Bladomslag 2024-2025 …

Het is een geweldig voorrecht om door middel van dit blog – inmiddels al zo’n 19 jaar lang-  mijn Krijnsels-overpeinsels in woord en beeld met honderden lezers te mogen delen en ik hoop dat ook weer in 2025 in vrede en gezondheid te mogen doen.

Het is vandaag een goed moment om ieder hartelijk te danken voor de talloze leuke en lieve reacties en ‘duimpjes’ die ik zo vaak op mijn ontboezemingen ontvang.  Ook al reageer ik zelden of nooit direct terug, wees ervan overtuigd dat ze me goed doen en stimulerend werken!

Nog éven en we stappen weer over die onzichtbare drempel van het oude en het nieuwe jaar. We slaan het blad van 2024 om. Terugziend op alles wat ons soms zorg bracht én ons onrustig maakte. Maar zeker – of vooral – óók op datgene wat tot blijdschap en dankbaarheid stemde.

 Aan de andere zijde bevindt zich het nog onbeschreven deel van wat 2025 zal gaan brengen.

Met onderstaande foto  wordt –  met een beetje gevoel voor symboliek – de sfeer van kwetsbaarheid, schoonheid en verwachting wel aardig geduid denk ik

Zonder dat ik er verder al teveel woorden aan besteed beperk ik me hier dan ook maar met het uitspreken van de wens voor u en mij dat we het nog zo blanke levensblad van het nieuwe jaar met veel hoopvolle berichten mogen volschrijven! 

Kersttekeningen …

Bij veel mensen sta ik  te boek als een nogal dromerige nostalgicus bij wie het woord ‘vroeger’ in de mond lijkt te zijn bestorven.  Alleen al het gebruik van deze op zich wat vreemde en weinig meer gebruikte uitdrukking onderstreept dit voldoende denk ik.  Toegegeven, de neiging om de beelden van de – doorgaans fijne – herinneringen aan mijn jeugd extra roze in te kleuren is mij niet vreemd.

Zo kreeg ik het, ergens in de 80-er jaren, ook eens op mijn heupen en begon met inkt, penseel en waterverf vol goede moed aan een soort zelf gefabriceerd schets- en verhalenboek vol mijmeringen en kleurplaten. Zo’n  boek kwam nooit af, want – wispelturig als ik ben – had ik het na enige tijd al weer te druk met iets anders. Maar toch ben ik nog altijd blij dat ik de meeste platen goed heb bewaard. Sommige daarvan toonde ik al eens eerder in ‘Krijnsels ’en vandaag doe ik dat nog eens maar dan met de verhaaltjes en plaatjes die ik toen produceerde over de Kersttijd in mijn kinderjaren  Niet gehinderd door een wat beperkte aanleg voor tekenen zette ik mijn herinneringen om in beelden en beschrijvingen van situaties en mensen zoals ze me toen voor ogen kwamen. Mijn overpeinzingen van toen zijn moeilijk leesbaar en me er van bewust zijnde dat ik destijds met name Meester van Wageningen in anatomisch opzicht nogal te kort heb gedaan, stel ik enkele producties hier toch maar schromeloos ten toon.

Fijne dagen!

Dág Job Levi ! ….

Hoera!  Job Levi is geboren!

Stonden we nog geen jaar geleden met gevoelens van verslagenheid en verdriet rondom het kleine gezinnetje dat zo kort na de geboorte hun kleine meisje moest missen, nu is het heerlijk om dit blogje te vullen met woorden die onze diep dankbare gedachten vertolken.

Een prachtig klein manneke waaraan de naam Job is gegeven, wiens leven werd gekenmerkt door lijden en gemis, maar dat uiteindelijk resulteerde in een grote zegen.  De toevoeging van zijn tweede naam, Levi,  verwijst subtiel naar die van zijn overleden zusje.

Voor zijn ‘grote’ broer Pepijn was het in dat eerste half uur, waarin hij via een beeldschermpje moeder en kind in beeld kreeg, meteen helder.  “Evi” riep hij spontaan bij het zien van de baby.

In de gedachten van deze twee-jarige was het namelijk een volkomen uitgemaakte zaak dat dit kindje in mama’s armen niemand anders dan dat zusje kon zijn, van wie vergelijkbare foto’s een prominent plekje in hun huiskamer hebben. Een zeer originele gedachte, waarop kennelijk alleen kinderen patent hebben omdat grote mensen, zoals u en ik, niet in dat soort dimensies kunnen denken.

Maar dit duurde niet heel lang. Want toen hij het daadwerkelijk voor de eerste keer mocht strelen en hem de vraag werd gesteld “wie is dit Pepijn? ” , besloot hij het aanvankelijke misverstand nogal nadrukkelijk uit de wereld te helpen door zijn broertje vergezeld van een krachtige vingerwijzing bij de juiste naam te noemen..

” Dit is Job! Dag lieve Job ! ”

“Snei-proeksel “..

En toen was het zomaar wat winters, en dát in november!

Het was dit keer ons eigen ‘pervinzie’ die afgelopen donderdag de volle laag te pakken kreeg van de talloze sneeuwbuien die vanuit Noord Duitsland hier alsmaar opnieuw over kwamen drijven.

In de loop van de middag transformeerden veld en beemd langzaam via groen-bruin en grijs-grauw naar vuil-wit. 

Het bleek helaas niet dat stralend-witte, dikke pak zoals we dat van de kerstkaartjes kennen en dat kwam voornamelijk doordat de temperatuur niet onder het vriespunt wilde zakken en het dus om natte sneeuw ging, die al snel de neiging kreeg om te gaan druppen en driezelen. 

Maar toegegeven, grote decoratieve vlokken vielen er zéker en ik kon gelukkig van de gelegenheid gebruik maken door juist in die sfeervolle omstandigheden te proberen om fotografisch een paar tuinvogels te verschalken.

Een steevast op de voertafel terugkerende Merelvrouw, die ooit letterlijk door iets of iemand flink in de kuif is gepikt, bleek één van de eerste welwillend meewerkende figuranten..

Als dan even later de Roodborst ook nog ten tonele komt is het net of er een fel oranje lampje oplicht in de donkere wintertuin ……

En ja, hij is ook nog zo vriendelijk om – precies waar ik ‘m wil hebben – op een met sneeuw beladen tak vol bessen van de Gelderse Roos plaats te nemen.

Maar ménsen wat moet ik er snel bij zijn met die camera , want net zo vlug als het witte goud in dichte vlokken op decoratieve trosjes is neergedwarreld, zo ráp smelt, drupt en valt al dat moois ook weer op de grond!

Wanneer een Koolmees zich ook nieuwsgierig en hongerig op de tak begeeft springen de overgebleven sneeuwrestjes er direct weer van af, maar juist dat geeft dan ook wel weer extra cachet aan de foto.

Nou ja, het werd dus uiteindelijk niet dat echte winter-wonderland waar ik zo gek op ben en ‘t was ook vooral van korte duur. Deze vroege sneeuwdump zorgde dan ook voornamelijk voor een hoop smurrie en verkeersoverlast en zou door mijn Pa misprijzend zijn gekenmerkt als ‘smerige snei-proeksel’.

Dat kan beter!

Sundermeerten …

“Sunt-Martinus bisschop
mit zien roege muts op,
mit zien laange stevels aan,
doar komt Sunt-Martinus aan”.

Herinneringen aan lang vervlogen jaren doemen op..

Toen we als kinderen ( de papa’s of mama’s gingen- in tegenstelling tot nu – toen echt niet mee op pad) de luwte van het dorp verlieten om in jagende novemberstormen de omliggende boerderijen te bezoeken. De verkleumde vuistjes geklemd om de lampionstok, althans wat daar voor door moest gaan. Want meestal was mijn op de kleuterschool in elkaar geplakt kunstwerk dan al jammerlijk door regen en wind verongelukt en bleek het stompje kaars daardoor onbruikbaar te zijn geraakt. Maar dat kan ook aan mijzelf hebben gelegen, want ik behoorde toen geloof ik al tot de groep wat minder begaafde doe-het-zelvers.

Nu ik er over nadenk, herinner ik me ook dat ik – bij droog weer- eens over mijn eigen kartonnen lampion ben gestruikeld, omdat ik deze wat achteloos over de grond liet slepen met exact hetzelfde kaarsdovend gevolg. Maar.. de spaarzaam bij de boeren vergaarde dubbeltjes vergoedden ruimschoots elk geleden leed.

Heerlijk was het om thuis te komen en in de warme huiskamer te worden ontdaan van jas en sjaal om daarna de zwaar gevulde schoudertas op een bord te mogen legen. Maar vóór ik dat deed rook ik even in de tas. O, die heerlijk prikkelende wee-zoete geur zal ik nooit vergeten. En dan..omkieperen maar! Een bonte zee van losse centen, stuivers, slik (snoep), mandarijnen, speculaas, taai-taai en kruimels..óveral kruimels. Uiteindelijk kwam de buit, zorgvuldig afgeschermd voor grijpgrage broertjeshanden, in één persoonlijke koekjestrom waar ik weken op kon teren.

 In november 1984 maakte ik hier al aantekeningen over en schilderde eigenhandig op stukken kartonpapier dit soort plaatjes.  Ik geeft toe, ze zijn hier en daar wat ongelukkig getekend maar geven wél goed de sfeer van toen weer….

sintmaarten1
sintmaarten2

Wat ik ook aardig vind om even in dit verband te tonen…

lampion3


Het staat al jaren als bijzonder aandenken op een vaste plek in de woonkamer:
Een persoonlijk in 1934 door mijn oom Jakob gemaakte Sundermeerten.

lampion2
lampion1
lampion4

Ja…hier vallen die van papier en karton gemaakte lampionnetjes toch wel even bij in het niet. Wat een voorbereiding zal dat spijkergaatjes-slaan in zo’n metalen kistje hebben gekost…


Maar dan had je d’r ook een voor het leven !

Dikdakken op Skylge..

Vorige week waaiden we een midweekje uit op het prachtige Terschelling. We hadden hierbij de indruk dat de weergoden ons soms wel wat voor het lapje hielden maar ons over het algemeen goed waren gezind.  Hoewel dat op zich een vrij stompzinnige uitdrukking in mijn ogen is, leek  het inderdaad alsof er juist boven het eiland, op sommige dagdelen een ogenschijnlijk met precisie geplaatst hardnekkig mistgebied hing die – alle positieve weersverwachtingen ten spijt –  het uitzicht soms urenlang behoorlijk wist te versluieren maar over het algemeen waren de dagen toch redelijk zonovergoten.

Enfin, ik beperk me hier verder maar even tot wat  (natuur)fotografische impressies van een paar dagen fietsen en wandelen op Skylge..

Het was weer genieten en ter afsluiting mogen we nog één keertje  ‘dikdakken’ in een strandtent maar dan is de koek toch echt wel op..

Nou ja, bijna dan! …

Herfstlover ? …

Tja..hoe spreek je de titel hierboven nu uit? Want in ons taalgebruik zou je kunnen stellen dat ik door het prachtig gefilterde licht en de vaak verstilde sfeer van dit seizoen, op zijn half-Engels gezegd, best een echte herfstlover ben, maar ook weer gefascineerd raak door de rijke schakeringen van – wat in ouderwets Nederlands wordt genoemd, het gouden herfstlover.

Nou ja, even los van dat spelen met woorden..

Eén van de fijne bijkomstigheden van de herfst, is het gegeven dat er met het verschijnen van verkleurend blad zich weer nieuwe kansen aandienen waarbij het fotografisch vooral heerlijk spelen is met  kleur, achtergrond en compositie. 

Mijn tuin staat vol met Canadese Kornoelje, een erg lastig te beteugelen woekerplant die jaarlijks zeer grote bladeren vol spetterende, gloedvolle herfsttinten aflevert. Eén flinke storm of felle nachtvorst en ze zijn verdwenen, maar in de afgelopen dagen was het praktisch windstil en hingen ze vrijwel roerloos, op een bijna kitscherige manier mijn aandacht te trekken met bonte nuances die bijna pijn aan de ogen doen en die wij al gauw té zouden vinden, maar die de natuur tóch oplevert! Ik schenk die attentie dan met plezier met camera en lens, maar ik wil er dan natuurlijk wél graag een meesje bij dat ondanks zijn geel verenpakje toch slechts een bescheiden aandeel vormt tussen al die extravagante schoonheid.

En omdat ik dan toch bezig ben toon ik hieronder hier ook meteen nog maar een drietal opnamen die ik in deze week heb mogen maken, waarin prachtige tuinvogels in een omlijsting van decoratief getint gebladerte weer eens de show stelen.

Bijna voelde ik me vanochtend zélf nog een soort herfstlover, maar dan  in een derde betekenis van het woord. Want toen ik buiten in de serene rust van een verstilde wereld vól okergeel en roodbruin wat voor me uit stond te genieten voelde ik spontaan een soort ‘ode aan de herfst’ in me opborrelen.

Maar – gelukkig voor u – heb ik die bijtijds binnen weten te houden.

Oktober-ochtend op het Storksterpad..

Gisteravond laat zag ik het al. Het beloofde een lekker fris oktober-nachtje te worden getuige de flonkerende sterrenhemel en relatief lage temperatuur…

Reden waarom ik deze ochtend wat extra vroeg uit de veren ben om de dag te plukken, want dit weertype staat steevast garant voor kans op sfeervolle natuurbeelden en als ik over mijn tuinbruggetje het Storksterpad op stap, zie ik dat het wat die mogelijkheden betreft wel snor zit.

Maar goed dan moeten ze nog wel even gemaakt worden en ik kies er dit keer voor om weer eens wat filmopnamen te maken. Eigenlijk moet ik daarvoor wel een statief bij me hebben om al te wiebelige beelden te voorkomen maar dat is een loodzwaar kreng en ik heb eigenlijk vandaag geen zin om daar mee te gaan zeulen. Daarmee leg ik mijzelf – positief gesteld –  een creatieve uitdaging op, maar de minder flatteuze veronderstelling dat ik er waarschijnlijk weer eens gewoon te lui voor ben, zou ik ook niet durven te bestrijden.

Nou ja..om die reden film ik vanochtend dus uit de hand en dat is wel pittig, zeker bij ingezoomde- en macrobeelden. Het is dan de kunst om de adem in en de camera stil te houden, wat bij een fotografisch momentje een makkie is, maar bij video een crime !

Het valt niet mee, maar ‘t gaat.  ‘” t Kon minder” , zeggen we hier dan.  Maar volgende keer toch maar weer de driepoot mee.

Enfin, ik denk toch dat ik de heerlijke vroege-morgen-sfeer rond het ‘Westeremder Maar’ wel  heb kunnen vastleggen en ik heb er vanavond ook meteen maar even wat beelden van gemonteerd in een anderhalf minuut durende clip, zodat u het digitaal ook een beetje kunt meebeleven!

Veel plezier bij het bekijken en beluisteren!

Geklessebes…

Overal hangen nu de rode, blauwe of zwarte vruchten te pronken én te lonken. Uiteraard geldt dat laatste vooral voor langs trekkend gevogelte. Ook ik wordt soms onweerstaanbaar aangetrokken door die sappig glanzende bolletjes vól voedingskracht. In onderstaand geval zal dat ook gelden voor die blauwe sleedoornbessen, maar daar blijf ik van af want buikkramp en -loop is ons deel als wij, mensen er – zó van de boom – van eten.

Maar ik sta er soms wel minutenlang met mijn neus bovenop, omdat ik soms in de vorm en structuur van minuscule dauwpareltjes een kunstzinnig gekalligrafeerd chinees meesterwerkje meen te ontwaren dat niet zou misstaan in Booijmans Van Beuningen.

Aarzelend passerende voorbijgangers ( ” wat doet die meneer daar?” ) ontspannen zichtbaar en knikken begripvol als ze me even later de camera tevoorschijn zien halen. ” O, u maakt er een mooie foto van!”

“Jazeker mevrouw! ”

Ik maak ze maar geen deelgenoot van mijn artistiek-culturele ontdekking op de vierkante centimeter, want er zijn al genoeg mensen die vinden dat ik niet helemaal spoor..

Maar even verder over die bessen…

Het is niet toevallig dat in deze periode de vogeltrek op gang komt zodat het gevederd volkje zich vóórdat de grote tocht begint, nog even goed vet kan schransen aan deze kleurige energiebommetjes.

Voor hen die besluiten om in ons kikkerlandje te blijven, blijven er meer dan genoeg over om er de winter mee door te komen..

In de kuif gepikt ..

Vorige week bracht ik een paar vroege uren door in een fotohut in de Breebaartpolder vlakbij Termunten. Het was duidelijk dat de echte najaarstrek nog niet op gang was gekomen want het was er qua vogels erg rustig. Maar gelukkig scharrelt er altijd wel iets rond en vervelen doe ik me daar eigenlijk nooit.

Ik maakte er een paar gelukte portretten van een foeragerende  Oeverloper en een Waterral..

Wat later heb ik me er op toegelegd om ook wat filmopnamen te maken en dat levert doorgaans ook wel fijn kijkmateriaal op, vooral als op het laatst twee oeverlopertjes bonje krijgen en eentje zich hierbij danig in zijn kuif gepikt voelt…

Veel kijkplezier !

In en rond Steenwijkerland ..

Om het ijzer te smeden als de temperatuur zich daarvoor leent, pakten wij vorige week de tent nog maar weer eens op om die opnieuw uit te vouwen op een heerlijke natuurkampeerplaats in Eesveen, in de buurt van Steenwijk.

We stonden praktisch alleen op een van de vele kampeerveldjes.

Rust alom dus !  Mede ook door het geruisloze komen en gaan van enige andere bezoekers in de vorm van een stel Zanglijster-ouders, dat de regenwormen met bosjes uit de veengrond trok.

Maar dat ze óók heel andere beestjes naar hun wachtende jongen slepen, zag ik pas achteraf na het inzoomen op de foto..

Heerlijk is het om ’s ochtends vroeg even met de camera de hei op te lopen..

Juist als de dauw nog over de velden hangt en de laagstaande ochtendzon alles in flonkering brengt, ben ik graag op zoek naar kleine natuurjuwelen die daar doodstil hangen te wachten op de dingen die gaan komen..

Overdag maken we vooral veel kilometers op de fiets, door het prachtige landschap met esdorpjes, en buurtschappen waarvan de benaming mij soms doet denken aan vlaai of een anderszins plakkerig streekgerecht. Neem nou bijvoorbeeld dat Wápse of Vlédder…

Maar toegegeven, het is een prachtig afwisselend en uitgestrekt decor waarin de toren van Steenwijk vanuit elke richting steeds een markant oriëntatiepunt vormt..

We zijn hier op een soort die-provinciën-punt, zodat we maar even uit de flank hoeven te gaan om weer in een totaal ander landschap terecht te komen, waarin water en riet de hoofdcomponent vormen, namelijk dat van de Wieden en de Weerribben..

Stampend op de pedalen komen we door en langs dorpjes met – ook hier – de meest wonderlijke namen zoals Kalenberg en Muggenbeet en wat te denken van Jonen?  

Hier worden we door een echte Pontmeester met Zeemanspet verwelkomd op zijn wiebelig heen-en-weer-vaartuigje.

Waarom heb ik bij zo’n licht maritiem aangeklede meneer op een veerpont toch altijd het idee dat het hier om een afgekeurde zeekapitein met een discutabele staat van dienst gaat? Iemand die al menige coaster op de klippen heeft laten lopen, zodat ze hem ten langen leste maar wijselijk een wat minder risicovolle betrekking hebben aangeboden?

Maar alles verloopt, geholpen door een licht briesje en helder zicht,  verder prima en we constateren tevreden dat we aan de overzijde van de brede gracht, veilig en slechts voor een luttel bedrag zijn afgezet.

Verder fietsend rond de meren en plassen van dit typisch stukje Nederlands denk je dat de omgeving er hier nog ongerept uit ziet. Maar schijn bedriegt, want elke meter grond in de Weerribben is door de mens gemaakt. Door het winnen van turf veranderde het landschap in voorgaande eeuwen in een zompig gebied met waardevolle moerasnatuur, waar de huidige recreant anno nu  luierend, vissend, zeilend, wandelend of – in ons geval peddelend op het stalen ros  – volop van mag genieten.

En dát hebben we weer gedaan!

Handje meelwormpjes..

In de zomermaanden verstrek ik in principe geen pinda’s of vetbollen aan de tuinvogels omdat zij en hun jongen nu eenmaal het beste gedijen op insecten en natuurlijk voer dat nu overal rijkelijk voorhanden is.

Maar ik maak wel graag een uitzondering voor het dagelijks aanbieden van een paar handjes vol gedroogde meelwormen, die een welkome aanvulling op het eiwit-dieet zijn en we beleven er ook nog eens plezier aan wanneer ze er – vlak naast ons bij het terras – van komen snoepen.

Ik neem dan in de loop naar het voerbakje ook altijd even de vijver mee, waarin de goudwindes direct onrustige Pavlov-rondjes aan het oppervlak beginnen te draaien omdat ze weten dat ook zij af en toe wat lekkers ‘in een of and’re hoek’ krijgen toegestrooid. In dat geval verandert de doorgaans relaxed ronddrijvende vissengroep plotsklaps in een kolkende massa woeste piranha’s..

Enfin, om kort te gaan..

Ik heb wat filmopnamen gemaakt en om u er ook een indruk van te geven, deze in een korte video gemonteerd.  Veel plezier bij het bekijken ervan!

” Zellakken zoeken ” ….

Het wordt een beetje een vies praatje deze keer, ik waarschuw u maar even..

Het logeerpartijtje van 2-jarige kleinzoon Pepijn resulteerde deze ochtend in een gezamenlijke wandeling over de laan en door het dorp, waarbij we de buggy gedurende de hele route als een vrij overtollig transportmiddel voor ons uit konden duwen, want eenmaal op weg verzocht hij met een vanzelfsprekende beslistheid om er subiet weer uit te worden gehesen .

Zellákken zoeken” …was zijn nadrukkelijke –  met een dikke L uitgesproken – wens, wat voor opa  en oma eenvoudigweg neerkomt op het met plezier gehoor geven aan zo’n dringende oproep.

Het vinden en oprapen van die her en der op straat liggende, slijmerige én levende dropstaven is namelijk momenteel een van zijn favoriete activiteiten waarbij zijn papa en mama hem met grote moeite hebben weten af te houden van het in de zak steken én proeven ervan. Ook wisten ze hem uiteindelijk te overtuigen dat het met zijn sterk knuistje vermorzelen van het broze huisje van de slak tóch niet zo’n goed idee was, want “dan gaat slakje dood!”  

 “ Evie! ” was zijn kinderlijk logische reactie, want ‘dood’ associeert hij onmiddellijk met zijn overleden zusje en dan breekt naast de slakkenschelp – natuurlijk ook een beetje het hart, maar gelukkig brak daarmee óók de lach meteen weer door.

Achteraf vernamen we dat zijn ouders om diervriendelijke redenen dan ook een soort slakken-opraapverbod voor hem hadden ingesteld. Maar opa en oma voelen zich best vrij om de opvoedregels tijdens de logeertijd wat op te rekken en vrijelijk te interpreteren, want bij ons mogen ze meestal méér en zelden minder.

En om eerlijk te zijn, wij wisten er niet van en dus krijgt hij vandaag toch volop de gelegenheid om zich vol overgave over die vochtige weekdiertjes te ontfermen. 

Door de enorme hoeveelheid waarmee deze beestjes zich momenteel in uitgestrekte vorm op het asfalt begeven, wordt het ook voor ons een echte slakkengang, want we komen nauwelijks vooruit omdat er om de drie meter wel een nieuw glibber-glanzend exemplaar, letterlijk voor het oprapen ligt.

Hierbij wordt er door ons wel op gelet dat hij zich beperkt tot nog gave exemplaren, want hij vertoont ook een sterke behoefte om door fiets- en autobanden geplette exemplaren als blubber van de weg te schrapen.     

Het liefst houdt ie er eentje in allebei de knuistjes, waarbij hij zich telkens opnieuw verrukt en verbaasd uitlaat over hun talrijke aanwezigheid en schijnbaar welwillende medewerking.

“ Nóg ‘n zellák.., nóg ‘n zellák !”

Uiteraard moet ie ze van ons ná bestudering en bewondering weer terugzetten, wat vooral neerkomt op een vorm van nogal onhandig weggooien, want de beestjes kleven erg aan de inmiddels zeer plakkerig geworden kinderhandjes .

Omdat hij tijdens deze vorm van intensieve natuurbeleving de neiging heeft om regelmatig met zijn mouw zijn drupneusje af te vegen, zien wij dat er op zijn hoofd en handen op den duur een transparante mix van twee soorten slijm ontstaat, zodat wij uiteindelijk om hygiënische redenen toch genoodzaakt zijn om een einde aan het kinderplezier te maken en maar weer binnenshuis te gaan.

Buiten blijven enkele her en der op de rug neergekwakte slakken duizelig of met hoofdpijn achter…

Ze vragen zich waarschijnlijk vertwijfeld af wat hen zojuist is overkomen, terwijl binnen zijn kleine handen in onschuld worden gewassen.  

In de Breebaartpolder …

Afgelopen dinsdag mocht ik weer eens een aantal uren in een fotohut in de Breebaartpolder bij Termunten doorbrengen.

Omdat er een heldere, vrij zonnige ochtend werd voorspeld wilde ik er graag als de kippen bij zijn om volop te kunnen profiteren van dat prachtig weerkaatsend strijklicht dat zich op de eerste uren van zo’n dag aandient.

Het betekende wel dat ik op het gruwelijk vroege tijdstip van 4.00 uur de wekker had gezet, want met een dik half uur rijden en een kwartiertje lopen kan ik dan nét na zonsopgang het camouflage-gordijntje in de hut opzij schuiven..

Dat is altijd even een spannend moment. Een beetje magisch ook, die eerste blik over dat gladde, spiegelende wateroppervlak.  Is er al wat te zien? Loopt er al iets?

In die eerste momenten lijkt de plas ogenschijnlijk leeg, alleen in de verte drijven enkele eenden en  boven de Eems trekken roepende Visdiefjes mijn aandacht.

Dan maakt zich een prachtig getekend vogeltje los van de omgeving vlak voor mij. Het is een Kleine Plevier die heel even van haar nestkuiltje tussen de schelpen komt om een paar voedzame hapjes uit het slik te halen..

Als een klein opwindbaar speelgoed-autootje spurt ze met korte tussenpozen voor me langs…

Ik wacht net zo lang tot ik haar ook in laag tegenlicht voor de lens krijg, zodat ze prachtig vrij komt te staan in een vervloeiende ‘zee’ van een oplichtende en weerspiegelende achtergrond..

Het is verder vrij rustig wat het gevogelte betreft, maar af en toe veer ik op wanneer ik de roep van een groepje Zwarte Ruiters hoor. Het duurt een poosje maar dan komen inderdaad enkele van deze schitterende waadvogels even buurten. Nu dragen ze hun donkere zomerkleed, waaraan ze hun naam ontlenen. Hoewel de meeste ervan te ver weg zitten voor een goede foto, komt één exemplaar langzaam dichterbij.  Steeds maar weer voedsel zevend waadt het een stukje in mijn richting tótdat het op de juiste afstand is gekomen voor enkele geslaagde opnamen..

Een minuutje krijg ik de kans, dan zijn ze weer op de wieken.

Kluten zijn er praktisch altijd wel te zien en ook deze keer stappen er enkele van deze gracieuze vogels met grote kenmerkende zeef-stappen door het spiegelende water…

 

Een Tureluur maakt een kort rondje boven de plas en laat zijn melancholisch klinkend roepje horen vóórdat hij neerdaalt en waakzaam begint te foerageren…

 

Een ander schril en kenmerkend fluitje laat me weten dat er een ijsvogel langs komt scheren en even later zie ik ‘m zitten op een tak. Het is een jong exemplaar, te zien aan de witte snavelpunt en de oranje pootjes…   

Het is echt volop genieten van de serene sfeer waaraan ook de windstilte een bijdrage levert. Juist het ontbreken van veel rimpelingen en golven zorgen voor heerlijke spiegelbeelden..

Een paartje Meerkoeten komt langs met hun piepkuikens.

Ze zorgen voor een aandoenlijk tafereeltje waarbij de jongen met hun vuurrode punk-koppies om de beurt op ‘n bijna tedere manier een – in dit geval- slijmerig hapje krijgen toegestopt..

Tegen elven raakt het langzamerhand bewolkt en ben ik het echt mooie licht kwijt, maar er dient zich nog een foto-kans aan waar ik lang naar heb uitgekeken.  Een schuwe Waterral scharrelt uit de rietkraag en die heb ik eigenlijk nog nooit lekker op de plaat kunnen zetten. Maar ook nu wordt het me niet gemakkelijk gemaakt want het beestje komt wel vlak voor de hut langs, maar doet dit met zulke grote, haastige passen dat ik ‘m met een soort ‘werpschot’ moet proberen vast te leggen. Bovendien is ie zo dichtbij dat ik gehaast moet terugzoomen om hem niet ‘aangesneden’ in beeld te krijgen.  Nou ja, hij staat er op en ziet er – naar menselijke maatstaven gerekend – misschien ook best wel een beetje gestrest uit…

Rond een half een breek ik al op. Er komt niet of nauwelijks meer iets voor de hut. Mijn ervaring is dat vogels in de middag meer tijd nemen om te poetsen en te rusten en vooral ’s ochtends in de vroegte erg actief zijn.  Omdat dat laatste – met uitzondering van vanochtend – doorgaans bij mijzelf eigenlijk niet meer het geval is en het dit keer wel érg vroeg plassen was, weet ik dat ik ergens op de middag óók een poosje met mijn kop in de veren zal gaan.

Corsica encore…

“Corsica encore..”…een titel die de lading dekt, omdat we voor een tweede keer in ons leven dit prachtige eiland mochten doorkruisen en bewonderen. Zo’n 15 jaar geleden waren we er voor het laatst in een gloeiend hete zomerperiode. Nu we als pensionado’s meer tijd en gelegenheid hebben, wilden we graag dit nog eens in het voorjaar overdoen in een seizoen waarin alles nog frisgroen is en de natuur in bloei staat. Daarnaast waren de temperaturen van gemiddeld een graadje of 22 ideaal om buiten actief te zijn. Bijna 5 weken hebben we daar van noord naar zuid en van oost naar west rondgetrokken met onze tent, waarbij weer eens bleek dat tentkampeerders een uitstervend ras vertegenwoordigen in het snel groeiende woud van met name campers en kampeerbussen. Het voordeel van rondtrekken in het voorseizoen zit’m natuurlijk ook in het feit dat je de mooiste plekken op de leukste campings vaak voor het uitzoeken hebt en het – ook op de toeristisch aantrekkelijke plaatsen – nog heerlijk rustig is.

Uiteraard is er veel te vertellen over alles wat we meemaakten, maar ik heb er deze keer voor gekozen om niet al te breedsprakerig te zijn en vooral de foto’s te laten spreken.  Want woorden kunnen amper uitdrukking geven aan de overweldigende schoonheid van het ruige, zonovergoten  “ Ĩle de Beauté” (Eiland van Schoonheid) zoals Corsica ook wel wordt genoemd. Het zijn voornamelijk tijdens de vele wandelingen gemaakte opnamen, want de fietsen lieten we deze keer thuis omdat het eiland niet bepaald als toerfietsvriendelijk te boek staat.

Genoeg gezegd, ik laat met genoegen vanaf deze plek (heel) veel foto’s zien in reisvolgorde, waarbij ik kort en bondig plaats en omstandigheden in een bijschrift voeg.

We zijn gestart in het noorden van het eiland, waar de ruige westkant ons onvergetelijke vergezichten bood..

Aan de oostzijde van Cap Nord kenmerkt het landschap zich op een meer Bretonse wijze…

Onderweg viel er vrij weinig aan vogels te fotograferen. Wel kreeg ik de kans om een Baardgrasmus te portretteren die vanaf een tak boven het Maquis zijn riedeltje zong..

Na een dag of vijf pakten we ons boeltje op om richting het binnenland te gaan, waar we vlak bij Corte ( de voormalige hoofdstad) een plekje vonden.

Midden in dit stadje cirkelden Rode Wouwen vlak boven onze hoofden..

Hier is het landschap typisch bergachtig en weer van een totaal andere sfeer..

Hier vormt de Resticona-vallei met zijn gelijknamige wildwater-rivier een van de vele trekpleisters. Door enorme novemberstormen in 2023 zijn helaas belangrijke doorgangen versperd geraakt, waardoor we niet hoger op de berg konden komen, maar er viel gelukkig genoeg moois te bewonderen..

Van hieruit vertrokken wij naar de westkant van Corsica en belandden in Osani in de buurt van Porto op een terrassencamping, waarbij we vanuit de tent een vorstelijk uitzicht hadden op een van de vele baaien in de Thyreense Zee..

Ook hier vergaapten we ons elke dag aan de natuurwonderen die dit landschap aan ons ontvouwde..

O ja….deze landschildpad kruiste op bedachtzame wijze ook nog ons pad, waarvoor ik nou eens niet razendsnel de camera hoefde te trekken..

Daarna pakten we onze tentspullen weer in en verkasten wij naar de zuid-westkust, in de buurt van Porto Pollo, waar we neerstreken op een camping en een bijbehorend droomplekje met een ongelooflijk fraai uitzicht over weer een geheel andere baai ….

Vanaf hier ondernamen wij ook weer bijna dagelijks flinke wandeltochten, waarbij er vaak behoorlijk moest worden geklauterd, maar ménsen…wat zie je dan toch ook weer schitterende vergezichten en doorkijkjes..

Een van de letterlijke hoogtepunten werd hierbij gevormd door de grotesk gevormde zachtbruin gekleurde granietrotsen bij de Tour de Campomoro…

Het was heerlijk om hier na vijftien jaar opnieuw te mogen zijn en tóch weer verbijsterd te raken door het niet aflatend werk van imposante natuurkrachten..

De laatste avond voor ons vertrek zaten we een poos stil voor onze tent , om bij volle maan de weerkaatsende schitteringen in lucht en water te bewonderen. Daar valt je mond toch van open….

Als korte tussenstop verbleven hierna nog een nacht in een hotelletje in Porto, waar we de dag daarop nog een boottripje naar Scandola mochten meemaken…

en een van de vele citadeltorens beklommen…

De zonsondergang in de haven van dit stadje was van een onvergetelijke schoonheid…

Inmiddels zaten we al zo’n beetje op de helft van onze vakantie en besloten we om nu geheel zuidwaarts te gaan richting Bonifacio. Een vesting-achtig stadje dat niet op graniet-, maar op hoge krijtrotsen is gebouwd. Buitengewoon fotogeniek natuurlijk…

Aan deze Geelpootmeeuw kon ik natuurlijk niet zomaar voorbij lopen..

In het nachtelijk licht van TL-lampen in een van de toiletruimten van de camping jaagden Gekko’s op onvoorzichtige nachtvlinders en vliegen…

Enfin, ook in dit prachtige gebied hebben we een handvol fantastische wandelingen mogen maken langs de kustlijnen vól met door de natuur geboetseerd beeldhouwwerk van een buitengewone orde…

Na een dag of vijf verwisselden we onze campingplek voor een kortdurend verblijf, opnieuw in de bergen in de buurt van Zonza, waar we klauterend op weg naar een waterval ons vergaapten aan – vanuit menselijk oogpunt gezien – onmogelijke balanceer-acts van de schepping..

Daar in die bergachtige streek, bleven de temperaturen toch wat achter en daarom pakten we na 3 dagen toch nog maar eens de tent weer in om te verhuizen naar de in het zuid-oosten gelegen badplaats Porto Vecchio, waar de zon wat uitbundiger zijn werk deed…

Hier op de camping, stonden we omringd door tientallen kurkeiken, waar deze streek beroemd om is geworden. Hier zie je goed hoe de kurk-bast tot op manshoogte is verwijderd ten behoeve van de export van kurk. Het kost de boom zo’n tien jaar om er weer van bij te komen en opnieuw zo’n 4 centimeter dikke zachte bruine bast te krijgen, waarna de oogst wordt hervat.

Op een van de laatste vakantiedagen ontdekten wij, relatief dichtbij de campingplek nog een idyllisch watervalletje, waarvoor je – om het te bereiken – wél het nodige hals-und- beinbruch-werk moest verrichten. Maar dan hád je ook wat..

En dan zit het er op en rijden we in één ruk via de oostkust naar het noorden richting de haven van Bastia en komen we met de veerboot in de avond aan in dezelfde havenplaats vanwaar we ook vertrokken..Livorno!

We beleefden een onvergetelijke, heerlijke vakantie, waar we dankbaar op terugzien.

Startend begin mei, met een tussenstop in Midden Duitsland bij kinderen en kleinkinderen die daar een paar dagen vertoefden en eindigend in juni met opnieuw een tussenstop in Toscane bij weer andere kinderen met kleinkind, die daar inmiddels met vakantie waren neergestreken.

Na een lange, lange reis staken we eindelijk bij Ter Apel de grens over waar wind en regen ons als goede Hollandse bekenden op de schouder slaan..

Wie binnen weer thoes…. ook mooi!

Om te brullen …

Afgelopen donderdag ben ik opnieuw naar de Pipo-foto-hut op het schiereilandje Marken geweest.

In een blog van vorig jaar (zie archief, april 2023) heb ik u al eens deelgenoot gemaakt van mijn steenkoude wedervaardigheden vol fotoplezier en slapeloosheid in dat tochtige onderkomen in dit prachtige plas-drasgebied vol balderende weidevogels.

Ik had dit voorjaar opnieuw een plekje geboekt om daar een middag, een nacht én de volgende ochtend door te brengen, waarbij ik me dan vooraf al weer heel lang heb zitten verkneukelen op baltsende, ruzie makende en voedsel zoekend  gevederte.

Wat dat laatste betreft ontbrak het niet aan foto-kansen en – jawel – dit keer had ik óók de slaapzak bij me, zodat ik er ’s nachts toch warmpjes bij zou liggen en welgemoed nam ik dan ook – voornamelijk languit liggend – achter de foto-luikjes plaats.

Genieten is het, van het steeds wisselende licht tussen zon en wolkenpartijen en van links en rechts invallende én weer wegvliegende vogels. Het is altijd maar een gok óf en wanneer er iets verschijnt want er valt hier niets maar dan ook hélemaal niets te regisseren. Lastig is hierbij de afweging tussen het gegeven dat ik graag laag-bij-de-grondse opnamen maak om de dieren fijn tegen de achtergrond te laten afsteken en het hoge gras waarachter ze vaak schuil gaan.

Ik maak maar even een selectie uit de vele tientallen opnames die in de loop van vele uren, maar dan ook in mummen van tijd, op de digitale kaartjes te voorschijn komen.

Tureluurs komen altijd wel even langs, maar laten me er vaak tureluurs van worden omdat ze maar zo zelden even stil willen staan…

Gemakkelijker fotografeerbaar is deze Bergeend, die rustig maar alert op mij af komt drijven in een zee van groen en grijs, maar hier luistert een juiste belichting weer heel nauw, want voor je het weet raakt het wit op hals en buik overbelicht zodat je soms éven moet wachten met afdrukken tot de zon achter een wolk schuil gaat.

Grutto’s bepalen voornamelijk het geluidsspectrum met hun heerlijk ‘wuttó-wuttó-wut’ en zijn een lust voor het oog als ze poetsend en zich achter het oor krabbend pal voor me komen poseren..

Er komt ook een flink aantal IJslandse Grutto’s voor de hut te staan, te herkennen aan hun meer roodbruine schacht  en een wat kortere snavel.

Waar ik ook verguld mee ben is de verschijning van een paartje Zomertalingen, waarvan het mannetje zo’n heerlijk kenmerkend wit oogstreepje heeft..

Maar verder heeft deze qua uiterlijk nauwelijks een streepje vóór op zijn – naar mijn smaak – nóg mooier getekende neef, de Wintertaling. Ook deze is kortstondig van de partij maar vertikt het om fatsoenlijk uit het gras te komen waardoor zijn volle glorie dit keer wat minder zichtbaar wordt.

Er scharrelen ook opeens twee piepkleine waadvogeltjes voor me, met de grootte van een spreeuw hetgeen je op de foto eigenlijk niet ziet. Het zijn Kleine Strandlopers waarvan ik er maar ééntje goed in beeld kan krijgen omdat ze voortdurend schuil gaan achter het groen.

Als de avond valt en het grauw begint te worden berg ik de foto-spullen op en richt mijn slaapplek in de hut in. Ik heb goede hoop op een goede nachtrust nu ik van een donzen slaapzak ben voorzien. De (door oordopjes) gedempte vogelgeluiden die je hier de hele nacht kunt horen deren mij totaal niet want ze zijn op een natuurlijke manier aanwezig en eerder rustgevend, zodat ik na tienen al heerlijk indommel en even later in dromenland vertoef.

Maar plotseling wordt ik opgeschrikt door een luid…” KOE-WÁÁÁÁÁK”…KOE-WÁÁÁÁÁÁÁK’.  Even is het stil en dan opnieuw en hárder nog;   …” KOE-WÁÁÁÁÁK”…KOE-WÁÁÁÁÁÁÁK’..

Vlak bij mijn oor! Een 2 centimeter dik houten plank scheidt mij van een kikker die getuige de geluidssterkte zo’n beetje aan de buitenkant tégen het houten beschot aan moet zitten te kwaken.

En het houdt maar niet op. Onregelmatig en vasthoudend. Oordoppen, en een over mijn oren geschoven deken helpen geen zier! Van mijn bonzen op de wand en rammelen met de luiken trekt ie zich geen bal aan. Dáár had ik niet op gerekend, een eenzame, hunkerende kikvors die alsmaar opnieuw zijn blaasbalgen op- en uitzet en met een ongekend lawaai dat als een drilboor door de hut lijkt te resoneren en mij hélemaal gek maakt. Zo hard heb ik nog nooit zo’n beestje horen kwaken. Kijkend op mijn klokje blijkt het midden in de nacht, drié uur vijftien om precies te zijn. Ik doe geen oog meer dicht en besluit ten langen leste om jas, muts en laarzen te pakken en in de stikdonkere nacht vol slagregen en wind, zwaaiend met zaklantaarn en al plonzend ( er staat minstens 20 centimeter water) ál ‘kssssssssssst’ roepend het beestje tot verhuizing aan te zetten..

Het is stil geworden als ik eindelijk weer in mijn bedje schuif en de deken opnieuw over mijn oren trek. Als ie nu maar is opgezouten!  Ik hou mijn adem in, hetgeen best moeilijk is met een hartslag van 180 en zo’n tien minutenlang hoor ik niets. Net als ik bijna weer in slaap sukkel, klinkt het nog één keer verwijtend over het water. Een stukje verderop nu… KOE-WÁÁÁÁÁK”…KOE-WÁÁÁÁÁÁÁK’

De volgende ochtend sta ik redelijk geradbraakt op en constateer dat het weer er niet beter op is geworden. Regenbuien en donkere wolken verduisteren het zwerk en de meeste vogels houden het ook voor gezien.

Gelukkig verschijnt er een Watersnip voor de hut en hoewel ik deze soort al heel vaak op de foto heb gezet, is het dan toch altijd weer even wachten of ik ‘m nog in een actieve, speciale houding kan vast leggen. En yes !

Verder blijf ik gespitst op dierenbeweging én ..geluidjes! Want wat hoor ik toch steeds voor een melodieus, alsmaar aanhoudend, af en toe aanzwellend zacht gefluit? Ik ben – al zeg ik het zelf – best goed in het determineren van vogelgeluiden maar dit melancholisch, beetje wieberig , fluittoontje kan ik niet thuis brengen. Het gáát maar door.. Een Tureluur is het niet, ook geen Wulp of Goudplevier.. Ik kijk door elke opening of ik de vogel kan ontwaren en spits nogmaals de oren. Dan zie ik hoe in mijn ooghoek  een beetje stoom omhoog kringelt en merk  dat het niet de alarm – of loktoon van een Groenpootruiter betreft maar de zachte lokroep van het fluitketeltje dat mij aanhoudend op de mogelijkheid van hete koffie wees. Rund, die ik ben, maar daar heb ik wel zin in !

Als ik tegen elven weer door de boerin wordt opgehaald vraagt ze of ik een beetje goed geslapen heb en op mijn opmerking over het nachtelijk kikvors- intermezzo reageert ze vrij laconiek;

“ O ja, er zit daar een Amerikaanse Brulkikker, daar hoor ik soms wel meer mensen over..”   

Tsjonge! Had ik weer!

Even voor hen die het naadje van de kous willen weten;  Deze uit Noord-Amerika afkomstige soort is in de vorige eeuw door tuincentra ingevoerd als vijverdier en heeft zich ook in  ons land hier en daar in het wild kunnen handhaven. Waar hij voorkomt, vormt hij als predator en voedselconcurrent een bedreiging voor met name de inheemse amfibieën en hij wordt hier dan ook om die reden bestreden. O ja..en dit beest staat vooral ook bekend om zijn grote lichaamsomvang, zijn onverdraagzaamheid jegens andere soorten én het doet qua geluid zijn naam als brulkikker zéker eer aan.

Nu ik er nog eens over nadenk slaat de twijfel toe.  Was het wel  echt “koe-wááák, koe-wááák”  wat ik hoorde? Heb ik het geluid  – fonetisch gezien – wel juist weergegeven? Of was het toch eerder iets in de trant van “ Trúúúmp -Trúúúúmp- Trúúúúúmp ” ?

Geniet ervan ..

Gisteren sloeg de regen nog  herfstachtig en kletterend tegen het raam en waaiden de oren bijna van je hoofd en vandaag is het met zo’n 23 graden dan maar zo weer zwoel en zomer-achtig. Een ééndagsvlieg in April , want morgen keldert het kwik weer rap richting normaal. Grillig is het klimaat van ons kikkerlandje en  hoewel keiharde windvlagen en jagende wolkenpartijen je op een bepaalde manier ook kunnen helpen om tijdens een wandeling de kop eens lekker leeg te kunnen krijgen, komen de meeste mensen in hun hoofd toch vaak het meest tot rust in meer serene omstandigheden.

Ik raad het je aan als je tijd en gelegenheid hebt. Midden in de jachtige wereld heerlijk wat rondscharrelen in het veld of in een park. Beetje mediteren, mijmeren, danken of bidden al naar gelang je omstandigheden en levensbeschouwing maar.. vooral ook stilstaan en kijkend rondzien!

Je zintuigen van zicht, reuk en gehoor op scherp stellen en stil en verwonderd raken over die vaak kleine creaties in dat magnifieke scheppingswonder waaraan we in de rush-of-life toch vaak gedachteloos voorbij denderen. Je wordt er blij van!

Het klinkt cliché-matig, maar het wérkt…

Vaak toonde ik in vorige blogs bloemen, insecten en vogels in foto-bevroren toestand, maar omdat ik ze alle drie óók graag mag verpakken in bewegend beeld, laat ik ze hieronder nog even in een sfeervolle voorjaars-videoclip figureren.  Het zijn wel beelden waarvoor je even de tijd moet nemen. Ben jij dat type dat  binnen vijf seconden weer iets nieuws moet zien? Dan is dit soort trage dromerigheid voor jou mogelijk een reden om gauw door te spoelen of het weg te ‘swipen’.

Voor hén die over een wat langere concentratie-curve beschikken hoop ik dat het kort virtueel vertoeven in de ambiance van een ontluikend parkbos een heilzaam en opbeurend effect zal hebben.

Tip: doe een ‘oortje’ in en sluit je éven af voor al datgeen wat ook de aandacht trekt…zo’n dikke twee minuten maar en je krijgt meteen zin om er op uit te gaan!

Enfin, genoeg gelezen… geniet er van!

Flessentrekker…

Tijdens mijn vaste ochtendwandeling over het Storkster pad richting Westeremden is het nu weer op een prettige wijze opletten geblazen. Want de oren zijn weer gespitst op de lentestrofen van teruggekeerde Tjiftjaffen en de keel opzettende Winterkoningen en Vinkenmannetjes.

En ook de ogen krijgen weer de kost omdat er in de morgendauw weer madelieven en paardenbloemen prijken in de bermen en speenkruid en paarse dovenetel in de slootwallen.

Maar er ligt al sinds máánden iets in één van die slootjes wat ik liever niet zie, maar waar mijn ogen op een of andere manier steeds maar weer naar toe worden getrokken en wat me mateloos irriteert…

Van nature ben ik – naar mijn bescheiden mening – geen korzelig persoon of iemand die zich direct ergert aan van alles en nog wat, maar hoe haalt iemand het in vredesnaam in zijn botte hoofd om  een leeggedronken wijnfles aan de overkant in de wal te mieteren?

“ Wie máált er om?” dacht hij of zij.

Nou ik dus! Mijn denkmolen maalt dan inderdaad een poosje door.. Ik probeer me dat dan even voor te stellen; hoe je zittend en zwalkend op de fiets na een avondje flink doorzakken, nog even die laatste teug neemt, waarna je – luid boerend – de fles met een wijde boog in het duistere niets laat verdwijnen…  “ ach, wat kin mie ‘t schelen”

Toegegeven, de slootjes zélf zijn door landbouwactiviteiten óók niet meer zo fris en schoon als vroeger (opa vertelt..) toen je nog ‘stiekelsteertjes’ en rietvoorntjes door het glasheldere water zag schieten, maar toch.. het staat zo lelijk en het getuigt van een soort onverschilligheid waar ik niet goed tegen kan! 

Het blijft steeds lastiger om nog pure natuur te fotograferen. Veel te vaak is er wel iets menselijks dat de harmonie verstoort… een lelijk – kilometerslang – spoorweghek, afschuwelijke reclameborden, een zwaar gesubsidieerd en knallend geel openbaar kunstwerk, of in het klein …zo’n achteloos weggeworpen ranzig bierblik, zwaar detonerend tussen zo’n heerlijk dekentje vol paarse en lila krokussen.  Okay! Je moet wel even goed kijken vóór je ‘m ontdekt maar als je hem eenmaal hebt gezien blijft het  tenenkrommend de aandacht vragen…

In dit geval biedt mijn macro-lens een uitkomst en tot op een paar centimeter inzoomend, vernauw ik de blik en let alleen nog maar op de ragfijne details van dat tere en mooie om ons heen, waar we vaak zo achteloos overheen banjeren.

 

O ja, vanmiddag waagde ik dan tóch de sprong naar de overkant en heb die dagelijkse steen des aanstoots eigenhandig uit het drab van de sloot getrokken en maar bij mijn eigen voorraad wegwerpflessen gevoegd.

Ach, wie weet was er niet eens sprake van grove nalatigheid, maar is de fles per ongeluk uit een overvolle fietstas vol statiegeld-loos glas van een tegen de wind in opboksende huismoeder  gehobbeld.

Laat ikzelf ook niet vaak onnadenkend sporen achter daar waar je ze liever niet ziet?

Moeten we zo snel klaar staan met ons oordeel? Kunnen we nog een potje breken bij elkaar in onze wegwerpmaatschappij?

“Hij die zonder zonde is, werpe de eerste fles..” 

” Moi” in Fins Lapland …

Afgelopen zondag kwam ik terug van een reis die ik in m’n uppie maakte naar Fins Lapland.

Al weken had ik me zitten verkneukelen op een heerlijkheid aan diep-winterse beelden met bomen volbeladen met witte pracht en sneeuw-bedekte hellingen onder een staalblauwe hemel.

Zoiets dus.. (maar deze foto plukte ik uit een rekje vol Finse ansichtkaarten..)

Wat had ik verlangend uitgezien naar kilometerslange wandeltochten in een ijskoude, verstilde wereld vol wild- en vogelsoorten, waarbij ik na een zonsondergang in geel-roze sfeer, ook nog eens de mysterieuze gloed van het Noorderlicht tegen een flonkerende sterrenhemel zou kunnen vastleggen.  Mán, mán wat had ik een voorpret!

Waarschijnlijk voelt u ‘m al aankomen. Dat werd het ‘m weer eens niet!

Terwijl in heel Scandinavië in de periode daarvóór de stenen uit de grond vroren, gaf het weerbericht aan dat het er nu flink zou gaan dooien, juist wanneer ik daar een dag of tien zou doorbrengen en dat kwam helaas ook uit. Natuurlijk lag er wel een 50 centimeter dikke sneeuwlaag op de grond en de daken, want die smelt je maar zo niet eventjes weg en de wereld oogt daar hoe dan ook, zeker tot april, wel wit…

Maar 250 kilometer boven de poolcirkel verwacht je gewoon bijtende kou of decoratieve sneeuwbuien en geen druppend driezelweer onder een zwaar bewolkte hemel en ook de Finse weerman kon er helaas niks anders van maken..

Dus al met al, was dat best wel een dompertje!

Nou was mijn 2e hoofddoel er vooral op gericht om ook te genieten van de arctische dier- en vogelwereld in dat gebied en gelukkig is dat er wél volop van gekomen!

Ik heb dan ook dankbare herinneringen aan Arto en Terhi, beide biologen van AT Nature in de omgeving van Inari, waarbij ik achterop een sneeuwscooter gezeten de berg op ging om uit te zien naar fotografeerbaar wild. Dat we slechts één achter een boom verscholen elandkoe zagen mocht de pret niet drukken; een prachtig avontuur waarbij ik veel uitleg kreeg over de typisch arctische natuurwereld.

Wat ik ook veel heb gedaan, is rondrijden over binnenwegen op zoek naar typisch Laplandse fauna en dan stuit je altijd wel op een paar rendieren, want die schijnen in dat gedeelte van Finland méér voor te komen dan mensen..

Maar mijn aandacht ging vooral ook uit naar typisch arctische vogelsoorten of soorten die we in ons land niet (meer) kennen en van die laatste groep trof ik in Korhoenders aan die zich – wat minder fotogeniek-  in de toppen van hoge berkenbomen ophielden ..

En net als ik meende dat ik een paar sneeuwballen dwars over de weg zag rollen, bleek ik een stel overstekende Moerassneeuwhoenders te zien. Spierwitte vogels die tegen de achtergrond van een sneeuwwal ontzettend moeilijk bleken te fotograferen, maar ik kreeg er ééntje op die nét even de kop boven het maaiveld uit wilde steken..

Heerlijk fotograferen was het óók in de tuin bij AT Nature, waar ze een voerplek hadden ingericht en ik me tegoed deed aan noordelijke vogelsoorten zoals ..

De Bruinkopmees ..

( Witstuit-) Barmsijzen…

En de arctische variant op onze Vlaamse Gaai, de Taigagaai…

Helemaal in mijn nopjes was ik met het uiteindelijk tóch verschijnen van een paar Haakbek-mannetjes, die vanuit het zuiden precies in deze dagen óók in Inari kwamen aanvliegen. Wat een prachtige, krachtige en kleurrijke vogels zijn dat !  Had ik toch het geluk ook nog een klein beetje aan mijn kant.

Nou ja, een paar winterse landschapsplaatjes kon ik er ook best nog wel maken..

Maar pas op de dag van mijn vertrek ging de zon weer schijnen en dan ziet alles, óók daar, er meteen een stuk leuker uit..

Toch heb ik al met al best een fijne tijd gehad daar in het hoge Noorden, ook met dank aan Minna en haar leuke huisje in de buurt van Saariselkä, waar ik een heerlijk poosje als ‘man alleen’ soms letterlijk mocht aanrommelen..

Voor de lieve Finse mensen, die ik heb ontmoet is hier een simpel ‘Moi’ op zijn plaats, want dat hebben ze gemeen met de Grunnegers, we gebruiken dezelfde groetvorm

Inmiddels ben ik al weer enkele dagen onder eigen pannen en dan blijkt maar weer..uiteindelijk is ‘t “naargens beter as thoes” !!

Kop d’r deur…

Langzamerhand krijgen we de ‘kop d’r weer ’n beetje deur’ en vat ik moed, óók uit de beloftevolle uitspruitsels die de natuur – onverstoord zo het lijkt –   alweer voortbrengt in deze periode.

Ik schreef ‘zo het lijkt’, want het is toch vanwege de door de mens veroorzaakte opwarming dat voorjaarsbloemen zoals die heerlijke Narcissen, zo’n beetje een maand eerder in bloei staan dan pak-hem-beet vijftig jaar geleden. Maar dát vind ik dan ook weer niet zó erg, want ik word altijd een beetje vrolijk van deze aandacht trekkende lente-trompetten, die de blubberige bermen in de vaak saaie, grijze eind-februari-dagen dan toch maar mooi weten op te fleuren.

Helemaal warm word ik, wanneer er óók nog eens een keer zo’n kittig Heggenmusje op plaats wil nemen, terwijl ik de camera in de aanslag heb.

Onder een ogenschijnlijk betekenisloze laag van zwarte aarde en dood gebladerte kiemt meer verborgen leven. Piepkleine bolletjes vol groeikracht wachten nog op exact de juiste tijd om de eerste, frêle stengels en blaadjes aan zonlicht, wind en regen bloot te stellen.

En er zijn er meer die ‘de kop d’r weer deur’ hebben!

Ze hebben inmiddels knoppen gevormd en hoewel velen van hen nóg niet de echte schoonheid tonen, die diep van binnen zit opgevouwen zijn ze ook in dit stadium al om in te lijsten!