Wat het weer betreft is het vandaag huilen met de pet op.
Rare uitdrukking natuurlijk, maar het geeft de situatie wel treffend aan.
We beleven een soort climax in het toch al anti-winterse karakter van de afgelopen weken waarin het vooral zacht, grijs en druilerig was. Maar deze dag spant de kroon..
Een harde zuidwesten-wind jaagt onafgebroken regen, regen en nóg eens regen uit een loodkleurige hemel om het – in toch al zo doorweekte land – er nog eens flink in te wrijven.
Er valt fotografisch ook niet veel te beleven in dit type omstandigheden.
O wat zou ik graag nu leuke ijssculpturen, berijpte blaadjes of zonovergoten winterlandschappen fotograferen. Ze zijn er niet..
Evenmin als de zich nu schuil houdende vogels en terug getrokken amfibieën .
Voor zoemende zoemers en fladderende vlinders is ’t nog veel te vroeg en aantrekkelijke vroegbloeiers zijn er niet of nauwelijks..
Wat moet je dan?
In elk geval moet ik er vanmiddag toch enkele keren uit om me bloot te stellen aan de natte elementen. Huiverig keer ik dan met opgetrokken kraag terug in de beschutte warmte van de auto, waar de ruitenwissers zoevend hun overuren draaien en de ruiten hardnekkig blijven beslaan.
De foto-tas ligt al dagen ongeopend op de achterbank en op één of andere manier vind ik dat daar een einde aan moet komen, maar ja..
Op een parkeerplek geef ik toe aan die altijd maar weer terug kerende aandrang en stel uiteindelijk scherp op de binnenzijde van het autoraam om in die treurige aanblik naar zoiets als een grafische druppel-compositie te zoeken ..

En dan is ’t even wachten en snel anticiperen op een automobilist die zijn wagen vóór de mijne plaatst en zijn remlicht nét lang genoeg laat branden om van dichtbij in te kunnen zoomen op de vuurrode gloed die in het neerbiggelend vocht vervormt tot een staaltje abstracte kunst van heb ik jou daar !

Ach ja… het is wel een soort nat-uur fotografie..
Vannacht is het zowaar een beetje wittig geworden.
Hoewel het allemaal niks voor stelt natuurlijk , oogt het landschap bij het opstaan toch een ietsiepietsie winters door een soort mix van hagelstenen en natte sneeuw, wat voor een laagje ‘snagel’ heeft gezorgd.
Een graadje nachtvorst, verhardde de blubber op het pad en de bermen ook meteen, waardoor het nu wat aangenamer wandelen is, zodat ik toch maar een kort foto-loopje maak over het Storkster Pad..

Een ragdun vlies op de plassen, nodigt mij altijd weer uit om me over te geven aan het kinderlijk genoegen dat ik beleef aan het even hard laten kraken van zo’n flinterdun ijslaagje.

Maar ik hou me in en maak maar een foto, van de sierlijke belijning die de natuur kortstondig in het gestolde modderwater heeft getekend ..
Verder wandelend, geniet ik toch wel van de aanblik van zo’n winters aandoende, leeg-geoogste klei-akker waarop voedsel zoekende kraaien er in slagen om hun typische roep perfect te laten matchen met mijn toch wel wat wisselende, nu meer melancholische stemming

Als ik even later bij die bevroren plas terug kom, kan ik het toch niet laten..
“Krák” !
Op een van de afgelopen dagen overleed volkomen onverwacht en plotsklaps mijn lieve en enige zus Kunny op de veel te jonge leeftijd van 57 jaar..

Verstomd, verbijsterd en verdrietig zijn we..
Ik verwoord mijn gedachten en gevoelens vandaag maar door het maken van een gedicht en ’n foto …

Kracht, moed en troost toe gebeden aan Sjoerd en de zijnen….
Het wil maar niet lekker winteren en met de zon is ’t ook maar mondjesmaat vandaag, zodat mijn Ekenstein-wandelingetje aanvankelijk in een wat somber daglicht dreigt te worden gesteld.
Maar dan is daar plotseling toch nog een fletse, niet overtuigende poging van ons onmisbaar hemellichaam om er nog éven wat van te maken en meteen fleuren sfeer en gemoed er van op…

Niet altijd hoeft het hoofd omhoog !
Soms helpt het ook om de ogen neerwaarts op de bosbodem gericht te houden..
Dáár ontkiemt het frisgroene nieuw alweer in allerlei beloftevolle varianten om straks heel, héél langzaam al het stervend oud weer te bedekken…

Oei wat een woei vandaag.
Kleine vogels zoeken in deze omstandigheden het liefst de hele dag de luwte van de begroeiing op, maar ja er moet gegeten worden en dan zal er wel even tevoorschijn moeten worden gekomen, waarbij hun kleine lijfjes toch aan de elementen worden blootgesteld
En ja, dan waait óf hun vestje even open..

óf het kapsel raakt kortstondig in de war..

Maar alleen ménsen raken overstuur van windkracht 9.. zij niet !
Voor alle volgers van ‘Pronkjewailtjes’ ;

In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen. ( Joh.1: 4-5)

Een fijn verlichte Kerst toegewenst !
Veel zangvogels hebben kenmerkende eetgewoonten en voorkeursplanten waarop ze vooral in de winter graag foerageren. Zo zien we Putters vaak bij distels, Sijzen aan elzenproppen en Groenlingen op …rozenbottels.
Omdat gemeentelijke plantsoendiensten graag rozenbottel-afscheidingen aanbrengen, oefenen deze zaadrijke vruchten juist in stads- en dorpskernen een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op de groenvink, zoals ie ook wel wordt genoemd.
Ik kijk wanneer ik door een rustige stadswijk rijd en zo’n typische bottelhaag tegenkom, dan ook vaak met een schuin oog of er zich misschien groenlingen op bevinden.
Als dat dan eens zo is, heb ik vaak óf geen tijd om een foto te kunnen nemen, of het is verkeerstechnisch niet verantwoord om daar te stoppen.
Vandaag heb ik een gelukje. Ik zie een tiental vogels op de rode vruchten zitten én zowel de tijd als het verkeer laten het ditmaal toe om even de auto te keren en het raampje open te draaien.
Gelukkig zijn ze – juist door al die passerende voertuigen – niet erg schuw en ik krijg de gelegenheid om zowel het qua kleurstelling wat ingetogener vrouwtje, alsook de wat pittiger ingekleurde man er goed op te krijgen .


Daar hou ik van …
Direct de tuin uit, slootje oversteken en dan – goed ingepakt – een acht-minuten-loopje over het fietspad naar het eerste bruggetje over het Westeremder Maar.
En dan daar ondanks loopneus en windbijt een poosje blijven spiegel-mijmeren en tegelijkertijd mijn ogen laven aan dat unieke panorama van wolken, land en water..
Wat wonen we met zijn allen toch in een prachtig en onderschat stukje Nederland..
wie niet van grootse luchten houdt
van dunne repen land,
van weidse vergezichten
van leven op de rand
van zoete muren, zilte zee,
van paarse kwelders
geharnast vee
– die heeft hier niets te zoeken
wie niet de wind omarmt
de gure maartse buien
wie hier wil komen lui en
loom om slechts te profiteren
van alles wat de zomer biedt,
om dan weer snel te vluchten
de ijskou in ’t verschiet
– die mijde waar hij blind voor is
welkom zijn de gasten
die het geheim begrijpen,
die taal en teken ondergaan;
die met hun voeten willen staan
in natte klei en schapenstront,
die luisteren naar verhalen
van hoe het hier ooit was;

het Hogeland, het platte Wad
zij sloten een verbond:
“voor wie ons volk beschimpen
wordt nooit de lucht geklaard,
de oester blijft gesloten
’t mysterie blijft bewaard”
( Gedicht van Alfred van Hall)

Nou, dat waren twee enerverende dagen op weergebied met oranje-rode codes en vooral veel wit vlokwerk, waar ik persoonlijk erg gecharmeerd van kan zijn, vooral als ik tijd heb om er buiten van te genieten. Maar daar ontbrak het enigszins aan, reden waarom ik maar een korte impressie kan geven van een uitzicht vanuit de kamer op de sprookjesachtig wit-versierde velden ..

en een mij wat verbaasd aankijkende roodborst, die zich vanuit de besneeuwde struiken lijkt af te vragen waar de vorige dag ook nog maar weer die vetkruimels lagen..

Enfin, aan het eind van de middag wandelen Janneke en ik in een zeer decoratieve sneeuwbui nog even naar de bieb en maak ik nog maar even een sfeerplaatje van de feeëriek verlichte Hogestraat.

Stiekum had ik nog even gehoopt om vanochtend nog wat meer sneeuwfoto’s te kunnen maken, maar de gisteravond fluks intredende dooi maakte een drabbig einde aan dit soort illusies.
Nu de meeste bloemen, vlinders en andere insecten zijn afgestorven, vertrokken of in winterslaap zijn gegaan zal ik op ‘Pronkjewailtjes’ weer wat vaker over moeten schakelen op het laten zien van vogel-opnamen.
Nou, met dat ‘moeten’ doe ik ze eigenlijk onvoldoende recht.
En eerlijk gezegd vormen vogels mijn meest geliefde en favoriete natuurfiguranten om me met de camera op te mogen concentreren.
Vandaag zet ik er ééntje in de spot-lights, die we allemaal wel goed kennen en die vroeger nauwelijks in onze plattelandstuinen voorkwam, omdat het tot diep in de jaren tachtig een typische bosvogel was.
Maar sinds de Gaai , of Vlaamse Gaai zoals we ‘m vaak noemen, onze opgehangen vetbollen en pinda-netjes óók op waarde is gaan schatten, treffen we hem ook hier nu best vaak in onze tuinen aan.
Laten we ‘m maar meteen typeren; het is een Rakker!
Schuw, slim, vliegensvlug, lawaaierig van aard en gek op eikels!
Garrulus glandarius, betekent in het Latijn dan ook ‘schreeuwerige eikelzoeker’
En omdat hij daarnaast graag ruzie zoekt en ook wel een vogelnestje wil leegroven, heb ik bij de Gaai ook associaties met het woord ‘gajes’ dat in het Bargoens synoniem is voor ‘tuig van de straat’
Maar daarmee doe ik ‘m toch te kort. Het is gewoon een schrandere opportunist , een qua postuur mooi uitgebalanceerde vogel, die in zijn zachtbruin verenpak van de Schepper zo’n verrassend mooi blauw streepjesdessin als opvallend accent heeft meegekregen.
Ik heb hieronder een paar kenmerkende (portret-) foto’s geplaatst die ik in het verleden, maar ook recent heb kunnen nemen, Soms in eigen tuin, een andere keer ergens in een park of bos. Allemaal doodstil hurkend of liggend onder een camouflagekleed of verstopt zittend in een fotohut, want die zwart omrande ogen zien alles.
Bijna alles!





En ja, voor die laatste opname hieronder hoefde ik me uiteraard niet te verschuilen. Dat kobaltblauwe veertje vind je dan zomaar tijdens een tussen-de-middag-wandelingetje.
Je legt het in je hand, je blaast zachtjes door dat geveerde dons, je plaatst het voorzichtig een beetje rechtop in het mos en je bent blij met zo’n gelukje dat je weer eens ten deel viel.

Vandaag blijft de mist de hele dag hardnekkig hangen, ook in aangevroren vorm en daarom hoef ik er niet eens vroeg voor uit om wat sfeerbeelden van vroegwinterse details op het geheugenkaartje te plaatsen.
Tsja, zo’n digitaal opslagmedium vinden we allemaal al weer heel gewoon. Hoe lang is ’t geleden dat ik met dia-film in de weer was. Zuinigjes de teller in de gaten houdend, want er pasten maar 36 opnamen op een rolletje en die kostte toen al gauw zo’n zeven en ‘n halve gulden bij de Hema. Daar telde je dan nog gauw even een slordige fl. 4,50 bij voor het ontwikkelen en dan maar afwachten wat er voor dat bedrag allemaal was gelukt.
Dat ontwikkelen duurde dan twee dagen, waarin de onzekerheid aan mij knaagde. Ik was vaak zo nieuwsgierig dat ik de transparante strips al in de winkel tegen het licht hield. Nou, dat viel regelmatig nog bitter tegen. Los van de technische beperkingen van de camera’s uit de begin jaren negentig was ook mijn eigen fotografisch kunnen, nog niet van dien aard dat succes doorgaans verzekerd was.
Thuis gekomen, moest de loep er op om te zien of de scherpte en belichting wel in orde waren en – o jongens – wat héb ik veel jammerlijk of nét mislukte plaatjes zuchtend in het ronde archief moeten mieteren. Maar daar leerde ik wel van. Zelfkritiek en alsmaar kijken hoe ánderen het wel voor elkaar kregen en dan de lat wéér hoger leggen, brachten uiteindelijk het resultaat en niveau wat ik voor ogen had.
Nu, knippen we maar onbeperkt raak, honderden foto’s op een chip en we zien meteen in het terugkijkschermpje of ’t wat geworden is. Nee? Een druk op de prullenmand-knop en weg zijn ze weer! Wat er een beetje op lijkt , op de PC nog even nabewerken in een fotoprogramma en hóppa voor de dag er mee op het sociale netwerk.
Ach ja…ik maak ook dankbaar gebruik van enkele van die moderne mogelijkheden, maar eerlijk is eerlijk; dat ouderwetse analoge handwerk leerde me wel om eerst drie keer na te denken voor ik de ontspanknop indrukte. Al zal mijn wat zuinige inborst daar voornamelijk debet aan zijn geweest..
O ja…die winterse details.
Ik kon me wat dat betreft vandaag rustig beperken tot de eigen tuin, want ook daar hingen of lagen de fraai aangesuikerde besjes en blaadjes voor het oprapen..


Ik hurk graag voor zo’n korrelig berijpt paddenstoeltje. Een Gewoon Donsvoetje, dat ondanks zijn naam vast koude tenen moet hebben…

..en ook buig ik diep voor dat allerlaatste Viooltje dat blauw verkleumd nog nét even héél mooi staat te zijn, voordat hij in de grauwigheid is verlept en vergeten..

Vandaag een anderhalf uur zitten kleumen in het foto-tentje in eigen tuin, waar het aangelokte gevederte voornamelijk bestond uit huis-tuin- en-keuken-soorten.
Niks bijzonders dus, maar ’t is ó zo leuk om ongezien op enkele meters afstand bij hen te verpozen, als ze zich onbespied wanend op het vogelzaad storten.
Omdat ze daarbij vaak eerst even op een afstandje de kat uit de boom gaan zitten kijken, maak ik daar deze keer dankbaar gebruik van om te wachten tot ze binnen de stijlen van een zwaar verroest hekwerkje plaats nemen om zo sámen met de symmetrische omlijsting er een levend schilderijtje van te maken.



Het is een komen en gaan vandaag, waarbij de ene fikse regenbui de andere opvolgt zodat ik, als ik uit de auto wil stappen om ergens naar binnen te gaan maar beter een tijdje kan blijven zitten om niet ernstig doorweekt te raken.
Ach…neem ik toch gewoon even een binnenfoto om de buitensfeer weer te geven?

Terugrijdend, zie ik in de achteruitkijkspiegel hoe er ergens aan de verre horizon een glimp zonlicht doorbreekt en ook van dat ‘achteruitkijkje’ maak ik een ingekaderd plaatje, waarvoor ik uiteraard wel even stil ben gaan staan.

Thuis gekomen scheurt aan het eind van de middag de lucht helemaal open en als ik nog een stukje richting Westeremden wandel, kleurt de hemel boven Stedum prachtig oranje-rood waartegen de ‘Stemer’ toren als kenmerkend silhouet scherp wordt afgetekend..

Al een poosje geleden al had ik deze dag als een snipperdag ingepland om weer eens bosvogels vanuit een fotohut in Drenthe te kunnen fotograferen. Daar kan ik me dan altijd wel aardig op verkneuteren en ik houd dan dágen van te voren angstvallig het weerbericht in de gaten. Want het is in zo’n bos door al die bomen sowieso altijd al wat donkerder dan hier in het open veld en eigenlijk is helder weer wel een beetje ’n voorwaarde voor een geslaagde expeditie.
Nou wat dát betreft was het wel een domper zeg! De al dagenlang voorspelde sombere regendag werd inderdaad een feit en dan is het o zo moeilijk om dat snel heen weer bewegend gevogelte vast te leggen, omdat de sluitersnelheden dit dan niet toelaten. Technisch wel op te lossen door met hoge ISO-waarden te werken maar dat heeft ook weer zijn nadelen.
Nou ja.. uiteindelijk komen er toch een aantal redelijk geslaagde opnamen op het geheugenkaartje en kijken is óók leuk !

Merelvrouw..

Geelgorsman..

Vinkenman..

Keepvrouw …

Matkop …
Als ik aan het eind van de middag nog even besluit om een frisse neus bij Ekenstein op te doen, is een van de prettige bijbedoelingen er doorgaans op gericht om er ook fotografisch wat van mee te nemen.

Als ik afwisselend in gedachten verzonken en geconcentreerd om me heen loop te kijken hoor ik achter mij een bekend kinderstemmetje “ Hé opa!”
Verrassing!
Gelijktijdig had ook mijn schoonzoon Christiaan het idee opgevat om met Mats een spaziergangetje te maken op dezelfde locatie…

Daar waar zijn oudere broers, mij al weer met een à la ‘ouwe jongens onder elkaar’ opgestoken wijsvinger begroeten, is hij nog in de hartverwarmende leeftijdsfase, waarop er spontaan op me wordt afgerend, waarbij innnig schurkend mijn been wordt omarmd alsof we elkaar in jaren niet zagen.
We wandelen samen op en van foto’s maken komt er dan niet zoveel, maar een goed gesprek met mannen onder elkaar op Zaterdagmiddag heeft óók wel wat !
Ondertussen huppelt Mats voor ons uit, waarbij hij gevraagd en ongevraagd ons voorziet van een eindeloze rij mededelingen, wetenswaardigheden en vragen die er in dat blonde koppie rond gaan..
Bijna weer bij de auto aangekomen, besluit hij om maar eens een zo’n fijn herfstblad voor mama mee te nemen , maar hij laat groothartig de kleurkeuze aan ons over….
Doe maar een bruine, zeg ik dan.

Een beetje flauw eigenlijk, maar hij heeft er al eentje gevonden en beoordeelt het als één van opa’s zoveelste ijzersterke voorstellen .. !
Nóg wel ..

In een grauwgrijze en druilerige novembersfeer, rijd ik vandaag door een leeg-geoogst Noord-Fries weide-landschap dat er kletsnat en verlaten bij ligt.
Maar in de Bantpolder is ’t toch altijd leuk om je heen kijken, nu daar de brandganzen weer in grote getale neer strijken. Voor vliegbeelden is het nu veel te donker, maar gelukkig zijn er wel enkele rustig zittende roofridders op hekpaaltjes, waarbij langzame sluitertijden en hoge ISO waarden geen probleem zijn.
Tenminste als ze me een beetje in hun buurt dulden…
Dat gaat goed deze keer en vanuit het autoraam mag ik rustig aanleggen en portretten schieten van twee verschillende en fraaie exemplaren van de Buizerd ( Buteo buteo)..


Waarvoor dank!
Vannacht beleefden we de eerste, lichte nachtvorst van het seizoen en daarom moest ik vanochtend er éérst even op uit.
Ik ben een beetje ’n rare vogel wat ‘kou’ betreft.
Van nature ben ik namelijk nogal ‘kleumsk’ aangelegd, hetgeen tot uiting komt in mijn vaak als versteend aanvoelende, slecht doorbloede vingers en het alsmaar blijven opstoken van de houtkachel, terwijl vrouwlief aangeeft bijkans te bezwijken van de hitte. Ik loop regelmatig rillerig door het huis, luidkeels huiverend op zoek naar een warmere trui en het ’s winters blootvoets stappen in een onverwarmd bed beschouw ik als een der gruwelen dezer aarde. Ik klaag over wintertenen, ik kan niet meer zonder pet en ik mis de wollen borstrok …
Maar ik ben gék op échte winter! Die kan me niet streng genoeg zijn. Méér ijs, méér sneeuw, lágere kwikstanden, hoe ijzingwekkender hoe beter!
Buiten gekomen, maal ik niet om stijfbevroren oren en tenen als ijsklompen. Gretig zuig ik de diepvrieslucht naar binnen en glimlachend veeg ik de rijp uit mijn snor (zo ik die had) want van binnen tintelt het warme plezier dat ik beleef aan ouderwetse wintertijden.
Nou ja, zo ver is ’t nog lang niet natuurlijk, maar wat voor een ander de charme van een eerste lentedag is, zo verwelkom ik toch wel een beetje zo’n eerste nachtvorstje, zeg maar als kleine voorbode van het échte werk, dat helaas maar zelden of nooit meer komt.
Ach..veel stelde ‘t niet voor vannacht, niet eens genoeg om een echt, gezellig kraakvliesje op de plassen te veroorzaken, maar toch..

Een paar nog laat bloeiende bloemen krijgen het opeens even goed voor de kiezen, nu ze plotsklaps van een ijsmuts werden voorzien en dan zijn ze toch ook weer aandoenlijk mooi , evenals de hen omringende decoratief besuikerde grassen en blaadjes..




“Het zèl weer winter worden, het zèl weer winter worden
Vanmiddag geef – na preekvoorbereiding en tuinwerk – nog even uitvoering aan het idee om weer eens een poosje op Ekenstein rond te struinen.
Wat houd ik er van om zonder omlijnd doel door dit nog in herfsttinten gehulde park te zwerven..

Gewoon een beetje aanrommelen met de camera en maar zien wat de natuur mij oplevert aan bezienswaardigheden.
Heerlijk het hoofd leeg maken en mijmeren op een bruggetje boven de verstilde vijvers waarin de bomen zich in hun ongekroonde staat staan te spiegelen..

Heel even is er een sterke rimpeling in ronde symmetrische bogen, veroorzaakt door het verenpoetsen van een koet, waardoor de als in houtskool geëtste takken heel even grotesk vervormen..
Ik zie zo’n vervreemdende plaat dan opeens ontstaan en moet dan nog heel snel zijn met de camera-instellingen om dat kortlevende, surrealistische schilderij vast te kunnen leggen..

Daarna keert de rust terug op het wateroppervlak en dat dat levert weer ‘Monet’ achtige, verstilde beelden op van talloze drijfblaadjes die in grote getale als goudgekleurd strooigoed langzaam maar zeker onder mij door trekken…

Heel anders is dan het beeld van één zo’n geïsoleerde flyer, waarop ik even later inzoom. Ik wacht bewust totdat het precies op die plek in het blauw komt drijven waar het dan omlijst wordt door een paar luchtbelletjes..

Zo, genoeg geweest, tevreden en uitgemijmerd stap ik de parkeerplaats op waar ik tot mijn verrassing moet constateren dat iemand weer eens een bon heeft uitgeschreven en achter de ruitenwisser heeft bevestigd…

| Ineke E op En liten stuga i Sverige | |
| Harry Wildeboer op Krampvogels … | |
| Jitske op Krampvogels … | |
| Anita Jilderda op Krampvogels … | |
| H. W. Emmelkamp op Mijn hemel ! … |
| Ineke E op En liten stuga i Sverige | |
| Harry Wildeboer op Krampvogels … | |
| Jitske op Krampvogels … | |
| Anita Jilderda op Krampvogels … | |
| H. W. Emmelkamp op Mijn hemel ! … |
Reacties en opmerkingen stel ik erg op prijs!
Dat kan het gemakkelijkst via de reageer-knop onder de berichten.
Klik op 'reactie plaatsen' of - als er al gereageerd is - op de eerdere reactie
Ik vind het ook leuk wanneer je een bericht deelt via een van de 'social media' knoppen of wanneer je een 'opsteker' geeft via de 'duim'-button.
Je kunt mij ook mailen voor een vraag of opmerking.
Ga dan naar het contactformulier dat bovenaan is te vinden onder de knop 'over dit weblog'
