‘ t komt apmoal goud !
Sprak ik in de twee vorige blogs nog genietend over de opgedane ervaringen in sneeuw- en ijsrijke omstandigheden, vandaag hunker ik zeer naar zonovergoten, zwoele momenten waarin we ons weer mogen koesteren in weldadige voorjaarswarmte.
Zoals het in het Noorden de hele winter ook gewoon een stuk frisser was, vergeleken met de rest van ons land, is het nu ook veelal het geval. Terwijl men in het zuiden – al in de korte broek – genoeglijk tijd doorbrengt op zonnige terrasjes , loop ik nu nog diep weggedoken in de kraag van mijn winterjas.
Gisteren beleefden we een kortstondige oprisping van moeder Natuur waarin we even mochten proeven van haar weldadige mogelijkheden op dit gebied, maar vandaag is ’t weer gewoon ‘routkold’, zoals wij dit schrale weertype hier benoemen.
Een opmerkelijk regionaal verschil wordt ook zichtbaar in de groei en bloei van bomen en struiken, die we op tv-beelden vanuit zuidelijker streken langs zien komen. Terwijl hier de groene knoppen nu voorzichtig aan beginnen uit te lopen en de eerste bermbloemen huiverend tevoorschijn komen, fleuren in gindse streken uitbundig bloeiende bomen en struiken al wekenlang het straatbeeld op.

Nou ja, geduld is een schone zaak en zoals Ede al zong ’ ‘t zèl hier ook weer veurjoar worden’.
Maar het moet gezegd; een kleine ‘lente-boost’ kregen we ook al een week of anderhalf geleden, wat een pimpelmezen-stelletje in mijn tuin dan tóch al aanleiding gaf voor een nestkast-inspectie die kennelijk goed is uitgepakt want ze slepen al dotten nestmateriaal naar binnen.

En naast de riedels van de inmiddels ook bij ons teruggekeerde Tjiftjaf en de luidruchtige, maar aangename Winterkoning-schettters klinkt hoog in een boom ook onafgebroken het kenmerkende lente-geluid van de Vinkenslag.

Nee, ’t komt apmoal goud !
