‘Wie sjoeën ós Limburg is’ …

Omdat het weer zienderogen opknapte na de te natte julimaand,  hebben we er om die reden nog maar even een flink aantal kampeerdagen aan vastgeknoopt , waarbij we met de tent een fijne periode in Midden Limburg doorbrachten op een natuurcamping in de buurt van Weert.

Een van de aandachttrekkers daar was de (Amerikaanse) Rode Rivierkreeft die we regelmatig op en rond de camping aantroffen. Ze zijn afkomstig uit de Verenigde Staten en Mexico en hierheen gehaald om te worden gehouden in aquaria en vijvers. Een aantal is vervolgens ontsnapt en inmiddels vormt hun nageslacht een plaag en een bedreiging voor onze inheemse fauna.

Hier was voornamelijk het fietsen onze hoofdactiviteit, waarbij we hebben genoten van het prachtige landschap aldaar met name dan aan de zuidkant, door  het Kempenbroek waar we afwisselend door Nederland en België fietsten.

We ontdekten er een dode reegeit langs de kant van de weg, pas aangereden en nog warm zelfs.

Na mijn plichtsgetrouwe melding bij de daartoe strekkende instantie, kreeg ik keurig een telefoontje terug van de boswachter die vertelde dat het dier weer het bos was ingetrokken! Ik was er best even stil van, omdat ik het beestje toch echt morsdood had aangetroffen.

Maar direct daarop maakte hij me duidelijk dat ‘ze’ de ree weer in het bos hadden getrokken om als aas te dienen voor ander struinend, hongerig wild. Achteraf had ik er zelf, in geslachte en gebraden staat,  ook wel van willen smullen maar de omstandigheden waren er niet bepaald naar om het corpus anderhalf week achter de tent te bewaren voor consumptiedoeleinden.

Nee, dan zie ik die prachtige, sierlijke dieren veel en veel liever levend en wel in het veld!

Ik had ze op een avond vlak bij de camping ontdekt op een veldje, langs een strook bos en de avond daarop heb ik daar anderhalf uur muisstil onder een camouflagenetje op ze zitten wachten.

Gelukkig kwamen een bok en een geit uiteindelijk uit de dekking en kon ik deze prachtige wezens van redelijk dichtbij bewonderen en fotograferen.

Toen het al begon te schemeren probeerde ik behoedzaam iets dichterbij te kruipen , maar daarmee overspeelde ik mijn hand want ik werd ontdekt!  Op de foto hieronder is goed te zien dat de bok  wantrouwend en uiterst alert in de richting van dat vreemd bewegend stukje groenige materie kijkt en een paar tellen later zweven ze met grote sprongen het bos in, mij tevreden achterlatend met de digitale indrukken.

We flaneerden een dagje in Maastricht …

en deden nog een fietsroute langs de Maas door dorpjes waar ik nooit of zelden van had gehoord, maar die stuk voor stuk de moeite van het bezoeken waard zijn. Ik noem maar even Grathem, Heel, Linne, Herten en natuurlijk het wel bekendere Thorn, met zijn witte huisjes en Stevensweerd een prachtig vestingstadje.

Dankbaar dat ook wij weer eens hebben mogen zien ‘wie sjoeën ós Limburg is,’  zijn we inmiddels weer in het Loppersumse, waar de temperaturen –  zoals zo vaak -toch een paar graadjes lager liggen dan in het zuidelijk deel van het land.

Zo! En nu mogen de kampeerspullen dan toch echt weer naar zolder !

Reageren? Graag ! Schrijf hier onder ...