Kwetsbaar…

Het is al weer een tijdje stil geweest op dit blog. De eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat ik me er wel even weer toe moet zetten om de draad weer op te pakken na de stormachtige tijd waar wij in de afgelopen weken en dagen met elkaar doorheen gingen. Nog steeds zijn we wat beduusd van het ondergaan van een achtbaan aan gevoelens van enerzijds pijn en verdriet en anderzijds ook zóveel redenen om dankbaar te zijn. We beleefden de dagen op het scherpst van de snede tussen vrees en hoop, tussen vertrouwen en vertwijfeling.

Persoonlijk raak ik dan ook geconfronteerd met mijn eigen opvattingen en overtuiging. Want al die woorden en voorbeelden waarmee ik anderen ooit heb geprobeerd te bemoedigen, te troosten of te stimuleren, keren in zo’n periode als een boemerang bij mijzelf terug.   Hoe ga ík dan om met al mijn vragen over volhouden, geloven en loslaten? Hoe zit dat met die ‘grazige weiden en diepe dalen’ ? Ik wil dolgraag naar die rustige wateren maar waarom nou éérst door die donkere tunnel? Waarom niet samen aan Zijn hand langs zonnige berghellingen, metéén naar die uitnodigende tafel?  U bent bij me in het duister, maar waarom vrees ik dan soms tóch dat kwaad? Op de tast loop ik, hunkerend naar een bemoedigend klopje van die herdersstaf, dan toch maar door in geloof, óók als ik weinig troostends ervaar, mijn weg zoekend naar de zekerheid van wachtend licht en doorbrekend inzicht. Want ik wéét het…dát komt!  Of in het hier óf in het later. 

Naar fotograferen stond mijn hoofd ook niet echt, maar ergens in de afgelopen dagen maakte ik toch nog één foto waarvan ik denk dat dit wel aardig symbolisch staat voor het bovenstaande.

Zo’n kwetsbare vogel in de avondschemering, balancerend op de rondingen van een grillig gevormde tak waarvan het niet weet waar deze begint maar wel waar hij eindigt. Omkijkend naar wat was. Niet wetend wat komt. De zon is al gedaald en afgenomen in kracht. Nóg zijn er scherp omlijnde contouren maar ook die vervagen rap in het nachtelijk duister. Nog éven en er is alleen nog die onontkoombare lange, donkere nacht waarin het een keus heeft. Een optie om gedesoriënteerd rond te dwalen met het risico om zich stuk te vliegen of.. om stil te blijven wachten, te vertrouwen op dat éne moment dat zeker komt. Het ogenblik waarop de ochtend gloort, de hemel juicht, de zon breed lachend aan de kim verschijnt en het zijn vleugels weer uitspreidt voor de heerlijke glijvlucht naar het bevrijdend licht.

Dág Evi ! ..

Het eerst blog in het nieuwe jaar is er eentje met een verdrietige toonzetting.

Twee dagen na Kerst kwam ons kleinkind-meisje Evi ter wereld. Een prachtig klein mensje, maar geboren met een ernstige hartafwijking in combinatie met het ’t Down-syndroom. 

En.. evenals wij drie jaar geleden haar nichtje Annelin na enkele dagen moesten laten gaan, was ook het prille lichaampje van dit kindje niet opgewassen tegen alle dreigende beperkingen die deze ziekte meebracht.

Kort, té kort duurde de knijpkracht van haar vingertjes.

Té zwak bleek uiteindelijk de slagkracht van haar hart.

Ik kan geen woorden vinden, die ons gevoel kunnen beschrijven..  misschien maar gewoon de tekst laten zien waarmee wij onze familie- en kennissenkring hebben ingelicht..

Onze Evi,

   voor altijd deel van ons gezin   

   Gleed, net als destijds Annelin

   stilletjes de hemel in …        “

Zo hebben we dat ervaren. Dat ze deze wereld waar ze té hard zou moeten hebben vechten, mocht verlaten om voor altijd in vrede bij Hem te zijn.   Maar wat hádden we haar graag nog bij ons gehouden..

Wij zochten en zoeken steun en troost als gezin bij elkaar en vinden dat sámen, ondanks al onze menselijke ‘wat-is-de-zin van  en waarom’-vragen, toch in ons geloofsvertrouwen in de Ene, de Eerste en de Laatste!

Gisteren hebben we afscheid genomen van haar lichaampje, op een prachtig plekje tussen hoog, ruisende bomen op een natuurbegraafplaats. Gevoelens van ontroering, intens verdriet, dankbaarheid én blijdschap drongen zich beurtelings en overweldigend aan me op..

Bewondering ook voor haar dappere papa en mama en intense blijdschap over haar broertje Pepijn dat ons daar – van geen zorg en kwaad bewust – vrolijk brabbelend  attent maakt op de aanwezigheid van bomen en vuur, van ‘ boo en au’..

Ja ’t is zeker ‘Au! ‘ Erg ‘Au!’  Het vuur van verdriet dat schroeit en blakert.

Maar ook de vlam van hoop die het hart verlicht en verwarmt. In die hoop en verwachting gaan we samen verder. Met geraakte, dankbare harten voor wat Evi in die twee korte dagen tóch aan ons gaf.

Haar kleine voetjes hebben nooit de aarde mogen raken, maar ze laat in onze harten een onuitwisbare afdruk achter. Een dierbare herinnering aan dat kostbaar geschenk dat we hebben terug gelegd in de handen van Hem die éénmaal ons weer zal doen herleven én samenbrengen.

Dág lieve Evi !

Prikje..

En alles is weer groen en grijs! Daarmee is gelukkig ook de traditionele overgangsdag met dooi en slijmregen voorbij waarin alleen maar vuilwitte drabresten nog doen herinneren aan een paar leuke winterse dagen.

Want, hoewel het niet bepaald diepwinters was heb ik toch wel van genoten van dat vroege prikje waarin de elementen sneeuw, rijp en lichte vorst zich voor een paar daagjes lieten gelden . Uiteraard gaf dat ook weer veel letterlijke buitenkansen die ik zo graag fotografisch probeer uit te buiten.

Een lang verhaal, kort. Onderstaand een impressie door middel van een vijftal sfeerbeelden, opgedaan in en rond eigen huis en tuin die er al best wel wat kerstkaarterig bij lagen in deze vroegwinterse omstandigheden. 

Smeer’m…

Met de komst van keiharde wind en bijbehorende slagregens moeten ook de laatste, zich wanhopig aan het geboomte vastklemmende herftsblaadjes zich dan toch gewonnen geven en dwarrelen verslijmd en verfomfaaid ter aarde. Daarmee is het ook meteen gedaan met de gouden lover-gloed waarvan we door de relatief lange najaarswarmte zo lang konden genieten.

Ik maakte in de afgelopen tijd nog dankbaar gebruik van hun geelbruine tinten waarmee ze altijd een heerlijke omlijsting vormen van tuin- en bosvogels, wanneer die kortdurend neerstrijken op zo’n fel opvlammende tak..

We kennen allemaal de Kool- en Pimpelmezen uit eigen tuin wel, maar ik laat vandaag graag een paar geslaagde opnamen zien van een drietal wat minder bekende mezensoorten die ik enkele dagen geleden in een typisch herfstachtige ambiance op de plaat wist te krijgen. Het zijn fraai getekende meesjes die we niet gauw op de Groninger klei zullen tegenkomen en ik moest er voor naar bosachtige streken..

Hierboven de Glanskopmees, die tijdens het maken van de opname een – voor ons oor – “gezellig”  ‘dzie-dzie-dzie’ geluidje lijkt te maken maar waarmee hij eigenlijk wat voor zich uit zit te schelden richting een concurrerende soort..

Bijvoorbeeld naar zo’n parmantige Kuifmees, die dan weer een aantrekkelijk Larix-tak als zitplek uitkoos en waar ik dan ook wel weer erg blij mee ben..

Tot slot de Zwarte Mees, met zijn typerende witte nekvlek, en vleugelstippen, die ook wel even voor mij wilde poseren.

Hoe ik ze precies op die fraai ogende plekjes wist te lokken? Met een piepklein likje vogelvet, onzichtbaar weggesmeerd achter een van die fijne takjes. Het is soms wel wat ontberen, ’t vraagt wel engelengeduld om ze zo te laten meewerken en.. het gaat ontelbare keren mis, maar wat geeft het een voldoening wanneer zo’n beestje – eindelijk maar toch – fototechnisch lekker scherp en de plaat goed van kleur en compositie is geworden.

Van Fanø en DHL..

We kijken terug op een lekker uitwaai-weekje op het piepkleine eilandje Fanø aan de Deense westkust, waar wij ooit in vervlogen tijden ook eens met de kinderen in een bomvolle auto naar toe zijn gereisd. Vanaf Loppersum is het een uurtje of zeven rijden en we maken van de autorit er met zijn tweeën doorgaans nu ook iets gezelligs van door momenten van prettig keuvelen, af te wisselen met het beluisteren van muziek of een luisterboek. Daarin verschillen we denk ik niet zo heel veel van  de doorsnee snelwegreiziger. Waar we waarschijnlijk ons wel in onderscheiden is het spelen van een vrij kinderlijk, of meer kinderachtig spelletje dat ik voor het gemak maar even ‘DHL-en’ noem. Het is een rudiment uit de tijd waarin onze tieners destijds hun verveling tijdens de urenlange rit te lijf meenden te moeten gaan door te proberen om de eerste te zijn die  zo’n roodgele DHL- vrachtauto – waarvan er duizenden rond rijden – wist te ontwaren.

Zag je die vóór de ander ‘m ontdekte dan was het zaak om je buurman razendsnel een beheerst maar venijnig tikje op het achterhoofd te geven om vervolgens triomfantelijk te wijzen op de aanwezigheid van zo’n wagen met zijn herkenbaar logo. Het leverde een punt per signalering op.  En aan precies zo’n jolig wedstrijdje waren mijn vrouw en ik  op de heenreis opeens ook zo maar begonnen. Want hoe gaat zoiets? Je voelt ineens een pets op je hoofd en net wanneer je verontwaardigd naar het hoe en waarom wil vragen, snap je het ..o ja ..’DHL-en’ . Nou ja om (weer) een lang verhaal wat in te korten; toen we op de eindstreep de ferry opreden bleek ik weer eens riant te hebben gewonnen.

De ferry ja, want Fanö moet vanaf het vaste land in een kwartier varen worden bereikt en is gewoon een prachtig stukje natuur vol strand, bos en duin waarin we naar hartelust hebben rond gewandeld en – gefietst. Wel tussen de buien door uiteraard, maar die konden de pret niet drukken. Natuurlijk maakte ik ook de nodige foto’s waarvan hieronder een selectie.

Bij aankomst in Nordby wordt de eilandvaarder vanaf een zandplaat begroet door een luierend stel zeehonden dat daar tijdens laagwater als een rondbuikig welkomst-comité een soort vaste folklore vormt.

Op de eerste dag zien we ’s ochtends vanuit het raam van ons huisje hoe een reegeit achter een paar struiken op nog geen twintig meter afstand een uurtje gaat liggen herkauwen..

En het wilde zoogdieren-feest krijgt een bijzondere climax wanneer ik de volgende dag toevallig door het andere raam kijk en in een flits een enorme rekelvos zie, die met een konijn in zijn bek op het pad over de laan loopt. Adrenaline! Ik vlieg naar mijn camera-tas en ben natuurlijk te laat voor een echt fijne foto, maar met een soort ‘werpschot’ in de verte kan ik nog net een bewijsplaatje maken waarbij dat prachtig beest dan wel weer net een foeilelijke kruiwagen als achtergrond kiest, maar het is niet anders.

Verder uiteraard heerlijk gestruind over duin en strand…

 

en door het pittoreske Sonderhø met zijn typische, mooi bemoste woningen.

Het weer was nu niet bepaald van een stralend type, waardoor we de droge uurtjes goed moest benutten en op het allerlaatste uur waarop we onder een zwaar wolkendek nog wat liepen na te jutten met het oog op een bijzondere schelp of stukje barnsteen, verscheen er opeens ‘n kier in het verduisterde zwerk en zagen we heel kortstondig die zo gehoopte stralenkrans van een zonsondergang zoals je die alleen aan het strand maar te zien krijgt. Eén minuutje duurde het feest en toen gingen de gordijnen weer toe, maar toen zat deze in de knip! 

En ja, die terugweg naar huis..

Die werd vooral gedomineerd door een zeer gespitste,  op revanche beluste vrouw  die  – voor ik ook maar een geel-rode glimp kon ontwaren – werkelijk overal DHL-auto’s zag. Ook op niet door mij te verifiëren plekken zoals parkeerplaatsen (“ja hoor, nét achter die heg”) benzinestations ( “écht waar, achter die pompen” of ver buiten mijn gezichtshoek gelegen plekken (“jawel, daar héél in de verte”). Mijn ongeloof en protesten ten spijt, stond ik dan ook binnen een mum van tijd kansloos en ver achter, waarbij ze het zelfs een keer presteerde om in plaats van het verstrekken van het beheerst beoogde tikje op mijn achterhoofd, met een enorme DHL-lel mijn hoortoestel compleet van mijn rechteroorschelp af te meppen. Nee dat dreigde voor mij uit te lopen op een verloren strijd en het was maar goed dat de november-duisternis snel inviel waardoor het spelletje uiteindelijk doodbloedde en uitmondde in een nooit formeel vastgestelde en door mij erkende  eindstand.

Enfin, toen we gisteravond  uiteindelijk weer goed en wel en in een vrij harmonieuze verhouding op onze eigen bank zaten bij te komen van de trip, hebben we ’t er niet meer over gehad en stookten in plaats van verdere onrust ons eigen houtkachelvuurtje maar op want daarin zijn we dan wel weer allebei even goed!

Heb jij dat ook? …

Het wordt weer een wat langer verhaal deze keer, dus ga er even voor zitten. Tenzij je alleen van de plaatjes bent, dan scroll je gewoon lekker door. Maar aan de lezer zou ik wat willen vragen

Heb jij dat ook? Dat je de neiging hebt om het nieuws van 8 uur maar over te slaan?  Murw en depri als je kunt worden van de zich constant herhalende beelden van dagelijkse slachtoffers van zinloos geweld en oorlog. Radeloze vaders met bebloede kinderen in hun armen, schreeuwend om een ambulance. Wanhopige oproepen van dodelijk bezorgde mensen om hun geliefden weer veilig thuis te mogen krijgen. Gebalde vuisten. Door haat verwrongen gezichten. Doodswensen en bedreigingen. Terroristische aanslagen en daarop volgende bloedige vergeldingen. En als die dieptreurige items dan de revue zijn gepasseerd is er nog net tijd om in een laatste nieuwsblokje gewag te maken van ander menselijk leed door ‘n enorme aardverschuiving hier en een verwoestende storm daar en dat alles dan gepaard met de onthutsende beelden die er kennelijk als vanzelfsprekend aan moeten worden toegevoegd.

Eigenlijk willen we dat allemaal niet horen, laat staan ook nog eens in full colour zien. Het roept machteloze gevoelens van verdriet op over onrecht en onheil. Het brengt zorg en onrust in je hart en het kan als een verademing voelen wanneer de nieuwslezer, na nog wat binnenlandse politieke onlusten en polariserend gekonkel te hebben behandeld, eindelijk overschakelt… ‘ en dan gaan we nu naar Peter Kuipers Munneke met het weer…nou het was me wel een natte boel vandaag Peter’.  

Ik moest denken aan een ontmoeting die ik deze zomer had in de afwasruimte van een bloedhete camping in Kroatië, waar ik zij aan zij stond te soppen met een andere Nederlandse vakantieganger die bij navraag een van de hoofdredacteuren van het (Jeugd-)journaal bleek te zijn.  Op mijn obligate ‘nou, interessant beroep zeg’ reageerde hij enigszins sceptisch en zei dat je zo’n baan maar een paar jaar kunt volhouden. Hij ging zich binnenkort ook maar op iets anders richten, want het schiften, selecteren en presenteren van de dagelijkse portie ellende doet een mens geen goed.

Daar was ik wel even stil van en het stemde me tot nadenken. Onwillekeurig welde bij mij een liedje op uit de ‘Kinderen voor Kinderen’-serie uit de 80-er jaren; 

 Als ik de baas zou zijn van het journaal

Dan werd meteen het nieuws een heel stuk positiever

De hele wereld werd meteen een beetje liever,

want ik negeerde alle narigheid totaal.

Waarna er in het lied een opsomming volgt van leuke en positieve nieuwsfeitjes, zoals ..

 Er is een tandarts in Den Haag die niemand pijn doet bij het boren

Iemand vond de gouden ketting terug die ze was verloren.

De eerste lammetjes in maart. Een mooi rapport voor Kees Verstegen.

De hond van tante Jo heeft negen kinderen gekregen

 

(https://www.youtube.com/watch?v=UPqBA1YBYFg)

Tsja..selectief kijken naar de actualiteiten om ons heen brengt innerlijke dilemma’s mee.  Wat laat ik bij me binnen komen? Waar kijk ik naar? Waar wil ik mijn blik voor afwenden en waar richt ik me op? Moet ik alles wel zien en tot me nemen? Is een mens daarvoor bedoeld? Wegkijken voor andermans leed kan en mag niet, maar moet het zo vaak, zoveel?

Tot diep in de naoorlogse dagen drong wereldnieuws slechts tot een kleine groep door, hoofdzakelijk middels de krant en zelden via de ether. Onze grootouders en hun voorgeslacht waren in mindere mate geïnteresseerd in landelijke nieuwsfeiten, maar meer nog in regionale en lokale nieuwtjes. De wereld leek kleiner en veiliger. Hoewel dat maar schijn was (ook toen wemelde het wereldtoneel van oorlogen, slachtpartijen en intriges) zorgde het over het algemeen toch voor een stabieler en rustiger gemoed. Dat rechtvaardigt de vraag of we wel zo blij moeten zijn met de mogelijkheid om ons vandaag de dag elke minuut van het acute wereldnieuws te kunnen laten voorzien, inclusief indringend beeld en geluid. Wat doet dat met ons? Nogmaals, wegkijken is geen optie, maar zou het niet wat selectiever kunnen? En in een wat evenwichtiger vorm, waarbij al die andere, prachtige, mooie dingen die het leven zo de moeite waard en interessant maken ook een plek krijgen? Is goed nieuws geen nieuws?

We hebben zelf de keuze waar we in ons leven het eerst naar kijken. Of het langst. Jij bepaalt zelf de blikrichting en datgene waarop je zou willen concentreren.

In het maken van natuurfoto’s heb ik die keus al snel gemaakt. Ik wil bijvoorbeeld in deze herfstfase graag de serene, gouden ochtendsfeer van de geboorte van een nieuwe dag tonen maar ik moet er moeite voor doen om storende hoogspanningsmasten en lelijke verkeersborden buiten beeld te houden..

Maar daarmee selecteer ik ook! Ik zoom in en laat weg.

Bij het Vlamhoedje hieronder heb ik er voor gekozen om alleen de prachtige lamellenstructuur aan de onderzijde te showen want op de fraaie bovenkant zit een klodderige zwarte vlek. Bewust laat ik al het storende, onaantrekkelijke niet in beeld komen en verwijder in de weg zittende sprieten en uitsteeksels. Ik kies ook zorgvuldig het moment van fotograferen, want over een paar dagen zijn ze allebei verslijmd tot onooglijke bosproducten. Want ook dat is realiteit, maar dan wel een realiteit met een doel dat past in de cyclus van het leven.    

Wat ik wil zeggen is, dat ik er in de fotografie voor kies om alleen de schoonheid van kleur, vorm en sfeer er uit te laten springen. Dáár het accent op te leggen. Dáár van te genieten en juist dát te bewonderen. Ook de natuur ontkomt niet aan beschadigingen en afbraak, maar meestal is dat met een doel.

Daarvoor dient mijn laatste voorbeeld in de vorm van een groot rood eikenblad dat mij uitnodigend tegemoet schitterde met die dieprode gloed en dat ragfijne nervenstelsel. Terwijl ik bezig was om de beelduitsnede te bepalen zag ik dat piepkleine door een kevertje of rups weg gevreten gaatje. Bewust nam ik dat nu wél mee in beeld. Het toont ons het kwetsbare en het onvolmaakte van het aards bestaan.

Maar moet dat ons afleiden van de verwondering over al dat prachtigs? Waar gaat jouw blik steeds naar uit?

Richt je gedachten op alles wat waar, eerlijk, heilig, vriendelijk, mooi en goed is ( Filippenzen 4:8)

En voor hen die niet zoveel hebben met Bijbelse woorden, zal misschien Ramses Shaffy’s liedregel meer tot de verbeelding spreken;

Zing.  Vecht.  Huil.  Bid. Lach. Werk én.. Bewonder!!

Zonder de realiteit uit het oog te verliezen focus ik me geestelijk en fotografisch op datgeen wat ontroert, blij maakt, tot dankbaarheid stemt.  Wat ik graag met anderen deel en ons kan helpen om ook in roerige tijden qua gemoedsgesteldheid in rust en balans te blijven.   

Goudhaantje..

Een goudhaantje is in de volksmond iemand die op een bepaald gebied zeer succesvol en veelbelovend is, zoals in de sport of in een bepaalde baan en als een soort ‘pronkstuk’ gepresenteerd wordt, vooral omdat er met of aan die persoon veel geld te verdienen is. Ik denk dat we er allemaal wel een voorbeeld van weten te verzinnen.

Veel minder mensen kennen het Goudhaantje als een van onze allerkleinste zangvogeltjes dat hier het hele jaar door in vrij grote getale vertoeft maar vaak over het hoofd wordt gezien.

Het is een prachtig gekleurd, vederlicht wezentje en ik had vorige week de eer om ‘m ‘tijdens het badderen in een bosvijver van dichtbij te mogen bekijken. Die wasbeurt betrof dan uiteraard de vogel, dit voor de lezers die altijd heel precies willen weten hoe het zit.

Als het fotograferen is gelukt ben ik daar dan altijd best opgetogen over, vooral omdat een ander exemplaar ook nog eens fraai op een tak ging poseren en ik daarmee de kans kreeg om ‘m niet alleen druipend – en wat zieltogend – in bad maar ook in ‘gekamde en geföhnde’ staat hieronder te mogen presenteren.

En zeg nou zelf…spreekt de naam niet helemaal voor zich?

En zojuist kreeg ik een terechte reactie van een lezer dat de laatste foto een Vuurgoudhaantje betreft en dat had ik inderdaad over het hoofd gezien. Want de zwarte oogstreep en het wat vuriger gekleurde petje onderscheiden hem van zijn ‘gewoon’ neefje!

” Tein, tein !..”

Een van de vele aangenaamheden die het leven in gepensioneerde staat voor ons met zich mee brengt is toch wel het feit dat we extra veel tijd met de kleinste kleinkinderen kunnen doorbrengen. In ons geval krijgt dit gestalte doordat we op de vaste vrijdag als oppas mogen fungeren voor deze heerlijke rakkers, waarbij opa en oma niet alleen garant staan voor de basale zorg- en welzijnsaspecten maar ook voor het broodnodige entertainment waar wij dan ook letterlijk en met liefde alles voor uit de kast halen. Niets schenkt een opa- en omahart meer voldoening dan schaterende lachjes, pretogen en schudde-buikjes.

 Eén van de terugkerende vermakelijkheden die zich op vaste tijden aandient wordt echter extern geserveerd via de Arriva-trein, die om het half uur aan de horizon bij Stedum opdoemt en even later zoevend en vice-versa,  een paar honderd meter verderop  passeert. Hoewel die flitsend-blauwe verschijning dus tientallen malen per dag voorbij glijdt, brengt deze vanuit de verte naderende attractie hen alsmaar opnieuw in een zalig soort verrukking.  Dan worden wij – alsof het ons weer eens volkomen ontgaat – met opgeheven wijsvingertjes en verwachtingsvolle ogen scherp attent gemaakt op de komst van dat machtige voertuig en na hun gezamenlijk aangeheven “ téin.. téin!” staan ze allebei voor de zoveelste maal voor het raam uitbundig te zwaaien naar een nietsvermoedende machinist en een stel ingedutte forenzen.

Omdat hun afzonderlijk bioritme niet geheel gelijk loopt, komt het voor dat de één een slaapje moet doen en de ander een poosje door opa vermaakt moet worden en zo komt het dat ik op een van de afgelopen dagen een stukje met Pepijn op de fiets richting Zeerijp fiets.  Uiteraard zien we tijdens het tochtje van alles wat even moet worden aangewezen, benoemd en nagedaan.  Ondanks dat zijn leerontwikkeling en vocabulaire, vergeleken met zijn half jaar ouder nichtje Julia, zich in een priller stadium bevindt weet hij toch al met moeite en niet erg consistent-  een ‘waf’ van een ‘mauw’ te onderscheiden maar het zwart-witte beest in de wei wordt wel degelijk met iets van ‘oe..’ aangeduid. Dat hij even later een beetje door de mand valt door de in het veld aanwezige oogstwerktuigen consequent als ‘ téin’ te typeren zij hem vergeven. Het is ook enorm ingewikkeld!

Naast het goedmoedig ondergaan van opa’s flora- en faunalessen, vind hij het geloof ik ook wel aardig wanneer ik tijdens het fietsen grappige kinderliedjes aanhef. U voelt de twijfel wel aan in bovenstaande zin, omdat hij meestal wel geneigd is enigszins mee te klappen, te wiegen of de handjes kortdurend naar het hoofd te bewegen tijdens het ‘.. op je kleine bolletje allebei’, zo varen de scheepjes voorbij’  maar het kan evengoed voorkomen dat hij tijdens het ‘twee emmertjes water halen’ er voor kiest om bewegingsloos te blijven en dat zijn grote blauwe ogen tijdens opa’s galmend gezang alleen maar in de verre verten staren. Zijn gedachten lijken dan opeens duidelijk ergens anders te zijn en hij geeft de indruk nu even liever niet in zijn overpeinzingen te worden gestoord. 

Dat geeft mij ook de tijd om eens wat langer na te denken over de toch wel vrij stompzinnige tekst die ik met dit kinderlied over zijn argeloze hoofdje uitbraak.

Twee emmertjes water halen, twee emmertjes pompen, de meisjes op hun klompen, de jongens op hun houten been, rij maar door mijn straatje heen..Van je ras, ras, ras rijdt de koning door de plas, van je oort, oort, oort rijdt de koning door de poort, van je erk, erk, erk rijdt de koning door de kerk van je een,twee, drie!

Kijk, het eerste gedeelte gaat nog wel en is niet geheel van enige logica ontbloot hoewel die jongens op hun houten been het er best wel heel lastig mee gaan krijgen natuurlijk. Maar dan komt die koning ook nog eens ongecontroleerd door een plas aangereden en begint het gedonder. Dat de dichter er nou niet bepaald als een Vondel mee uitblinkt en er zich qua rijmwerk een beetje met een Jantje van Leiden van afmaakt door dat ‘ras, ras, ras’ en ‘erk, erk, erk’ is nog tot daar aan toe maar daarna ontspoort het verhaal volledig;

Want van enig verband met de water halende meisjes en de voort klossende jongens is plotseling geen enkele sprake meer.  Toegegeven, je kunt als koning onder het rijden natuurlijk niet altijd elke plas vermijden, maar moet je daarna, wanneer je eindelijk door die poort bent, met je hele gevolg dan ook nog eens dwars door die kerk denderen? Eerst een beetje door die plassen jagen en daarna in het gangpad van het Godshuis een enorme troep aan straatvuil achter laten! Zoiets tart toch elke verbeelding?  

Nou ja het liedje eindigt daarna vrij betekenisloos op ‘van je een, twee, drie!’ Waaraan ikzelf steevast ‘’hatsjie!’  toevoeg, hetgeen natuurlijk ook nergens op slaat en op zich ook geen poëtische vondst van betekenis is, maar toch.

Nadat Pepijn en opa uit hun fiets-overpeinzingen zijn ontwaakt, laten we de liederen voor wat ze zijn en houden wij ons weer een poosje aangenaam bezig met het oefenen op het juist benoemen van diverse vee-soorten en landbouwvoertuigen.   Hmm..het gaat nog niet heel best.

Maar wanneer we eindelijk thuiskomen zien we ‘m opeens in de verte onmiskenbaar op het spoor verschijnen…

“ Téin!”   

En die is dan wel weer helemaal goed !!!    

Splash!…

Vorige week bezocht in een  fotohut in de buurt van Veendam waarbij een grote kans op het fotograferen of filmen van vissende ijsvogels werd geboden. Dat zijn heerlijke ‘oepkes’ voor mij en ik ben dan de hele dag super gespitst op het zien en vastleggen van het typische vangstgedrag van ‘’Alcedo atthis’.

In dit geval betrof het een exemplaar dat na een mislukte eerste poging alsnog een  forse vis vangt die hem bijna te machtig wordt, maar uiteindelijk krijg ie ‘m klein!

Het filmpje duurt maar een dikke minuut en hoewel het lijkt alsof de opnames allemaal vlotjes achter elkaar verlopen is het een montage uit diverse beeldmomenten die in werkelijkheid uren in beslag namen. Met name de duikpogingen waarin de vogel vaak nét half  , net niet scherp, te vroeg of te laat in beeld verscheen hadden veruit de overhand, maar de volhouder wint en na wat beeld—en geluidsmontagewerk is dit dan het filmisch eindresultaat…

Van zowel zoiets van dichtbij te mogen meemaken alsook van het na-knutselen heb ik weer erg genoten en graag laat ik ook  jullie even meegenieten !

Saffier op Ameland..

In het afgelopen weekend mochten we met het oog op ons saffieren (45-jarig) trouwjubileum enkele heerlijke dagen op Ameland verblijven en ons verheugen in de nabijheid van hen die ons zo lief en dierbaar zijn; onze kinderen en kleinkinderen.

We genieten er nog steeds van na!

Veel van die vrolijke, intieme en ontroerende gezinsmomenten legde ik vast met mijn smartphone, waarbij de foto’s inmiddels veilig zijn opgeslagen 🙂 . Maar uiteraard nam ik ook zo af en toe de  camera ter hand om wat opnamen te maken van de schitterende natuur die juist op zo’n waddeneiland zich in zoveel variëteiten en vormen voordoet..

Ik laat ze hieronder maar even zien en laat verder de beelden maar spreken..

Van vlinders en verdriet..

Afgelopen voorjaar koos ik er voor om een flink aantal Verbena’s, ook wel IJzerhard genoemd, in mijn tuin te planten en een van de redenen die daarin de doorslag gaf was de grote aantrekkingskracht die deze prachtige bloemen uitoefenen op vlinders en insecten.

De hele zomer genieten we dan ook van hun dwarrelend en nectardrinkend vertier en in de afgelopen dagen maakte ik daarvan met name van de Witjes en de Kleine Vosjes een aardig aantal filmopnamen in super-slowmotion en in close-up. Juist dan zie je hoe elegant hun luchtwentelingen zijn en hoe diep ze hun roltongetjes in de bloemkelken duwen om maar van het begeerde vocht te kunnen slurpen.       

In deze meteorologisch zonnige tijden raakt mijn gemoed weer eens overschaduwd door zorg en verdriet  om de dingen die ver weg , maar  zeker ook in onze levens en die van dierbaren gebeuren en daar kan ik soms maar moeilijk van los komen omdat mijn gedachten dan alsmaar gericht blijven op dat zorgelijke.  Dan kies ik er graag voor om bewust de ogen scherp te stellen op datgene dat óók te zien is, vlakbij vaak en waaraan we zo gauw voorbij kijken. Dat is niet zozeer wégkijken, maar eerder de blik verplaatsen.

Want juist wanneer je inzoomt op detailniveau en de onnavolgbare bewegingen sterk vertraagt, zie je pas goed hoe ongelooflijk mooi de roterende beweging van een vlindervleugelslag is en hoe razend knap het micron-dunne rietje van hun drinkmechanisme is ontwikkeld. Ongekend kunstig in ontwerp en uitvoering ! Maar tegelijkertijd ontdek je dan pas ook hoe het perkament van de ragfijne wentelwiekjes al is ingescheurd en versleten geraakt. Gerafeld en aangevreten door weer, wind en vijandige omstandigheden. Een teken in de tijd als een heenwijzing naar  het vergankelijke. 

Ook  ons menselijk ontstaan en bestaan komt bij nadere beschouwing neer op één groot onbegrepen wonder waarbij er door schadelijke en vaak onbekende invloeden van buitenaf soms diepe scheursporen zijn opgetreden in de oorspronkelijk bedoelde gaafheid en schoonheid.

Voor mij is het een fantastische en troostende gedachte om te mogen geloven dat er ooit een volkomen herstel zal zijn waarbij aarde en hemel, schepping en schepsel één geheel zullen vormen in een volmaakte, liefdevolle en veilige dimensie die al onze begrippen van tijd en ruimte vér te boven gaat.

Ik hoop dat je even tijd kunt nemen om zo’n anderhalve minuut mee te kijken naar de onvoorspelbare en onnavolgbare dans van de kwetsbare vlinder zoals die zich in de afgelopen dagen voor mijn ogen afspeelde en die mij tot bovenstaande gedachten bracht..

Middag-Humsterland…

Na het lyrisch verhalen van de schoonheid van het door ons doorfietste Twentse land, zou ik bijna ons ‘aigen pervinzie’ tekort doen, want in de afgelopen dagen hebben we ook flink op de pedalen gestaan om een erg fraai stuk Groningen te verkennen namelijk dat van het Middag-Humsterland en het Reitdiepgebied. Ménsen, zéker wanneer de luchten frisblauw zijn en vol van witte wolkenwagens boven de eindeloze – veelal leeg-geoogste –  akkers,  is ook dit stukje Holland van een ongekende schoonheid.

Hier is het niet de meer ingetogen Regge maar het machtige, traag stromende Reitdiep dat vanaf ‘Stad’ al eeuwenlang meanderend de vloeibare en verbindende factor vormt tussen de vele oude wierdendorpjes om uiteindelijk bij Zoutkamp breed uit te monden in het nu geheten Lauwersmeer.

Een van de – naar mijn smaak –  allerbeste Grunneger dichters, David Hartsema (1925-2009) , schreef over dit water een prachtig gedicht,  waarvan ik maar zo vrij ben om er een stukje uit te citeren;

Aan kant van ’t Raitdaip is ’t nog rustig en stil 

En wiend zuzooit ’t rait noar kaant woar hai wil

Twij eenden en wat bleskes voaren oet mit heur vloot

Aingoal klotsen golven tegen kaant van ol boot

’t Raitdaip kronkelt verder, krigt Gaarnwerd in zicht

En ainboare plaatsen geven noabers bericht

van ’t laand dat zo gruin is, zo mooi en zo riek

bie ’t woater dat schoon is hou ver ik ook kiek

Het Middag-Humsterland is een relatief klein gebied waarin maar liefst zo’n 100 monumentale gebouwen, 6 beschermde dorpsgezichten ( Garnwerd, Oostum, de Gast, Niehove, Saaksum en Ezinge) en 15 archeologische monumenten zijn opgenomen. Het wordt met zijn wierden en kronkelende waterlopen beschouwd als het oudste cultuurlandschap van West Europa.  Dit prachtige gebied, naar mijn gevoel enigszins miskend ten opzichte van veel andere bejubelde landstreken, ligt voor ons praktisch onder handbereik en het wandelend of fietsend (her)ontdekken van deze plek is zeker een aanbeveling waard.

Tsjonge, ik lijk het VVV wel….

Salland..

Omdat het eindelijk een beetje wilde zomeren in de afgelopen week, zijn we nog een tijdje in eigen land met ons tentje wezen kamperen, op een kleine natuurcamping op de Sallandse Heuvelrug om precies te zijn .

Een dag of acht heerlijk accu-loos fietsen door een schitterend landschap, waarin onder meer de Lemeler- en Holterberg als ‘kuitenbijters’ fungeerden, de heidevelden langzaamaan hun paarse tooi begonnen te tonen en het ANWB- fietsknooppunt ons goede diensten verleende door ons langs de liefelijkste plekjes van het Reggedal te leiden.

Enfin, enkele foto’s geven hopelijk een aardige indruk en nu maar hopen dat de zomer nu ook eens wat langer goed in het zadel wil komen.

Helaas ..

Helaas !

Zo het nu lijkt, zijn alle jarenlang opgeslagen beelden op mijn ‘verdronken’ smartphone definitief verdwenen en moet ik het doen met beelden van momentopnamen die ik nog in mijn  herinnering kan oproepen. Maar juist die herinneringen raken in deze levensfase alsmaar meer onderhevig aan slijtage en ik denk daarbij nu met milde gedachten aan één van de uitspraken van mijn moeder.  “Wanneer het huis in brand staat en iedereen veilig buiten is, zijn de fotoalbums het eerste wat ik er uithaal”. Als kind begreep ik daar geen snars van en ik veroordeelde haar dan ook om het kortzichtig voornemen om onze dure bullen in rook te doen opgaan ten koste van vergeelde familie-prentjes, hetgeen ons gezin in zo’n rampzalige situatie onnodig diep in de financiële afgrond zou doen storten .

Mogelijk viel het jullie al op, maar veruit het merendeel van de hier geplaatste opnamen uit de dierenwereld betreffen vogels. Om eerlijk te zijn is vogelfotografie inderdaad mijn voornaamste passie en ben ik in mindere mate gefocused op het vastleggen van andere diersoorten. Vandaag plaats ik – ter compensatie –  dan ook een paar tijdens de vakantie gemaakte foto’s van geleedpotigen die bij de vorige selectie zijn blijven liggen.

Allereerst is een Cicade (Epiptera europea) te zien. We kennen hem van de doordringende krekelachtige tsjirp-geluiden die vooral in warme oorden onverstoorbaar te berde worden gebracht. We horen hem vaak, maar zien hem zelden. Op één van die zinderende dagen landde er eentje om onduidelijke redenen op het spandraad van onze tent..

Wel een centimeter of drie zijn ze en.. kijk eens naar die prachtige gaas-structuur op de vleugels.

Tijdens een van onze wandeltochten stuitte ik ook op een Vuurlibel (Crocothemis erythraea) . Ook een typisch zuidelijke libellensoort waarvan alle onderdelen in een soort superglanzende, helder-rode lak lijken te zijn gespoten.

 Tot slot nog even een terugkeer naar die windstille ochtend in dat kletsnatte, bedauwde veld achter de camping in de Oberpfalz. Terwijl ik tot aan mijn dijen doorweekt raak in het metershoge gras, speur ik onophoudelijk naar de postzegelkleine silhouetten in het tegenlicht. Het kan wel een half uur duren voordat ik het eerste exemplaar heb ontdekt, maar wanneer mijn ogen er eenmaal goed op zijn ingesteld, ontdek ik wel degelijk enkele van deze letterlijk schitterende schoonheden.. Dambordjes, Blauwtjes  en Parelmoertjes die daar nog even aan de nu nog onbeweeglijke halmen hangen in de laagstaande ochtendzon.

Nog een paar minuten vóórdat de wind voor bewegingsonscherpte zorgt, nog heel even vóórdat ze voldoende zijn opgedroogd om op de vleugels te gaan, nog héél even met ingehouden adem….klik-klik-klik

Tsjonge..terwijl ik dit allemaal opschrijf voel ik bijna opnieuw de prettige, geconcentreerde spanning die dit soort ‘foto-safari’s- op-de vierkante-meter’ met zich mee brengt.

Ik moet toch weer eens vaker gaan ‘vlinderen’, maar het aantal vlindersoorten in onze contreien is zo drastisch terug gelopen dat dit soort buitenkansen zich hier maar zelden meer voordoen.

(Wéér) helaas !

Check je vinkjes ! ..

Het heeft even geduurd maar we zijn er weer! 

Ook het schrijven van een nieuw blog liet wat langer op zich wachten en dat heeft alles te maken met de gevolgen van de twijfelachtige eer waarmee ik mij als  ‘Blundermans’  al jaren door het leven pleeg te slepen. Wat het precies bij mij is kan ik niet duiden.  Een structureel concentratieprobleem? Kortsluiting in de prefrontale hersenkwab? Een stoornis in de impulsregulatie? Of gewoon een vorm van stompzinnige suffigheid. Dát zal het zijn.

Laat ik beginnen met het feit dat we een viertal fantastische vakantieweken achter de rug hebben waarin we ons vergaapten aan de weidse schoonheid van achtereenvolgens Luxemburg, Oostenrijk, Hongarije, Kroätie en Zuid-Duitsland. Wat had ik dan ook graag een blog geschreven waarmee ik de vele vogel- en vlinderfoto’s kon verluchtigen met beelden van heerlijke vergezichten, diepblauwe zeemondingen, prachtige baaien en zondoorstoven dorpsgezichten van de met mijn Iphone gemaakte groothoekopnamen. Helaas! Ze zijn er wel, die tientallen prachtige panoramafoto’s maar ze bevinden zich onbenaderbaar op zoiets als een hevig gecorrodeerde microchip!  Voel je al nattigheid?

Het zit zo..

Op een van de warme dagen in de voorlaatste week aan de Kroätische kust, hadden we bedacht om een paar uurtjes te snorkelen in zo’n paradijselijk Robinson Crusoë- baaitje vlak bij de camping.

Omdat het me zo leuk leek om dan ook wat onderwateropnamen te kunnen maken had ik daartoe mijn kleine Go-Pro-(onderwater)camera meegenomen en wierp ik me –  na de broodnodige insmeerbeurt – dan ook meteen gretig en ongeduldig in het azuurblauwe vocht. Prachtig hoor! Okay, het is dan niet de tropische kleurenpracht van de Caribbean, maar wat een schitterende onderwaterwereld krijg je dan toch voor ogen.

Enfin..ik dobber daar als een kind zo blij rond en knip het ene plaatje na het andere waarvan ik geen idee heb of de foto’s lukken maar ik vermaak me kostelijk en kom na een klein uur rillerig nat op het kiezelstrandje waarbij Janneke me attendeert op een plakkaatvormige knobbel in mijn zwembroek op mijn dijbeen. ‘Wat héb je daar?’

Tsja..en dan wil ik wel even door de grond zakken. Klets mij meermaals met vlakke hand tegen mijn voorhoofd, maak mijzelf weer eens voor allergrootste druiloor uit en verwens mijn niet aflatende slordigheid . Druipend van Zeer Zout Adriatische Zeewater komt namelijk de Iphone tevoorschijn die ik in de diepe zwembroekzak had gestopt onder het motto van..’die zal ik er straks vóór het te water gaan wel even uithalen ’.  Nou ja..

Vanaf dat moment tot nu toe heeft het vernuftig apparaat ondanks alle verwoede pogingen geen enkel teken van leven meer gegeven. En wat erger is..alle bestanden zijn in de I-Cloud ( een soort digitale bewaar-wolk waarvan het doorgronden mijn verstand verre te boven gaan) behouden gebleven behalve ..alle daarmee in de afgelopen 10 jaren  gemaakte foto’s!! Ze zijn compleet foetsie en komen ondanks de verwoede en volhardende pogingen van de reparateur niet boven water. Op een of andere manier is vorig jaar bij het omzetten van de diensttelefoon naar de mijne, iets niet aangevinkt wat wel had gemoeten, met dit desastreuse gevolg. Als ik dit zo schrijf klinkt het allemaal redelijk dramatisch en ben ik me best bewust dat dit onder de categorie ’klein leed’ valt in relatie tot de echt erge dingen in het leven, maar toch ben ik oprecht verdrietig van het verloren gaan van al die honderden opgeslagen herinneringsbeelden.

Inmiddels is de telefoon vervangen door een ander exemplaar en het wordt dan ook tijd om de overige beelden van flora en fauna hier te tonen want dit is ten slotte een foto-blog en geen schrijfmedium.

Ik beperk me hierbij deze keer dan ook tot een tekst in staccato en een selectie van de opnamen van de wat meer bijzondere diersoorten in volgorde van de bezochte bestemmingen:

Allereerst één foto van een prachtige Beekjuffer genomen aan de oever van een dromerige rivier bij een kleine camping in Luxemburg waar we de eerste dagen  vanwege het heerlijke weertype  vertoefden.

Daarna reisden we lang en dwars door Duitsland, naar Wenen om precies te zijn, waar we een korte city-break van twee dagen hielden om met de fiets deze schitterende Donau-stad van Strauss-Hausen en Sissie-Paleizen te verkennen. 

Waarna we doorstaken richting Tiszagyenda in Hongarije, waar ik een speciaal vogelfotografie-weekje had geregeld, waarbij ik elke morgen vroeg uit de veren ging en een aantal vogelsoorten voor de lens kreeg die ik in eigen land niet gauw zal ontmoeten. Ik laat even de highlights er van zien..

Allereerst een paartje Grauwe Klauwieren, dat ik zó vanaf onze tentplek kon vast leggen. We vinden ze zeker ook wel in onze eigen contreien maar ik heb er nog nooit een fatsoenlijke opname van mogen maken..

En uiteraard ontbreekt ook de Hop niet! Vlak bij de camping was een paartje Hoppen opnieuw in broedstemming geraakt en met name het mannetje kwam regelmatig een kijkje bij de nestopening nemen..

Hier heeft hij een vette emelt meegenomen om het vrouwtje mee in te palmen, waarbij de kopveren nog plat liggen.

In opgewonden toestand zet ie zijn indianentooi op en daar heb ik speciaal even op gewacht..

In een boshut fotografeerde ik onder meer een drinkende Draaihals. Een kleine spechtachtige vogelsoort voorzien van een heel fraai soort camouflagepak..

Maar ook een Zomertortel en een Nachtegaal waren van de partij ..

De dag daarop mocht ik mee met een vaartocht in een kleine boot door de kreken van en over het Tiszameer, waarbij ik enkele kenmerkende soorten uit die bijzondere watervogelwereld kon portretteren..

De Ralreiger..

De Kwak…

Purperreiger..

Grote Karekiet

 

Daarnaast was ik best blij met deze opname van twee zonnende Europese Moerasschildpadden!

Heel erg in mijn nopjes was ik ook met de beelden die ik een dag daarna kon maken van een paartje Europese Scharrelaars dat voor mijn lens kwam poseren met hun uitbundig in blauw en turquoise gekleurde verenpakken..

Helaas bleek de broedwand van de kolonie Bijeneters op het moment dat ik daar was verlaten omdat de jongen waren uitgevlogen en moest ik het doen met een verre opname van zo’n kleurrijk exemplaar op een lelijke elektriciteitsdraad.    

Van de Hongaarse Poesta had ik me qua sfeer uiteindelijk wel wat meer voorgesteld, maar het landschap deed me aan de Veenkoloniën denken. Wel is de natuur en de dierenwereld daar nog op een ouderwets niveau waarvan wij hier in Holland alleen maar kunnen likkebaarden.

Na een kleine week vervolgden we onze reis, maakten een wijde bocht richting Kroatië en belandden we na een overnachting in Zagreb uiteindelijk op een kleine camping in het noorden van het schiereiland Krk, waar we tien dagen met onze tent op een droomplek stonden met direct uitzicht op de diepblauwe zee en de bergen van het eiland Cres.  

 In de top van een boompje voor de tent verscheen regelmatig een Cirlgors met voedsel voor de jongen..

Daarnaast fotografeerde ik er tijdens de wandelingen de Koningspage…

De Balkanhagedis…

en

Zonnende Rugstreeppadden..

Aan het eind van onze Kroatië-trip trakteerden wij ons nog op een soort water-safari in de Losinj-Cres Archipel waar we met een bootje vol foto-toeristen een paar uurtjes op zoek gingen naar Tuimelaars, een dolfijnensoort waarvan er zo’n tweehonderd daar in de Adriatische zee vertoeven. Ze waren er wel! Maar in een nogal stuiterend bootje vol voornamelijk in de weg staande mensen lukt het me nauwelijks om een goede foto te maken. Vooraf had ik prettige scenario’s voor ogen van langdurig, rechtop in het water staande Flippers die grote gracieuze salto’s zouden maken, maar in werkelijkheid kwamen ze maar heel af en toe naar de oppervlakte en waren al weer ondergedoken voordat ik goed kon focussen. Enfin, twee bewijsplaatjes heb ik wel en het was absoluut een geweldige belevenis!

Als doorreis- en slotbestemming kozen we voor een kleine camping ergens in de Ober-Pfalz in Beieren vanwaar uit we heerlijke fietstochten in de stroomdal-landschappen rond Regensburg en Neumarkt maakten.

Achter de camping struinde ik in de vroege ochtend rond in een fantastisch natuurgebiedje waarbij ik werd opgewacht door een reegeit met haar kalfjes, die ik als bonus meekreeg op de foto..

Maar mijn hoofddoel die ochtend was toch wel gericht op het maken van macro-beelden van vlinders die daar – bedekt door ochtenddauw – aan de halmen hingen en wachtten tot de zon ze zodanig had verwarmd dat ze weer de vleugels uit konden slaan.

Dat zijn dé kansen om ze van dichtbij te kunnen benaderen en deze fragiele schoonheden in laag licht en zondoorschenen te kunnen vastleggen.

Achtereenvolgens..  Het Dambordje  ( Of het wat in het Duits wat duurder klinkende ‘Schachbrettfalter’’ )     

 en een Kleine Parelmoervlinder..

Zo! Het is al met al een heel lang verhaal geworden, waarbij ik me voor de leesbaarheid maar heb beperkt tot enkele diepte- en hoogtepunten van mijn wedervaardigheden. De eerlijkheid gebiedt mij om óók niet geheel onvermeld te laten dat ook de Duitse campingeigenaar kennis heeft mogen maken met een van mijn klunzige kanten, daar ik tijdens een achteruitrij-manoeuvre nauwkeurig de leiding van een water-tappunt doormidden wist  te knakken waarbij door mijn toedoen een klein veldje onder water kwam te staan. Enfin, het is allemaal geregeld en in der minne geschikt en het leek me dan ook te ver gaan  om hem bij wijze van verontschuldiging nog eens te wijzen op het feit dat lang geleden er  bij óns ook wel het een en ander is stuk gemaakt en onder water gezet.   Zand darüber!

Inmiddels zijn we al weer een dikke week thuis en doet het voor ons wat vreemd aan om weer terug te zijn terwijl de schoolvakanties hier nog moeten beginnen. Mocht het de Repairshop toch  nog lukken om de foto’s terug te halen dan komen die in een volgend blog nog aan de orde, maar die kans is echt heel klein.

Mogelijk dient mijn stunteligheid dan ook nog een doel wanneer ik nog een belangrijke tip mag doorgeven voor alle meelezende mobiel-fotografen;  check altijd je vinkjes!  

Aanmodderen ..

In de afgelopen weken heb ik weer wat staan aan te modderen met Huiszwaluwen.

Ook in voorgaande jaren was ik bij lang aanhoudende droogte behulpzaam om te zorgen dat ze hun snebjes konden vullen met de specifieke specie die ze maken van modderdrab bij plassen en poeltjes op de kleilaan langs het Storksterpad dicht bij mijn huis.

Brroodnodig hebben ze dat, om hun nestkommen van klei onder de gevelpunten aan de omliggende huizen te kunnen bakken. Alleen zit het verschil met voorgaande jaren er in dat er in het kader van versterking en nieuwbouw als ‘goedmakertje voor de natuur’ tientallen prefab-zwaluwnestjes aan de huizen zijn gemonteerd, waarvan door de ‘zwaalfkes ’ hier ter stede in grote getale dankbaar gebruik wordt gemaakt. Een soort ‘wisselwoningen’ maar dan zonder kopzorg.

Alleen er zijn er altijd ook flinke aantallen zwaluwen die principieel hun liefdesnestje toch willen optrekken uit authentiek ‘plasjes-op de laan–bragel’ en dan komen ze met die alsmaar aanhoudende droogte op den duur bedrogen uit. Ik zag ze al dagenlang vergeefs zwenken en zwaaien en vergeefs loopings maken boven de tot hard cement uitgebakken randen van de laan. Daar móet ik wat aan doen, denk ik dan!

Vanaf dat bezinningsmoment fiets ik al een paar weken en twee keer per dag met een grote groene gieter over de laan om vanuit een belendende sloot een plens water op de uitgeharde klei te smijten en na de eerste dag hadden ze me door en kwamen ze in kleine groepjes karakteristiek tsjilpend langs om zich te goed te doen aan de donkere metsel-brij.   

Natuurlijk zijn het niet alleen maar mededogen en vogelliefde die mijn drijfveren vormen. Ik zie ook meteen mijn kans schoon om er een paar leuke foto’s van te maken. Niets voor niets! Zo ben ik dan ook wel weer.

Enfin, ik laat er maar even een paar zien, ook van pogingen uit voorbije jaren, om je even een indruk te geven van hoe zoiets er uit ziet mocht je er geen idee van hebben.

En ja, ook dit keer pareerde ik maar weer die altijd wat onthutste blik van die ene wandelaar of fietser wanneer ik precies op het moment van passeren met een over de rand klotsende gieter uit de wal stapte om, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was,  de laan te bewateren. Ze keken allemaal nog wél een keer extra om.

Maar helaas moeten de zwaalkes het vanaf morgen zónder mijn doordrenkende bijdragen stellen omdat we dit weekend voor een langere periode met vakantie. Dat betekent ook dat er de komende weken geen ‘Krijnsels’ zullen verschijnen.

Uiteraard kom ik bij Leven en Welzijn, Deo Volente en IJs en Weder dienende, dan wel weer terug met een weitas aan verhalen en foto’s.

Tot dan!

Keudeldoemkes..

Dit seizoen viel mij de eer ten deel om een broedsel Winterkoninkjes in de tuin te mogen verwelkomen. De Winterkoning is een heerlijk zangertje dat we in het Gronings vaak liefelijk aanduiden met ‘Keudeldoemke’.

 Eindelijk was het vogelpaartje dan toch akkoord gegaan met mijn al jarenlang geldend aanbod van een geriefelijk nestkastje tegen de wand van de schuur en na een week of twee zag ik met welgevallen dat de ouders waren begonnen met het voeren van de jongen, die hiertoe al vrij vlot  en reikhalzend de gulzige koppies naar buiten staken.

Nou ja..tijd voor wat opnames dus, waarbij ik niet eens heel voorzichtig te werk hoefde te gaan want Pa en Moe lieten zich nauwelijks storen tijdens de voedering van de van heinde en ver gesleepte emelten, rupsjes, mugjes en spinnen.

Het gaat allemaal wel vliegensvlug trouwens en daardoor zijn leuke en interessante details bijna niet waarneembaar voor het menselijk oog.

Om die reden heb ik ook enkele filmbeelden geschoten in ultra slow-motion en dat toont ons dan – in één kleine minuut – hoe bijvoorbeeld de ouders de ogen behoedzaam gesloten houden tijdens het aanbieden van de proteïne-rijke hapjes om daarin maar niet geraakt te worden door de vlijmscherpe toehappende snaveltjes en óók hoe de jongen na enkele voederbeurten de kontjes naar het vlieggat keren en hoe Paps of Mams dan de in een soort Pamper verpakte poepjes behoedzaam oppikt en weer mee naar buiten draagt zodat het nest niet bevuild raakt.

Ach, is het niet allemaal prachtig bedacht ?

Voor menselijke papa’s en mama’s zou het natuurlijk ook een geweldige oplossing bieden als de baby-billetjes nooit meer geveegd hoeven te worden en het verteerde Olvarit steriel ingepakt en reukvrij in de kliko kon worden gekieperd, maar ja dát heeft de Schepper kennelijk niet nodig geacht. Zal wel iets met ouder-en-kind-binding en huidcontact te maken hebben…

Me-time..

In het afgelopen weekend bracht ik een soort solo-flits-bezoek aan Ameland. Aanvankelijk had ik de gedachte om wat te gaan vogelen op Schiermonnikoog maar binnen de korte termijn waarin dit gestalte moest krijgen bleek daar geen onderkomen meer beschikbaar te zijn, reden waarom ik zaterdagmiddag naar Holwerd reed om in de oversteek naar Nes te maken om op dat andere, wat grotere  wadden-eiland in mijn eentje een hotelnachtje door te brengen en ’s avonds en ‘s morgens wat fotografisch rond te banjeren.

Het boven de dijk uit torende silhouet van ‘De Dijkwachter’ deed bij aankomst eerder denken aan de dreiging van een plots ontketende vliegende storm dan aan het heerlijk weertype dat ons was beloofd, maar in werkelijkheid scheen er een vredig zonnetje bij aangename temperatuur.

We kennen allemaal wel dat gevoel; wanneer je op zo’n eiland bent aangekomen ervaar je meteen een totaal andere sfeer. Opsnuivend, de zilte, wat weeïge, geuren van het drooggevallen wad. Oogknipperend tegen het fel glinsterend strijklicht op die Waddenzee. Loom fietsend langs  eindeloze rijen bemoste basaltblokken, op weg door frisgroene landerijen naar de duinwereld rond de vuurtoren van Hollum…

Overal jubelen de weidevogels. Bloeien de bermen. Gonst het leven..

Ik was voornamelijk gespitst op het kunnen vastleggen van bonte zangertjes in duindoorntoppen,  maar op een of ander manier werd dit niet zo’n succes. Ze zaten óf te ver weg óf ze smeerden ‘m voordat ik goed en wel kon focussen. Wel pikte ik nog net een Bruine Kiekendief mee die zich in kenmerkende schommelvlucht kort boven mijn hoofd manifesteerde..

Op een paar meeuwen na die nog wel even wilden meewerken om als silhouetten tegen de ondergaande zon in het snel verduisterend zwerk weg te zeilen,  was dat het dan ook wel qua vogel-fotografie temeer omdat de volgende dag de bewolking toch sterk de overhand had gekregen.

Nou ja met een typisch duinkonijntje en zo’n minuscuul  Duinviooltje was ik dan ook wel weer aardig tevreden, want dat kom ik hier op de Groninger klei allemaal niet tegen.

Lekker uitgewaaid, keerde ik met de half-twaalfboot  terug uit mijn zelfgekozen isolement om me te weer te voegen in het sociaal gebeuren thuis en om eerlijk te zijn zag ik daar ook al weer naar uit.

 ‘Me-timen’ is leuk, maar niet te lang !    

Doe het eens …

Hoewel we nu niet bepaald worden verwend met het allerliefelijkste lenteweer is het momenteel wél heerlijk buiten toeven in deze meimaand. Zeker nu is onze ‘pervinzie’ op haar allermooist…

Wanneer fluitenkruid en pluizenbollen de bermen tooien en het landschap schitterend is gedrapeerd met een paardenbloementapijt a la ‘Claude Monet’.  

Ga dán eens een héél vroege mei-ochtend op pad, zoals ik deed in het landschap rond het Hoeksmeer en snuif de geuren op, Luister naar de weidevogelgeluiden, zie de nevelsluiers uit de sloten rijzen terwijl de zon langzaam de rode morgengloed omzet in heldergroene en – blauwe tinten.

Klein, stil en verwonderd sta je dan mens te zijn in een adembenemend mooie Schepping!

Heb je geen zin? Geen gelegenheid? Liever uitslapen? Wel wat anders aan je hoofd?

Scroll deze keer dan eens niet even snel door tekst of foto’s heen. Kies ervoor om één anderhalf minuutje de tijd te nemen voor ‘mindfullnes- á la Krijn’. Doe het eens en neem die 90 seconden van je kostbare tijd en duik virtueel in de mystieke schoonheid die ons omringt en die we zo vaak volledig aan  ons voorbij laten gaan..  

Enjoy !!

Intiem met een petfles …

In de afgelopen week had ik voor mijzelf weer eens een ‘oepke’ georganiseerd. Voor de niet –Grunnegers; dat betekent in mijn moerstaal zoveel als ‘een leuk uitje of avontuurtje’. Al ver van te voren boekte ik namelijk een fotohut op het schiereiland Marken, waar een boer en boerin een groot stuk weiland tot plas-drasgebied voor weidevogels hebben bestemd, waar je als fotograaf een middag, nacht en ochtend aaneengesloten in een soort schaftwagen verblijft om door de luikjes heen te proberen fotografische hoogstandjes te bewerkstelligen. Je wordt er met een soort jeep heen gebracht en mag de hut i.v.m. verstoring dan niet weer verlaten om de volgende dag rond het middaguur pas weer te worden opgehaald

Ik had uiteraard gehoopt op een zonnig en prettig warm weertype, maar feit bleek dat ik precies had geboekt op de dagen dat de temperatuur een enorme dip maakte met wind, hagel en kwikstanden van maar éven boven nul. Had ik weer, nou ja.. gewoon lekker warm kleden en een dikke slaapzak mee en dan moest het vast wel goed komen.            

Vol goede moed stap ik die ochtend dan ook op hoge laarzen de Pipo-hut binnen, doe de luiken verwachtingsvol open om daarna mijn spullen uit te pakken en klaar te zetten. Pas dan dringt het tot mijn warrig brein door:  “Slaapzak vergeten!”  Goed, ik sla me vervolgens dan altijd een poos figuurlijk voor mijn hoofd, maak mijzelf voor van alles en nog wat uit en bezit mijn ziel dan maar in lijdzaamheid omdat er niets meer aan te veranderen valt en ik mijn plezier er ook weer niet door wil laten vergallen.

En dat is ook weer niet heel moeilijk want als ik mij richt op de rijkelijk aanwezige ‘vogelen des hemels’ begint voor mij het grote genieten.  Rondom mij roept, kwaakt en piept het dat het een lieve lust is. Er wordt gedonderjaagd, gesjansd, gevochten en gegeten zonder dat ze zich van mijn aanwezigheid bewust zijn en het is heerlijk om ongezien deel uit te maken van dit fenomenale natuurgebeuren waar ik midden tussen in zit.

Om een lang verhaal wat in te korten; Ik maak de ene na de andere plaat waarbij ik mij vooral richt op het vastleggen van actiemomenten. Met plezier laat ik even een kleine selectie zien..

Uur na uur verstrijkt. Voor mijn gevoel vliegen ze voorbij, en ik gun mijzelf nauwelijks tijd om tussendoor een slokje te drinken en een hapje op te warmen op het pitje van een gasbrander om de inwendige mens te versterken.

Want dat laatste bleek wel nodig! Tegen negenen zakt de zon onder de kim, keldert de temperatuur en wakkert de noordwester-wind aan. Het word donker én koud!   Ik heb wel een warme jas maar géén slaapzak.  ‘Hoe kom ik verdikkie een beetje warm de nacht door?’ gonst het alsmaar door mijn hoofd.

Tegen tien uur is het pikdonker. Ik stel klaaglijk mijn vrouw in kennis van mijn in-zielige klappertand-situatie, maar ik zie haar  – via de Whats-app-telefoon – voornamelijk glimlachend het hoofd weer eens schudden, waarbij ze me een hartelijk welterusten en sterkte toewenst. Dat dan weer wel.

En hoe is ‘t gegaan? Vraagt u zich – al dan niet meewarig – af?  Nou.. Beroerd!

Met behulp van een grote lege Cola-petfles waarmee ik ’s nachts regelmatig in de weer ben geweest, wist ik op provisorische wijze een soort kruik te maken, door deze te vullen met heet water om deze vervolgens tussen mijn verkilde dijen te steken. Isolerende waarde: nul!  Maar het warmde me wel een tijdje op, waardoor ik heel af en toe een kwartier in slaap sukkelde om daarna direct te worden opgeschrikt door het luid “ Gáák- Hánk- Gáák-Hánk´”van een groep grauwe ganzen die pal naast de hut ging zitten ruziemaken. Daar heb ik dan toch ook wel weer begrip voor. Terwijl ik normaal gesproken op bijvoorbeeld een camping wel uit mijn vel kan springen vanwege nachtelijke onruststokers, accepteer ik dit volledig. Zij wónen hier, ik niet.

Enfin, die nacht moest ik er ook nog eens extra vaak uit om te plassen en werkten de door de gierende wind rammelende luiken ook niet nachtrust-bevorderend zodat ik elk uur op mijn klokje kon kijken of het al licht werd ( “ o nee, het is nog maar half twee”.) Om kwart over vijf sta ik verkleumd, stram en stijf definitief op om maar iets van een ontbijt-broodje met een gloeiend heet bakje ‘troost’ te produceren.

Maar als de zon terug is, de vogels weer rondom mij baltsen dat het letterlijk een lieve lust is en  het landschap zich in al zijn polderpracht aan mij toont, vergeet ik alle doorstane ontberingen en ben weer plezierig gefocused met geest en camera.

Wanneer rond elven het autootje verschijnt met daarin de boerin om mij weer op te halen en ze me vraagt hoe ik het gehad heb, weid ik maar niet uit over een vergeten slaapzak en beperk ik me tot een “heel fijn, een beetje frisjes..” en ik bedenk dan dat ik het complete verhaal over een paar daagjes wel durf toe te vertrouwen aan de hartverwarmende volgers van mijn blog.