme wereld van hun samenzijn.

Tot slot nog even een Valentijn-achtige foto van een van mijn onlangs geboetseerde beeldjes namelijk die van een IJsvogelman die zijn vrouw op sierlijke wijze het hof maakt met een vers gevangen visje.  

Ik ben van plan om in de toekomst me ook nog eens te werpen op het in klei vastleggen van de paring van deze vliegende juwelen maar da’s knap moeilijk met al die uitwaaierende veertjes. Mocht me dat toch lukken en ’t is me naar de zin geworden dan zal ik dat hier ook nog wel eens tonen.

Zelf doe ik niet aan die Valentijns-mode mee, máár overmorgen haal ik wél een visje voor haar op van de markt!

“We proudly present ….Atelier Krijn! “

Eindelijk is het zover en mag ik via dit blogje de aftrap verrichten van mijn nieuw project: “Atelier Krijn” , waarvoor ik enkele weken geleden al een klein tipje van de sluier had opgelicht om jullie te attenderen op mijn jongste creatieve uitspatting: vogelbeelden in klei !

Dat begon in de zomer van 2021 met het boetseren van mijn eerste vogel-maaksels en zorgde er al snel voor dat mijn eigen  vensterbanken, kasten, plankjes etc.  er al snel overvol mee raakten. Enthousiaste reacties van anderen (ook veel van mijn blogvolgers) brachten me op het euvele idee om met mijn beelden wat meer aan de weg te gaan timmeren en om dit soort ‘bird-art’ ook echt beschikbaar te stellen voor liefhebbers van vogelkunst. Dat zorgde er uiteindelijk voor dat ik inmiddels een aardige voorraad aan vogelsculpturen heb geboetseerd en afgewerkt die dus vanaf nu ook te bestellen zijn. Sterker nog, wanneer men dat wil kan ik ook in opdracht een vogelbeeld in klei maken, tenminste zolang ik dat zie zitten en het niet gaat om een levensechte struisvogel of pinguin op ware grootte.

Mijn zoon Ruben helpt me hierbij enorm door zich verantwoordelijk te weten voor PR, Social Media en exploitatie, waardoor ik me slechts op het artistieke deel van de uitvoering hoef te richten.

Ik ben er echt heel blij mee dat ik de lancering van de speciale ‘Atelier Krijn’ website, die vandaag online gaat, nu aan al mijn bloglezers bekend kan maken. Ik hoef verder niet zoveel te vertellen over het ‘hoe en wat’, want dat kun je daar allemaal vinden en bekijken.

Benieuwd? Ga snel naar  www.atelierkrijn.nl

Veel kijk – en leesplezier!

(O ja! Ik zou het dit keer extra leuk vinden om je reacties, opmerkingen en/of tips te horen! )

https://www.facebook.com/profile.php?id=100077467920761
Instagram :@atelier_krijn

Dág lieve Julia !….

“ Opa!  Je zus is uit de buik, en nou krijg ik een kado! “

Met die juichkreet begroet  logé en  kleinzoon Luka mij wanneer ik uit bed stap. Opa wist het natuurlijk al , want rond half twee vannacht is ons kleindochtertje Julia geboren. Hoera! 

Voor hem is het begrip ‘zus’ nog té onwezenlijk om het onderscheid tussen ‘mijn en dijn’ op zo’n gebeurtenis toe te kunnen passen en  bovendien lijkt hij vooral erg gefocused op het beloofde geschenk dat hem ten deel zou vallen wanneer zijn zusje er dan eindelijk maar toch zou zijn.

Hoe dan ook, het is feest!

Vorig jaar rond deze tijd waren we nog in rouw om het overlijden van zijn eerste, toen pas 10 dagen jonge zus en nu staan we te dansen omdat Julia er is. Een wolk van een baby, ‘n dikke 6 pond, een krachtig huiltje en.. alles goed  met moeder, kind én vader.

Terwijl Luka ’s middags alleen maar oog heeft voor zijn nieuwe spoorbaan en de kraamhulp net is gearriveerd, sta ik een kort moment, even alleen in het kleine kamertje dat destijds voor Annelin was bestemd en waar we toen met elkaar zo verslagen bij elkaar stonden. Nu is het opnieuw ingericht, met nieuwe kleuren en nieuwe baby-dingetjes.

Aan flash-backs ontkom ik in zo’n bijzondere situatie natuurlijk niet maar dankbaarheid en blijdschap rond dit nieuwe leven overheersen in grote mate en ik raak dan in mijn eentje stilletjes een beetje ontroerd bij het zien van zo’n klaar hangend rijtje bonte kabouterkleertjes waarmee dat warme, kwetsbare lijfje binnenkort liefdevol word omhuld.

En bij het rondzien door het kamertje valt mijn oog ook op het schilderijtje van ‘Annelin’s  Regenboog’ dat daar nu niet alleen hangt als een herinnering aan wat er was, maar vooral óók als een belofte van dat fijne wat er is én nog komen gaat !

Welkom lieve Julia Leanne, deze opa kan niet wachten totdat ook jij in een van die aandoenlijk hansopjes over zijn buik komt kruipen !

Stil staan..

Wanneer ik vroeg in de ochtend onze badkamer binnenstap wordt daar  de suggestie gewekt dat het keihard heeft gevroren! De natuur heeft met Meesterhand een messcherp getekende ets vol waaier- en veerfiguren aangebracht op het doucheraampje. De kunstzinnig gevormde ijsbloemen doen vermoeden dat het zeker matig tot misschien wel streng heeft gevroren, maar niets is minder waar..

Een graadje of anderhalf in de min, da’s alles..

Nee van een echte Winter is in dit kikkerlandje tot dusver weer eens totaal geen sprake.

Wél zijn er eindelijk weer zonnig perioden en de ochtendstond heeft dan toch weer een mond vol vijftig tinten goud in petto en da’s ook weer fijn !

Zelfs tijdens ons – sinds de pandemie-uitbraak, consequent uitgevoerde – ‘eind van de middag-wandeluur’ mogen we ons vandaag verheugen in de verschijning van een prachtige zonsondergang boven Stedum..  

Je moet er alleen wel even bij willen stil staan….

Drempelvrees? …

Onderstaande vogelfoto’s maakte ik in de afgelopen dagen en ze lenen zich op een of andere manier goed voor een wat serieuzere ‘Krijnsel’ – overpeinzing op deze overgangsdag van het oude naar het nieuwe jaar.

Het rechtop staande, nog niet vergane herfstblad zou symbool kunnen staan voor de dunne scheidslijn tussen wat gisteren was en morgen komt. Op datgene wat voorbij ging in het oude jaar is inmiddels volop licht gevallen want we weten precies wat er is gebeurd. We kunnen er op terug zien met een gemixt gevoel dat daarbij wordt opgeroepen; dankbaarheid, verdriet, weemoed, blijdschap of teleurstelling?

Aan de andere zijde  is het blad van 2022 nog onbeschreven. Onbelicht ook.  We hebben wel een  idee over wat daar straks zal zijn, we maken ons een voorstelling en zien al vage contouren maar wat het ons nu echt zal brengen?

Net als de frêle vogel richten we ons daarom op, kijken nieuwgierig vooruit en staan we aan de achterkant van dat flinterdunne blad waar we, nog even achterom kijkend, onze sporen zien liggen en ons misschien net zo klein en kwetsbaar voelen omdat het leven – ondanks ons menselijk kunnen – toch niet altijd maakbaar of beheersbaar was. Omdat geloof niet gelijk stond aan geluk en vertrouwen geen synoniem bleek voor succes.    

Let eens op dat vogel-oogje! In de glans daarvan weerspiegelt zich oplettendheid en verwachting. Wat ligt er voor hem in het verschiet? Een hongerwinter? De klauwen van een sperwer? Of toch opnieuw dat lied te mogen zingen tussen ontloken bloemknoppen? Een fijn warm Roodborst-nestje vol piepend nageslacht? Maar wel met alle zorg van dien.. die slapeloze nachten.  Wat geeft het de kracht om dat koppie dan toch omhoog te steken? Behoedzaam kijkend over de rand in een onbekende verte? Of heeft het gewoon geen keus?

Wat geeft mij de moed om  – turend over de rand van 2022 – mij toch maar verwachtingsvol uit te strekken?  ‘Kop d’r veur? Het hoofd omhoog, het hart naar boven? Wat onderscheidt ons mensenhart van dat piepklein, pulserend vogelhartje dat daar binnen in dat zachte veren-bolletje onvermoeibaar zijn wonderwerk doet? 

Ik denk…Liefde! Een inspiratiebron waarvan ik lees in ‘n eeuwenlang geleden geschreven brief, door generatie op generatie steeds maar weer doorgegeven. Een onophoudelijk harteklop-wonder van een totaal andere, geschapen dimensie. Liefde om te ontvangen én te delen. Dé drive om vandaag op te staan en welgemoed de stap over de drempel van oud en nieuw te zetten. Wanneer het geloof verflauwt en de hoop onder druk staat blijft Liefde die alles in beweging zettende impuls die het leven voor ons mensen zo betekenisvol maakt!

(1 Corinthiers 13: 13)

Aan alle lezers van mijn blog : Een  liefdevol jaar toegewenst !

Daar wás ie dan…

Daar was ie dan, de eerste écht pittige nachtvorst van het seizoen!

Omdat de luchtvochtigheid én  de zon allebei wel wilden meespelen, maakte ik  in de vroege ochtend  een kort foto-loopje op en rond het Storksterpad om tijdens het opsnuiven van tintelfrisse winterlucht een paar sfeeropnamen te maken…

Da’s altijd gemakkelijk kiezen uit honderden fotogeniek onderwerpen die zich in zo’n situatie zich in macro- én landschaps-perspectief aanbieden maar ik ben streng voor mijzelf en beperk me tot slechts een paar motieven die er echt om vrágen en waar  ik niet aan voorbij kan lopen.

In de verte verheft zich de ‘Oale Lopster Toren’ die ik nog even piepklein maar centraal in het beeld tussen de berijpte meidoornbessen  plaats.

Het is maar nét waar je naar wilt kijken, want wanneer we de blik wat verder over dezelfde einder laten glijden, zien we ook óók hoe  foeilelijke, hoge torenkranen onderdeel uitmaken van die al jarenlang bestaande bouwput waaruit het verzakte dorpshart mét zijn buitenwijken ééns weer zal moeten zien te herrijzen. Maar die laat ik dan weer zorgvuldig uit beeld, evenals storende hoogspanningsmasten, landschapsvervuilende windmolens en een in de verdere verte stomende kolencentrale…

Die willen we vandaag allemaal even niet zien!

Hartekind Walk 2021 …

In deze dagen herdenken we ons kleindochtertje Annelin, dat vorig jaar op 9 december werd geboren met een ernstige hartafwijking en die wij na 10 dagen toch weer moesten loslaten.

Dubbel zijn onze gevoelens omdat wij als familie samen met haar ouders het verlies en elkaars verdriet herbeleven, maar anderzijds ook dankbaar voor nieuw leven en hoop op wat weer komen gaat.

Om hier op een of andere manier uiting van en inhoud aan te geven hebben wij (maar vooral Janneke) een zelfbedacht initiatief ontwikkeld om familie, vrienden en bekenden enerzijds te betrekken bij deze periode en anderzijds op een sportieve manier het goede doel te dienen.

We stippelden een zogenaamde Hartekind Walk (Team Regenboog) uit, waarin mensen zich konden opgeven om samen met ons een lange, frisse wandelroute (in de vorm van een zelf op de route uitgetekende hartvorm) te lopen waarin we herdenken, hoopvol vooruitzien en genieten van de natuur. Tegelijkertijd kon men zich hiervoor laten sponsoren om de Stichting  Hartekind te steunen.  Deze heeft zich als doel gesteld om de overlevingskansen van kinderen met een aangeboren hartafwijking te vergroten en kwaliteit van leven te verbeteren.

Nou je begrijpt het al. Dat is een succes geworden! Niet alleen kan er ruim 1600 euro worden overgemaakt maar we hebben vandaag met 19 betrokken mensen een heerlijke wandeling in heldere vrieslucht langs en door de prachtig berijpte Groninger velden gelopen, waarin we het Dorpshuis van Zeerijp  en de eeuwenoude kerk in Eenum als tussenstop-  en memorisatieplek hebben aan gedaan.  Dank ook,  aan de prettig samenwerkende beheerders!

Het was echt fantastisch om samen met al deze lieve mensen op deze manier stil te mogen staan, te gedenken, te verwerken en ..te hópen!

Sinterklaascadeau 1969…

Op 13 jarige leeftijd, kreeg ik van de Sint mijn eerste foto-toestel mét album om de nog te schieten kiekjes in te plakken. Tsjonge, ik voel nog de dadendrift die me op die pakjesavond in bezit nam.

Een dag later knipte ik er al flink op los met dat Kodak-klik-gevalletje, inclusief bijbehorende smelt-flitsblokjes. Gezien de in het vergeelde album vastgelegde beelden had  natuurfotografie klaarblijkelijk toen al mijn interesse, waarbi j onze gewillige hond Rax en wat tamme huisduiven een relatief eenvoudig oefenobject vormden.

De bijschriften bevatten soms weliswaar volledig overbodige mededelingen zoals ‘duif onder kar’ en ‘duif op betonmolen’, maar het feit dat mijn vader op die dag kennelijk een timmerklus verrichtte in het huis van overbuurman ‘Kim’ is door mijn aantekening toch maar mooi aan de vergetelheid ontrukt.

Ook  Jaap en Kunny wilden wel even poseren en omdat ik er kennelijk van uitging dat het album wel eens in begerige handen zou kunnen vallen van wildvreemde verzamelaars, heb  ik er voor de zekerheid maar even bij genoteerd dat het hier wel ‘mijn zusje en broertje’ betrof.

Niet gehinderd door enige zelfkritiek plakte ik ook de  mislukte foto’s  er gewoon bij in het boek, want de ontwikkeling daarvan had me per slot van rekening wel een paar gulden zakgeld gekost.

Tot slot attendeer ik u op het vroege meesterwerk ‘brug onder het zonlicht’, – rechts onderaan – dat aanvankelijk waarschijnlijk gewoon ‘ brug’ had moeten heten, maar waarbij ik het feit dat de opname ernstig overbelicht was geworden onmiddellijk tot voordeel omboog en het dan ook  als zijnde ‘abstract en surrealistisch’ aan het oeuvre heb toegevoegd.

Tsja… en dan die lege, laatste plek;  ‘zwarte duif op ladder onder oma’s raam’  …

”Waar is die?” Zult u zeggen..

Die heeft kennelijk zelfs de toets van mijn kritiek niet kunnen doorstaan…dei is vot vlogen..

Bladvulling…

In deze eind-november-week dwarrelen de laatste bladeren uit de alsmaar verder dorrende boomkruinen en hopen zich in teamverband op, of dwarrelen besluiteloos in hun eentje nog wat door de tuin om uiteindelijk ergens moe gewaaid en onbekeken te wachten op het Grote Vergaan.

Maar ik pak zoiets graag nog op, bewonder hun vlammengloed, de fijne nerfstructuur en geef ze nog éven een tijdelijke ereplek waar ze nog een kort moment tot hun volle recht komen. Dat doe ik dan in combinatie met een takje waar graag mezen en roodborsten op af komen omdat ik er een likseltje lekkers aan heb gesmeerd. Onzichtbaar voor ons als kijker, maar onweerstaanbaar voor de tuinvogeltjes.  Dat levert vaak oogstrelende plaatjes op, althans naar mijn smaak, omdat de combi van een omlijsting van gouden herfstbladeren en vlammend gekleurde vogelveren het altijd prima doet.

Ik laat er even een paar zien..

Vaak plaats ik de bladeren precies in de scherpte, zoals hierboven maar soms fotografeer ik bewust ook door het gebladerte heen dat zorgt voor een mooi soft-focus effect en weer een andere sfeer meebrengt, nou ja zoiets dus …

Waarom doe ik dit eigenlijk? …

Sinds een paar maanden heb ik me op een nieuw hobby geworpen. Alsof ik nog niet genoeg zou hebben…

Ik boetseer en knutsel vogelbeeldjes ( of – sculpturen, dat klinkt wat artistieker) in elkaar.

Uit superlichte boetseerklei kneed en masseer ik hun ranke lijfjes en vleugels alsmaar opnieuw totdat het er echt op gaat lijken. Met behulp van takjes, stokjes en ijzerdraadjes pieterpeuter ik net zo lang totdat pootjes, grasjes en andere ragdunne onderdelen zo levensecht mogelijk over komen, zodat er een zo natuurgetrouw mogelijk vogeltafereel is ontstaan.  De ene keer als miniatuur, de andere keer op ware grootte nét hoe ’t me uitkomt. ’t Swait stait mie d’r sums van veur de kop!

Maar ik héb ik me er toch een plezier in!  Oneindig zijn de mogelijkheden en variaties aan houdingen en entourage die het gevederde volkje me op dit punt biedt.  Want ik ben gek op vogels, maar dat wist je al!   Ik raak niet uitgekeken op hun onvoorspelbaar gedrag, hun sierlijk beweeglijke aanwezigheid en hun kleurenpracht. Van huis uit kreeg ik dat als kind al mee vanuit mijn vaders genen en tot op de dag van vandaag haal ik daar nog diepe voldoening uit.    

Met mijn geliefde sprak ik laatst nog over die levenslange ‘drive’ om steeds maar weer nieuwe aspecten in de vorm van zelfgemaakte liedjes, gedichten en beelden te etaleren voor de mensen , waarbij zij aangaf zelf ook graag leuke, mooie, lieve en lekkere dingen te maken maar dat zij het niet zo nodig achtte om dit ook nog eens wereldkundig te moeten maken. En dat is zo, zo is ze en het siert haar.  Maar het confronteert mij ook.. want waarom doe ik dit nu echt?

Zoek ik applaus? Vis ik naar complimentjes? Wil ik aandacht? Hoe komt dat exhibitionistische trekje in me? Goed om zo eens even aan ’n stukje introspectie te doen.

Helemaal duiden kan ik het niet maar aarzelend kom ik tot de voorlopige conclusie dat het bij mij vaak gaat om een soort kinderlijke onbevangenheid die mij op de kleuterschool na het vervaardigen van elk kliederwerkstuk al liet uitroepen  “Kijk een juf, wat mooi hé!!”

Een soort ongefundeerd en nog onbeschaamd vertrouwen dat de ander het óók vast prachtig zal vinden. Vaak is dat het geval, maar dat pakt regelmatig ook anders uit. Dat zij dan maar zo..ik beleefde er plezier aan.

Hoewel niets menselijks mij vreemd is en ik altijd warm word van ieders positieve feedback, kan ik eerlijk zeggen dat mijn belangrijkste drijfveer wordt gevormd door de beleving van de schoonheid van de schepping zélf !   Een kinderlijke verwondering. Of noem het ontroering. Of gaat dat weer te ver?     De natuur voelen , ervaren, zien, horen en ruiken en dit dan met beelden zo proberen over te brengen dat ook de ander het moment even meebeleefd!  De echte bewondering, geuit in het ‘mooi  hè?’  gaat uit naar de Schepper van de creatie zelf. Hoe ging dat lied ook nog maar? ‘U bent de Maker, ik ben de klei’.  Ik geef slechts een subjectieve en altijd onvolmaakte projectie door van de geschapen perfectie van de natuurwereld rondom ons en ..dat is een heerlijk voorrecht om te mogen doen!

Enfin.. zo komen we uiteindelijk ook weer terecht bij die kleiwerkjes van me, waarvan  ik er  dan toch maar wat laat zien door middel van deze digitale uitlaatklep.. 

Ameland..

We zijn dit weekend terug gekomen van  een heerlijke  uitwaai-  midweek  op Ameland en daar waren alle ingrediënten aanwezig om het ook qua natuurbeleving  in alle opzichten geslaagd te maken…

Jagende wolkenluchten boven eindeloze einders.   Woeste schuimkoppen boven onstuimige baren. Door  Springtij en Noordwesterstorm veroorzaakt hoogwater. Weergaloze zonsondergangen boven een flonkerend waddenlandschap . Spiegelende vloedlijnen vól Drieteentjes en één eenzame Paarse Strandloper en ach…ik laat het onderstaand  maar zonder verdere woorden de revue passeren via camerabeelden die zo veel meer weten te zeggen …

” Fokkelien ! ..Fokkelien..! “

Ze liggen er weer, of nóg.. Kastanjes!

Hoewel er absoluut sprake is van een ruwe bolster, is de pit daarentegen verre van blank.  Wat was ik als kind opgetogen wannneer die satijnwitte binnenkant openspleet en er een perfect passende, van een diepe notenhouten glans voorziene, kastanje tevoorschijn was gekomen.

Als kostbaarheden verdwenen ze diep in mijn jaszak. Ik bewonderde ze, telde ze en verzamelde ze tót ik er na een poosje niet meer naar omkeek en mijn moeder zonder enige vorm van overleg besloot om de inmiddels dof beschimmelde, verschrompeld geraakte vruchten  ‘vot d’r mit ’ in de vuinis-emmer te smijten. Gelijk had ze!

Toen ik bovenstaande glimmer deze week in het gras zag liggen drongen nieuwe beelden uit mijn kinderjaren zich aan me op.

Eens per jaar was de beurt aan Fokkelien, een bij ons op school gaand meisje met het Down-syndroom, dat buiten het dorp woonde in een met enorme kastanjebomen omzoomde boerderij. Een grote tas vol van die glimmende kastanjes had ze dan bij zich om bij de school uit te strooien boven al die begerige kinderhandjes.

“Fokkelien hier… Fokkelien hierheen…”!

Nooit vergeet ik haar twinkelende ogen…

Hoog op een bank stond ze, trots en gelukkig met alle aandacht die nu eens naar háár uitging en met een brede armzwaai veranderde ze het grijze schoolplein in een schatkamer vol honderden rondstuiterende, mahoniehoutkleurige kostbaarheden waarop we ons gretig stortten.

Dat het zaliger is te geven dan te ontvangen, ging er toen bij ons nog niet zo in, maar die diepe waarheid kreeg die dag prachtig gestalte in de uitbundige schaterlach van Fokkelientje!

Consultatiebureau …

Tussen de rommeltjes en foto’s uit de oude doos diepte ik dit vergeelde kaartje op dat getuigt van het intensief geneeskundig toezicht in de midden-vijftiger jaren, waaronder ik toen kennelijk stond.

Man, man….bijna elke maand van mijn 1e levensjaar werd ik er door moeders naar toe gebracht, zo blijkt uit het nauwkeurig bijgehouden register.

Alleen in de barre wintermaanden januari en februari was ’t buiten de deur zeker wat te koud voor dat kereltje.

Maar ik zie dat ook in juni en juli van dat jaar er is verzuimd mij onder het wakend oog van de consultatie-arts te brengen.

En daarmee werd nogal een risico genomen getuige de doordringende waarschuwing  achter op de kaart.

Het ‘ontberen van regelmatige controle in het eerste moeilijke levensjaar en het zich onttrekken aan de deskundige raad omtrent voeding en verzorging ter verkrijging van een krachtig gestel’, werd kennelijk als een ernstige vorm van plichtsverzuim beschouwd.

Beginnende gebreken , die nog niet door het onervaren moeder-oog konden worden waargenomen dreigden daardoor over het hoofd te worden gezien…

Voorkomen is beter dan genezen!

Hoewel ze zich niet zozeer op het lichamelijke vlak openbaarden, werden mijn naderhand ontdekte onvolkomenheden, door het moederoog inderdaad meestal liefdevol, niet zozeer over het hoofd maar eerder door de vingers gezien

Zwijnen ….

Ik waarschuw je alvast, het wordt weer een wat langer verhaal vandaag…heb je daar geen zin in? Bekijk dan de plaatjes en klik gerust weer door. Voor de dappere doorlezers deel ik maar weer eens een van mijn avonturen waarin pech, klunzigheid en geluk elkaar hebben afgewisseld.

In de afgelopen week moest ik namelijk voor een werkafspraak in Apeldoorn zijn en dan verenig ik in zo’n situatie graag het nuttige met het aangename. In dit geval zag ik mijn kans schoon om de avond voorafgaand aan het werkbezoek al op tijd in het Kroondomein te zijn om de kans te benutten om eindelijk eens fatsoenlijk  ‘n Wild Zwijn voor de lens te krijgen. Elke daartoe in voorgaande jaren ondernomen poging mislukte tot nu toe, doordat het óf te donker was voor een goede foto of het varken hield zich grotendeels schuil achter een takkenbos . 

Enfin.. het mocht allemaal nog nét in dit gedeelte van het park vóórdat onze Willem daar weer aanspraak maakte op zijn  feodaal alleenrecht.

Het idee was om ’s avonds een fietstochtje en een wandeling te maken, onderweg foto’s te nemen en dan op tijd  onder de lakens  in een Bed&Breakfast-gelegenheid, om vervolgens de volgende dag in alle vroegte het nog eens dunnetjes over te doen en ik had me echt op het ‘oepke’ verheugd.

Nou, in grote lijnen liep het ook aardig conform het plan maar zoals zo vaak deden er zich weer eens  complicerende, van die typisch Krijn-achtige-factoren voor waarbij ik mijzelf dan ook regelmatig voor het hoofd sla.

Aan de eerste situatie kon ik niet veel af- of toedoen. Na drie kilometer fietsen over hobbelige bospaden raakte de band van het voorwiel lek, waardoor ik de rest van de avond alleen de benenwagen ter beschikking had en mijn actieradius dus ernstig werd beperkt. Gelukkig zat ik op de goede route want er dook wél degelijk een wild varken op dat als een donkere schim plotseling  uit de bosrand stapte… okay ik had een zwijnenfoto!

Even later hoorde en zag ik hoe een flinke keiler met vrij grote snelheid tussen de bomen draafde op weg om dertig meter verderop het pad over te steken waarop ik stond.  Een buitenkans, want zo zou hij even fijn vrij komen van zijn achtergrond, als ie dan ook even zo beleefd of nieuwsgierig was om héél kort op dat pad te blijven staan..

Daarop anticiperend, was ik al neergeknield met de camera in de aanslag voor een perfect bladschot! En …yes!

Na een uur stuit ik op een zeug met twee halfwas biggen en in plaats dat deze bij mijn nadering  galopperend in het bos verdwijnen blijven ze rustig staan wanneer ik dichterbij kom.

Sterker nog, ze komen op mij af!  Althans die grote!

Hmm..

Zwijnen met jonkies moet je in de gaten houden weet ik en ik let scherp op of dit vervaarlijk beest ook beschermend of agressief gedrag vertoont, maar niks hoor!

Ze hopen op toegeworpen nootjes geloof ik en het lijkt hier wel op een kinderboerderij opeens… 

Wanneer ik ze zo op mijn gemak van dichtbij kan fotograferen is wel een beetje de spanning en sensatie van wildfotografie verdwenen, maar het is dan toch ook wel weer een leuke belevenis!

Na dat moment was ik ondanks het fietsongemakje, voornamelijk in mijzelf fluitend en neuriënd bezig en eigenlijk best in mijn hum over de gang van zaken. Ik vervolgde nu weer m’n  weg om mij te voet naar een wild-kijkscherm te begeven alwaar ik verwachte nog meer van die heerlijke foto-kansen te krijgen. Het zou volgens de Google-looproute zo’n 20 minuten wandelen zijn,  langs helder aangeven lijntjes op mijn Iphone-scherm.  Kon niet missen! Nou dan ken je mij dus niet. Om een lang verhaal kort te houden; de route voerde mij met dwingende  stem dwars door manshoge varens, stugge heideplaggen en venijnig prikkende braamstruiken in een compleet verkeerde richting, uiteindelijk schuin op die wildkansel af waardoor ik daar – takkenkrakend en woest bezweet – compleet aan de verkeerde kant uit kwam. Een zestal daar reeds aanwezige, met kijkers bewapende personen had mijn komst al met argusogen gevolgd en op mijn gestameld excuus werd dan ook voornamelijk boos kijkend en ‘stilte’-sissend gereageerd.  Nou ja..dan verwacht je op zo’n moment ook dat er wel een prachtig edelhert of een groep mouflons te zien en te verstoren zal zijn, maar noppes hoor. Er was helemaal niets te zien wat ook maar aan in de verste verte aan spannend wild deed denken, dus waarom zo onverdraagzaam gedaan tegen zo’n moe-gestrompelde mede-natuurminnaar? Ik heb daar dus heel kort even zitten uitrusten en mijn fototas van mijn schouder gehaald, maar aangezien ik me er verre van welkom voelde koos ik er toch maar voor om weer weg te gaan en hoewel het verongelijkte gevoel bij mij overheerste, perste ik er bij het afscheid een toch nog wat hardop gefluisterd ‘sorry’ uit, maar zelfs dát werd weer met diepe fronzen en ‘ssssssst’ gebaren beantwoord, zodat ik maar schielijk afdroop.

Mijn toch al sterk gekrenkte gevoelens kregen kort daarop een nog grotere vloed aan emotie te verwerken toen ik er plotseling achter kwam dat ik één van mijn beide peperdure hoortoestellen midden in die bos- en hei-jungle was kwijt geraakt. ( Hé? Heb jij die dan?  Ja die heb ik, zie mijn blog van 27 juni 2020 )

O, Nee!!!!

Dat zijn de momenten waarop ik dan zo’n diep-in –de-grond-wegzak-gevoel krijg en in een mengeling van boosheid en schaamtegevoel mijzelf de huid weer eens vol scheld.  Hoe stom kun je zijn! Die vederlichte dingetjes springen zo van je oor  en je bent ze in een wip kwijt. Is daar nou niks tegen te doen?  Jawel..nou ja in elk geval om ze weer te kunnen traceren. Op mijn mobiel zit ook een soort track-app met een ‘zoek mijn hoortoestel’ functie waarmee dat 2 cm kleine dingetje via bluetooth tot op één vierkante meter precies terug te vinden is. Maar dan moet je er wel binnen 30 meter vanaf zijn én verbinding hebben. En die was verbroken, dus hij lag ergens in de bush-bush ver buiten bereik.

Wáár ergens? Geen idee! Ik heb die avond nog een uur in mijzelf mompelend in de invallende schemering over eerder bewandelde paden gestruind in de hoop weer digitaal contact te krijgen.  Maar terwijl links en rechts van mij  de wilde zwijnen me vanuit het alsmaar donker wordende woud  ‘wroefffff’ toeroepen geef ik de moed uiteindelijk op en ga moe en onvoldaan naar mijn logeeradres.

Dáár schiet midden in de nacht me te binnen dat het logisch is dat de kans groot is dat het apparaatje  van mijn oor is gesprongen toen ik de fototas over mijn hoofd heen van mijn schouder haalde bij dat wildscherm. En dat het niet erg was dat ik nu pas op dat lumineuze idee kwam want ik was gisteravond natuurlijk voor geen goud weer teruggekeerd naar dat groepje sissende figuren.

De volgende ochtend sta ik hoopvol in alle vroegte op en wordt begroet door een prachtige morgenstond..

Wanneer ik even later de wildkansel voorzichtig via de juiste route benader, bid ik dat er nu géén  verrekijker-gasten zullen staan, want ik moet écht even een poosje in de ruigte vóór het scherm zoeken.

Gelukkig ben ik helemaal alleen en wanneer ik de zoek-functie op mijn mobiel inschakel verschijnt er meteen een ‘getraceerd’ signaal op het schermpje en 60 seconden later heb ik het kostbare, kwetsbare kleinood weer in handen en knoop het weer eens goed in m’n oren.

Tsjonge, dat geeft een opgelucht gevoel!  Er is hier verder geen beest te zien maar de dag kan niet meer stuk!

De rest van de vroege ochtend stap ik blij en dankbaar door en langs de bedauwde heidevelden..

.. en nu blijkt het geluk wel weer aan mijn zijde voor vandaag want in de mistige, gouden sfeer ontwaar ik nog een jonge reebok in de verte en die kan ik toch nog even meepikken vóórdat de verplichtingen mij wegroepen.

Verder heb ik er die morgen geen enkel varken meer gezien maar al met al toch wel gezwijnd!

Krijn en ik …

Ja hoor…je kon er op wachten.

Het ene na het andere grappig bedoeld ‘appje-met-link’, vergezeld van goedmoedig spotcommentaar ging gisteren mijn  kant op nadat gisteren op alle nieuwskanalen het fenomeen ‘Krijn de Neanderthaler’ uitgebreid aan bod was gekomen.

“ Krijn” hoe verzinnen ze het?

Dat dacht ik vroeger als 12 jarig jongetje ook al op het moment dat ik mijzelf op de middelbare school moest voorstellen. Waaraan had ik dat verdiend? Waarom moest die ene ver weg wonende oom-met-die-naam  nou zo nodig óók nog worden benoemd?  Waarom me nu toch met zo’n ouderwetse, nauwelijks voorkomende voornaam opzadelen?

“Hè? Hoe? Grijn? Krein? Krijm? ” Dat vroegen die pesterige klasgenootjes mij op die eerste schooldag. Steeds moest ik die naam luid articulerend herhalen en dan nog waren er genoeg die net deden of ze het echt niet meer wisten en me met ‘Kreeuw’ bleven aanspreken. Zuchtend liet ik het me allemaal maar berustend aanleunen, tot het moment dat in de vroege 70-er jaren een Veronica-diskjockey landelijke bekendheid kreeg die de naam Krijn Torringa droeg. Hoera! !

Vanaf dat ogenblik was het na het rondje voorstellen altijd meteen klaar…”Krijn? Ha! Van Krijn Torringa!”  Yes!

En dan nu dit! ‘ Krijn de Neanderthaler’ .

Om iedere gr‘appjes’maker verder de wind uit de eventueel op te bollen zeilen te nemen, schrijf ik dan maar dit stukje. Ja, ik heb het gezien. Leuk. Dank U!

Daar ben ik dan weer mooi klaar mee, hoewel naar mijn mening gerust gezegd kan worden dat de betreffende oer-persoon een dan wel misschien niet zo’n schrandere, maar toch zeker wel opvallend goedmoedige en vriendelijke gelaatsuitdrukking blijkt te bezitten. Vast een aardige kerel geweest!

Nee, we hebben wel wat van elkaar Krijn en ik !