Sardinië, Rome en Toscane (deel 1, Het Landschap )
Wij zijn inmiddels al weer een weekje terug van een heerlijke en lange vakantiereis die maar liefst ruim 6 weken in beslag nam, waarbij wij met ons tentje in diep zuidelijk gelegen oorden belandden. Groot voordeel van zo’n mei-juni vakantie is het nog relatief rustige seizoen en de absolute pracht van een nog frisgroen landschap met zeeën aan voorjaarsbloemen. Het kamperend verkennen van Sardinië ( van Noordoost, tegen de klok in) was ons hoofddoel, maar wij deden daarna ook Rome aan en streken uiteindelijk ook nog eens een paar dagen in Toscane neer.
Kortom een rugzak aan indrukken en prachtige herinneringen, die ik in dit blog in chronologische volgorde zal uitpakken door middel van een kleine selectie uit vastgelegd beeldmateriaal waarbij ik de foto’s hier en daar vergezeld laat gaan van een korte, toelichtende beschrijving. Ik heb er voor gekozen om het verhaal dit keer eens in tweeën te knippen en het in twee verschillende parten te presenteren. In dit eerste deel laat ik vooral de plaatjes van de fantastische landschappen en vergezichten zien waaraan we ons mochten vergapen en in het tweede blog ( dat over een paar dagen verschijnt ) toon ik dan graag iets van de bijzondere dierenwereld, waarvan we ook ooggetuige waren.

Maar we trappen af bij ons kampement in Palau in het noordoosten van Sardinië, ergens aan de Costa Smeralda, een kustgebied bekend om zijn smaragdgroene zee, witte zandstranden en prachtige baaien omringd door grillige rotsformaties.
Onderstaand het beeld waar we direct vanuit de tent van mochten genieten..

Een van die rotskolossen staat bekend als de ‘Berenrots’ (Roccia dell’ orso). Bovenop een 120 meter hoge heuvel bevindt zich dit enorme stuk, door weer en wind geboetseerd, graniet dat inderdaad de vorm van een beer heeft gekregen. Je ziet dat niet wanneer je er bovenop staat uiteraard, maar het doorkijkje tussen zijn machtige poten is dan wel weer adembenemend mooi.

Maar vanaf een andere plek kun je dan wél degelijk die beer herkennen namelijk vanaf de veerboot richting de Maddalena-archipel, een eilandengroep ten noorden hiervan. We bezochten en befietsten met een huurfiets de eilandjes La Maddalena en Caprera die bekend staan om hun ongerepte natuur en kristalheldere water.

Een tochtje naar de noordpunt van Sardinië bij Santa Teresa Gallura ( van waar je Corsica kunt zien liggen) levert ook weer onvergetelijke plaatjes op ..


De tweede, aan de NW-kust gelegen camping, bevindt zich op loopafstand van Alghero, een prachtige, eeuwenoude vestingstad. Landschappelijk wat minder indrukwekkend dan in het noorden, maar van de bizarre schoonheid van het inwendige van zo’n enorme druipsteengrot (Capo Cacia) word je als nietig mensje dan toch wel weer stil ..

En bovengronds, naast de lagune waaraan onze tent staat, is er in de avond dan ook weer een fantastische schouwspel te bewonderen..

Vanaf die plek togen wij na een dag of vier vervolgens verder westwaarts langs een slingerende kustweg met werkelijk fenomenaal mooi uitzichten..

in de richting van het schilderachtige vissersplaatsje Bosa, bekend om zijn prachtig gekleurde huizen..

Uiteindelijk vinden we onze derde kampeerplek op een kleine camping bij Arborea aan een meertje waarin flamingo’s en diverse reigersoorten rondstappen. De foto’s daarvan volgen in het tweede Sardinië-blog, maar een plaatje van een fraaie zonsop- én ondergang aldaar wil ik je niet onthouden..


In de derde vakantieweek doen we het uiterste zuidwesten aan, waar zich het prachtig schiereiland Sant‘ Antioco bevindt. Op deze plek zijn we feitelijk dichterbij Noord Afrika dan bij het Italiaanse vaste land. Omdat woorden toch maar zo weinig bijdragen in dit verhaal, laat ik de beelden maar weer spreken..



Evenals een impressie van wandelingen vanaf ons volgend verblijf op een camping in de buurt van de hoofdstad, het zuidelijk gelegen Cagliari en een en een diner-at sundown aldaar..




De tocht richting de laatste Sardinische camping voerde ons naar de oostkust, waar we ergens bij Cala Gonone nog enkele dagen de tent opsloegen op een werkelijk allerliefelijkst plekje.

De temperaturen liepen daar trouwens gaandeweg op naar waarden rond de dertig graden zodat wij blij waren met de schaduw van zowat de enige grote boom van een kleine Agrinatura-camping, waaronder ons onderkomen precies paste. Dat is dan toch weer het grote voordeel dat zo’n tent met zich brengt; je vind gemakkelijker een fijne stek, met mooi uitzicht.
Al eerder maakte ik gewag van het feit dat je hier nauwelijks nog tentkampeerders aantreft. Zelfs caravans vormen een uitzondering tussen de oeverloze rijen campers die naar onze smaak veelal groot, ruimte innemend en ontsierend wit, de vroeger zo gezellige aanblik en sfeer van een kampeerveld ontnemen.
De start van de laatste twee vakantieweken begint met de maar liefst 9 uur durende oversteek vanuit Olbia (waar we eerder ook aan land zijn gegaan) terug richting het Italiaanse vaste land, namelijk naar het havenplaatsje Civitavecchia, vanwaar uit we koers zetten naar Rome. Hier was het een fijn hotelletje in een van de buitenwijken van de wereldstad waar we drie dagen verbleven.
Over Rome ben ik hier kort. Het was er gloeiend heet en stervensdruk. We hebben naar ons idee alle ‘high-lights’ wel gehad, prachtige dingen gezien en ook een leuk vertel-avontuur beleefd waarover ik misschien ooit in een toekomstig blog nog wel eens zal uitweiden. Fotografisch laat ik het maar even bij één overzichtsplaatje met zicht op de St. Pietersbasiliek , vanuit een hoog gelegen park in avondlicht geschoten. Ik heb namelijk niet de indruk dat er verder veel valt toe te voegen aan de miljoenen foto’s die er elke dag door duizenden toeristen van honderden bekende objecten worden geschoten.

Nee, dán de heerlijke en natuurlijke schoonheid van het in midden-Italie gelegen Toscane waar we ons de laatste vakantiedagen in mochten verheugen. Wat een aangename overgang was dat. We ontdekten even boven Arezzo weer zo’n kleine, typische agricamping, waar geen ruimte was voor grote kampeerbussen maar wel een heerlijke en grote, genoeg schaduw biedende olijfboomgaard, compleet mét kabbelende beek vergezeld van voornamelijk het geluid van vogels en krekels. Kijk, dáár houden we van!

Van hieruit hebben we nog een B&B overnachting geboekt in het allermooiste deel van Toscane, namelijk in Val d’Orcia. Een betoverende – ergens onder Siena gelegen – vallei vol kronkelende wegen, omgeven door cipressen en pijnbomen. Hier ben ik er speciaal nog even voor gaan rijden om wat kenmerkende beelden vast te leggen van de spookjesachtig mooie ambiance waardoor dit gebied zo wordt gekenmerkt.
Dit zijn dan meteen ook de laatste plaatjes van dit vakantieblog, die zoals gezegd over enkele dagen nog een follow up krijgt met een tweede deel, waarin aandacht voor wat beelden van de prachtige mediterrane fauna.
Wordt dus vervolgd!







Geweldig, wat indrukwekkende en prachtige foto’s, Krijn. Wat een mooie vakantie hebben jullie samen gehad. Ben benieuwd naar de volgende sessie!