Helaas ..
Helaas !
Zo het nu lijkt, zijn alle jarenlang opgeslagen beelden op mijn ‘verdronken’ smartphone definitief verdwenen en moet ik het doen met beelden van momentopnamen die ik nog in mijn herinnering kan oproepen. Maar juist die herinneringen raken in deze levensfase alsmaar meer onderhevig aan slijtage en ik denk daarbij nu met milde gedachten aan één van de uitspraken van mijn moeder. “Wanneer het huis in brand staat en iedereen veilig buiten is, zijn de fotoalbums het eerste wat ik er uithaal”. Als kind begreep ik daar geen snars van en ik veroordeelde haar dan ook om het kortzichtig voornemen om onze dure bullen in rook te doen opgaan ten koste van vergeelde familie-prentjes, hetgeen ons gezin in zo’n rampzalige situatie onnodig diep in de financiële afgrond zou doen storten .
Mogelijk viel het jullie al op, maar veruit het merendeel van de hier geplaatste opnamen uit de dierenwereld betreffen vogels. Om eerlijk te zijn is vogelfotografie inderdaad mijn voornaamste passie en ben ik in mindere mate gefocused op het vastleggen van andere diersoorten. Vandaag plaats ik – ter compensatie – dan ook een paar tijdens de vakantie gemaakte foto’s van geleedpotigen die bij de vorige selectie zijn blijven liggen.
Allereerst is een Cicade (Epiptera europea) te zien. We kennen hem van de doordringende krekelachtige tsjirp-geluiden die vooral in warme oorden onverstoorbaar te berde worden gebracht. We horen hem vaak, maar zien hem zelden. Op één van die zinderende dagen landde er eentje om onduidelijke redenen op het spandraad van onze tent..
Wel een centimeter of drie zijn ze en.. kijk eens naar die prachtige gaas-structuur op de vleugels.

Tijdens een van onze wandeltochten stuitte ik ook op een Vuurlibel (Crocothemis erythraea) . Ook een typisch zuidelijke libellensoort waarvan alle onderdelen in een soort superglanzende, helder-rode lak lijken te zijn gespoten.

Tot slot nog even een terugkeer naar die windstille ochtend in dat kletsnatte, bedauwde veld achter de camping in de Oberpfalz. Terwijl ik tot aan mijn dijen doorweekt raak in het metershoge gras, speur ik onophoudelijk naar de postzegelkleine silhouetten in het tegenlicht. Het kan wel een half uur duren voordat ik het eerste exemplaar heb ontdekt, maar wanneer mijn ogen er eenmaal goed op zijn ingesteld, ontdek ik wel degelijk enkele van deze letterlijk schitterende schoonheden.. Dambordjes, Blauwtjes en Parelmoertjes die daar nog even aan de nu nog onbeweeglijke halmen hangen in de laagstaande ochtendzon.




Nog een paar minuten vóórdat de wind voor bewegingsonscherpte zorgt, nog heel even vóórdat ze voldoende zijn opgedroogd om op de vleugels te gaan, nog héél even met ingehouden adem….klik-klik-klik
Tsjonge..terwijl ik dit allemaal opschrijf voel ik bijna opnieuw de prettige, geconcentreerde spanning die dit soort ‘foto-safari’s- op-de vierkante-meter’ met zich mee brengt.
Ik moet toch weer eens vaker gaan ‘vlinderen’, maar het aantal vlindersoorten in onze contreien is zo drastisch terug gelopen dat dit soort buitenkansen zich hier maar zelden meer voordoen.
(Wéér) helaas !

Hh
Mooie soorten, die ik ook graag weer eens zou willen zien, heb je vastgelegd. En qua vogels en insecten interesse is het bij mij net andersom. Ach ja, ieder zijn ding.