Herfstvindsels …

Vandaag is het zo’n typische overgangsdag, zoals we die wel in de herfst vaker meemaken. Waren de dagen hiervoor nog aardig zonovergoten en ook qua temperatuur nog uitnodigend genoeg om heerlijke najaarswandelingen te maken en wat te banjeren door het fijn getinte veld of bos; vanaf vanavond  komt de klad erin!

Zowel de korte als de lange termijnverwachting laten er geen twijfel over bestaan.

Regen en wind zijn dan ons deel en om eerlijk te zijn denk ik dat we ‘t mooiste van de herfst alweer achter de rug hebben. Najaarsstormen en langdurige regenval versnellen het natuurlijk afbraakproces. De nu nog in blad zittende bomen raken rap kaal, het geelgouden tapijt verslijmt, alles raakt dan weer weken- en soms zelfs maandenlang donker, grijs en bemodderd en het lange, vaak vruchteloze, wachten op de sprookjesachtige illusie van het eerste vroege laagje poedersneeuw is weer begonnen.

Flauwekul natuurlijk! Er komen ook in het ná-najaar vast nog genoeg fraaie weer- en sfeermomenten, maar soms kunnen dit soort gevoelens ons bij het guurder worden en ‘t afnemend daglicht zomaar bekruipen.

Dan koester ik de herinneringen aan eerdere, fantastische struintochten door parken en bossen, waarbij het gefilterde zonlicht mij vergezelde bij het zoeken op de bemoste bosbodem naar fijne herfstvindsels.

Ze waren er in overvloed, je moest er alleen even goed je best voor doen om ze te ontdekken..

En ze soms ook een beetje helpen, behoedzaam wat manipuleren om ze precies lekker zó in het zonnetje te plaatsen dat ze vanuit fotografisch perspectief op hun aller voordeligst worden getoond.

–

–

Met blaadjes en eikels is dat prima te doen, maar met zo’n jofel Paulus-de Boskabouterhuisje begin ik daar niet aan. Dan is het eerder een kwestie van een paar in de weg zittende sprietjes weghalen en de juiste laag-bij-de-grondse houding aannemen die mij van nature niet vreemd schijnt te zijn.

Het perspectief verschilt..

De  ene keer pal bij het voordeurtje zoals hierboven, een andere keer brutaalweg recht van onderen..

–

Een stelletje, bij een boomstronk te hoop gelopen, zwavelzwammen wil ook best wel even poseren voor de groepsfoto..

Met dit soort paddenstoeltjes vermaak ik me altijd kostelijk en een hoop van dit soort fotowerk verricht ik op de hurken. Maar bij de hele kleine varianten, hieronder in de vorm van een drietal fragiele Mycena’s  moet ik  echt helemaal op de knieën en geconcentreerd bemodder ik, met langdurig ingehouden adem, daarbij steevast mijn broek en handen.

Het is – naast pijnlijke rugspieren- de prijs voor de voldoening van een scherp en qua compositie en kleur aangenaam ogend plaatje.

En verder maar weer. Met de ogen op de grond gericht. Speurend naar details. Naar aandacht trekkende vormen en lijnen. Naar prachtige vindsels en drijfsels waar je zó maar aan voorbij loopt…

–

–

–

Maar ook naar boven kijkend. Luisterend, gespitst op de zagende geluidjes van koolmezen tussen het goudgeel gebladerte..

Het late middaglicht begint al af te nemen, schaduwen kruipen langzaam omhoog langs de stammen maar nog nét zet een felle stralenbundel kortdurend één, twee, drie bladeren in vuur en vlam.

Voor zoiets heb je dan als fotograaf maar een paar tellen, maar meer heb je dan ook niet nodig..dan is het weer eens tijd om huiswaarts te keren.

Tsja..

Ik schreef het al. Dit waren kostbare herinneringen, een greep uit de dagen en momenten waarop dit kon en wat is het dan fijn dat je al die indrukken en belevenisjes digitaal hebt vastgelegd.

Om er nog weer eens bij weg te dromen én om je er op te verkneukelen dat al die talloze velden, bermen, bossen en parken geduldig op ons blijven wachten tot het weer zover is dat wij weer eens bij ze op een zonovergoten bezoek mogen komen.

O.. en ik hoorde zojuist dat weervrouw Harma een enkele knipoog van de zon, óók in de komende dagen niet helemaal wil uitsluiten!

Reageren? Graag ! Schrijf hier onder ...